Er bestaan kwaadaardige (kanker) en goedaardige eierstoktumoren. We gaan het hier enkel over de kwaadaardige vorm hebben. Het verschil tussen beide schuilt in het type van weefsel waaruit ze groeien. Over het algemeen spreken we over 3 types.
Het onderscheid tussen die verschillende types is belangrijk omdat elke vorm om een andere behandeling vraagt. In dit hoofdstuk zullen we het enkel over epitheeltumoren (adenocarcinoom) hebben.
Groeivormen
Eierstokkanker kan zich uit één of uit beide eierstokken ontwikkelen. In een vroeg stadium blijft de ziekte beperkt tot de eierstok(ken). Zodra de tumor groter wordt, is er echter een risico op uitzaaiingen:
Uitzaaiingen via de bloedbaan zijn bij eierstokkanker zeldzaam, in tegenstelling tot andere vormen van kanker.
Ascites
Eierstokkanker kan gepaard gaan met een ophoping van vloeistof in de buikholte, wat we ascites of buikwaterzucht noemen. Bovendien wordt die vloeistof vaak traag afgevoerd omdat de normale afvoerwegen worden versperd door kankercellen.
Ascites kan de buik doen opzwellen, wat een zwaar gevoel geeft. Er kan een paar centiliter tot meerdere liters van die vloeistof in de buikholte zitten. Een punctie om die vloeistof te verwijderen, kan het ongemak tijdelijk verminderen.
Borderlinetumor: een andere behandeling
Van alle epitheeltumoren is zo'n 10 tot 15 % een zogenaamde 'borderlinetumor'. Dat betekent dat hij op de grens tussen een goedaardige en kwaadaardige eierstoktumor zit.
Patiënten met zo'n 'borderlinetumor' krijgen dan ook een andere behandeling dan vrouwen met een duidelijk kwaadaardige tumor. Meestal volstaat een chirurgische ingreep en zijn de kansen op genezing groot.
Elk jaar tekenen we in België zo'n 870 gevallen van eierstokkanker op. Hij komt vooral voor bij vrouwen ouder dan 55 jaar, maar kan eigenlijk op elke leeftijd opduiken. Een specifieke vorm van eierstokkanker, de kiemceltumor, treedt doorgaans op bij jongere vrouwen.
Vrouwelijke geslachtsorganen kunnen worden onderverdeeld in:
Aan weerszijden van de baarmoeder zitten de eileiders en de eierstokken. Deze organen worden door steunweefsel op hun plaats gehouden in het onderste deel van de buikholte.
De eileiders verbinden de baarmoeder met de eierstokken. De eierstokken hebben een ovale vorm. Wanneer de vrouw in een vruchtbare periode zit, zijn die eierstokken vier tot vijf centimeter lang en twee tot drie centimeter breed. Na de menopauze worden ze kleiner. De eierstokken liggen dicht bij:
De eierstokken vervullen twee taken.
1. De aanmaak van hormonen
Hormonen zijn natuurlijke chemische stoffen die in het bloed worden afgescheiden. Zo beïnvloeden ze bepaalde organen of biologische processen in het lichaam. Er zijn verschillende organen die elk andere hormonen aanmaken. De eierstokken scheiden de vrouwelijke geslachtshormonen af. Die afscheiding wordt op haar beurt beïnvloed door andere hormonen die worden aangemaakt in een bepaald deel van de hersenen.
De hormonen uit de eierstokken zijn onder meer verantwoordelijk voor
2. De vorming en rijping van eicellen
Al vóór onze geboorte zitten er 'primitieve' eicellen in de eierstokken. In de puberteit zorgen de vrouwelijke hormonen ervoor dat die eicellen gaan 'rijpen'. Als dat proces normaal verloopt, heb je om de vier weken een eisprong. De eierstok laat dan een eicel vrij, die dan via de eileiders in de baarmoeder terechtkomt.
De eierstokken bestaan voornamelijk uit de volgende weefsels:
In die weefsels kunnen verschillende soorten van tumoren verschijnen.
Over de oorzaken van eierstokkanker is niets geweten. Uit statistieken blijkt wel dat deze kanker vaker voorkomt bij vrouwen met weinig of geen kinderen. Er zijn aanwijzingen dat veelvuldige zwangerschappen en het gebruik van de anticonceptiepil het risico op eierstokkanker zouden verminderen.
Familiale voorgeschiedenis
Het gebeurt soms dat er in één familie verschillende vrouwen eierstokkanker krijgen. Wanneer de ziekte voorkomt bij minstens twee vrouwen die in de eerste graad familie van elkaar zijn, dan spreekt men van een 'verhoogd risico op eierstokkanker'. Dat is bijvoorbeeld het geval als er eierstokkanker optreedt bij
Erfelijke aanleg
Als je je afvraagt of jouw ziekte misschien erfelijk is, dan spreek je daar het best over met je dokter.
Net als alle vormen van kanker is ook eierstokkanker niet besmettelijk. Je partner loopt dus geen enkel risico tijdens bijvoorbeeld seksuele betrekkingen.
De symptomen treden laat op omdat de eierstokken nogal vrij bewegen in de buikholte. Daarom vertonen de patiënten aan het begin van de ziekte doorgaans geen bijzondere afwijking. Dat maakt dan ook dat eierstokkanker vaak laattijdig wordt vastgesteld.
Als de ziekte uitbreidt, kunnen de volgende symptomen optreden:
Al die symptomen kunnen gepaard gaan met andere aandoeningen. Als de klachten 3 tot 4 weken aanhouden, is een medisch onderzoek noodzakelijk. Neemt de tailleomtrek na de menopauze snel toe? Dan ga je het best zo snel mogelijk naar de huisarts.
Er bestaat op dit moment geen systematische opsporing van eierstokkanker. Vrouwen met een familiaal risico kunnen wel een specifieke opvolging krijgen. Dit wordt geval per geval besproken met de gynaecoloog.
Als je één of meerdere symptomen vaststelt en daarmee naar de dokter stapt, zal die een klinisch onderzoek uitvoeren. Zo nodig zal hij je doorverwijzen naar een gynaecoloog gespecialiseerd in ziekten van de vrouwelijke geslachtsorganen.
De gynaecoloog zal gewoonlijk beginnen met het betasten en licht bekloppen van de buik. Zo weet hij of er er vloeistof in de buikholte zit en of de eierstok groter is geworden. Hij gaat vervolgens over tot een inwendig onderzoek van de vagina en de endeldarm. Die onderzoeken zijn wat vervelend, maar meestal niet echt pijnlijk.
De dokter brengt één of twee vingers in de vagina in. De andere hand ligt op de buik van de patiënte. Zo kan hij zich een beeld vormen van de ligging en omvang van de organen van de onderbuik en vooral de eierstokken. De gynaecoloog brengt een speculum (verwijder of 'eendenbek') in om de vagina en de ingang van de baarmoeder beter te kunnen zien.
De dokter brengt een vinger in het rectum (endeldarm) in. Zo probeert hij het onderste deel van de buikholte en de organen die er liggen te voelen.
Een echografie is een onderzoek dat gebruikmaakt van geluidsgolven (ultrasoon). Door de weerkaatsing (echo) van die geluidsgolven worden de organen weergegeven op een scherm. De dokter brengt een staafvormig echografisch toestelletje in de vagina in. Zo krijgt hij een duidelijk beeld van de baarmoeder en de eierstokken en kan hij mogelijke afwijkingen zien. Dankzij de echografie kan hij ook zien of er vloeistof in de buikholte zit en kan hij de hoeveelheid ervan inschatten.
De dokter zal eerst een algemeen bloedonderzoek aanvragen. Hierbij wordt ook gekeken naar de CA125-concentratie in het bloed. Die stof kan worden gesynthetiseerd door de kankercellen van de eierstokken, die ze afscheiden in het bloed.
Die CA125 wordt een 'tumormerker' genoemd. Ze zit in overdreven hoeveelheden in het bloed bij ongeveer 80 % van de patiënten met eierstokkanker.
Als de tumor door de behandeling verkleint of verdwijnt, zal ook de CA125-concentratie in het bloed afnemen en misschien zelfs volledig verdwijnen. De CA125-concentratie wordt dus gemeten om te bepalen of de behandeling vruchten afwerpt, maar ook tijdens controles na afloop van die behandeling.
Bij de uitwerking van je behandelingsplan zijn verschillende specialisten betrokken. De dokters zullen je een behandeling op maat van jouw specifieke situatie voorstellen, bepaald op basis van de volgende elementen:
Na de operatie zal de dokter misschien een bijkomende behandeling in de vorm van chemotherapie of radiotherapie voorstellen.
Chirurgie is de voornaamste behandeling van eierstokkanker, welk stadium of type dan ook. De bedoeling van de chirurgie:
Chemotherapie is heel belangrijk in de behandeling van eierstokkanker. Ze kan worden voorgesteld in de volgende gevallen:
Chemotherapie is een behandeling van kanker met behulp van speciale geneesmiddelen die we cytostatica noemen. Ze kunnen de cellen vernietigen in hun vermenigvuldigingsfase, wat het geval is met kankercellen. Er zijn verschillende combinaties van geneesmiddelen mogelijk. Afhankelijk van het stadium van de ziekte en je algemene toestand zal de dokter samen met jou bepalen welke combinatie het best past bij jouw specifieke behandeling.
De cytostatica worden toegediend in opeenvolgende kuren, met afwisseling van periodes
Het aantal chemokuren hangt af van het stadium van de ziekte en de geneesmiddelen die je gebruikt. Vóór elke kuur wordt je bloed onderzocht om in te schatten of je lichaam wel een extra behandeling aankan. Na een bepaald aantal kuren worden er onderzoeken uitgevoerd om te bepalen of de behandeling heeft gewerkt.
Cytostatica vallen niet alleen de kankercellen aan, maar ook de gezonde cellen die zich delen. Daardoor kunnen er ook vervelende bijwerkingen optreden, zoals:
Er bestaan echter geneesmiddelen die de meeste van die bijwerkingen grotendeels kunnen tegengaan.
Stralingen met een heel hoge energiewaarde kunnen de kankercellen doden. Ze veroorzaken celschade die, door minder doeltreffende herstelmechanismen, zich meer toespitst op de kankercellen dan op het gezonde weefsel.
Patiënten met eierstokkanker in stadium I (enkel agressieve vormen) en stadium II wordt soms een uitwendige bestraling aangeraden, namelijk een straling door de huid heen, na de operatie. De bijzonderheden:
De stralen treffen niet alleen kankercellen, maar ook de gezonde cellen die in de bestraalde zone liggen. Daardoor kunnen er ook bepaalde bijwerkingen optreden.
Die symptomen verdwijnen doorgaans enkele weken na afloop van de behandeling. Toch kampen sommige patiënten met een aanhoudende vermoeidheid. Op de afdeling radiotherapie krijgen ze persoonlijk advies dat deze bijwerkingen zoveel mogelijk moet indijken.
Deze vorm van radiotherapie wordt toegediend bij pijn veroorzaakt door uitzaaiingen naar de beenderen of de lymfeklieren. In dit geval moet de behandeling de uitzaaiingen afremmen en hun omvang zo veel mogelijk beperken. De totale hoeveelheid stralingen is hier lager dan die van een adjuvante behandeling. Er zijn dan ook minder bijwerkingen.
Getuigenis