Calcium: de gulden middenweg

De hoeveelheid calcium die je binnenkrijgt, is van invloed op het al dan niet ontstaan van dikkedarm- en prostaatkanker. Calcium beschermt tegen poliepen in de dikke darm en vermindert het risico op een kanker in dat deel van het lichaam. Maar een te hoge calciuminname door mannen doet het risico op prostaatkanker stijgen. Dit is dus belangrijk genoeg om erop te letten. Calcium blijft wel een belangrijk mineraal voor gezonde botten, spieren en een gezond zenuwstelsel

Calcium en zuivel

Calcium vind je hoofdzakelijk in zuivelproducten. Ook noten en sommige groene groenten (broccoli, boerenkool, peulvruchten,…) bevatten veel calcium. Onderzoek wijst uit dat een dagelijkse dosis van 700 milligram calcium het risico op dikkedarmkanker helpt verlagen. Wie minder dan 700 milligram binnenkrijgt, loopt dus meer kans om dikkedarmkanker te krijgen. Duizend milligram calcium komt ongeveer overeen met 2 of 3 glazen (karne)melk of even veel porties zuivelproduct en 1 of 2 sneetjes kaas. Omdat volle zuivelproducten een hoog vetgehalte hebben, verdient het de voorkeur om magere of halfvolle producten te gebruiken. Deze bevatten immers bijna even veel calcium als de volle varianten.

Mannen, let op!

Mannen moeten nog meer op de hoeveelheid letten. Zij moeten calcium binnenkrijgen, maar niet te veel. Meer dan 1.500 milligram calcium per dag verhoogt het risico op prostaatkanker. Zelfs al is het mechanisme achter de werking van calcium nog niet helemaal duidelijk, krijgen mannen onder de 50 het advies om per dag niet meer dan ongeveer 1.000 milligram calcium in te nemen. Mannen vanaf 50 mogen iets meer consumeren, zo’n 1.200 milligram.

Getuigenissen

“Ik wou na mijn pensioen nog iets doen. Ik wou me nuttig voelen, bezig zijn met andere mensen en hen mijn tijd geven. Aangezien ik al opleidingen had gevolgd in massage- en psychofysieke therapie, was ik onmiddellijk geïnteresseerd in het werk als schoonheidsconsulente. Ik besloot om de lessen te volgen en vrijwilliger te worden voor Stichting tegen Kanker. Je moet natuurlijk graag en regelmatig naar het ziekenhuis gaan en voeling hebben met communiceren via aanrakingen. Ik heb me ook over mijn angsten voor deze ziekte moeten heen zetten.”Lees verder