Blaaskanker

Blaaskanker (of Urotheelkanker)

In de blaas zitten verschillende soorten cellen, wat verklaart waarom er verschillende soorten blaaskanker bestaan. Het meest voorkomende type van kwaadaardige tumor groeit vanuit het urotheel (het slijmvlies van de urinewegen) en is goed voor meer dan 90 % van de gevallen van blaaskanker. We zullen het hier dan ook enkel over dit type blaaskanker hebben.

Urotheelkanker is een blaaskanker die het slijmvlies van alle urinewegen kan aantasten. Het is dus mogelijk dat er op verschillende plaatsen tegelijk tumoren opduiken. Dat is het geval voor 10 % van de patiënten met blaaskanker. De uroloog houdt tijdens de diagnose en behandeling rekening met die mogelijkheid.

Groeivormen van blaaskanker

Een blaastumor verschijnt bijna altijd in het slijmvlies van de blaaswand. Afhankelijk van zijn groeivorm kan de blaaskanker blijven groeien in de blaaswand of in de holte van de blaas.

De blaaswand

Bij een tumor in de blaaswand onderscheiden we oppervlakkig groeiende tumoren en infiltratief groeiende tumoren. 

  • Een oppervlakkig groeiende tumor beperkt zich tot het blaasslijmvlies.
  • Een infiltratief groeiende tumor verbreidt zich tegelijk in het slijmvlies en in de blaasspieren.

Als een oppervlakkig groeiende tumor niet snel genoeg wordt behandeld, zal hij zich uitbreiden tot de blaasspieren en zo infiltratief worden.

De blaasholte

Zowel oppervlakkig als infiltratief groeiende tumoren kunnen in de blaasholte groeien. Wanneer de uroloog de binnenkant van de blaasholte onderzoekt, kan hij de volgende vormen tegenkomen.

  • Een klein, rond bolletje dat aan de blaaswand vastzit met een dun voetje, een  'polypeuze tumor' genoemd. Dit zie je vaak bij een oppervlakkig groeiende tumor.
  • Een bloemkoolachtige vorm die met een brede voet aan de blaaswand vastzit. Dit wijst soms op een infiltratief groeiende tumor.
  • Een vlakke structuur die net boven het slijmvlies uitkomt. Dit zie je vaak bij een infiltratief groeiende tumor.
  • Een vlak groeiende tumor.

Carcinoom in situ (CIS) en blaaskanker

Blaaskanker begint met wat we een voorstadium noemen. Dokters spreken dan van een carcinoom in situ (CIS). Ongeveer 10 % van de blaaskankers zit op het moment van de diagnose in dit stadium.

Een 'carcinoom in situ' is een zogenaamd 'oppervlakkig groeiende' blaaskanker die nog niet in de blaasholte groeit. Tijdens het onderzoek vanuit de binnenkant van de blaas is de tumor dan ook vaak onmogelijk te onderscheiden.

Het gebeurt dat een carcinoom in situ op verschillende plaatsen in de blaas opduikt. Het kan ook tegelijk met andere vormen van blaaskanker verschijnen.

Uitzaaiingen van blaaskanker

In een later stadium van blaaskanker, als de tumor uitbreidt naar de diepe lagen van de blaaswand, verhoogt het risico op uitzaaiingen van de tumorcellen doorheen het lichaam via het lymfevocht en/of het bloed.

Via het lymfevocht

Helemaal rond de blaas zit een netwerk van lymfevaten en -klieren. De blaaskankercellen kunnen via het lymfevocht de klieren in de buurt van de blaas en vervolgens andere plaatsen in het lichaam bereiken. Zo kunnen er uitzaaiingen  in de lymfeklieren verschijnen.

Via het bloed

Bij een verspreiding via het bloed bereiken de uitzaaiingen andere organen zoals de longen, de lever of de botten. Die uitzaaiingen bestaan uit kankercellen van de blaas en moeten dus ook worden behandeld als blaaskanker.

Hoe vaak komt blaaskanker voor?

In België noteren we elk jaar ongeveer 2 150 nieuwe gevallen van blaaskanker.

Blaaskanker komt ongeveer 4 keer meer voor bij mannen dan bij vrouwen en voornamelijk bij personen ouder dan 60 jaar.

Blaastumoren kunnen goedaardig of kwaadaardig (kanker) zijn. De kans dat een blaaskanker goedaardig blijkt te zijn, schommelt rond de 5 %. Het gaat dan om goedaardige poliepen (goedaardig papilloom). Als de tumor kwaadaardig is, spreekt men van een carcinoom.

Publicatie: Kankers van het urinaire stelsel

Algemeen: wat is de blaas?

De urineblaas ligt onder in de buik, vlak achter de pubis (schaambeen).

In de blaas wordt de urine verzameld. Die ontstaat na de filtering van bloed in de nieren. 

De urinewegen

De blaas doet dienst als reservoir en als afvoer. 

  • Reservoir
    Nadat de urine in de twee nieren werd aangemaakt, vloeit ze in trechtervormige holtes die we nierkelken noemen. Vanuit die kelken gaat de urine dan verder naar de nierbekkens en vervolgens de urineleiders (een tweezijdig kanaal), tot ze in de blaas aanbeland. Wanneer de blaas vol is, voel je de nood om te gaan plassen.
  • Afvoer
    Wanneer de blaas samentrekt, wordt de urine naar buiten afgevoerd  via de urinebuis.

De nieren, de urineleiders, de blaas en de urinebuis vormen samen de 'urinewegen'. Die zijn, van de nierkelken tot en met de urinebuis, aan de binnenkant bekleed met een slijmvlies, het urinair epitheel of urotheel.

De wand van de blaas omvat bovendien verschillende spierlagen die, door samen te trekken, ervoor zorgen dat de blaas zich kan leegmaken. Op de buitenkant van de blaas zitten een dunne laag vetweefsel en enkele lymfevaten.

Website gehost doorPriorweb