Immuuntherapie

Wat is immuuntherapie?

De immuuntherapie is een behandeling die het afweersysteem van de patiënt tracht te "mobiliseren" tegen zijn ziekte. Het gaat om een belangrijk spoor in het huidige kankeronderzoek. Vandaag de dag zijn er al meerdere behandelingen met immuuntherapie beschikbaar.

Ons immuunsysteem

Ons lichaam wordt beschermd door een immuunsysteem. Dit bestaat uit gespecialiseerde cellen die worden geproduceerd door het beenmerg en die vooral aanwezig zijn in het bloed, de lymfeklieren, de milt en de weefsels. Zij verzekeren de bescherming van het organisme tegen aanvallen van buitenuit (microben, virussen, ...). Deze "indringers" worden opgespoord, geïdentificeerd, aangevallen en uitgeschakeld door dit afweersysteem. Zij zouden dus ook kankercellen moeten herkennen en vernietigen. Ze zijn echter vaak niet in staat om dit te doen. Onderzoek op het gebied van immuuntherapie zorgt ervoor dat we beter begrijpen hoe kankercellen ontsnappen aan ons immuunsysteem. Immuuntherapiebehandelingen willen het immuunsysteem terug in staat stellen om kankercellen te bestrijden.

Immuuntherapie: waar staan we?

Er lopen momenteel in België en in het buitenland tal van klinische proeven met immunotherapie. Indien hun resultaten afdoend zijn, zou de immunotherapie een belangrijke plaats kunnen innemen in de behandeling van bepaalde kankers, naast chirurgie, radiotherapie en chemotherapie.

Door uitschakeling van de laatste kankercellen die aan de andere behandelingen ontsnapt zouden zijn, zou de immunotherapie bijvoorbeeld een remissie (verdwijning van de symptomen van de ziekte, zonder recidive uit te sluiten) kunnen omzetten in definitieve genezing.

Waarom schakelt het immuunsysteem de kanker niet uit?

Wetenschappers hebben geprobeerd die vraag te beantwoorden. Eerst dachten ze dat een kanker niet als zodanig wordt herkend door onze afweersystemen. Een kankercel komt uiteindelijk immers voort uit een normale cel die min of meer "gewijzigd" is. Deze wijziging van "identiteitskaart" vanwege de cel volstaat wellicht niet om een immuunreactie in werking te zetten.

Onderzoek heeft aangetoond dat de immuun-afweercellen in staat waren om te reageren op de kankercellen. Het komt echter voor dat deze immuunreactie te zwak of te laattijdig is om doeltreffend te zijn.

De kankercellen wachten immers niet passief af tot het immuunsysteem tot de actie overgaat. Sommige kankercellen kunnen een soort "vermomming" ontwikkelen of zelfs het initiatief nemen om de actie van het afweersysteem te blokkeren.

Kortom: ons immuunsysteem wordt geconfronteerd met een indringer die zich moeilijk als doelwit laat kennen ... Wetenschappers moeten het juiste doelwit zoeken.

Immunotherapie: Het juiste doelwit zoeken

Stimulering van het immuunsysteem

Vanaf de jaren 70 werden diverse onderzoekspistes afgetast met het oog op prikkeling van het immuunsysteem:

  • Inspuiting van het vaccin BCG (antituberculose) dat bekend stond om zijn stimulerende werking op de immuniteit
  •  verwijdering van lymfcellen en hun vermenigvuldiging in laboratorium, om ze daarna opnieuw in te spuiten bij dezelfde patiënt 
  • inspuiting van cytokinen (een soort chemische boodschappers) die in staat zijn het immuunsysteem te prikkelen;
    Nadeel: de cytokinen kunnen hoge koorts opwekken, naast reacties die vergelijkbaar zijn met die als gevolg van een algemene infectie

Wijziging van de kankercellen

Er werden ook proeven gedaan met verwijdering van kankercellen. Deze werden in het laboratorium gewijzigd en onschadelijk gemaakt (door straling) en dan weer ingespoten bij de patiënt. Deze wijziging moest volstaan om de immuniteit te stimuleren, maar ook weer niet te veel, want anders zouden de immuuncellen de oorspronkelijke kankercellen misschien niet meer herkennen.

Resultaten

De resultaten van deze onderzoeken bleven ontgoochelend bij gebrek aan specifieke doelen. Het bleef wachten op de identificatie van het eerste tumorale antigeen om eindelijk tot een specifieke en doelgerichte aanpak te komen. Het antigeen leek een ideaal doelwit. 

Lymfocyten

De lymfocyten maken deel uit van de familie van de witte bloedlichaampjes (leukocyten) . Deze cellen zitten in:

  • het bloed
  • het beenmerg (waar ze worden aangemaakt)
  • de lymfeweefsels (milt, lymfeklieren)

We onderscheiden twee grote families van lymfocyten

  • B-lymfocyten staan in voor de aanmaak van antistoffen, of de humorale immuniteit.
  • T-lymfocyten zijn de bouwmeesters van de celimmuniteit.

Wat doen lymfocyten?

Lymfocyten spelen een hoofdrol in het afweersysteem. Dat verklaart ook waarom hun gehalte in het bloed toeneemt tijdens infecties. De twee types van lymfocyten gebruiken twee verschillende mechanismen om in het geval van kanker een afweerreactie op te wekken.

Wanneer de T-lymfocyten in contact komen met een antigeen (een stof die de identificatie van een indringer of een abnormale cel mogelijk maakt) worden er 'killer' lymfocyten geactiveerd. Met de hulp van andere lymfocyten (de helpers) zullen ze zich eerst vermenigvuldigen. Daarna hechten ze zich aan de ongewenste cellen om dan vernietigende chemische stoffen vrij te geven. Daarom noemt men ze ook 'killer' lymfocyten. 

Ook antigen-presenterende cellen (dendrietcellen, macrofagen, B-lymfocyten) spelen een cruciale rol: ze 'wekken' de lymfocyten (killers en helpers) door ze de antigenen op een bepaalde manier aan te bieden. Ze zorgen er ook voor dat die antigenen duidelijk worden herkend als 'vijanden die uitgeschakeld moeten worden'.

Nieuwe immuuntherapiebehandelingen sturen rechtstreeks de lymfocyten aan. Daarbij is de bedoeling dat ze ongevoelig worden voor de camouflagestoffen die kankercellen kunnen afscheiden. 

Het antigeen: het ideale doelwit?

Wat is een antigeen?

Een antigeen is een stof die meestal vreemd is aan het organisme en die in staat is om een reactie van ons immuunsysteem uit te lokken.

Een nieuwe ontwikkeling in de immunotherapie heeft veel te danken aan Belgisch onderzoek dat – vertrekkend van een huidkanker – het eerste tumoraal antigeen heeft geïdentificeerd: MAGE (met M van melanoom en AGE van antigeen). Daarna werden verscheidene andere tumorale antigenen geïdentificeerd. Ze bevinden zich aan de oppervlakte van vele kankercellen, maar bijna nooit in gezonde weefsels. Zij zouden dus het ideale "doelwit" kunnen vormen.

Een therapeutisch vaccin tegen kanker?

Als we erin zouden slagen een immuunreactie op te wekken die zich enkel tegen deze kanker-antigenen keert, zouden we een specifieke behandeling tegen kanker hebben, zonder risico voor de gezonde cellen. Vandaar het idee om, op basis van die antigenen, een vaccin te ontwikkelen dat niet bedoeld is om een kanker te voorkomen, maar om een bestaande kanker te bestrijden. Niet preventief maar therapeutisch, genezend.

Er moet dus een immuunreactie in gang gezet worden tegenover een bestaande kanker. Hierbij spelen andere cellen een cruciale rol: bijvoorbeeld de lymfcellen of lymfocyten of de cellen die antigenen dragen.

Hoe wordt dit aangepakt?

Er bestaan verschillende mogelijkheden om de patiënt immuun te maken voor zijn kanker.

  •  Na controle of de kankercellen wel degelijk het specifieke antigeen dragen dat zal dienen om het vaccin te ontwikkelen, kan dit in het laboratorium gesynthetiseerd en daarna ingespoten worden bij de patiënt. 
  •  Het is ook mogelijk een virus in te spuiten dat door genetische manipulatie onschadelijk is gemaakt en zodanig werd gewijzigd dat het nu het antigeen in kwestie produceert. 
  •  Ook een verwijdering van antigeendragende cellen van de zieke is mogelijk; in het lab wordt dan het kankerantigeen toegevoegd vooraleer ze weer ingespoten worden bij de patiënt.

Getuigenissen

“Er was bij mij geen sprake van een voorgeschiedenis van borstkanker in mijn familie, ik behoorde niet tot een risicogroep. Voor ik ziek werd, was ik dus helemaal niet bezig met kanker of met preventie, hoewel we een betrekkelijk gezond leven leidden. Ik zou durven zeggen dat preventie belangrijker geworden is sinds ik ziek werd. En niet enkel in verband met borstkanker, maar in verband met alles, of het nu gaat om tabak, de zon, voeding ... Lees verder