Borstkanker - Oorzaken

Oorzaken en risicofactoren van borstkanker

Dé oorzaken of mechanismen die borstkanker doen ontstaan, bestaan niet. Bij het merendeel van patiënten is er dan ook geen precieze oorzaak vast te stellen. Toch zijn er bepaalde risicofactoren die de kans op de ziekte doen toenemen.

De leeftijd

De leeftijd is de meest voorkomende risicofactor: 3 gevallen van borstkanker op 4 komen voor bij vrouwen van 50 jaar en ouder. De gemiddelde leeftijd op het moment van de diagnose is 62 jaar. 

Bepaalde hormonale omstandigheden

  • nooit kinderen hebben gekregen
  • je eerste kind na je 30e hebben gekregen
  • je eerste maandstonden hebben gekregen vóór 12 jaar

Persoonlijke voorgeschiedenis

  • borstkanker
  • bepaalde borstaandoeningen, zoals de ziekte van Reclus (waarbij er veel cysten in de twee borsten zitten)

De pil

Een vroeg gebruik (kort na het begin van de puberteit) en/of langdurig gebruik van de pil zou het risico op borstkanker lichtjes verhogen. 

Het antigen BRCA (BReast Cancer Antigen)

5 tot 10 procent van de borstkankers heeft te maken met een genetische afwijking (mutatie) van een gen dat we 'BRCA' noemen. Die afwijking is erfelijk en kan worden ontdekt via een genetisch onderzoek.

HST (hormoonsubstitutietherapie)

De inname van hormonen tijdens de menopauze brengt een hoger risico op borstkanker mee, vooral als ze lange tijd worden ingenomen. Vrouwen die hormonen innemen dienen zeker regelmatig opsporingsonderzoeken te laten uitvoeren (mammografieën). Spreek dus met je dokter over de voordelen, maar ook over de mogelijke nadelen van deze behandeling. 

Manier van leven

Sommige studies tonen een verband tussen de mogelijke oorzaken van borstkanker en verschillende levenswijzen. De preventie schuilt dan in:

  • een verminderd alcoholgebruik (maximum 1 consumptie per dag)
  • het vermijden van overtollige kilo's
  • fysieke activiteit
  • evenwichtigere voeding

Die goede gewoontes zijn hoe dan ook goed voor je gezondheid!

Erfelijkheid en borstkanker

In de meeste gevallen stelt men bij vrouwen met borstkanker geen erfelijke aanleg vast. Slechts bij 5 à 10 % van de patiënten zijn de oorzaken erfelijk (genetisch) van aard.

Erfelijkheid kan een mogelijke oorzaak zijn wanneer meerdere familieleden (moeder, tante en/of zus, man uit de familie) borstkanker hebben of hadden, en in het bijzonder als de ziekte bij dit familielid is uitgebroken voor de menopauze.

Slechts 5 tot 10% van de borstkankers heeft dus een erfelijke component en is dus gelinkt aan een (al dan niet geïdentificeerde) genetische mutatie die wordt doorgegeven door een van de ouders.

Onderzoekers hebben een aantal genetische mutaties gevonden die borstkanker kunnen veroorzaken. Meestal gaat het om de genen BRCA1 (wat staat voor BReast CAncer 1: gen 1 voor borstkanker) en BRCA2 (voor BReast CAncer 2: gen 2 voor borstkanker). Drager zijn van een mutatie op één van deze genen betekent niet dat men automatisch kanker zal krijgen, maar het risico om kanker te krijgen is wel groter. Dat noemen we genetische aanleg. 

Mutaties van de genen BRCA1 en BRCA2

Deze twee genen spelen in hun normale toestand een rol in het herstel van beschadigingen die het DNA regelmatig ondervindt. Mutaties van een van deze twee genen wijzigen deze functie en doen daardoor het risico op borst- en eierstokkanker gevoelig stijgen. Dragers van een van deze mutaties lopen tenminste 4 of 5 keer meer risico op borstkanker dan de algemene bevolking.

In 2014 werd een derde gen ontdekt dat aanleg geeft tot borstkanker. Het gaat om het PALB2-gen waarvan de verandering (modificatie, mutatie of verwijdering) het risico op borstkanker ook gevoelig verhoogt (het risico ligt waarschijnlijk 2 tot 4 keer hoger bij dragers, in vergelijking met de algemene bevolking). 

Andere mutaties gelinkt aan borstkanker

Andere, veel zeldzamere mutaties, doen ook het risico op borstkanker stijgen maar in  mindere mate dan de BRCA mutaties Ze komen soms voor in het kader van syndromen.:

  • TP53: mensen met het syndroom van Li Fraumeni vertonen een mutatie van dit gen. Deze patiënten hebben een verhoogd risico op heel wat kankers (borstkanker, leukemie, hersenkanker en verschillende sarcomen).
  • CHEK2: een mutatie van dit gen verhindert het opstarten van het herstelproces van defecte cellen. Anomalieën die andere genen treffen kunnen op die manier ook ontsnappen aan het herstelproces en zich vermenigvuldigen, wat het kankerproces in de hand kan werken.
  • ATM: mensen met ataxia telangiectasia hebben mutaties van dit gen op de beide chromosomen. Het lijkt erop dat vrouwelijke dragers van een mutatie op één enkel chromosoom een verhoogd risico op borstkanker hebben.
  • PTEN: een mutatie van dit gen zien we bij patiënten met het Cowden-syndroom dat aanleg geeft tot verschillende kankers, waaronder schildklierkanker en verschillende borstkanker.
  • STK11/LKB1: een mutatie van dit gen zien we bij mensen met het syndroom van Peutz-Jeghers, een ziekte die aanleg geeft tot dikkedarmkanker, eierstokkanker, teelbalkanker, maar ook borstkanker.
  • CDH1: een mutatie van dit gen zien we bij mensen met erfelijke maagkanker, dat aanleg geeft tot maagkanker en borstkanker.

Consultatie en genetische tests

Als u wilt weten of u genetische aanleg hebt, praat er dan eerst over met uw huisarts of uw gynaecoloog. Hij zal u vragen stellen over uw familiale voorgeschiedenis en u eventueel doorverwijzen naar een oncogeneticus. Let op: deze genetische aanleg kan zowel door mannen als door vrouwen worden doorgegeven aan zowel jongens als meisjes, hoewel vrouwelijke dragers van een genmutatie die aanleg geeft tot borstkanker meer risico lopen dan mannelijke dragers.

Ook bij mannen verhogen mutaties van het BRCA2-gen (en in mindere mate van het BRCA1-gen) het risico op borstkanker (zij het een gematigd risico dat nog altijd lager ligt dan dat van om het even welke vrouw).

Om te worden terugbetaald door de sociale zekerheid moeten de genetische testen worden uitgevoerd in één van de 8 Belgische genetische centra (of in de ziekenhuizen die samenwerken met een van deze centra), volgens de aanwijzingen die het “Collège de Génétique Médicale” heeft geformuleerd. De eerste genetische test zal altijd (indien mogelijk) worden uitgevoerd bij een familielid dat kanker heeft ontwikkeld: dat geeft het betrouwbaarste resultaat. Daarna wordt bekeken of een genetische test ook nuttig kan zijn voor de familieleden die geen kanker hebben.

De genetische analyse gebeurt op basis van een bloedstaal dat zal worden geanalyseerd door de oncogenetische dienst. De resultaten, die meerdere weken op zich kunnen laten wachten, zullen persoonlijk worden meegedeeld bij de volgende genetische consultatie.

Lijst van genetische referentiecentra in België:

  1. Centre de Génétique Humaine, CHU Liège
    Domaine universitaire du Sart Tilman Bât B35, 4000 Liège
    Tel.: 04 366 72 38
     
  2. Universitair ziekenhuis Gent
    Kliniek voor Kinderziekten “C Hoofdt”
    De Pintelaan 185, 900 Gent
    Tel.: 09 240 35 97
     
  3. Université Libre de Bruxelles (Erasmusziekenhuis en andere sites) 
    Service de Génétique Médicale
    Route de Lennik 808, 1070 Bruxelles
    Tel.: 02 555 64 30
     
  4. Vrije Universiteit Brussel
    UZ Brussel – Dienst Pediatrie
    Laarbeeklaan 101, 1090 Brussel
    Tel.: 02 477 56 95
  5. Université catholique de Louvain 
    Cliniques universitaires Saint-Luc – Centre de Génétique Humaine
    Avenue Hippocrate 10, 1200 Bruxelles
    Tel.: 02 764 10 68
     
  6. Centrum Menselijke Erfelijkheid – KULeuven
    UZ Gasthuisberg – Dienst Pediatrie
    Herestraat 49, 3000 Leuven
    Tel.: 016 34 38 20
     
  7. Centrum Medische Genetica - Universiteit Antwerpen
    Koningin Paola Kinderziekenhuis
    Lindendreef 1, 2002 Antwerpen
    Tel.: 03 280 21 37
     
  8. Institut de Pathologie et de Génétique – Charleroi
    Avenue Georges Lemaître 25, 6041 Gosselies
    Tel.: 071 47 30 47

Meer weten: u vindt meer informatie op de website van de “Belgian Society of Human Genetics” http://www.beshg.be 

 

 

Getuigenissen

Jacqueline is 47 als ze met abnormale buikpijn en aanhoudende vermoeidheid naar de huisarts gaat. Na een uitvoerig onderzoek valt de diagnose: eierstokkanker. Om de bijwerkingen van de ziekte en de behandelingen beter het hoofd te bieden, kiest de thuisverpleegkundige voor een combinatie met niet-klassieke geneeswijzen.Lees verder