Blaaskanker - Algemeen

Er bestaan verschillende types blaaskanker, en zelfs bij gelijkaardige aandoeningen heeft elke persoon specifieke kenmerken. Om het eenvoudig te houden, gebruiken we de algemene term ‘blaaskanker’ op dit gedeelte van de site.

Anatomie van de blaas

De blaas ligt onder in de buikholte, vlak achter het schaambeen. De blaas vangt de urine op, die afkomstig is van de nieren. Urine ontstaat door filtering van het bloed in de nieren. In de nieren komt de urine samen in een trechtervormige ruimte, de nierkelk. Vanuit de nierkelken stroomtde urine via de urineleiders (ureters) in de blaas. Via de plasbuis (urethra) wordt de urine vervolgens uit de blaas geloosd.

De nieren, de urineleiders, de blaas en de plasbuis vormen de urinewegen. Die zijn vanaf de nierkelk tot en met de plasbuis aan de binnenzijde bekleed met slijmvlies, het urotheelweefsel. Dat type slijmvlies komt alleen in de urinewegen voor. Een andere naam voor urotheelweefsel is overgangsepitheel. De blaaswand bestaat verder uit verschillende spierlagen. Aan de buitenkant van de blaas bevinden zich een vetlaagje en enkele lymfevaten.
 

Enkele cijfers

In 2011 werden er in België volgens de cijfers van het Kankerregister 2.293 nieuwe gevallen van blaaskanker vastgesteld (470 bij vrouwen en 1.823 bij mannen).

Blaaskanker komt ongeveer viermaal vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, vooral op hogere leeftijd, bij mensen die ouder zijn dan zestig.

Tumoren van de blaas kunnen goedaardig of -in de meeste gevallen- kwaadaardig (kankerachtig) zijn. De zeldzame, niet-kankerachtige tumoren zijn goedaardige poliepen (goedaardige pappilomen). In geval van een kwaadaardig tumor spreekt men van carcinoom

Types blaaskanker

Het meest voorkomende type kwaadaardige tumor is de urotheelceltumor of overgangsepitheelcarcinoom. Hij ontstaat vanuit het slijmvliesweefsel (urotheelweefsel) van de urinewegen. Dat type komt voor in meer dan 90% van de blaaskankergevallen. We overlopen daarom hier uitsluitend dit type kanker.

Blaaskanker geldt wel als een ziekte die het slijmvlies van de totale urinewegen kan aantasten. Er kunnen dus gelijktijdig op verschillende plaatsen in de urinewegen tumoren voorkomen. Bij één op de tien patiënten met blaaskanker is dat het geval. De specialist, in dit geval een uroloog, zal daar bij het onderzoek en de behandeling rekening mee houden.

Andere (zeldzame) vormen van blaaskanker zijn carcinomen met squameuse cellen en adenocarcinomen.

Groeiwijzen blaaskanker

Een blaastumor ontstaat bijna altijd in het slijmvlies van de blaaswand. Afhankelijk van zijn groeiwijze zal de tumor verder aan de oppervlakte of in de diepte doorgroeien in de blaaswand. De tumor kan eveneens ontstaan in de blaasholte.

Men onderscheidt:

  • Tumoren met oppervlakkige groei, beperkt tot de dikte van het blaasslijmvlies.
  • Infiltratief groeiende tumoren die zich uitstrekken doorheen zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier.

Als een tumor met oppervlakkige groei niet tijdig behandeld wordt, zal hij in de diepte groeien tot in de blaasspieren en infiltratief worden.

Deze twee types blaaskanker kunnen zich eveneens ontwikkelen in de blaasholte. Wanneer de uroloog de binnenkant van de blaasholte onderzoekt, kan hij verschillende vormen vaststellen:

  • Een rond bolletje dat met een dun steeltje met de blaaswand verbonden is. De uroloog noemt het poliepvormig. Vaak is dat het geval bij een oppervlakkig groeiende tumor.
  • Een bloemkoolachtige vorm die met een stevige dikke steel met de blaaswand verbonden is. Dat kan het geval zijn bij een infiltratief groeiende tumor.
  • Een vlakke structuur die net boven het slijmvliesweefsel uitkomt. Vaak is dat het geval bij een infiltratief groeiende tumor.
  • Een tumor met vlakke groeivorm .

Carcinoom/carcinoma in situ (CIS)

Blaaskanker kent een zogeheten voorstadium. Artsen spreken dan van een carcinoma in situ (CIS). Hooguit 10% van de blaastumoren is op het moment van de ontdekking een tumor in zo’n voorstadium.

Een carcinoma in situ is een oppervlakkig groeiende vorm van blaaskanker die (nog) niet in de blaasholte uitgroeit. Bij het van binnen bekijken van de blaas is dit soort tumor dan ook zeer moeilijk te ontdekken.

Het is mogelijk dat er op verschillende plaatsen in de blaas een carcinoma in situ voorkomt. Bovendien kan een dergelijke tumor gelijktijdig met andere vormen van blaaskanker voorkomen.

Uitzaaiingen

Als de tumor in de diepere lagen van de blaaswand doorgroeit, stijgt het risico dat er tumorcellen losraken en zich via de lymfe en/of het bloed in het lichaam verspreiden.

Via de lymfe

Rondom de blaas bevindt zich een uitgebreid stelsel van lymfevaten en lymfeklieren. Losgeraakte tumorcellen kunnen via de lymfe in de lymfeklieren rond de blaas en elders in het lichaam terechtkomen. Zo kunnen er uitzaaiingen van blaaskanker ontstaan.

Via het bloed

Bij verspreiding van tumorcellen via het bloed kunnen er uitzaaiingen ontstaan in andere organen (longen, lever) of de botten. Die uitzaaiingen bestaan uit blaaskankercellen en moeten ook als blaaskanker behandeld worden.

Oorzaken

Het is onmogelijk om precieze oorzaken aan blaaskanker te koppelen. We zijn wel op de hoogte van risicofactoren die de kans op de ziekte vergroten. Voornaamste risicofactoren Roken Dit is de grootste risicofactor . Tabak zou verantwoordelijk zijn voor 30 tot 40 % van de blaaskankers. De

Symptomen

In een beginstadium brengt blaaskanker zo goed als geen symptomen teweeg. Hematurie De aanwezigheid van bloed of bloedklonters in de urine (hematurie) is het meest voorkomende symptoom van blaaskanker. Elke hematurie, zonder typisch te zijn voor blaaskanker, moet het vermoeden van een tumor

Onderzoeken

Opsporingsonderzoeken bij blaaskanker Er is geen systematische opsporing van blaaskanker . Aan sommige risicopersonen (rokers ouder dan 50 jaar, arbeiders in de chemische sector...) kan echter een opsporing worden voorgesteld. Het onderzoek is heel eenvoudig en verloopt via een analyse van de urine

Behandelingen

De meest gebruikte behandelingen bij blaaskanker zijn: chirurgie (bij een oppervlakkige blaastumor , een CIS of bij een infiltratieve tumor ) spoelingen van de blaas via chemotherapie of BCG een laserbehandeling chemotherapie radiotherapie Voor deze behandelingen is een nauwe coördinatie nodig

Getuigenissen

Hoe reageer je als een dokter je vertelt dat je ongeneeslijk ziek bent? Johan was eerst kapot van het nieuws. Maar hij besloot om door te zetten, te blijven vooruitgaan, om contact te houden met alle mensen om hem. Deze positieve benadering helpt hem om te blijven volhouden.