Er zijn verschillende types borstkanker, zodat we eigenlijk beter van 'borstkankers' spreken.
In België krijgen heel veel vrouwen borstkanker.
Borstkanker komt ook voor bij mannen, hoewel dat heel zeldzaam is (minder dan 100 nieuwe gevallen per jaar in België). Als je er meer over wilt weten, kun je eens gaan kijken in het hoofdstuk dat hier speciaal over werd geschreven: Borstkanker bij mannen.
Publicatie: Borstkanker
De vroegtijdige opsporing van borstkanker verhoogt de kansen op een volledige genezing of maakt in bepaalde gevallen een meer beperkte behandeling mogelijk.
Voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar die geen symptomen vaststellen
De opsporingsmammografie (gratis mammografie) wordt één keer om de twee jaar aangeraden. Dat onderzoek gebeurt in erkende centra (lijst op verzoek verkrijgbaar via de Kankerfoon: 0800 15 800) waar de mammografie-installaties regelmatig een kwaliteitscontrole krijgen. Er worden altijd twee foto's per borst genomen.
Voor vrouwen jonger dan 50 jaar of ouder dan 70 jaar
De behandelende arts zal het nut, de nadelen en de frequentie van een eventuele betalende opsporing geval per geval beoordelen.
Meer info over opsporing van borstkanker vind je door hier te klikken.
De borst (borstklier) bestaat uit een twintigtal kwabjes die worden omringd door vetweefsel. Die kwabjes staan in voor de melkafscheiding. Ze zijn met de tepel verbonden via de zogenaamde 'melkgangen'. De tepel is omringd door een gepigmenteerde zone, de tepelhof.
De huid van de tepelhof is lichtjes onregelmatig door de openingen van de:
De borsten rusten op de borstspier.
Er is niet zoiets als één oorzaak en één mechanisme dat borstkanker doet ontstaan. In de meeste gevallen is er geen specifieke risicofactor. Toch ontdekte men bepaalde risicofactoren die de kans op de ziekte doen toenemen ...
De leeftijd is de grootste risicofactor: 3 gevallen van borstkanker op 4 komen voor bij vrouwen van 50 jaar en ouder. De gemiddelde leeftijd op het moment van de diagnose is 62 jaar.
bepaalde borstaandoeningen, zoals de ziekte van Reclus (waarbij er veel cysten in de twee borsten zitten)
Een vroeg gebruik (kort na het begin van de puberteit) en/of langdurig gebruik van de pil zou het risico op borstkanker lichtjes verhogen.
5 tot 10 procent van de borstkankers heeft te maken met een genetische afwijking (mutatie) van een gen dat we 'BRCA' noemen. Die afwijking is erfelijk en kan worden ontdekt via een genetisch onderzoek.
De inname van hormonen tijdens de menopauze brengt een hoger risico op borstkanker mee, vooral als ze lange tijd worden ingenomen. Voor vrouwen die ze nemen, is een regelmatig onderzoek aangewezen (mammografie). Hoe langer de HST duurt, hoe groter het risico op borstkanker. Spreek dus met je dokter over de voordelen, maar ook over de mogelijke nadelen van deze behandeling.
Overgewicht na de menopauze, alcohol drinken, een zittend leven en/of een voeding rijk aan verzadigde vetten: er zijn studies die een mogelijk verband zien tussen het risico op borstkanker en deze levenswijzen. De preventie schuilt dan in:
een verminderd alcoholgebruik (maximum 1 consumptie per dag)
het vermijden van overtollige kilo's
fysieke activiteit
Die goede gewoontes zijn hoe dan ook goed voor je gezondheid!
De afwijkingen die vrouwen het vaakst vaststellen zijn:
Die afwijkingen betekenen niet automatisch dat je borstkanker hebt. Toch vragen die symptomen om een doktersbezoek, ook al werd eerder al een normale mammografie uitgevoerd.
De opsporingsmammografie (gratis mammografie) wordt één keer om de twee jaar aangeraden. Dat onderzoek gebeurt in erkende centra (lijst op verzoek verkrijgbaar via de Kankerfoon: 0800 15 800) waar de mammografie-installaties regelmatig een kwaliteitscontrole krijgen. Er worden altijd twee foto's per borst genomen. De behandelende arts zal het nut, de nadelen en de frequentie van een eventuele betalende opsporing geval per geval beoordelen.
De mammografie (lien vers 'Opsporing en symptomen') (borstradiografie) is het centrale opsporingsonderzoek. Het wordt ook uitgevoerd om de diagnose te verfijnen als er een afwijking in de borst is gevonden.
Na de behandeling van borstkanker blijft de mammografie nuttig voor de opvolging van de behandelde borst (als die niet werd weggenomen) en voor de opsporing in de andere borst. De frequentie van de mammografieën wordt dan bepaald door de behandelende dokter.
Een zelfonderzoek van de borsten blijft aangeraden bij vrouwen die voor borstkanker werden behandeld. Zo is het soms mogelijk om een recidief vast te stellen door te zoeken naar veranderingen ten opzichte van het vorige onderzoek.
Omdat het bevoelen van de borst soms tot onnodige ongerustheid leidt of moeilijk is uit te voeren, is een visuele controle meer aangewezen. Hierbij wordt vooral gelet op afwijkingen in de vorm of het oppervlak van de borst.
Dat zelfonderzoek doe je het best elke maand, een week na het begin van de regels. Na de menopauze gebeurt dat onderzoek elke maand op een vaste dag.
Als het zelfonderzoek een afwijking aan het licht brengt, ga je het best naar de dokter.
Het vraaggesprek en het medisch onderzoek zijn gericht op de vastgestelde afwijkingen. Het medisch onderzoek zelf omvat de inspectie en het bevoelen van de borsten.
De borstinspectie door de dokter
De dokter let hierbij vooral op:
Het klinisch onderzoek wordt eerst uitgevoerd met de armen naar beneden langs het lichaam. De dokter zal daarna vragen om de armen boven het hoofd te houden en ze dan op de heupen te plaatsen. De verandering die het meest op borstkanker wijst, is een plaatselijke terugtrekking van de huid, een soort van putje.
Het bevoelen van de borst door de dokter
Dit gebeurt op elke borst en op bepaalde plaatsen waar klieren zitten (de oksels, boven en onder de sleutelbeenderen). Pijn in een borst is eigenlijk variabel. Hij kan cyclisch (vóór de regels) of niet-cyclisch zijn (bij een abces, cyste enz.). Toch is het zelden een vroegtijdig teken van borstkanker.
De meest voorkomende afwijking in de tepel is eczeem. Meer zeldzaam is het dat kanker wordt ontdekt omdat er vocht uit de tepel komt of omdat de tepel is ingetrokken.
Opmerking: een trauma in de borst is in sommige gevallen een reden voor een onderzoek waarbij kanker kan worden ontdekt. Maar hoewel de kanker dankzij dat trauma aan het licht komt, is het niet de oorzaak van die kanker.
Wanneer de dokter op basis van een mammografie, een klacht van de patiënt of een klinisch onderzoek borstkanker vermoedt, zal hij een reeks onderzoeken laten uitvoeren om zijn diagnose te bevestigen en zo nodig een uitzaaiingsbalans op te maken.
Een mammografie kan worden gedaan als dat nog niet eerder gebeurde.
Een echografie wordt uitgevoerd als aanvulling op de mammografie.
Een punctie gebeurt in de verdachte zone met een dunne naald die cellen moet wegnemen. Omdat de diagnose hiermee niet altijd met zekerheid kan worden gesteld, moet er ook een biopsie gebeuren.
Voor het microscopisch onderzoek van een groter stuk weefsel. De biopsie gebeurt onder plaatselijke verdoving, en met een dikkere naald. Het onderzochte stukje weefsel komt van de tumor zelf of van een lymfeklier. De biopsie is het enige onderzoek dat een zekere diagnose van borstkanker mogelijk maakt en dat ook duidelijkheid geeft over het type.
Hiermee kan worden gezocht naar de aanwezigheid van tumormerkers.
Deze radiografie spoort eventuele uitzaaiingen op. Die uitzaaiingen kunnen ook worden ontdekt met behulp van een scanner, een toestel dat heel krachtige radiografieën uitvoert.
Met een echografie kunnen uitzaaiingen in de lever worden vastgesteld.
Met een botscintigrafie wordt naar uitzaaiingen gezocht. Voor deze techniek wordt een (onschadelijke) radioactieve stof ingespoten die zich op de botten hecht zodat het hele skelet in beeld kan worden gebracht. Die scintigrafie toont zowel goedaardige letsels aan de botten en gewrichten, als uitzaaiingen.
Sommige van de onderzoeken hierboven worden na de behandeling regelmatig herhaald om de evolutie van de ziekte op te volgen.
Tumormerkers zijn stoffen die bij ieder van ons in het bloed zitten, maar die in abnormaal hoge hoeveelheden kunnen worden afgescheiden door kankercellen. Die stoffen worden meestal gemeten in het bloed na de ontdekking van kanker. De bepaling van hun concentratie in het bloed is belangrijk voor de opvolging van de behandeling. Bij borstkanker worden er meestal twee markers gemeten:
Na afloop van die meting wordt een nauwkeurige diagnose gesteld om zo de beste behandeling te kunnen voorschrijven.
Borstkanker: gepersonaliseerde behandelingen
Behandelingen van borstkanker vereisen een nauwgezette coördinatie tussen verschillende medische en paramedische disciplines. Afhankelijk van de noden komen er immers chirurgie, radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie en nieuwe doelgerichte behandelingen bij kijken. Die verschillende behandelingen worden op zichzelf of gecombineerd toegediend.
De keuze van een specifieke behandeling hangt af van verschillende factoren. De belangrijkste zijn:
Kortom, de behandeling wordt op de persoon zelf afgestemd.
De chirurgie is vaak de eerste behandeling nadat er borstkanker werd ontdekt. Telkens als dat mogelijk is, zal de chirurg een beperkte resectie (verwijdering) uitvoeren. Daarbij worden ook altijd lymfeklieren onder de armen weggenomen (in de oksels). We noemen dit klieruitruiming. De aan- of afwezigheid van kankercellen in klieren zal voor een groot deel de bijkomende behandelingen bepalen.
Afhankelijk van de kenmerken van de tumor zijn er verschillende technieken mogelijk.
Dit is de chirurgische wegneming van de borst. Die term bundelt verschillende operaties die worden uitgevoerd naargelang de plaats en de uitbreidingsgraad van de tumor.
Een gewijzigde radicale mammectomie is een volledige wegneming van de borst. Na een radicale mammectomie krijgt de patiënt een uitwendige prothese van licht weefsel aangeboden als ze weer naar huis terugkeert. Zo lijkt het toch alsof ze nog twee borsten heeft.
Dit is een chirurgische verwijdering van de tumor en een deel van het omliggende weefsel. Daarbij wordt iets meer weggesneden, namelijk de 'chirurgische veiligheidsrand', om de veiligheidsmarge te kunnen inschatten. Dankzij deze conservatieve chirurgie kan de borst worden gered.
De quadrantectomie (ook wel gedeeltelijke mammectomie genoemd) is een grotere tumorectomie.
Om de folder van de STK over chirurgie in het algemeen te downloaden: klik hier
Deze behandeling maakt gebruik van stralen met een heel hoge energiewaarde om de kankercellen te vernietigen.
Net als de chirurgie is radiotherapie een lokale behandeling van kanker. Dat betekent dat ze zich rechtstreeks richt op de zone met de kankercellen. Haar voornaamste streefdoelen zijn:
Een radiotherapie van de klieren is bijvoorbeeld aangewezen wanneer de chirurg ze niet volledig heeft weggenomen of wanneer er veel klieren zijn aangetast. Afhankelijk van de gevallen kan de radiotherapie verschillende klierzones behandelen.
Radiotherapie gebeurt volgens twee technieken.
Uitwendige radiotherapie De stralen komen uit een toestel dat zich buiten het lichaam bevindt. Hiervoor moet je meestal niet in het ziekenhuis worden opgenomen. De stralen worden 5 dagen per week toegediend, en dat 5 weken lang.
In bepaalde bijzondere gevallen wordt er bestraald tijdens de operatie (dit is de Mobetron-techniek).
Inwendige radiotherapieDe stralingsbron zit in dunne buisjes die tijdelijk in de borst worden geplaatst. Voor deze vorm van radiotherapie moet je enkele dagen in het ziekenhuis blijven.
Afhankelijk van je specifieke geval kunnen de behandelingen worden gecombineerd.
Bijzondere aanpakSommige types van kanker vragen om een bijzondere aanpak. Zo verhoogt het lobulair carcinoom in situ 'eenvoudigweg' het risico om later een agressieve kanker te ontwikkelen. Als deze vorm wordt ontdekt, is er meestal geen radiotherapie of zelfs chirurgie nodig, maar wel een aandachtige opvolging.
Radiotherapie kan worden gecombineerd met adjuvante chemotherapie, en dat ofwel:
In België wordt radiotherapie vóór de operatie bijna niet meer gedaan. Als men de tumor vóór de chirurgische ingreep wil verkleinen, doet men dat meestal met behulp van chemotherapie.
Zie onder voor meer info over reconstructie met prothese.
Een borstprothese wordt het best een jaar na de radiotherapie geplaatst. De structuur van de huid verandert immers nog maanden en zelfs jaren na de bestralingen.
Radiotherapie is mogelijk op een al ingebrachte prothese (in het geval van een recidief).
Om de folder van de STK over radiotherapie te downloaden: klik hier
Chemotherapie wordt gebruikt om de genezingskansen na een chirurgische ingreep te verhogen. Dokters hebben het vaak over adjuvante chemotherapie. Die term betekent dat de chemotherapie is gericht tegen eventuele kankercellen in micro-uitzaaiingen of vastgestelde uitzaaiingen, die niet werden vernietigd tijdens de lokale behandelingen.
In tegenstelling tot de chirurgie of radiotherapie, wat lokale behandelingen zijn, maakt de chemotherapie gebruik van één of meerdere geneesmiddelen die zich verspreiden over het hele lichaam.
De chemotherapiebehandeling begint meestal in de eerste maand na de chirurgische ingreep. In bepaalde bijzondere gevallen kan de patiënt echter al vóór de operatie chemotherapie hebben gekregen. Men spreekt dan van een neo-adjuvante behandeling.
Om de folder van de STK over chemotherapie in het algemeen te downloaden: klik hier
Net als chemotherapie is hormoontherapie een adjuvante behandeling die de chirurgische behandeling aanvult. Ze moet het risico op uitzaaiingen op afstand verminderen en beperkt zo ook het latere risico op een nieuwe borstkanker. Hormoontherapie doet de uitwerking van bepaalde hormonen teniet of neutraliseert ze om de groei van kankercellen te vertragen of tegen te houden.
Niet elke kanker reageert op hormoontherapie. Daarvoor moet de kanker immers hormoongevoelig zijn. Dat wil zeggen dat de tumorcellen hormoonreceptoren moeten hebben (waardoor de hormonen zich op het oppervlak van de cellen kunnen hechten). Je kunt ze vergelijken met 'sloten' die moeten worden geopend met de juiste 'sleutel' (in dit geval een hormoon van de oestrogeengroep) om de celdeling te stimuleren, wat niet wenselijk is in het geval van een persoon met borstkanker.
Laboratoriumonderzoeken kunnen bepalen of er hormoonreceptoren op het oppervlak van de kankercellen zitten.
Hormoontherapie wordt toegediend met behulp van geneesmiddelen (in de vorm van pillen en/of inspuitingen) die de werking van de hormonen verhinderen om hun invloed op de celdeling tegen te gaan. Van deze geneesmiddelen bespreken we er hier twee.
TamoxifenHoewel dit relatief weinig bijwerkingen oplevert, hebben sommige patiënten last van misselijkheid, opvliegers of onregelmatige regels. Er werd ook al melding gedaan van een licht verhoogd risico op baarmoederkanker. Dat risico zou groter kunnen zijn bij een langdurig gebruik. Een jaarlijkse echografische controle bij de gynaecoloog is aanbevolen.
AI (aromatase-inhibitors) Deze blokkeren de aanmaak van oestrogenen in verschillende weefsels (vet, lever, spier, borst) na de menopauze.
Een andere oplossing is het verwijderen van de organen die deze hormonen aanmaken (de eierstokken en bijnieren) via een chirurgische ingreep of uitwendige radiotherapie. In de medische wereld heet die procedure 'castratie'.
Meer info over hormoontherapie tegen borstkanker vind je door hier te klikken.
De uitwerking van de behandelingen beperkt zich helaas niet enkel tot de kankercellen. Ook het gezonde weefsel krijgt het zwaar te verduren, wat verklaart waarom er bijwerkingen optreden die vaak van persoon tot persoon verschillen.
De meeste bijwerkingen verminderen na verloop van tijd en verdwijnen zodra de behandeling wordt stopgezet. In bepaalde gevallen moeten er geneesmiddelen worden genomen om die bijwerkingen in toom te houden.
We zullen het achtereenvolgens hebben over de bijwerkingen van
De meest voorkomende symptomen na een chirurgische ingreep zijn, aan de kant van de geopereerde borst:
Het wegnemen van lymfeklieren onder de arm (okselholte) leidt bij sommige vrouwen tot een opgezwollen arm en hand aan de kant van de geopereerde borst. Dat fenomeen heet 'dikke arm' of 'lymfoedeem'. Een behandeling bestaat vooral uit gespecialiseerde kinesitherapie (lymfedrainage), want er bestaat geen doeltreffend geneesmiddel om dit probleem te verhelpen. Dit risico kan echter worden vermeden als het mogelijk is om maar een klein aantal lymfeklieren weg te nemen voor een microscopisch onderzoek (techniek van de schildwachtklier).
De bestraling irriteert het gezonde weefsel van de behandelde zone en leidt tot:
Enkele andere bijwerkingen:
Die reacties kunnen verergeren door vooraf bestaande huidletsels (schimmelaandoeningen) of bij het gebruik van cosmetica, en dan vooral als ze alcohol bevatten.
Enkele praktische tips
De gebruikte geneesmiddelen vernietigen niet alleen kankercellen, maar ook een zeker aantal gezonde cellen die zich snel kunnen delen. Dat geldt vooral voor:
Voornaamste bijwerkingen van de chemotherapie
De bijwerkingen zijn toe te schrijven aan het gebruikte geneesmiddel. Zo leiden anti-oestrogenen bij een jonge vrouw tot symptomen die typisch zijn voor de menopauze:
De betere en veiligere technieken voor plastische chirurgie en de mogelijke lichamelijke en psychologische voordelen maken dat deze vorm van chirurgie kan worden voorgesteld aan alle patiënten die een mammectomie moeten krijgen. Elke vrouw, ongeacht haar leeftijd of het stadium van haar ziekte, kan een reconstructie aanvragen.
Meestal wordt een periode van enkele maanden na de aanvankelijke operatie (mammectomie) gewacht om zo'n reconstructie uit te voeren. Toch is het ook mogelijk om de borst te reconstrueren tijdens de mammectomie. Meestal wordt de borst gereconstrueerd na afloop van de chemotherapie of radiotherapie.
In sommige gevallen wordt de reconstructietechniek nog vóór de mammectomie gekozen zodat de chirurg daarmee rekening kan houden wanneer hij zijn insnijdingen maakt.
Vergeet niet dat de borsten altijd moeten worden opgevolgd, ook na een borstreconstructie. Want een recidief is niet onmogelijk. Vraag je dokter welke controle het best is, afhankelijk van de uitgevoerde reconstructie.
De belangrijkste factor in de keuze van dit type van reconstructie is de kwaliteit van de huid. Er moet voldoende huid zijn en ze moet soepel zijn. Met een te dunne huid zal deze reconstructie vroeg of laat op een mislukking uitlopen. Een goede huid is dus essentieel voor een veilige plaatsing van de prothese. Zo zal de borst ook rond genoeg zijn.
Er bestaan verschillende types van prothesen, zoals die met een omhulsel van silicone waarin siliconegel of fysiologisch serum zit.
Deze wordt onder de grote borstspier en de voorste getande spier geplaatst om de vorming van een hard bindweefselkapsel en een stijf uitziende borst te voorkomen. Het vaste volume van deze prothesen is een nadeel omdat het zich niet aanpast als je afvalt of aankomt.
Bij weefseluitzetting wordt er een ballonnetje onder de huid of onder een spier geplaatst en geleidelijk opgeblazen gedurende enkele weken, tot het volume groot genoeg is en de ronding van de borst goed is. Dit type van reconstructie is enkel mogelijk als de huid gezond is en alle elastische eigenschappen heeft. Ze mag dus niet bestraald zijn geweest.
De grootste nadelen van deze techniek:
Grootste voordeel van deze techniek: dit is een veel lichtere operatie dan die nodig voor een reconstructie met huid-spierflappen.
De chirurg kan beslissen om een van de buikspieren, de zogenaamde 'rechte buikspier', en wat huid en vet te gebruiken om de borst te reconstrueren (de 'TRAM-techniek') . Patiënten zijn vaak verleid door die techniek omdat ze in één operatie een nieuwe borst én een platte buik krijgen. Toch mogen ze het risico op een hernia (uitstulping van weefsel) niet over het hoofd zien.
Bij deze techniek wordt huid van de oksels gebruikt (de zogenaamde 'lelietechniek'). Die huidzone wordt verdeeld in 3 'bloemblaadjes' die van bloedvaten worden voorzien door de grote rugspier. De borst wordt dan met dit weefsel gereconstrueerd.
Er zijn nog andere weefselzones die bruikbaar zijn voor de reconstructie van de borst. Zo is er bijvoorbeeld de grote rugspier tegenover de geopereerde borst of de grote bilspier. De chirurg gebruikt die verschillende flappen om zo weinig mogelijk spieren op de buikwand te moeten wegnemen.
De borsten worden symmetrisch gemaakt door de andere borst te verkleinen of te vergroten. Als dit nodig is of als de patiënt ervoor kiest, dan gebeurt dit minstens 3 maanden na de reconstructie zodat de gereconstrueerde borst haar definitieve vorm en volume kan vinden.
Tegelijk wordt ook de tepel van de nieuwe borst gereconstrueerd.
De tepel wordt meestal enkele weken en zelfs maanden na de ingreep gereconstrueerd. Die wachttijd is noodzakelijk omdat het nieuwe weefsel zijn plaats moet vinden. Daardoor moet de tepel nog even wachten op een definitieve plaats.
De tepelreconstructie gebeurt ofwel:
Getuigenis