Onthaal > Publicaties > Nieuws voor u gelezen > 2005-2004 Archief - Medisch nieuws

2005-2004 Archief - Medisch nieuws

Afdrukken E-mail

-Vooruitgang in het wetenschappelijk kankeronderzoek Nieuws 17-12-05 
-Anti-diefstalsystemen gevaarlijk voor de gezondheid? Nieuws 16-12-05 
-Een verband tussen diabetes en darmkanker? Nieuws 18-11-05 
-GSM en kanker: een symposium rond dit thema Nieuws 18-11-05 
-Borstkanker: beperkt herval en verlengde levensduur Nieuws 12-11-05 
-Het Nationaal Kankerregister: opnieuw uit de startblokken! Nieuws 29-10-05 
-De pil en kanker doen over zich spreken! Nieuws 22-10-05 
-Mobiele telefonie en kanker Nieuws 06-10-05 
-Loopbaanonderbreking Nieuws september 2005 
-Hergroepering van de centra voor kinderoncologie Nieuws 28-09-05 
-Komt kanker vaker voor in bepaalde gebieden? Nieuws 28-09-05 
-Minder kanker bij patiënten met trisomie 21? Nieuws 16-09-05 
-Epothilone: een nieuw geneesmiddel tegen kanker ligt voor ter studie Nieuws 09-09-05 
Borstkanker bij mannen
Nieuws 22-08-05 
-Nanocellen: intelligente behandelingsbommen? Nieuws 03-08-05 
-Van taxus tot kankerwerend geneesmiddel Nieuws 02-08-05 
-Een procureur uit Turijn heeft belangstelling voor Eternit Nieuws 02-08-05 
-Tomotherapie: nieuwe vooruitgang in de behandeling van kanker Nieuws 19-07-05 
-BNCT: een vernieuwende behandeling die chemo- en radiotherapie combineert Nieuws 25-06-05 
-Onverklaarbare toename van het aantal gevallen van teelbalkanker Nieuws 15-06-05 
-Hoogspanningslijnen: groter risico op leukemie bij kinderen? Nieuws 15-06-05 
-Baby’s in de kribbe: verlaagd risico op leukemie op lange termijn? Nieuws 07-06-05 
-Stamcellen en risico op kanker Nieuws 01-06-05 
-Is Avastin ook doeltreffend bij bepaalde longkankers? Nieuws 20-05-05 
-Lijden onze adolescenten aan tanorexia? Nieuws 19-05-05 
-Zijn uitlaatgassen kankerverwekkend? Nieuws 27-04-05 
-Bevat tandpasta kankerverwekkende stoffen? Nieuws 23-04-05 
-Acrylamide onder de loep! Nieuws 18-04-05 
-Cetuximab steeds meer in gebruik? Nieuws 13-04-05 
-Bestraling na borstkanker veroorzaakt minder hartsterfte Nieuws 04-04-05 
-Nieuws in de behandeling van blaaskanker? Nieuws 29-03-05 
-Verhoogd risico op eierstokkanker door melk? Nieuws 16-03-05 
-Een vaccin tegen hersengezwellen Nieuws 12-03-05 
-Het AIDS virus gebruiken om kankercellen te doden? Nieuws 11-03-05 
-Obesitas en PSA gehalte Nieuws 19-02-05 
-Eternit viert zijn honderdjarig bestaan! Nieuws 09-02-05 
-Multipel myeloom: een vernieuwende behandeling Nieuws 05-02-05 
-Zou er een verband bestaan tussen diabetes en bepaalde vormen van kanker ? Nieuws 24-01-05 
-Toename van kanker bij jongeren Nieuws 18-12-04 
-De visie op de herkomst van maagkanker is aan herziening toe Nieuws 11-12-04 
-Luchtverfrissers, kaarsen, geurstaafjes op het beklaagdenbankje Nieuws 27-11-04 
-Cetuximab en radiotherapie: een doeltreffende combinatie om bepaalde kankers te behandelen Nieuws 27-11-04 
-Betere behandeling tegen darmkanker Nieuws 13-11-04 
-Obesitas en kanker: de band wordt duidelijker Nieuws 06-11-04 
-Herceptinen en longkanker: een behandeling die het overwegen waard is ! Nieuws 03-11-04 
-Zijn rassen genetisch bepaald ? Nieuws 30-10-04 
-Sint-janskruid en kanker: opgelet voor interacties ! Nieuws 30-10-04 
-Bestaat er een verband tussen borstkanker en melanoom? Nieuws 19-10-04 
-Bloedarmoede en kanker: een vaak onderschatte link Nieuws 19-10-04 
-Nobelprijs Chemie 2004 Nieuws 09-10-04 
-Een stap vooruit in de strijd tegen uitzaaiingen Nieuws 11-09-04 
-Prostaatkanker blijft toenemen Nieuws 08-09-04 
-Tankstations en risico op leukemie bij kinderen Nieuws 04-09-04 
-Gebruik van cannabis bij de behandeling van hersengezwellen Nieuws 01-09-04 
-Reconstructie strottenhoofd na kanker Nieuws 02-08-04 
-Asbest: breek de stilte Nieuws 17-07-04 
-Nieuws voor de behandeling van bepaalde vormen van prostaatkanker Nieuws 03-07-04 
-Multipel myeloom: nieuwe behandelingen in onderzoek Nieuws 03-07-04 
-Behandeling met hormoonsubstituten moeilijk te evalueren Nieuws 30-06-04 
-Verhoging van het aantal gevallen van borstkanker bij mannen Nieuws 25-06-04 
-Cocktail van pre- en probiotica voor tumorbeheersing ? Nieuws 25-06-04 
-Doeltreffender chemotherapie voor longkanker Nieuws 11-06-04 
-Kankerverwekkende stoffen in voorbehoedsmiddelen ? Nieuws 09-06-04 
-Het patent op het BRCA1-gen is geweigerd Nieuws 04-06-04 
-Een nieuwe genetische afwijking die het risico op borstkanker kan verdubbelen Nieuws 29-05-04 
-Strijd nog niet gestreden! Nieuws 17-05-04 
-'Business Incubator' en 'Photon Pump' : Opgelet voor oplichterij ! 
-Een analogie tussen littekenvorming en kanker ? Nieuws 29-04-04 
-Een belangrijke ontdekking in de strijd tegen leukemie Nieuws 28-04-04 
-Wereldpremière in Brussel: 11 maanden na transplantatie van eierstokweefsel, is een jonge -ex-kankerpatiënte zwanger! Nieuws 27-04-04 
-Borstprothesen en risico op kanker Nieuws 16-04-04 
-Meer overlijdens door longkanker dan door borstkanker bij Amerikaanse vrouwen ! Nieuws 16-04-04 
-Steeds meer kinderen krijgen kanker Nieuws 03-04-04 
-Kanker: wanneer vervuiling dodelijk wordt Nieuws 03-04-04 
-Borstprothesen: risico op kanker ? Nieuws 31-03-04 
-Groene thee zou kankerproces vertragen Nieuws 26-03-04 
-Avastin: een nieuwe, beloftevolle behandeling Nieuws 05-03-04 
-Bestaat er een verband tussen antibiotica en borstkanker ? Nieuws 21-02-04 
-Het type van hersendood laat sporen na Nieuws 12-02-04 
-Na het gevaar van asbest dat van hittebestendige vezels? Nieuws 25-01-05 
-Onrust rond zalm Nieuws 19-01-04 
-Spelen deodorants een rol bij bepaalde borstkankers ? Nieuws 16-01-04 
-Het verkoudheidvirus in de behandeling van huidkanker ? Nieuws 14-01-04 
-EMSY: de missing link tussen erfelijke en niet-erfelijke vormen van borstkanker? Nieuws 08-01-04 


Vooruitgang in het wetenschappelijk kankeronderzoek

Nieuws 17-12-05

Het recent onderzoekswerk van dr. François Fuks en professor Yvan de Launoit (labo voor moleculaire virologie aan de ULB) heeft geleid tot de ontdekking van een regelmechanisme voor genen waaraan tot op heden nog niet gedacht werd. Deze veelbelovende ontdekking in de strijd tegen kanker komt ter sprake in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature. Voor de geïnterviewde onderzoekers zou het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen gebaseerd op deze resultaten nog enkele jaren in beslag moeten nemen.

Bronnen: Belga, 14-12-05 ; Le Soir, 15-12-05 ; la Meuse, 15-12-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Epigenetica, de wetenschap die de bedekking van het DNA bestudeert, vormt de kern in het onderzoekswerk van de twee vorsers. Meer bepaald, kleine chemische groepen, methyls genaamd, die zich aan de DNA-structuur kunnen hechten. Deze ?methylering van het DNA? draagt bij tot de specialisering van cellen door de expressie van bepaalde genen te vergrendelen. Die wijzingen doen zich bovendien in meer dan 65 % van de kankergevallen voor. Sinds die ontdekking zijn er klinische proeven gevoerd op basis van methyleringsremmers van het DNA. Die hebben geleid tot remissies bij bepaalde patiënten met een welbepaalde vorm van leukemie. Enige schaduwzijde: deze remmers zijn vrij giftig.

Het werk van François Fuks en Yvan de Launoit, die financiële steun genieten van de Stichting tegen Kanker, laat misschien toe om dat obstakel te omzeilen. In samenwerking met collega's van de KU Leuven en Franse en Spaanse collega's, hebben de onderzoekers een nieuw controlemechanisme van de genen ontdekt. Het gaat om een tweede epigenetische grendel (?Polycom eiwitten? genoemd) die bijdraagt tot de expressieremming van bepaalde genen, samen met de methylering van het DNA.

Dit onderzoekswerk bevindt zich wel nog maar in een wetenschappelijke fase. Binnen dit en enkele jaren zou dat wel kunnen leiden tot de ontwikkeling van originele geneesmiddelen die specifieker inwerken op de kanker dan de medicijnen van vandaag. Zo zouden de giftige effecten van de remmers van vandaag beperkt kunnen blijven.

 





GSM en kanker: een symposium rond dit thema

Nieuws 18-11-05

Onlangs organiseerde de European Cancer Prevention Organisation (ECP) in Blankenberge een symposium om een stand van zaken rond dit onderwerp te geven. Centraal stond de vraag of GSM's gevaarlijk zijn voor de gezondheid. De experts kwamen tot het besluit dat er momenteel weinig voldoende ruime wetenschappelijke studies bestaan om te besluiten of er een verband bestaat tussen GSM en kanker.

Bronnen: Dimanche, 06-11-05 ; Vers l'Avenir, 07-11-05, De Zondag, 06-11-05 ; Het Laatste Nieuws, 08-11-05 ; Het Belang van Limburg, 07-11-05 ; Gazet van Antwerpen (08-11-05)

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Volgens recente statistieken bezit 20 % van de jonge Amerikanen en 90 % van de Europese jongeren een GSM. Verwacht wordt dat die cijfers nog zullen stijgen. De straling die de draagbare telefoons uitstoten blijft dan ook voor ongerustheid zorgen.

Momenteel kunnen experts tien jaar terug gaan in de tijd om de gegevens van grootscheepse onderzoeken rond dit onderwerp te analyseren. Het merendeel daarvan richt zich op de hersenen, de ogen en oren omdat die het dichtst bij het toestel komen. Tot op heden is er geen duidelijk verband tussen een bepaalde kanker en GSM-gebruik vastgesteld. Toch wijzen bepaalde onderzoeken op biologische problemen. Dat is het geval voor de ontwikkeling van acustiecusneurinomen, kleine cystes die zich kunnen vormen op de gehoorzenuw. Als ze niet tijdig opgespoord en behandeld geraken, kunnen deze cystes leiden tot doofheid.

Tot op heden is er dus geen verband vastgesteld tussen kanker en GSM-gebruik. Er blijven echter nog altijd een aantal vragen onbeantwoord! Voor heel wat kankers is de latentietijd relatief lang (soms meer dan 20 jaar!). Is een periode van 10 jaar dan voldoende om tot eensluidende en definitieve conclusies te leiden? Bovendien zijn de meeste onderzoeken tot op heden altijd uitgevoerd bij volwassenen. Wat met de impact op jonge kinderen, bij wie de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn? Of bij oudere mensen, bij wie het afweersysteem verzwakt kan zijn?

Tegenover deze onzekerheden lijkt het ons absoluut noodzakelijk om de onderzoeken voort te zetten om zo voldoende afstand te hebben om de nog niet opgehelderde vragen te beantwoorden.

In tussentijd moeten we leren onze GSM op de juiste manier te gebruiken: korte gesprekken, geen oproepen in een voertuig in beweging (het vermogen dat de GSM uitstoot om de dichtstbijzijnde relaisantenne te vinden, ligt dan heel hoog), vermijd om de telefoon dichtbij het oor te houden wanneer u een nummer vormt, laat kinderen geen GSM gebruiken enzovoort. Kortom: het gezond verstand ten dienste van de preventie!

 





Anti-diefstalsystemen gevaarlijk voor de gezondheid?

Nieuws 16-12-05

Het vrouwelijk personeel van een gemeentelijke bibliotheek maakt zich zorgen over zijn gezondheid. Op de vijfenveertig vrouwen die er werken, hebben er vier borstkanker. Dat is een vrouw op negen, terwijl de frequentie in de rest van het land een op tien of elf bedraagt. Ze vragen zich af of het elektromagnetische antidiefstalsysteem geen rol speelt in hun gezondheidsproblemen.

Bron: Gazet van Antwerpen, 09-12-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Om diefstal te bestrijden en om de identificatie van de uitgeleende boeken te verbeteren, zijn een heleboel bibliotheken tegenwoordig uitgerust met een elektromagnetisch antidiefstalsysteem. Vaak gaat het om etiketten, ?tags? genaamd, die bestaan uit een elektronische chip die met een antenne verbonden is. De overdracht van informatie via een lezer gebeurt met verschillende frequenties. Zo zijn er hoge frequenties HF (13,56 MHz) en ultrahoge frequenties UHF (850-950 MHz).

In bepaalde gevallen is de situatie dus te vergelijken met die bij elektromagnetische velden uitgestraald door GSM's! Tot op heden zijn er echter nog geen duidelijke bewijzen voor hun negatieve invloed.

Er lopen uiteraard een aantal wetenschappelijke onderzoeken daarrond. Tot nu toe is er echter nog geen reden om zich ongerust te maken over de effecten van elektromagnetische velden, zoals in de bibliotheken, op de gezondheid.

Bovendien mogen we niet vergeten dat dit soort toestellen wijd verspreid is (anti-diefstalsystemen, automatische tolheffing op autowegen, toegangscontrole enzovoort. Het klopt dat we letterlijk in elektromagnetische golven baden, maar waarom zouden bibliotheken gevaarlijker zijn dan supermarkten bijvoorbeeld?

Ten slotte kunnen kleine schommelingen in de frequentie van kankers, zoals in die bibliotheek, het resultaat zijn van puur statistisch toeval. We zouden ook de gemiddelde leeftijd van deze groep vrouwen moeten kennen. Leeftijd is immers de voornaamste risicofactor bij borstkanker. Het zou niet verwonderlijk zijn als de ziekte prominenter aanwezig is bij een groep vrouwen die ouder is dan gemiddeld...





Een verband tussen diabetes en darmkanker?

Nieuws 18-11-05

Volgens de resultaten van een groot onderzoek bij 200 000 patiënten in de Verenigde Staten lopen diabetici 1,4 meer kans op darmkanker dan mensen die niet aan diabetes lijden. Donald Garrow (Medical University of South Carolina, USA) raadt dan ook aan om een striktere opsporingspolitiek te voeren bij die groep.

Bron: Artsenkrant, 08-11-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Type 2 diabetes is een ziekte die te wijten is aan de resistentie van weefsels voor insuline. Om die resistentie tegen te gaan, maakt het lichaam nog meer insuline aan (hyperinsulinemie), maar dat volstaat niet om het suikergehalte van het bloed te regelen. De suikerspiegel stijgt dus. Een te hoog suikergehalte ligt aan de basis van tal van verwikkelingen van de bloedvaten, nieren en ogen.

De resultaten van het onderzoek, onlangs voorgesteld tijdens het jaarlijkse congres van het ?American College of Gastroenterology? lijkt erop te wijzen dat we darmkanker kunnen toevoegen aan het lijstje van mogelijke verwikkelingen bij type 2 diabetes.

Andere onderzoeken bij kleinere bevolkingsgroepen hadden ook dat verband al aangetoond (Karolinska Institute van Stockholm, universiteit van Seoel bijvoorbeeld). Het onderzoek uitgevoerd door het team van dokter Garrow is het meest volledige. Tussen 1997 en 2003 hebben ze ongeveer 226 000 Amerikaanse patiënten gevolgd. 5,9 % van deze patiënten leed aan diabetes. Na correctie voor verschillende factoren zoals leeftijd, etnische afkomst, geslacht, zwaarlijvigheid, alcoholgebruik, roken en lichaamsbeweging, hebben de onderzoekers berekend dat diabetici ongeveer anderhalve keer meer kans hebben op darmkanker dan niet-diabetici.

De reden daarvoor is nog niet helemaal duidelijk, maar het team van Garrow heeft in het labo aangetoond dat een verhoogde insulineconcentratie de cellen van het darmslijmvlies aantast. Die transformeren zich dan geleidelijk tot kankercellen.

Met deze resultaten in het achterhoofd hebben al veel Amerikaanse gastro-enterologen aangekondigd dat ze hun diabetespatiënten nauwgezetter zouden volgen en hen een darmkankeropsporing zouden voorschrijven.

 





Borstkanker: beperkt herval en verlengde levensduur

Nieuws 12-11-05

Een relatief nieuw geneesmiddel ((Herceptine of Trastuzumab) is getest voor de behandeling van borstkankers in een vroegtijdig stadium. De resultaten zorgen alvast voor behoorlijk wat enthousiasme bij de oncologen: na een jaar behandeling was het percentage van vrouwen, die hervielen na toediening van het nieuwe geneesmiddel, sterk gedaald.

Bronnen : La Meuse, 03-11-05 ; La Libre Belgique, 02-11-05 ; Le Soir, 03-11-05 ; Aartsenkrant, 28-10-05 ; Femmes d'Aujourd'hui, 03-11-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Een vrouw op de elf krijgt borstkanker in de loop van haar leven. In België betekent dat jaarlijks meer dan 7 000 nieuwe gevallen. Gelukkig komt het merendeel van de borstkankers in een vroeg stadium aan het licht zodat een snelle behandeling mogelijk is. Desondanks hervallen een aantal patiëntes in de jaren die volgen na de behandeling. Doelstelling van de onderzoekers nu is dat hervallen te vermijden. Daar zijn ze in geslaagd bij de helft van de patiëntes met een welbepaalde vorm van borstkanker, ?HER-2 positief?.

De gezwellen in kwestie kenmerken zich door de aanwezigheid van specifieke eiwitten op hun oppervlak. Deze ?HER-2? eiwitten zijn verantwoordelijk voor de snelle groei van het gezwel en maken het bijzonder agressief. HER-2, dat aanwezig is in ongeveer een borstkanker op de vijf, is hét doelwit voor een nieuw geneesmiddel, trastuzumab genaamd (of Herceptine, een monoclonaal antilichaam geproduceerd door het farmaceutische bedrijf Roche). Dit geneesmiddel komt zich vastzetten op HER-2, verhindert de werking en blokkeert zo de wildgroei van de kankercellen.

Tot voor kort was Herceptine uitsluitend bestemd voor patiënten met uitzaaiingen. Vervolgens wilden artsen het testen in een vroeger stadium van de ziekte om herval te vermijden. Dat vormde nu het onderwerp van een groot onderzoek, gecoördineerd door België, waarbij meer dan 5 000 vrouwen betrokken waren. De eerste resultaten van dit enorme onderzoek werden voorgesteld op een internationaal congres in Parijs (ECCO).

De enige schaduwzijde is de hoge kost van de behandeling: € 36 000 per patiënt voor een jaar behandeling!

Na de bekendmaking van de resultaten van het onderzoek hebben bepaalde landen, zoals Frankrijk bijvoorbeeld, een budget vrijgemaakt om de behandeling terug te betalen aan vrouwen die ze ondergaan. Hetzelfde lijkt te gebeuren in Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland. Bij ons zijn er onderhandelingen aan de gang met het ministerie van volksgezondheid... maar de terugbetaling is nog niet voor morgen. Dat is wel het toppunt als men weet dat België, onder leiding van professor Martine Piccart, dit belangrijke onderzoek gecoördineerd heeft!

 





Het Nationaal Kankerregister: opnieuw uit de startblokken!

Nieuws 29-10-05

Sinds 1998 had het Nationaal Kankerregister geen nieuwe statistische gegevens meer gepubliceerd over de incidentie (aantal nieuwe gevallen) van kanker in België. De reden? Een lange herstructurering en een nijpend gebrek aan financiële middelen.

Sinds eind juni van dit jaar is er een nieuw kankerregister (Privéstichting Kankerregister) opgericht door de federale en gemeenschapsoverheden. Er is ook een wettelijk kader gecreëerd om het werk ervan te bepalen en te officialiseren. De tekst preciseert het wettelijke kader van het register, rekening houdende met de wetenschappelijke voorschriften en de bescherming van het privé-leven. De tekst regelt ook de aard van de op te tekenen medsiche gegevens en de manier waarop ze worden verzameld en overgedragen.

De Stichting tegen Kanker werkte hieraan mee en draagt actief bij tot de lancering van dit nieuwe register door financiële steun toe te kennen (€ 395 555 tussen nu en 2007). Dankzij dat geld van de Stichting zal de vertraging in de optekening en de analyse van de gegevens tussen de periode 1999-2003 snel achter de rug liggen. Vanaf eind 2006 zouden die gegevens beschikbaar moeten zijn.


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Verschillende Europese landen hebben al een kankerregister en de Europese Unie beveelt aan om er in elk land een te ontwikkelen.

Een degelijk kankerregister is immers van onschatbare waarde om:

-         de kwaliteit en de doeltreffendheid van de opsporing te evalueren;

-         de verzorgingsstructuren (personeel, nodige uitrusting) te plannen;

-         de doeltreffendheid van de verzorging te evalueren;

-         wetenschappelijk onderzoek uit te overen naar de oorsprong van kanker of hun behandelingen.


Als er een kankerregister ontbreekt, is het niet mogelijk om precies te zeggen hoe het gesteld is met de evolutie in de frequentie van kankers en om de doeltreffendheid van preventie, opsporing of behandelingen te meten.

De kankerregisters zijn dus essentiële instrumenten voor een volksgezondheid die naam waardig!

De minister van sociale zaken en volksgezondheid is zich bewust van het probleem, net zoals de gemeenschappen. Ze hebben dit jaar dan ook een budget van € 650 000 uitgetrokken om het nieuwe kankerregister te financieren. De Stichting tegen Kanker zorgt voor een bijkomende financiering van € 150 000 voor een periode van een jaar om de opstart van het register te versnellen.

De Stichting heeft alvast bijkomende subsidies voorzien voor 2006 en 2007. Na evaluatie van het verrichte werk zal de Stichting het nodige geld vrijmaken.

Terwijl de optekening van kankers in België de voorbije decennia nood had aan een wettelijk kader en de juiste middelen, zijn nu alle voorwaarden vervuld om van ons federaal register een model in zijn genre te maken!

Meer interessante informatie vindt u op www.kankerregister.be

U vindt er interessante brochures, tabellen en fiches.





De pil en kanker doen over zich spreken!

Nieuws 22-10-05

De pil beroert de gemoederen. Na een volledig onderzoek van de wetenschappelijke literatuur plaatsen de experts van het du Centre International de Recherche sur le Cancer (CIRC) het voorbehoedsmiddel onder de kankerverwekkende elementen van groep 1 (stoffen die zeker kankerverwekkend zijn). Hetzelfde geldt voor behandelingen met substituuthormonen.

Deze info zorgt al voor onrust. Wereldwijd gebruiken ongeveer 100 miljoen vrouwen de pil. Dat is ongeveer 10 % van de geslachtsrijpe vrouwen (gemiddeld 16 % in de ontwikkelde landen en 6 % in de ontwikkelingslanden). Het gebruik van kunstmatige hormonen (vaak onder de vorm van pil, maar ook als patch, vaginale ring of injectie) neemt trouwens toe.

Bron : Apothekerskrant, 30-09-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het CIRC maakt de bevindingen van een groep van 21 wetenschappers uit 8 landen nu officieel: ?Na een volledig onderzoek van de gepubliceerde wetenschappelijke lectuur blijkt dat de pil het risico op kanker van het baarmoederslijmvlies en de eierstokken doet dalen, maar wel een stijging veroorzaakt van borstkanker, baarmoederhalskanker en leverkanker?.

Het risico op verhoging voor borstkanker is ?licht?. Onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van de pil de wildgroei van epitheelcellen in de borst verhoogt. Voor wat het risico op baarmoederhalskanker betreft, stijgt het risico met de duur van gebruik. Dat is des te erger in de Derde Wereld, waar de kanker vaak voorkomt samen met het papillomavirus en waar de opsporing niet systematisch gebeurt. Het verhoogde risico op leverkanker wordt gedocumenteerd door het CIRC sinds 1999.

Wat moeten we de vrouwen nu aanraden? Het is moeilijk om daarop te antwoorden, maar het is wel een gegeven waarmee we rekening moeten houden bij individuele gesprekken die vrouwen kunnen hebben over voorbehoudsmiddelen met de huisarts of de gynaecoloog.

Alle geneesmiddelen hebben voordelen en nadelen. Bovendien zou het niet nemen van de pil vrouwen niet volledig beschermen tegen baarmoederhalskanker vermits die wordt geassocieerd met een seksueel overdraagbaar virus. De pil vermijden zou maar voor een beperkte daling van het risico op borstkanker zorgen. De oorzaken van borstkanker liggen eerder bij de verlengde levensduur, het steeds later zwanger worden en voedingsgewoonten.

Om voor en tegen beter af te wegen, is een gesprek met de arts nodig. Die zal rekening houden met de persoonlijke situatie van elke vrouw, met haar familiegeschiedenis en met andere medische antecedenten. Laat ons ook niet uit het oog verliezen dat er ook nog andere voorbehoedsmiddelen bestaan.





Mobiele telefonie en kanker

Nieuws 06-10-05

Het gebruik van de mobiele telefoon of ?GSM? is helemaal ingeburgerd in onze maatschappij. Dit gebruik is algemeen en stijgt nog voortdurend. Er rijzen dan ook vragen over eventuele risico's van de stralen die deze toestellen uitstralen. Onderzoekers, artsen en overheid krijgen regelmatig vragen over de mogelijke gevolgen van deze golven voor onze gezondheid.

Hoewel er tot op heden nog geen bewijzen zijn geleverd voor risico's voor de gezondheid blijven sommige mensen ongerust. Daarom heeft de Europese organisatie voor Kankerpreventie (ECP) het initiatief genomen om een symposium te wijden aan dat onderwerp op 4 en 5 november in het Floreal Resort in Blankenberge.

Voor meer informatie daarover kunt u terecht bij de voorzitter van de ECP, professor Jaak Janssens via het volgende mailadres: Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .

 





Komt kanker vaker voor in bepaalde gebieden?

Nieuws 28-09-05

De media pakken regelmatig uit met berichten over een grote toename van het aantal kankergevallen in bepaalde gebieden van het land. Kloppen die berichten? En hoe de cijfers nagaan en vooral interpreteren? Minister van volksgezondheid Catherine Fonck heeft zich recentelijk over een dergelijk probleem gebogen in de streek van Doornik.

Bron : La Dernière Heure, 21-09-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De streek van Doornik (Moeskroen, Doornik, Pecq, Estaimpuis, Kluisbergen, enzovoort) lijkt een groter aantal kinderkankerpatiënten te tellen dan de rest van het land.

Het is moeilijk om met objectieve cijfers op de proppen te komen voor deze vaststellingen omdat heel wat foutjes de gegevens kunnen vervalsen (patiënten uit verschillende gebieden samen in hetzelfde ziekenhuis bijvoorbeeld). Toch lijkt de situatie de artsen van de streek en minister Fonck te verontrusten. Ze hebben daarom contact opgenomen met de verantwoordelijken van het Kankerregister om de eerste becijferde gegevens te kunnen documenteren.

De enige manier om echt een antwoord te kunnen bieden op deze vraag is een epidemiologisch onderzoek laten uitvoeren. Dat is een onderzoek binnen een bevolkingsgroep om een verband vast te leggen tussen nefaste invloeden op de gezondheid en de oorsprong ervan. Dat zou moeten toelaten om het probleem beter te vatten, om de eventuele oorzaken ervan op te sporen en om de eventueel noodzakelijke preventiemaatregelen te nemen. Het punt is dat dit soort onderzoek onvermijdelijk jaren moet lopen alvorens resultaat op te leveren.

Intussen hebben de betrokkenen in de streek van Doornik beslist om een vzw op te richten met als doel de ouders te helpen die te maken krijgen met een zware ziekte van hun kind.

 

 

 





Minder kanker bij patiënten met trisomie 21?

Nieuws 16-09-05

Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs de resultaten gepubliceerd van een onderzoek dat aantoont dat solide gezwellen minder vaak voorkomen bij patiënten met trisomie 21 (of syndroom van Down) dan bij de bevolking in het algemeen. De sleutel van het mysterie ligt in dat chromosoom 21.

Bron: The Wall Street Journal Europe, 06-09-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Trisomie 21 (ook wel syndroom van Down of mongolisme genoemd) is geen heel zeldzame ziekte: op 700 geboortes is er 1 kind met trisomie 21. Genetisch gezien kenmerkt de ziekte zich door de aanwezigheid van een boventallig chromosoom (drie keer chromosoom 21 in plaats van twee). Die genetische afwijking veroorzaakt een mentale achterstand en bepaalde fysieke kenmerken.

Artsen hadden eerder al vastgesteld dat kanker minder vaak voorkwam bij deze patiënten (met uitzondering van leukemie) in vergelijking met de bevolking in het algemeen. Ze weten dat aan de relatief lage levensverwachting van de patiënten. Die hypothese klopt echter niet meer omdat mensen met het syndroom van Down de voorbije decennia hun levensverwachting gevoelig zagen stijgen.

Tegenwoordig is er ook meer gekend over chromosoom 21. De onderzoekers hebben er het gen in ontdekt dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van een welbepaad eiwit: endostatine. Vandaag weten we dat dit eiwit het vormingsmechanisme remt van nieuwe bloedvaten die een gezwel voeden zodat het gezwel kan groeien (dat heet neo-angiogenesis). Patiënten die lijden aan trisomie 21 hebben dus een hoge endostatinegehalte dan normaal. Dat beschermt hen tegen de ontwikkeling van solide gezwellen.

Deze vaststelling geldt niet voor leukemie omdat daar geen sprake is van solide gezwellen. Die vorm van kanker duikt op bij ongeveer 1 % van de kinderen met trisomie, 20 keer meer dan bij de bevolking in het algemeen.

 





Loopbaanonderbreking

Nieuws september 2005

Loopbaanonderbreking

Bij ziekte van een naaste willen sommige werknemers beschikbaar blijven om de patiënt te helpen en te begeleiden. Er bestaan daarvoor verschillende formules voor loopbaanonderbreking: sommige daarvan zijn recent gewijzigd.

Ouderschapsverlof is voortaan mogelijk voor ouders met kinderen tot zes jaar, en niet langer beperkt tot vier jaar.

Vrijaf om een zwaar zieke verwant bij te staan, kan een stuk makkelijker voor de alleenstaande werknemer.

Bovendien zijn de vergoedingen voor loopbaanonderbreking ook verhoogd.

Klik hier voor meer info.





Hergroepering van de centra voor kinderoncologie

Nieuws 28-09-05

De minister van volksgezondheid Rudy Demotte werkt momenteel aan een wetsontwerp om de verschillende centra voor kinderoncologie te hergroeperen in enkele grote referentiecentra. De minister wil hiermee grotere efficiëntie nastreven.

Drie Luikse ziekenhuizen zijn de minister voor: zij hebben een samenwerkingsakkoord getekend. Dat moet uitmonden in het opstarten van een referentiecentrum onder de naam SUHOPL (Service universitaire d'hématologie et d'oncologie pédiatriques liégeois).

Bronnen: Le Soir, 21-09-05 ; Le Jour, 21-09-05, La Libre ? Gazette de Liège, 21-09-05 ; La Dernière Heure,
              21-09-05 ; La Meuse, 21-09-05 ; Belga, 20-09-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Kanker komt zelden voor bij kinderen, maar helaas is de ziekte niet uitzonderlijk. Uit statistieken blijkt dat een kind op de 600 een kanker zal krijgen tussen zijn geboorte en zijn vijftiende. In België komt dat jaarlijks neer op 250 à 300 gevallen.

Toch beschouwt men de pediatrische oncologie  als de medische sector waarin de voorbije twintig jaar de grootste vooruitgang is geboekt. De overlevingskansen zijn zo gestegen van 25 tot 70 %.

Om echter de begeleiding bij de ziekte te verbeteren, is het belangrijk om de beste kennis te bundelen in uitmuntingscentra. Doel daarvan is het harmoniseren van de behandelingsprotocollen zodat de medische teams kunnen werken op basis van een programma voor gemeenschappelijke zorg. Ander voordeel: echt in multidisciplinaire teams werken. De jonge patiënten hebben er direct baat bij omdat ze kunnen genieten van een betere opvolging, een snelle tussenkomst bij complicaties en een betere kwaliteit van de psycho-medisch-sociale hulp.

 





Epothilone: een nieuw geneesmiddel tegen kanker ligt voor ter studie

Nieuws 09-09-05

Epothilone is een natuurlijk middel uit micro-organismen die zich in de grond bevinden (de myxobacteriën). Net zoals Taxol (geneesmiddel van de familie van de taxanen), waarmee het trouwens bepaalde gelijkenissen vertoont, heeft Epothilone een kankerwerende werking in celcultuur, maar ook bij dieren met verschillende soorten kanker die resistent zijn voor andere vormen van chemotherapie (taxanen en anthracyclines bijvoorbeeld). De resultaten waren alvast hoopvol en de molecule is nu in test bij een beperkt aantal patiënten met darmkanker, longkanker of borstkanker.


Bron: De Tijd, 08-09-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het gemeenschappelijke punt tussen Epothilone en Taxol is dat ze allebei inwerken op de microbuisbundels van de cellen. Dat zijn een soort van microscopische rails waarlangs de chromosomen zich verspreiden voor de celdeling. Door zich vast te hechten aan dat netwerk van microbuisjes verstoren Epothilone en Taxol de vermenigvuldiging van kankercellen.

Uit de eerste resultaten van de klinische proeven blijkt dat Epothilone toch wat neveneffecten veroorzaakt (misselijkheid bijvoorbeeld), maar toch een pak minder dan Taxol. Nog interessanter is dat Epothilone een kankerwerende invloed lijkt te hebben bij patiënten die resistent zijn voor andere chemotherapieën (op basis van Taxol).

Sommigen denken dan ook dat Epothilone op termijn Taxol zou kunnen onttronen als vaak gebruikt middel in chemotherapie! Het is misschien nog wat vroeg om harde uitspraken te doen over dat onderwerp, maar het is duidelijk dat de onderzoekers een hoopvolle molecule in handen hebben.

 





Borstkanker bij mannen

Nieuws 22-08-05

Borstkanker komt niet enkel voor bij vrouwen. Ook mannen kunnen de ziekte krijgen. Jaarlijks tellen we in België 44 overlijdens ten gevolge van borstkanker bij mannen.

Net zoals bij vrouwen is het belangrijk dat de diagnose zo vroeg mogelijk gesteld wordt om de behandeling onmiddellijk te starten. Meestal ontdekt de man de kanker zelf onder de vorm van een knobbeltje in de buurt van de tepel of erachter. Bloed- of vochtverlies via de tepel, roodheid, zwellingen of pijn zouden hem ertoe moeten aanzetten naar de dokter te gaan.


Bronnen: Test Santé, 01-08-05 ; La Dernière Heure, 05-08-05 ; Vers l'Avenir, 05-08-05 ; Le Soir, 05-08-05; Het Nieuwsblad, 06-08-05 ; Het Volk, 06-08-05 ;Het Laatste Nieuws, 05-08-05 ; Het Belang van Limburg, 05-08-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Onder de tepel hebben mannen kleine hoeveelheden borstweefsel. Ze kunnen dan ook borstkanker krijgen. Deze ziekte is trouwens relatief zeldzaam vermits ze amper 1 % van het totale aantal borstkankers vertegenwoordigt. De 99 % andere gevallen doen zich dan ook voor bij vrouwen.

De ziekte treft meestal vijftigplussers, maar ze kan zich voordoen op elke leeftijd.

Erfelijke aanleg komt voor bij de ziekte. De mutatie van het BRCA2-gen kan leiden tot een verhoogd risico op borstkanker bij mannen. Afwijkingen van het BRCA1-gen daarentegen lijken enkel bij vrouwen het risico te verhogen.

De vaakst voorkomende vorm van borstkanker bij mannen duikt op in de borstkanalen (kanaalcarcinomen). Meestal uiten de symptomen zich door een kleine pijnloze massa in de borst en een licht lekken van de tepel. Ook andere signalen moeten mannen aanzetten om hun dokter te raadplegen: zwelling, roodheid, huidvervelling of ?verzwering.

Borstkanker bij mannen is meestal vergelijkbaar met borstkanker bij vrouwen. De behandeling zal dus grotendeels hetzelfde verlopen.

Ten slotte mogen we borstkanker bij mannen niet verwarren met gynaecomastie. Dat is gewoon een toename van het volume van de borstklieren (hypertrofie) bij mannen. Dat fenomeen kan zich voordoen tijdens de puberteit of als reactie op bepaalde geneesmiddelen (tegen migraine, hoge bloeddruk of bepaalde behandelingen voor prostaatkanker.

 





Nanocellen: intelligente behandelingsbommen?

Nieuws 03-08-05

Onderzoekers van het MIT (Massachusetts Institute of Technology) hebben een behandeling tegen kanker bedacht, die in staat is om in het gezwel binnen te dringen, de weg naar buiten af te sluiten en vervolgens een stevige chemodosis te verspreiden zonder de naburige gezonde weefsels aan te tasten.

Deze ?intelligente bommen?, nanocellen genaamd, zijn een miljardste van een meter groot. Proeven op muizen met melanoom (agressieve huidkanker) bleken heel succesvol volgens een studie die is verschenen in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Bronnen : Belga, 27-07-05 ; La Libre Belgique, 28-07-05 ; La Dernière Heure, 28-07-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het principe van deze nieuwe behandelingsmethode is de volgende:

De bommetjes zijn kleiner dan een rood bloedlichaampje. Ze bestaan uit een vetomhulsel waarin een geneesmiddel is opgelost dat de angiogenesis (vorming van nieuwe bloedvaten tegengaat. Dit omhulsel zit rond een ?kern?, een soort stevig ballonetje (gemaakt uit bioafbreekbaar polymeer) dat het chemogeneesmiddel bevat (doxorubicine).

De nanocellen werken in twee tijden. Ze komen via intraveneuze injectie in de buurt van het gezwel. Op het moment waarop de ?nanobom? de cel binnendringt (via de bloedvaten die de cel voeden), lost het buitenste omhulsel op en komt de anti-angiogenesis vrij. De bloedvaten die het gezwel voeden, worden dan vernietigd zodat de nanocellen meteen vastzitten. Deze laten dan geleidelijk de chemotherapie vrij die de kankercellen vernietigt.

De proef gebeurde enkel op labomuizen. Hun overlevingskansen verdubbelden. Deze bemoedigende resultaten kunnen we echter niet zomaar overbrengen voor de mens. Het is echter wel een veelbelovend onderzoeksspoor.

 





Een procureur uit Turijn heeft belangstelling voor Eternit

Nieuws 02-08-05

De Turijnse procureur Raffaele Guariniello heeft de dossiers opgevraagd van 1 300 Italiaanse arbeiders die sinds 1970 overleden zijn aan de gevolgen van kanker, nadat ze in aanraking waren gekomen met asbest in de verschillende  Italiaanse fabrieken van Eternit. Het gaat om de fabrieken in Cavagnolo (Turijn), Casale Monferrato (Alessandria), Rubiera (Reggio Emilia) en Bagnoli (Napoli). Deze fabrieken behoorden grotendeels toe aan een Zwitserse groep, verbonden met de familie Schmidheiny, maar ook aan de Belgische groep Eternit. Eternit heet vandaag Etex en de baron Louis de Cartier de Marchienne was voorzitter van de raad van bestuur in de jaren zeventig en tachtig. De families van de Italiaanse slachtoffers willen een vergoeding voor de geleden schade en procureur Guariniello heeft aangekondigd de Belgische baron te willen vervolgen. Hij moest volgens hem wel op de hoogte zijn dat asbest schadelijk is. De baron ontkent dat ten stelligste.


Bronnen: La dernière Heure, 26-07-05 ; Het Laatste Nieuws, 26 et 27-07-05 ;  Gazet van Antwerpen, 27-07- 
              05 ; De Morgen, 27 et 29-07-05

Commentaar van ABEVA

Het is niet de eerste keer dat het Italiaanse gerecht werkgevers vervolgt omdat ze hun werknemers zonder informatie en voorzorgsmaatregelen blootgesteld hebben aan asbest. Het is wel de eerste maal dat het om een dergelijke omvang gaat.

Arbeidsinspecteurs en arbeidsgeneesheren in Frankrijk en Engeland stelden al aan het begin van de twintigste eeuw vast dat asbeststof gevaarlijk is.

De Engelse epidemioloog Richard Doll bewees in 1955 dat asbest kanker kan veroorzaken. Later toonde hij ook het verband aan tussen roken en longkanker. In 1960 kwamen ook borstvlieskanker en buikvlieskanker (mesothelioom genoemd) te wijten aan asbest aan het licht.

Vanaf de jaren negentig kwam er een geleidelijk verbod op het gebruik van asbest in verschillende Europese landen. België kwam in 1998 aan de beurt. Een Europese Richtlijn zorgt er sinds januari 2005 voor dat asbest verboden is in alle landen van de Europese Unie.

Het valt niet te ontkennen dat de asbestlobby (een handvol multinationals waaronder Eternit) een rol hebben gespeeld in het vertragen van maatregelen ter bescherming van de werknemers en van het leefmilieu.

Sommigen zeggen dat het ergste nog moet komen. Rekening houdende met de latentie van de kankers zal de piek in het aantal slachtoffers veroorzaakt door asbest pas rond 2020 worden bereikt. En dan houden we nog geen rekening met de asbest ?ter bescherming? in huizen en gebouwen.

ABEVA, de Belgische Vereniging van Asbestslachtoffers, huist sinds 2004 in het gebouw van de Stichting tegen Kanker. ABEVA zet zich in voor de erkenning alle asbestslachtoffers.
Ze dienden een voorstel in voor de oprichting van een Asbestfonds bij de Kamer. De Nationale Arbeidsraad heeft het project onderzocht. Een herschrijving volgt binnenkort.

 

 





Van taxus tot kankerwerend geneesmiddel

Nieuws 02-08-05

Het orderboekje van het Belgische bedrijf Bio-agrico uit Beert is behoorlijk gevuld. Hun specialiteit: taxus snoeien tussen juli en september om de grondstof te verzamelen die zal dienen voor de aanmaak van een kankerwerend geneesmiddel: taxol. Dat is bruikbaar voor de behandeling van bepaalde vormen van eierstokkanker, borstkanker of longkanker.

Bron: Het Nieuwsblad, 26-07-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De taxusboom groeit in onze streken en we weten al langer dat de boom giftig is (wanneer paarden en rundvee van de takken eten, heeft dat vaak fatale gevolgen).

In het begin van de jaren tachtig hebben de onderzoekers in een welbepaalde soort taxus, namelijk de Taxus baccata, twee moleculen gevonden die inzetbaar zijn voor de behandeling van kanker. Het ging om Taxol, aanwezig in de schors van de taxus, en een ander op taxol gelijkend molecule, namelijk 10-desacethylbaccatine III, in hoge concentraties aanwezig in de bladeren. Die laatste kunnen we gebruiken als voorloper van taxol, zonder de boom te beschadigen.

Bio-agrico stelt voor om gratis de taxus te komen snijden bij zowat 8 000 Belgen. De oogst gaat naar een drooginstallatie in Lembeek, vooraleer hij wordt verscheept naar Italië, Frankrijk en zelfs China waar de farmaceutische industrie instaat voor de extractie en de zuivering van de taxol.

In 2005 moet de oogst aan Bio-agrico zowat 1 500 ton ruwe grondstof voor de farmaceutische industrie opleveren. Een mooi resultaat voor een klein bedrijf waar maar 15 mensen werken. Tijdens de zomerperiode krijgen ze de hulp van zowat 80 studenten.

 





Tomotherapie: nieuwe vooruitgang in de behandeling van kanker

Nieuws 19-07-05

 

De voorbije decennia is er veel vooruitgang geboekt op het vlak van radiotherapie. Door technische verbeteringen is de ciblering steeds beter, zijn er complexe bestralingsvelden mogelijk en is de stralingsintensiteit binnen het gezwel regelbaar (IMRT = intensity modulated radiotherapy).

Het AZ van de VUB in Brussel was trouwens het eerste ziekenhuis dat IMRT aanbood in de klinische praktijk. Dat gebeurde al in 1995.

Tien jaar later pakt het AZ opnieuw uit met een belangrijke vernieuwing. Op 7 juli huldigden ze een van de eerste twee toestellen voor tomotherapie in Europa in!

Voor de VUB betekent dit een belangrijke vernieuwing (3 miljoen euro zonder BTW voor het toestel en 2 miljoen voor het gebouw). De universiteit beschikt daarmee over de modernste uitrusting.

 

Commentaar van de Stichting:

Tomotherapie is een geïntegreerd systeem dat de planning van de behandeling, de verificatie van de positie van de patiënt en de toediening van de IMRT behandeling combineert. De planning is van kapitaal belang om de te bestralen zone en de stralingshoeveelheden te bepalen, maar ook om de te beschermen organen te bepalen.

Daarna moet de zieke zo precies mogelijk worden geplaatst tijdens de duur van de behandeling. Het toestel voor tomotherapie gaat voor elke nieuwe bestraling per scanner deze positie na.

Naast het feit van deze verschillende etappes in een enkel apparaat te combineren, bestaat de technische vernieuwing van tomotherapie op het vlak van behandeling erin om de bestraling af te leveren door volledige cirkels van 360° rond de patiënt te maken. Het gezwel, waar het zich ook bevindt, valt zo perfect te bereiken. Tegelijk vermijdt men zo organen te onnodig te beschadigen met stralen.

De voordelen van tomotherapie zijn dus de grotere precisie en de kleinere kans op neveneffecten op korte of lange termijn.

In eerste instantie wil de dienst radiotherapie van de VUB patiënten met gezwellen in hoofd en hals behandelen.

Zodra ze op ?kruissnelheid? zijn, zou een dertigtal zieken per dag bestraald kunnen worden. Op langere termijn zal het toestel verschillende soorten kanker kunnen behandelen, waaronder ook kwaadaardige gezwellen bij kinderen.

Andere diensten voor radiotherapie in België hebben al bestellingen geplaatst voor dergelijke toestellen. Ze zullen dus geleidelijk aan beschikbaar zijn voor een toenemend aantal patiënten.





BNCT: een vernieuwende behandeling die chemo- en radiotherapie combineert

Nieuws 25-06-05

IBA, een onderneming uit Louvain-la-Neuve, heeft een belangrijk contract getekend met Japan. Met het contract is een bedrag van 10 miljoen euro gemoeid voor de aankoop van een versneller die een neutronenstroom produceert. Dat zou moeten toelaten om bepaalde kankers te behandelen met de therapie gebaseerd op borium dat de neutronen opvangt  (BNCT : boron neutron capture therapy).

Bronnen: L'Echo, 18-06-05 ; La Libre Belgique, 18-06-05 ; La Dernière Heure, 18-06-05 ; Le Soir, 18-06-05.

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Wat is het principe van deze techniek? De techniek bestaat erin bij de patiënt een geneesmiddel te injecteren dat zich op een selectieve manier concentreert in de kankercellen. Dat geneesmiddel is geladen met borium, een chemisch element dat een bijzondere affiniteit vertoont voor neutronen (neutron = een van de deeltjes dat samen met het proton de kern uitmaakt van het atoom). Vervolgens wordt het gezwel bestraald met een neutronenbundel, aangemaakt door een deeltjesversneller (gebouwd door IBA). Wanneer een neutron een boriumatoom vat, zorgt de kleine kernreactie die daarop volgt voor een vernietiging van de kankercellen, met behoud van de gezonde cellen rond het gezwel.

De BNCT techniek is bestemd om bepaalde vormen van hersengezwellen, zoals bijvoorbeeld glioblastoom, te behandelen. Deze kanker kenmerkt zich door het feit dat hij niet duidelijk begrensd is en dat het gezwel in de naburige gezonde weefsels doordringt. Daarom hebben klassieke behandelingen het moeilijk om dat type van gezwel te verwijderen.

In verschillende landen lopen momenteel klinische proeven gebaseerd op het BNCT principe, maar in Japan zijn de meest veelbelovende resultaten geboekt. Tot op heden waren de neutronenstomen afkomstig van kernreactoren. Dat vormde een rem voor de ontwikkeling ervan in stedelijke centra. Bovendien is de door IBA ontwikkelde techniek een stuk specifieker, neemt de apparatuur minder plaats in en is het 20 % goedkoper dan een kernreactor.





Hoogspanningslijnen: groter risico op leukemie bij kinderen?

Nieuws 15-06-05

Een Brits onderzoek gepubliceerd in het medische blad British Medical Journal op 4 juni wijst op een verhoogd risico op leukemie bij kinderen die geboren zijn in de buurt van een hoogspanningslijn. Ze kunnen evenwel geen causaal verband vaststellen.

Volgens het onderzoek uitgevoerd door onderzoekers aan de universiteit van Oxford hebben kinderen geboren op minder dan 200 meter van een hoogspanningslijn 69 % meer kans op leukemie dan kinderen die op 600 meter of verder van een dergelijke plaats ter wereld komen. De onderzoekers benadrukken echter het feit dat hun onderzoek niet toelaat om een duidelijk causaal verband vast te leggen.

Bronnen: Belga, 03-06-05 ; Le Quotidien, 04-06-05 ; Het Belang van Limburg, 04-06-05 ; De Morgen, 03-06-05.

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De problematiek van blootstelling aan elektromagnetische velden van heel lage frequentie, veroorzaakt door hoogspanningslijnen, en het risico op leukemie bij kinderen dook voor het eerst op in 1979. Er zijn al verschillende onderzoeken uitgevoerd... maar ze leidden tot contradictorische resultaten.

In 2001 kwamen een aantal experts van het IARC (International Agency for Research on Cancer) samen om zich over de vraag te buigen. Met de selectiebias en de beperkte epidemiologische onderzoeken in het achterhoofd hebben ze toch beslist om de type van magnetisch veld te klasseren als ?mogelijk kankerverwekkend? voor de mens (groep 2B).

Het probleem is daarmee echter nog niet opgelost. Leukemie bij kinderen komt vermoedelijk zowel voort uit DNA-wijzigingen voor de geboorte als uit omgevingsfactoren na de geboorte. Daaronder vallen bijvoorbeeld infecties, chemische producten en ioniserende stralingen.

Tegenover deze onzekerheid zou het principe van voorzichtigheid gehanteerd moeten worden. Dat zou erin bestaan te vermijden om dichtbij hoogspanningslijnen te wonen. Maar is dat wel altijd mogelijk?

 





Onverklaarbare toename van het aantal gevallen van teelbalkanker

Nieuws 15-06-05

Een Amerikaans onderzoek, dat recent verscheen in het Journal International du Cancer, maakt melding van een onrustwekkende verhoging van het aantal gevallen van teelbalkanker op wereldschaal.

Bronnen: La Dernière Heure, 03-06-05 ; Het Laatste Nieuws, 03-06-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De verhoging van het aantal gevallen van teelbalkanker is een wereldwijd fenomeen, maar de verhoging is het sterkst in Europa en de Verenigde Staten. In de States steeg het aantal gevallen de afgelopen 25 jaar met 60 %.
Wetenschappers weten niet wat de redenen zijn voor deze stijging.
Er bestaan wel een aantal hypotheses. Verschillende experts menen dat de oorsprong van het probleem in de zwangerschap zou liggen. Zo zou de blootstellingen van zwangere vrouwen aan verschillende vervuilende chemische stoffen (ftalaten, pesticiden enzovoort) een verstoring veroorzaken in de ontwikkeling van de geslachtsorganen. Men verdenkt er bepaalde vervuilende stoffen in de omgeving van een rol te spelen in cryptorcihidie (de teelbal die niet indaalt bij jongens). Cryptorchidie is ook erkend als grote risicofactor voor teelbalkanker.

Toch blijven deze kankers relatief zeldzaam vermits ze amper 1 à 2 % van alle kankers bij mannen vertegenwoordigen. Bovendien schommelen de genezingskansen momenteel rond 90 %, zelfs al brengen de behandelingen vaak een risico op steriliteit met zich mee.

Er zijn dan ook nieuwe onderzoeken nodig om de reden voor de toename van deze ziekte te verklaren en zo doeltreffende preventiemaatregelen te voorzien.

 





Baby's in de kribbe: verlaagd risico op leukemie op lange termijn?

Nieuws 07-06-05

Volgens een recent onderzoek in het British Medical Journal hebben kinderen die naar de kribbe zijn geweest, minder kans om de vaakst voorkomende vorm van leukemie bij kinderen te krijgen, namelijk acute lymfatische leukemie.

Bronnen : Het Laatste Nieuws, 02-06-05 ; Gazet van Antwerpen, 01-06-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek in kwestie is uitgevoerd door een groep Britse onderzoekers bij 6 300 gezonde kinderen en 3 140 kinderen met kanker, waarvan 1 286 lijden aan acute lymfatische leukemie. Hun moeders kregen vragen over eventueel kribbebezoek, regelmatig of niet, voordat ze een jaar oud waren. Ze hebben ook rekening gehouden met de aanwezigheid van oudere broers of zusters.

De resultaten tonen aan dat kinderen die naar de kribbe of de kinderopvang zijn geweest, minder kans hebben om acute lymfatische leukemie te krijgen dan kinderen die overdag niet zijn opgevangen door een kinderverzorgster. De meest plausibele interpretatie is dat deze bescherming voortvloeit uit een blootgesteld staan aan courante infecties. Dat gebeurt immers bij jonge kindjes die samenleven en het stimuleert hun afweersysteem. De bescherming lijkt proportioneel met het volume aan sociale interacties van het kind en is nog groter wanneer het kind al in de eerste drie levensmaanden naar de kribbe gaat.

Een vergelijkbare hypothese is al geopperd rond het verband tussen vroegtijdige blootstelling aan infecties en het risico op ontwikkeling van allergieën.

De onderzoekers hebben besloten dat een bepaalde graad van blootstelling aan infecties goed is voor de gezondheid van de kinderen. Ze preciseren evenwel dat er verder onderzoek nodig is om de reële impact ervan te bepalen en het eventuele verband met een infectie in het bijzonder.

 





Stamcellen en risico op kanker

Nieuws 01-06-05

Voor bepaalde wetenschappers vormen ?volwassen? stamcellen een echte hoop om ziektes te genezen die tot op heden als ongeneesbaar werden beschouwd (Alzheimer, Parkinson, Huntingtonchorea, multipele sclerose enzovoort). Toch heeft een team onderzoekers uit Madrid aangetoond dat het gebruik van deze cellen kanker zouden kunnen veroorzaken wanneer ze te lang in een celcultuur worden bewaard. Een ander team, uit Denemarken, kwam tot dezelfde conclusie. Zou dit het einde betekenen voor de nieuwe behandelingshoop?

Bron : Artsenkrant, 03-05-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Even kort aanhalen wat stamcellen nu precies zijn. Deze cellen hebben als kenmerk dat ze zichzelf kunnen vernieuwen door zich te delen en zich vervolgens te specialiseren als verschillende celtypes die onze weefsels en organen vormen. Er bestaan verschillende types: embryonale stamcellen, foetuscellen en volwassen stamcellen. Bij het gebruik van de eerste twee types rijzen er een aantal ethische problemen omdat het gaat om het wegnemen ervan bij overtallige embryo's. Daarom heeft de wetenschappelijke wereld zich geleidelijk gericht naar volwassen stamcellen. Die vinden we terug in de meeste weefsels en organen (navelstreng, placenta, beenmerg, huid enzovoort). Onder bepaalde experimentele omstandigheden kunnen ze leiden tot de vorming of het herstel van weefsels verschillend van het oorspronkelijke weefsel. Vandaar hun belang bij het zoeken naar behandelingen voor ziektes die momenteel nog ongeneesbaar zijn. Doelstelling is de getroffen organen of weefsels te vervangen of te herstellen.

Stellen de resultaten van het onderzoek van de Spaanse en Deense teams de ontwikkeling van deze behandelingsvorm in vraag? Niet onmiddellijk, maar het is wel duidelijk dat er nieuwe onderzoeken nodig zijn om met precisie te bepalen tot wanneer deze cellen bruikbaar zijn zonder schadelijke effecten.

In werkelijkheid stopt men de volwassen stamcellen in een laboratoriumcultuur. Ze kunnen zich dan een groot aantal keren vermenigvuldigen. Na een bepaald aantal keren krijgen proefdieren die bijvoorbeeld aan Parkinson lijden die stamcellen ingespoten. De verkregen resultaten zijn bemoedigend... behalve in de gevallen waar de dieren ?te oude? cellen kregen toegediend. Het gaat over cellen die zich al meer dan honderd keer gedeeld hadden. Deze cellen lijken dan een kankerproces te veroorzaken.

De onderzoekers stellen deze vernieuwende behandelingsaanpak niet helemaal in vraag, maar gaan proberen om met precisie te bepalen in welk stadium ze de celdeling in het labo best stopzetten zodat ze de beste veiligheidsgaranties kunnen bieden.

 





Is Avastin ook doeltreffend bij bepaalde longkankers?

Nieuws 20-05-05

Tijdens het jaarlijks congres van de American Society of Clinical Oncology (ASCO) in Orlando (Florida) werden de resultaten voorgesteld van een klinisch onderzoek bij patiënten die longkanker hebben in een vergevorderd stadium. Avastin, een geneesmiddel dat oorspronkelijk bedoeld was voor de behandeling van uitgezaaide darmkanker, werd toegediend aan patiënten met niet kleinicellige longkanker. De verkregen resultaten zijn veelbelovend omdat de overlevingskansen gevoelig gestegen zijn.

Bron: Belga, 14-05-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Avastin (wetenschappelijke naam = bevacizumab) is een geneesmiddel geproduceerd door Roche en Genentech. Het is een anti-angiogenesis, wat betekent dat het de wildgroei van bloedvaten blokkeert en dus ook de aanvoer van bloed dat essentieel is voor de groei van gezwellen en de verspreiding van kankercellen.

De resultaten van het onderzoek dat op ASCO is gepresenteerd gaan over een klinische proef van fase III met gebruik van Avastin in combinatie met chemotherapie bij patiënten met niet kleincellige longkanker (de vaakst voorkomende vorm van longkanker). Het onderzoek liep bij 878 zieken die chemotherapie krijgen op basis van platina (paclitaxel en carboplatina) met of zonder Avastin. Twee jaar na de start van het onderzoek konden de onderzoekers vaststellen dat de patiënten die ook Avastin toegediend kregen betere overlevingskansen hadden.

Gezien deze resultaten denkt het farmaceutische bedrijf erover om het onderzoek vroeger dan voorzien stop te zetten en een aanvraag in te dienen om de vernieuwende behandeling op de markt te brengen.

We mogen evenwel niet uit het oog verliezen dat Avastin neveneffecten veroorzaakt. Het zwaarste neveneffect is het risico op een longbloeding. 1,7 % van de patiënten die deelnamen aan het klinisch onderzoek hadden daaronder te lijden.

 





Lijden onze adolescenten aan tanorexia?

Nieuws 19-05-05

Een recent onderzoek toont aan dat steeds meer jonge Belgische meisjes symptomen vertonen van ?tanorexia?, een vorm van verslaving aan zonnestralen die gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid.


Bronnen : Belga, 13-05-05 ; Het Belang van Limburg, 14-05-05 ; De Morgen, 14-05-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Tanorexia heeft niets te maken met de eetstoornis die we kennen als anorexia. Het probleem doet zich vooral in Groot-Brittannië voor. Toch heeft het de aandacht getrokken van een groep Belgische experts (Limburgse werkgroep ?Kwaadaardig Melanoom?). Ze voerden een onderzoek bij ongeveer 600 Belgische meisjes tussen 14 en 18 jaar oud. De resultaten van dit onderzoek moeten nog worden gepubliceerd, maar de voorlopige resultaten zijn alvast onrustwekkend.

Zo blijkt dat 36,4 % van deze jonge meisjes tussen de 3 en 6 uur per dag in de zon doorbrengen, het merendeel van de tijd tussen 12 en 15 uur. Dat is dus het moment van de dag waarop de UV-stralen het schadelijkst zijn. Bovendien gebruikt 70 % van de ondervraagde meisjes geen zonnebescherming. Het onderzoek doet ook uitschijnen dat 6,1 % van hen meer dan 25 keer per jaar onder de zonnebank gaan. Ten slotte denken ze verkeerdelijk dat ze niets kunnen doen om de ontwikkeling van een huidkanker tegen te gaan.

Deze cijfers spreken voor zich. Ze tonen aan dat preventiecampagnes nodig blijven en zich hoofdzakelijk moeten richten op een jong publiek. We mogen immers niet uit het oog verliezen dat een melanoom (een bijzonder agressieve vorm van huidkanker) zich 10 tot 15 jaar na langdurige en intense blootstelling aan UV-stralen kan ontwikkelen. Als er niets gebeurt om deze mode van het zonnen tegen om het even welke prijs in te dijken, lopen honderden jonge volwassenen het risico om binnen enkele jaren huidkanker te krijgen.

 





Zijn uitlaatgassen kankerverwekkend?

Nieuws 27-04-05

Een onderzoek van wetenschappers van het Taiwan National Defence Center heeft aangetoond dat de blootstelling aan uitlaatgassen het DNA van onze cellen kan beschadigen en zo het risico op kanker kan verhogen.

Bron: Artsenkrant du Médecin, 08-04-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek in kwestie bestudeerde vrouwen die werken in tolstations langs drukke autowegen en vrouwen die niet stonden blootgesteld aan uitlaatgassen. De onderzoekers hebben het gehalte van een stof gemeten (8-OhdG) die vrijkomt in de urine als reactie op letsels en schade ondergaan door het DNA en onze cellen. De gehaltes van 8-OhdG lagen gemiddeld 90 % hoger bij de blootgestelde vrouwen.

Dat is ook niet langer een geheim: de vervuilende uitstoot van motorvoertuigen vormt een gevaar voor de volksgezondheid. De resultaten van het onderzoek in Taiwan maken de bewijslast alleen maar groter.

De voornaamste stoffen die benzinemotoren uitstoten zijn: koolstofmonoxide (CO), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), stikstofoxiden (Nox), en vluchtige organische stoffen. Voor diesel komen daar nog eens roetdeeltjes bij.
Wanneer hun concentratie in de lucht toeneemt, veroorzaken en verergeren ze ademhalingsproblemen en problemen met hart en bloedvaten. Ze kunnen ook oogirritaties en hoofdpijn veroorzaken. Sommige stoffen worden ervan verdacht het risico op kanker te doen toenemen.

Een striktere regelgeving over de prestaties van de motoren en de samenstelling van de brandstoffen heeft geleid tot een daling van de concentratie in de atmosfeer van sommige van deze vervuilende stoffen. De toename van het autoverkeer maakt deze verbeteringen echter ongedaan. Er zijn maatregelen nodig om de impact van deze vervuilende stoffen op de menselijke gezondheid te beperken. Oplossingen zijn ondermeer het promoten van LPG als brandstof, de ontwikkeling van biobrandstoffen op basis van koolzaad bijvoorbeeld (minder giftige uitstoot), maar ook aanpassing van onze leefgewoonten (gebruik van openbaar vervoer, carpooling enzovoort).

 





Bevat tandpasta kankerverwekkende stoffen?

Nieuws 23-04-05

In het Verenigd Koninkrijk hebben drie winkelketens recentelijk besloten om alle cosmeticaproducten te bannen ? in het bijzonder de tandpasta's ? die Triclosan bevatten. Als reden halen ze aan dat deze stof, die al jaren in gebruik is, kankerverwekkend zou zijn!


Bron: Het Laatste Nieuws, 18-04-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Triclosan is een bacteriëndodende chloor die al meer dan 30 jaar veelvuldig gebruikt wordt. We vinden de stof terug in hygiëneproducten zoals bepaalde zepen, tandpasta's, mondwaters, deo's, scheerschuim maar ook ? en steeds vaker ? in bepaalde huishoudproducten.

Britse experts hebben onlangs gevraagd om de cosmeticaproducten uit de rekken te halen die Triclosan zouden bevatten. Ze rechtvaardigen dat door het feit dat ze hebben vastgesteld dat Triclosan in staat is om te reageren met water om chloroform te vormen. Chloroform is inderdaad giftig... maar in bijzonder hoge doses.

Het gebruik van Triclosan in cosmeticaproducten is echter strikt gereglementeerd. De maximumconcentratie mag niet meer bedragen dan 0,3 %, behalve in mondwater. Daar is de maximum toegelaten concentratie 0,03 %.

In januari van dit jaar verscheen er trouwens een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Carcinogenesis. Daarin stelden onderzoekers dat Triclosan een kankerwerende werking had! Bij toediening aan ratten lijkt Triclosan inderdaad de ontwikkeling te hebben verhinderd van borstkanker bij deze dieren door in te werken op een welbepaald eiwit, het FAS (Fatty Acid Synthase).

Moeilijk dus om te bepalen of Triclosan al dan niet giftig is. Er zouden nieuwe toxicologische metingen moeten gebeuren om tot sluitende conclusies of aanbevelingen te komen. In afwachting van deze resultaten zijn er weinig redenen om te panikeren. Misschien zou het beter zijn om ons af te vragen of het gebruik van Triclosan of andere bacteriëndoders wel echt nodig is in cosmetica- of onderhoudsproducten!

 





Acrylamide onder de loep!

Nieuws 18-04-05

De experts van de WGO en de FAO (Food and Agriculture Organization) publiceerden onlangs een bericht waarin ze waarschuwden dat de onopzettelijke aanwezigheid van acrylamide in bepaalde voedingsmiddelen een probleem kon betekenen voor de volksgezondheid. Er dienen maatregelen te komen om de hoeveelheid van deze stof in onze voeding te beperken.

Bron: Artsenkrant, 18-03-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het is niet de eerste keer dat de media het probleem van acrylamide in voedsel aankaarten. In 2002 hadden Zweedse onderzoeken voor het eerst gewezen op de ongewenste vorming van relatief grote hoeveelheden acrylamide bij het frituren of bakken van aardappelen of graanproducten (boven 120 °C). Acrylamide wordt van nature gevormd bij de verwarming van voedingsmiddelen die rijk zijn aan koolhydraten (zetmaal, suikers enzovoort). De bereidingswijzen waarover het gaat zijn bakken in de oven, braden en frituren. Bij in voedsel gekookt water vinden we weinig of geen acrylamide.

Naar aanleiding van de Zweedse resultaten hebben de experts beslist hun onderzoek voort te zetten om de giftigheidsevaluatie en de invloed op de gezondheid van blootstelling aan acrylamide via voedsel, verder te verfijnen.

Een comité van 35 experts uit 15 landen heeft besloten dat, op basis van proeven uitgevoerd bij dieren, acrylamide inderdaad kankerverwekkend kan zijn. De vertaling van deze resultaten naar de mens is nog verre van duidelijk, maar uit voorzorg manen de nationale overheden hun plaatselijke industrieën toch aan om de bereidingstechnologie van bepaalde voedingsmiddelen te verbeteren om het gehalte aan acrylamide in risicovoedsel te beperken.

In afwachting van een gevoelige verbetering herhalen we onze aanbevelingen voor een gezonde, evenwichtige en gevarieerde voeding met een beperkt verbruik van vetrijk en gefrituurd voedsel.

 





Cetuximab steeds meer in gebruik?

Nieuws 13-04-05

Cetuximab, een geneesmiddel dat is ontwikkeld dankzij de recente vooruitgang inzake immunologie, lijkt steeds meer in de smaak te vallen bij oncologen. Oorspronkelijk was het bedoeld voor darmkanker, maar tegenwoordig mikken onderzoekers ook op toepassingen voor andere kankers.

Bron: Artsenkrant, 22-03-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Tijdens een studiedag georganiseerd door de KULeuven, hebben de professoren Eric Van Cutsem en Jan Vermorken de nieuwe resultaten voorgesteld over het gebruik van Cetuximab voor behandeling van kanker. Dit geneesmiddel lijkt uitstekende resultaten op te leveren bij patiënten met uitgezaaide darmkanker. Het is inzetbaar in combinatie met irinitocan als dat op zich niet werkt, of als monotherapie. De leveruitzaaiingen, vroeger niet behandelbaar door hun grootte en/of hun plaats, kunnen in bepaalde gevallen worden verwijderd na voorafgaande behandeling met Cetuximab. Deze vernieuwende aanpak biedt nieuwe hoop voor patiënten die lijden aan darmkanker met uitzaaiingen.

Bij deze bemoedigende resultaten onderzoeken de wetenschappers de mogelijkheid om het geneesmiddel te gebruiken in andere minder geverderde stadia van de ziekte of zelfs bij andere kankers. De andere gezwellen die in aanmerking komen zijn die met een overexpressie aan EGFR (epidermal growth factor receptor), een molecule die in grote hoeveelheden aanwezig is aan de oppervlakte van bepaalde kankercellen en die deze aanzetten tot ongecontroleerde vermenigvuldiging. Dat is het geval bij bepaalde hoofd- of halskankers en bij bepaalde borstkankers, maagkankers, pancreaskankers (kankers van de alvleesklier), baarmoederhalskankers, eierstokkankers en longkankers (niet met kleine cellen).

Tot op heden is het enige neveneffect bij dit type van behandeling een huidirritatie die lijkt op acne bij de helft van de patiënten. Deze irritatie is echter behandelbaar met de gebruikelijke middelen en vraagt slechts zelden om beperking van de doses of het stopzetten van de behandeling.

 





Bestraling na borstkanker veroorzaakt minder hartsterfte

Nieuws 04-04-05

De vooruitgang in de radiotherapie bij borstkanker heeft ervoor gezorgd dat vrouwen nu duidelijk minder overlijden door een hartziekte als gevolg van bestraling dan vroeger het geval was.

Bron : De Standaard 18/3/05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Frequent worden vrouwen met borstkanker na heelkunde behandeld met radiotherapie om mogelijk achtergebleven kankercellen in het omliggende weefsel te doden. Maar die straling blijft niet volledig beperkt tot het borstweefsel en treft ook gezonde cellen in de omgeving. Gelukkig is de radiotherapie de laatste jaren sterk verbeterd zodat de stralenbundels meer en meer gericht zijn en dus minder omliggend weefsel beschadigen. Door een vergelijkend onderzoek tussen vrouwen die bestraald waren voor borstkanker rechts en links (de plaats van het hart) kon worden aangetoond dat er nu sinds de jaren tachtig geen verschil meer is tussen beide groepen op gebied van sterfte door hartziekten.

 

 





Nieuws in de behandeling van blaaskanker?

Nieuws 29-03-05

Op het recente congres van de Europese Urologievereniging, dat plaatsvond in het Turkse Istanboel, werden de bemoedigende resultaten voorgesteld van een klinische proef van fase II, gericht op de behandeling van blaaskanker. Nederlandse onderzoekers maakten er de resultaten bekend van de toediening van een geneesmiddel Eoquin bij een vijftigtal patiënten. Na zes weken behandeling leek 70 % geen sporen van het gezwel meer te vertonen.

Bron: Het Belang van Limburg, 23-03-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Blaaskanker komt relatief vaak voor. Jaarlijks tellen we in België bijna 1 700 nieuwe gevallen.

Als de kanker vroeg aan het licht komt, is hij in een groot aantal gevallen geneesbaar. De chirurgische ingreep kan echter zwaar zijn. Bij een infiltrerende vorm zonder uitzaaiingen kan de ingreep zelfs leiden tot het volledig verwijderen van de blaas. Bij mannen neemt de chirurg ook meteen een deel van de prostaat weg. Bij vrouwen gebeurt hetzelfde met de baarmoeder en de eierstokken. Dergelijke ingrepen hebben zware seksuele en urinaire gevolgen.

Daarom kwam het team van professor van der Heijden (Universiteit Nijmegen, Nederland) op het idee om een doeltreffende behandeling met geneesmiddelen te ontwikkelen die niet verminkt. Het project lijkt op het goede spoor te zitten. Tijdens een klinische proef van fase II (dus uitgevoerd op een beperkt aantal patiënten), lijkt het inbrengen van Eoquin direct in de blaas bemoedigende resultaten op te leveren. Het geneesmiddel is wat we in wetenschappelijke middens een ?prodrug? noemen. Het is dus met andere woorden een geneesmiddel dat inactief is en pas na activatie door eiwitten, die zich in grote hoeveelheden in de tumorcellen bevinden, actief wordt. Er zijn dus weinig neveneffecten te wijten aan eventuele aantasting van gezonde cellen.

Momenteel zijn er 46 patiënten betrokken geweest bij dit onderzoek. 41 daarvan hebben gedurende 6 weken de volledige behandeling gekregen en de resultaten van de analyses (cystoscopie en histopathologie op biopsie) tonen aan dat de gezwellen bij 70 % (26 van de 41 patiënten) daarvan volledig verdwenen zijn. De patiënten lijken Eoquin heel goed te verdragen en de toxiciteit van het product beperkt zich tot wat ontstekingen van de blaaswand (cystitis), problemen bij het urineren (dysurie) of bloed in de urine (hematurie).

Bevestiging van de resultaten van dit onderzoek bij een groter aantal patiënten is uiteraard nodig. Toch is een zeker optimisme hier wel gewettigd.

 





Verhoogd risico op eierstokkanker door melk?

Nieuws 16-03-05

Meer dan 60 000 vrouwen tussen 38 en 76 werden dertien jaar lang gevolgd door het Zweedse Karolinska Instituut. Eén van de meest opmerkelijke resultaten van de studie bleek dat vrouwen die meer dan vier maal daags zuivel eten of drinken, twee maal zoveel kans hadden om eierstokkanker te ontwikkelen. Een verklaring hiervoor hebben de onderzoekers nog niet.Een hypothese gaat in de richting van de overproductie van hormonen, gestimuleerd door de lactose (melksuiker) in zuivel, en daardoor de stimulatie van de tumorgroei. Deze zou dan vooral invloed hebben op zogenaamde ?hormoonafhankelijke' kankers zoals eierstok-, maar mogelijk ook borst- en prostaatkanker.

Bronnen:  Het Nieuwsblad, 2005-03-05
               Het Volk, 2005-03-07
              De Standaard Espresso, 2005-03-07

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Hoewel de resultaten opmerkelijk zijn, zou het onverstandig zijn op basis van één studie conclusies te trekken. Vergelijken we de resultaten van verschillende studies rond zuivelproducten, wordt alleen een mogelijke toename van prostaat- en nierkanker bij overmatige consumptie geregeld genoteerd. Bovendien toonde een Noorse studie in 2001 net aan dat het drinken van drie glazen melk per dag het risico op borstkanker zou kunnen reduceren tot de helft...

 Enkele andere studies toonden dan weer een toename van het risico op borstkanker bij verhoogde melkinname; sommige vonden helemaal geen verband vinden en andere inderdaad een daling van het risico.

Veel te vroeg dus om conclusies te trekken. De officiële Belgische aanbeveling van 3 à 4 glazen melk en 1 à 2 sneden kaas dient dus voorlopig niet herzien. Wel raden we aan voor halfvolle of magere producten te kiezen. De volle versies zijn immers vaak rijk aan vet, wat ook een verklaring zou kunnen bieden voor een toename van het risico. Een vetrijke voeding verhoogt immers vermoedelijk de kans op borstkanker.

Anderzijds zijn melk en melkproducten rijk aan calcium en geconjugeerd linolzuur (een vetzuur) wat bescherming zou bieden tegen door chemische stoffen geïnduceerde borsttumoren bij dieren. Rond de mogelijke invloed van lactose in zuivel bestaan tot op heden geen gegevens.

 





Een vaccin tegen hersengezwellen

Nieuws 12-03-05

Een team van de KU Leuven, onder leiding van professor Steven De Vleeschouwer, werkt momenteel aan de ontwikkeling van een vaccin tegen kwaadaardig glioom, een van de meest agressieve hersengezwellen. Drieëntwintig patiënten, die niet meer reageerden op de traditionele behandelingen, kregen een injectie met het vaccin. Deze experimentele behandeling verdubbelde hun levensverwachting en lijkt geen zware neveneffecten te veroorzaaken.

Bron: Artsenkrant, 25-02-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het vaccin waaraan het team van professor De Vleeschouwer werkt, is gebaseerd op het gebruik van de dendrietcellen van de patiënt. De dendrietcellen herkennen de kankercellen, gaan vervolgens bepaalde antigenen (proteïnen die zich specifiek aan het oppervlak van kankercellen bevinden) aanbieden aan de T lymfocyten van het lichaam. Dat veroorzaakt een reactie van het afweersysteem, wat leidt tot een vernietiging van de kankercellen.

Verschillende onderzoeksteams gebruiken dezelfde aanpak bij andere vormen van kanker (kwaadaardig melanoom, prostaatkanker, bepaalde vormen van leukemie, multipel myeloom enz.). Doel daarvan is het afweersysteem van de patiënt tegen zijn eigen kankercellen te stimuleren.

Deze nieuwe vaccinatiestrategieën tegen kanker bieden hoop om herval, veroorzaakt door kankercellen die aan de klassieke behandeling ontsnapt zijn, te vermijden. We mogen wel niet vergeten dat het hier gaat om voorlopige resultaten die slechts bij een klein aantal patiënten behaald zijn.

Bovendien blijven verschillende vragen nog onbeantwoord. Zo weten we nog niet of de kankercellen al dan niet in staat zullen zijn om een afweer te vormen om aan dit soort behandeling te ontsnappen, en weten we ook niet hoeveel vaccinaties nodig zullen zijn om op lange termijn een tumorwerende werking te hebben.

 





Het AIDS virus gebruiken om kankercellen te doden?

Nieuws 11-03-05

Een team van Californische onderzoekers heeft in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Medicine de verrassende resultaten van hun werk gepubliceerd. Zo hebben ze aangetoond dat de toediening van een gemanipuleerde vorm van het AIDS virus (d.w.z. getransformeerd in een labo) bij muizen met een kwaadaardig melanoom leidde tot de vernietiging van de kankercellen!

Bronnen: Het Nieuwsblad, 15-02-05
              Het Volk,15-02-05
              De Morgen, 16-02-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Onderzoekers van de Universiteit van California (Los Angeles) hebben in een labo het AIDS virus aangepast en ?omwikkeld? met een omhulsel van een ander weinig gevaarlijk virus. Daardoor is het initiële virus veranderd in een soort ?projectiel? dat in staat is om melanoomcellen aan te vallen die gemigreerd zijn in de longen van zieke muizen.

De wijziging van het virale omhulsel verhindert dat dit virus de cellen van het afweersysteem aanvalt. Die zijn het gebruikelijke doel van het AIDS virus. Het nieuwe aangepaste virale omhulsel bevat een welbepaald eiwit (P-glycoproteïne genoemd) dat in staat is om specifiek de kankercellen te herkennen. Zodra ze in contact komen met de kankercellen, injecteert het aangepaste virus zijn genetisch materiaal in de cel. Dat leidt tot vernietiging van deze cel.

Alvorens het aangepaste virus te injecteren bij zieke muizen hebben de onderzoekers ook een lichtgevende molecule toegediend om de route te kunnen volgen. Zo kon het team van professor Irvin Chen het traject van het virus binnen de bloedsomloop van het dier volgen tot bij het doel, namelijk de kankercellen die naar de longen gemigreerd waren.

Deze proef toont voor het eerst aan dat een virale vector in staat is om dienst te doen als ?transportmiddel? naar kankercellen, en dit op een zeer gerichte manier.

Uiteraard gaat het hier om voorlopige proeven. Ze gingen van start bij cellen in cultuur alvorens toegepast te worden op proefdieren in labo's. Er dienen nog tal van tests te volgen alvorens de eerste experimenten bij mensen uit te voeren. Dit onderzoek opent misschien de deur naar een nieuwe vorm van gentherapie.





Obesitas en PSA gehalte

Nieuws 19-02-05

Volgens een onderzoek aan het Health Science Center van de universiteit van Texas (San Antonio), neemt het PSA-gehalte af naarmate het lichaamsgewicht toeneemt, en dit op een lineaire manier.

De kans bestaat dan ook dat zich dit vertaalt in minder betrouwbare opsporingstests voor prostaatkanker wanneer zwaarlijvige mannen ze ondergaan.

Bron: De Huisarts, 03-02-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Opsporing van prostaatkanker kan gebeuren door de dosering in het bloed van een specifieke prostaatmerker (specifiek antigen, PSA genoemd). Meestal kunnen we stellen dat hoe hoger het PSA gehalte is, hoe groter het risico op prostaatkanker. De verhoging van dat PSA gehalte kan ook andere oorzaken hebben. Dan denken we vooral aan een goedaardige zwelling van de prostaat (adenoom).

Sinds kort weten we dat mannen met een hoge BMI (Body Mass Index) een verhoogd risico op prostaatkanker hebben. Bepaalde onderzoeken hebben ook aangetoond dat de prognose voor zwaarlijvigen minder gunstig is.
Tot op heden wezen verschillende hypotheses op verhoogde hormoongehaltes (zoals oestrogenen en de groeifactor IGF) als verklaring voor deze vaststelling. Nu lijkt het in Texas uitgevoerde onderzoek erop te wijzen dat obesitas de PSA-opsporingstest minder gevoelig maakt.

Om deze mogelijkheid te testen, hebben de onderzoekers het verband tussen de BMI en het PSA gehalte getest bij 2 779 mannen zonder prostaatkanker. Daaruit bleek dat hoe hoger de BMI is, hoe lager het PSA gehalte, en dit op een lineaire manier. De resultaten bleven ook geldig ongeacht leeftijd of etnische afkomst.

Dit zou de verklaring kunnen vormen voor de minder goede resultaten in de behandeling van prostaatkanker bij zwaarlijvige mannen. Het zou dus eerder te maken hebben met laattijdige opsporing dan met biologische verschillen van de prostaatgezwellen.

Als er bevestiging komt van deze resultaten zou het dan ook wenselijk zijn om de PSA grenswaarden aan te passen in het geval van opsporing van prostaatkanker bij zwaarlijvige mannen.

 





Multipel myeloom: een vernieuwende behandeling

Nieuws 05-02-05

Multipel myeloom (of de ziekte van Kahler) is een hematologische kanker die jaarlijks ongeveer 500 nieuwe patiënten per jaar treft. Het gaat vaak om een zware ziekte met weinig kansen op genezing. Vaak raakt het skelet op verschillende plaatsen aangetast. Sinds 1 februari bestaat er een vernieuwende behandeling: bortezomide.

De overheid heeft het geneesmiddel al goedgekeurd nog voor het einde van de klinische onderzoeken. De resultaten zijn immers bijzonder bemoedigend. Het geneesmiddel is beschikbaar in België en wordt in bepaalde omstandigheden terugbetaald.

Bronnen:  Le Soir, 02-02-05
               La Libre Belgique, 02-02-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De voorbije vijftien jaar nam de kennis over de biologische mechanismen die leiden tot het ontstaan van multipel myeloom enorm toe: aantonen van cytogenetische afwijkingen, een beter zicht op het overlevings- en groeiproces van de kwaadaardige cellen in het beenmerg enzovoort.

Tot op heden lieten de beschikbare behandelingen meestal maar tijdelijke resultaten toe. De zaken lijken vandaag te veranderen dankzij de ontwikkeling van een gerichter kankerwerend middel. De ontwikkeling ervan is gelinkt aan de ontdekking van het proteasoom, een stof die de cel gebruikt om bepaalde proteïnen af te breken. De ziekte van Kahler kenmerkt zich net door de aanmaak van een abnormaal proteïne, het paraproteïne. Onderzoekers hebben dan ook getracht een molecule aan te maken, die in staat is om het proteasoom af te remmen dat onmisbaar is voor kankercellen die zich ontwikkelen bij de ziekte van Kahler.

De resultaten waren uitstekend en leidden zelfs tot een volledige remissie bij bepaalde patiënten.

Onderzoekers analyseren momenteel de mogelijkheid om deze nieuwe behandeling ook voor andere vormen van kanker te gebruiken.

Klik hier om meer te lezen over de ziekte van Kahler.

 

 





Na het gevaar van asbest dat van hittebestendige vezels?

Nieuws 25-01-05

Experts luiden de alarmbel over de risico's die gepaard gaan met het inademen van hittebestendige keramische vezels. Ze worden vaak gebruikt in de industrie omwille van hun bestendigheid tegen zeer hoge temperaturen. Ze zouden kunnen leiden tot problemen die vergelijkbaar zijn met die bij asbest.

In België zijn we momenteel niet in staat om de reikwijdte van het gebruik van deze vezels te evalueren. De minister van volksgezondheid Rudy Demotte heeft een enquête aangevraagd over dat onderwerp en het advies van de hoge raad voor hygiëne.

Bronnen:  La Dernière Heure, 19-01-05
               Het Belang Van Limburg, 20,01-05
               Gazet Van Antwerpen, 20-01-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De hittebestendige keramische vezels doen dienst als thermisch isoleermateriaal in de productie van industriële ovens, hoogovens, gietvormen, buizen en kabels, maar ook voor automobieltoepassingen (katalysatoren bijvoorbeeld), de vliegtuigsector en brandbescherming.

Het materiaal is ontwikkeld om een oplossing te vinden voor de vervanging van asbest. Het vervangingsmateriaal lijkt echter ook een risico in te houden voor de gezondheid. We waren al op de hoogte van problemen als huidirritatie en irritatie van de bovenste luchtwegen voor arbeiders die betrokken zijn bij de productie of de installatie van dat product. Nu benadrukt een panel van Franse experts het kankerrisico.

Sinds 1987 al heeft het International Agency for Cancer Research (IARC) de hittebestendige vezelfs (net als een aantal andere synthetische vezels) geklasseerd als ?stoffen die kankerverwekkend kunnen zijn voor de mens? (categorie 2B). Dat lijkt echter geen invloed gehad te hebben op het gebruik ervan op grote schaal. Men schat dat Europa jaarlijks 50 000 ton hittebestendige keramische vezels gebruikt. Het aantal arbeiders blootgesteld aan deze stoffen zou tot tienduizenden kunnen oplopen.

Misschien beschikken we nog niet over voldoende epidemiologische gegevens over dit soort vezels, maar de resultaten van experimentele onderzoeken wijzen er al op dat we het gebruik ervan streng zouden moeten controleren. Vooral ook omdat we ze ook al terugvinden bij particulieren die ze bijvoorbeeld gebruikt hebben om hun warmwaterketels te isoleren.

 





Zou er een verband bestaan tussen diabetes en bepaalde vormen van kanker ?

Nieuws 24-01-05

Een Koreaanse studie, onlangs verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift JAMA (Journal of the American Medical Association), lijkt aan te tonen dat diabetes het risico op bepaalde vormen van kanker zou kunnen verhogen.

Bij het epidemiologisch onderzoek waren 829 770 mannen en 468 615 vrouwen tussen 30 en 95 betrokken. Ze werden gedurende tien jaar gevolgd. Ongeveer 5 % onder hen leed aan diabetes. Het sterftecijfer ten gevolge van kanker (vooral pancreaskanker (kanker van de alvleesklier)) lag 29 % hoger bij diabetici, ongeacht of ze rookten of alcohol dronken.

Bronnen:  JAMA 2005 ; 293 : 235-236
               La Libre Belgique, 19-01-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Vroeger epidemiologisch onderzoek had al aangetoond dat diabetes een invloed kon hebben op het risico om bepaalde vormen van kanker te krijgen. Die link blijft bestaan, zelfs al houden we rekening met de lichaamsmassa. We weten inderdaad dat zwaarlijvigheid vaak voorkomt bij diabetici en dat het een gekende risicofactor is voor bepaalde kankers.

Hoewel het bewijs van het verband zeker interessant is, betekent dat niet dat diabetes kanker veroorzaakt. Andere experts beweren inderdaad dat het eerder de kanker is die in bepaalde gevallen diabetes veroorzaakt.

Bovendien lijkt het onderzoek naar de stoornissen in de mitochondriën (microscopische structuren die zich binnenin elke cel bevinden en die zorgen voor de energie) ook een te volgen piste. Wijzigingen van deze celstructuren zouden een rol spelen bij tal van ziektes, met inbegrip van diabetes en bepaalde kankers.

Er zijn dus nog andere onderzoeken nodig om de mechanismen proberen te ontrafelen die een rol spelen in dit oorzakelijk verband. Momenteel lijkt het ons onmogelijk om op een objectieve manier de knoop door te hakken in dit debat.





De visie op de herkomst van maagkanker is aan herziening toe

Nieuws 11-12-04

Een Amerikaans onderzoeksteam (University of Massachusetts Medical School) heeft onlangs in het prestigieuze tijdschrift Science bericht over een belangwekkende ontdekking in verband met de herkomst van maagkanker. Hun tests op muizen hebben immers uitgewezen dat dat kankertype afkomstig zou zijn van cellen die uit het beenmerg stammen, en niet van cellen uit de maagwand. Als die gegevens kloppen, komen de huidige theorieën over maagkanker op de helling te staan. 

Bron: Artsenkrant, 26-11-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Dat de bacterie Helicobacter pylori verantwoordelijk is voor maagontstekingen en maagzweren waaruit zich kankergezwellen kunnen ontwikkelen, was al langer bekend.

De Amerikaanse onderzoekers hebben nu evenwel ontdekt dat zo'n ontsteking de massale toestroom van stamcellen van het beenmerg in gang zet om de schade te herstellen, die de bacterie in het maagslijmvlies aanricht. De stamcellen zijn zogenaamde "niet-gedifferentieerde" cellen, wat wil zeggen dat ze zich kunnen omvormen tot cellen met een specifieke functie (tot epitheelcellen van de maagwand bijvoorbeeld). Tijdens hun verplaatsing veranderen sommige stamcellen echter in kankercellen. Eens in de maagwand aanbeland, zorgen zij voor de ontwikkeling van kankergezwellen.

Mochten die bevindingen bevestigd worden, dan zal de hele behandeling van maagkanker aan herziening toe zijn. De aandacht zal met name meer moeten uitgaan naar de migrerende stamcellen. Een en ander kan trouwens ook gevolgen hebben voor andere kankertypes die te maken hebben met chronische ontstekingen, zoals slokdarm-, long- of leverkanker. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

 





Toename van kanker bij jongeren

Nieuws 18-12-04

De resultaten van een onderzoek in negentien Europese landen zijn verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Ze wijzen op een toename van het aantal kankergevallen bij kinderen en adolescenten de voorbije drie decennia. Deze verhoging zou 1 tot 1,5 % per jaar bedragen. Vooral voor leukemie (bij kinderen) en lymfomen (bij volwassenen) is de stijging opmerkelijk.

Bron: The Lancet 2004 ; 364 : 2097-2105

Deze informatie verscheen ook in diverse media: La Dernière Heure (11-12-04) ; De Morgen (10-12-04) ;De Standaard (10-12-04) ; Het Volk (10-12-04) ; La Voix du Luxembourg (11-12-04) ; Gazet Van Antwerpen (11-12-04) ; Het Nieuwsblad (10-12-04) ; Het Belang van Limburg (10-12-04).

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De studie in kwestie analyseerde 63 pediatrische registers in negentien Europese landen tussen 1970 en 1999. Ze analyseerden 113 000 gevallen van kanker bij kinderen en 18 000 gevallen bij adolescenten. De resultaten wijzen zonder twijfel op een verhoogde incidentie van het aantal kankergevallen bij kinderen en adolescenten tijdens de voorbije decennia en een versnelling van deze trend in Europa.

Waaraan kunnen we die verhoging toeschrijven ? De oncologen en epidemiologen reageren verdeeld. Betere opsporingstechnieken kan deze toename deels verklaren. Ze leggen de schuld ook meer en meer bij factoren in de omgeving. Dat geldt bijvoorbeeld voor de potentiële rol van pesticiden (bij leukemie of hersengezwellen) of benzeen (leukemie). Andere mogelijke hypothesen: het verband tussen een verhoogd geboortegewicht en een verhoogd risico op leukemie of hersenkanker of een afname van het aantal infecties tijdens de kindertijd dat een verzwarend effect zou hebben op het risico.

Uiteraard is het enorm moeilijk om nu in dit debat stelling te nemen en de oorzaken van deze tendens dienen nog in detail te worden bestudeerd.

Laat ons echter eindigen op een positieve noot, want we moeten ook vaststellen dat de behandelingen de voorbije drie decennia gevoelig verbeterd zijn. De kansen op genezing zijn spectaculair gestegen. Dertig jaar geleden had amper 44 % van de getroffen kankerpatiëntjes een overlevingskans van vijf jaar. Nu ligt dat percentage boven de 80 %.

 





Luchtverfrissers, kaarsen, geurstaafjes op het beklaagdenbankje

Nieuws 27-11-04

Test Aankoop en het Europese Consumentenbureau (Beuc) bevestigen dat de chemische stoffen in spuitbussen, luchtverfrissers, oliën, elektrische verspreiders, geurkaarsen enzovoort gevaarlijke vervuilende stoffen voor binnenshuis bevatten. Er dient snel een reglementering op te komen.

Bronnen: (Le Soir, 23-11-04 ; Belga, 22 & 23-11-04 ; Het Nieuwsblad, 23 &24-11-04 ; De Standaard, 23 & 24-11-04 ; Het Volk, 23 & 24-11-04 ; La Dernière Heure, 23-11-04 ; Het Belang van Limburg, 23-11-04 ; DeMorgen, 23-11-04 ; Het Laatste Nieuws, 23-11-04 ; Gazet Van Antwerpen, 23-11-04, Metro, 23-11-04 ; De Tijd, 23-11-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Test Aankoop en het Beuc analyseerden de lucht in een middelgrote woning een à twee uur na gebruik van een geurkaars, twee staafjes wierook of de opening van een vloeibare verspreider. De resultaten wijzen op de aanwezigheid van irriterende stoffen, allergenen en zelfs kankerverwekkende stoffen.

Deze resultaten wekken geen verbazing voor wat betreft kaarsen en wierook. Bij elke verbranding komen immers stoffen vrij die giftig kunnen zijn : acroleïne, formaldehyde, acetaldehyde enzovoort. Toch is paniek nergens voor nodig. Het gebruik van een geurkaars of een wierookstaafje zal de gezondheid heus niet in gevaar brengen. Bovendien bestaat er een basisregel in de hygiëne die luidt dat we onze woonruimtes regelmatig moeten verluchten, ongeacht of er geurkaarsen en wierookstaafjes zijn of niet. Zo lossen we al heel wat problemen van binnenhuisvervuiling op.

Aan de gegevens over het gebruik van ontgeurders of elektrische verspreiders dienen we meer aandacht te schenken. Occasioneel gebruik van dergelijke producten brengt weinig nefaste risico's voor de gezondheid met zich mee. Overdadig gebruik van ontgeurders of elektrische verspreiders, die 24 uur op 24 aangesloten blijven, zou wel de gezondheid kunnen schaden van de meest gevoelige mensen zoals zwangere vrouwen, kleine kinderen, astmalijders enzovoort.. Bij deze mensen kan een hoge concentratie van schadelijke stoffen irritatie veroorzaken aan ogen en luchtwegen. Blootstelling aan kankerverwekkende stoffen (benzeen, styreen, naftaleen, acetaldehyde enzovoort) verdient ook onze bijzondere aandacht. Een striktere reglementering ter zake is zeker wenselijk.

Beeld : PhotoAlto - Matthieu Spohn



Cetuximab en radiotherapie: een doeltreffende combinatie om bepaalde kankers te behandelen

Nieuws 27-11-04

Tijdens de recente vergadering van de ESTRO (European Society for Radiotherapy and Oncology) werden bemoedigende resultaten voorgesteld voor de behandeling van bepaalde hoofd- en halskankers, met name keelkanker. De originaliteit van het onderzoek bestond erin radiotherapie te combineren met de toediening van het geneesmiddel cetuximab. Dat zorgde voor een versterking van het vernietigende karakter van de ioniserende stralen op de kankercellen.

Bronnen: Le Soir, 19-11-04, De Huisarts, 11-11-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek in kwestie is uitgevoerd door het team van professor Jordi Girald van het Vall d'Hebron ziekenhuis in Barcelona. Ze bestudeerden 424 patiënten met keelkanker in een gevorderd stadium.

Uitgangspunt van het onderzoek was een vaststelling die ze een aantal jaren terug in een laboratorium deden. Cultuurcellen waren een stuk gevoeliger voor de straling wanneer ze een voorbehandeling met cetuximab hadden ondergaan. Dat is een antilichaam dat in staat is zich vast te hechten aan de receptoren (EGFR) die in grote hoeveelheden aanwezig zijn aan het oppervlak van bepaalde kankercellen. Onderzoekers en artsen hebben sindsdien geprobeerd om voordeel te halen uit die synergie door hetzelfde principe te gebruiken bij patiënten die maar zwak reageren op een ?klassieke? radiotherapie.

De eerste klinische gegevens lijken alvast bijzonder bemoedigend. De gemiddelde levensduur van de behandelde patiënten verdubbelde, zonder bijkomende nefaste neveneffecten (buiten een lichte ontsteking van de huid waar de stralen op gericht zijn). Als deze resultaten bevestiging krijgen, zou het nieuwe concept getest kunnen worden om andere gezwellen te behandelen waar de EGFR receptor ook talrijk aanwezig is (bij longkanker bijvoorbeeld).

 





Betere behandeling tegen darmkanker

Nieuws 13-11-04

Op et jaarlijkse congres van de European Society for Medical Oncology (ESMO) werden de resultaten voorgesteld van een onderzoek naar een doeltreffender behandeling tegen darmkanker. De experts konden aantoenen dat het gebruik van een nieuwe chemotherapie na een chirurgische ingreep, de kans op herval met 25 % deed dalen.

Bron: La Meuse, 04-11-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Darmkanker is de op twee na meest voorkomende vorm van kanker bij mannen en de op een na meest voorkomende vorm bij vrouwen. In twee derde van de gevallen dient er bij de behandeling chirurgisch een deel van de darm te verdwijnen. Toch hervalt meer dan 30 % van de patiënten. Verklaring daarvoor is dat de kanker nog al te vaak in een gevorderd stadium aan het licht komt, dus op een moment waarop er zich al uitzaaiingen ontwikkeld hebben (de lever is dikwijls het doelorgaan).

Tegenover deze vaststellingen hebben de wetenschappers een nieuwe behandeling getest die toelaat om de overlevingskansen van deze patiënten gevoelig te verbeteren. De resultaten voorgestel op ESMO zijn dan ook zeer bemoedigend.

De nieuwe therapeutische aanpak bestaat erin chemotherapie toe te passen na een chirurgische ingreep om eventueel kankercellen, die onopspoorbaar zijn op het moment van de resectie en die wel eens naar andere organen zouden kunnen migreren (uitzaaiingen), te elimineren. Deze chemotherapie combineert twee actieve bestanddelen om de efficiëntie te verhogen: 5-Fluorouracil (5-FU) en oxaliplatine.

Meer dan 2 000 patiënten, waaronder 135 Belgen, werkten mee aan dit internationaal onderzoek. Na drie jaren opvolging blijkt dat de nieuwe behandeling het risico op herval met 25 % doet dalen.

Toch nog een valse noot: net zoals tal van andere chemobehandelingen duiken er ook hier neveneffecten op. Ongeveer 12 % van de patiënten zou lijden aan neuropathie (verlies van gevoeligheid en/of zenuwpijnen aan de handen en voeten). Deze symptomen verdwenen echter na de behandeling.





Obesitas en kanker: de band wordt duidelijker

Nieuws 06-11-04

Het verband tussen obesitas (zwaarlijvigheid) en het risico op borstkanker na de menopauze is al enkele jaren geleden duidelijk aangetoond. Een recent Amerikaans onderzoek (waarvan de resultaten gepresenteerd werden tijdens het congres van de American Society for Therapeutic Radiology and Oncology) versterkt dat verband nog. Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen met borstkanker in een vroegtijdig stadium een hoger risico op uitzaaiingen, op hervallen na de behandeling en op overlijden hebben als ze zwaarlijvig zijn.

Bron: Artsenkrant, 22-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek is uitgevoerd in het Fox Chase Cancer Center in Philiadelphia. Dr. Penny Anderson onderzocht 2010 vrouwen met een borstkanker in een vroegtijdig stadium. Van deze vrouwen hadden 452 een normaal gewicht, 857 een overgewicht en waren er 701 zwaarlijvig. In de eerste twee groepen bedroegen de overlevingskansen na vijf jaar 92 %, terwijl dat op 88 % lag in de derde groep. Bovendien waren er in de groep van zwaarlijvige patiënten meer vrouwen met uitzaaiingen en hervielen ze een stuk sneller.

De uitleg hiervoor is niet echt duidelijk. Sommige wetenschappers menen dat de hormonale veranderingen aan de basis zouden kunnen liggen van dat hogere sterftecijfer ten gevolge van kanker. Ze vermoeden dat een overproductie aan oestrogenen vanuit het vetweefsel daarin een rol speelt.

Andere onderzoeken hebben al aangetoond dat zwaarlijvige mensen ook een verhoogd risico op andere vormen van kanker hebben (slokdarmkanker, darmkanker, endeldarmkanker, leverkanker, maagkanker enzovoort). Deze informatie lijkt de publieke opinie echter niet te raken. Zou het dan niet hoog tijd zijn dat de overheid een sensibilisatiecampagne hiervoor op poten zet? Tegenover de plaag van zwaarlijvigheid in onze westerse maatschappij zou preventie een absolute prioriteit moeten zijn.

 





Herceptinen en longkanker: een behandeling die het overwegen waard is !

Nieuws 03-11-04

Verschillende klinisiche tests om het geneesmiddel Herceptine te testen bij patiënten met niet-kleincellige longkanker, zijn opgegeven omwille van de lage doeltreffendheid van de behandeling. Toch schat een groep Brusselse onderzoekers (Ludwig Center for Cancer Research) dat deze tests een tweede kans moeten krijgen omdat een beperkt aantal patiënten (4 %) gunstig zou kunnen reageren op de nieuwe behandeling.

Bron: Artsenkrant, 12-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Herceptine is een antilichaam gericht tegen een eiwit (ERBB2) dat selectief aanwezig is aan de oppervlakte van bepaalde kankercellen. Dit antilichaam is in staat om ERBB2 te blokkeren en zo de celdeling van de kankercellen te verhinderen. Meer nog, herceptine trekt macrofagen aan op de kankercel waarop het zich vasthecht. Die macrofagen gaan de kankercel vernietigen (macrofagen zijn witte bloedlichaampjes wiens rol het is de vreemde lichamen binnenin het organisme te elimineren).

Het geneesmiddel is met succes getest bij patiënten met een uitgezaaide borstkanker die een overexpressie aan ERBB2 vertoonden. Vervolgens is het getest bij patiënten met niet-kleincellige longkanker met niet-kleine deeltjes. Vermits deze onderzoeken niet de verwachte resultaten hebben opgeleverd, zijn ze stopgezet.

Het team van professor Francis Brasseur heeft nu echter aangetoond (artikel verschenen in Nature 2004 ; 431 :525-526) dat amper 4 % van de 12 geanalyseerde gezwellen een overexpressie aan dit fameuze eiwit ERBB2 vertoonde. Daarom menen ze dat het nodig is om de stopgezette onderzoeken opnieuw in overweging te nemen. Het is inderdaad niet helemaal uitgesloten dat een subgroep patiënten (zij die dit beroemde eiwit in overvloed hebben) baat heeft bij bemoedigende klinische resultaten dankzij deze molecule.

 

 





Sint-janskruid en kanker: opgelet voor interacties !

Nieuws 30-10-04

Een persbericht van het agentschap Belga waarschuwt het publiek voor het gebruik van Sint-janskruid en de risico's op interferentie bij de behandeling van kanker.

Volgens gegevens in het tijdschrift Pharmacotherapy, zou het product de effecten van chemotherapie gevoelig afzwakken en zou het ook weerstand tegen andere behandelingen veroorzaken.

Bron: Belga, 25-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Sint-janskruid is een geneeskrachtige plant die vaak gebruikt wordt tegen depressies. Een natuurlijke oorsprong betekent echter niet automatisch dat een plant ook alleen maar positieve effecten heeft.

Hypericium, het actief bestanddeel van Sint-janskruid, wordt gebruikt in medische preparaten om depressie te bestrijden. Jammer genoeg veroorzaakt dat ook ongewenste neveneffecten: overgevoeligheid van huid en ogen aan licht, maar ook interacties met bepaalde geneesmiddelen zoals digoxine (gebruikt voor de behandeling van hartstoornissen), theofylline (gebruikt voor de behandeling van astma), indinavir (gebruikt voor de behandeling van HIV-infectie), orale antistollingsmiddelen, ciclosporine (gebruikt tegen afstoten van transplantaten) en zelfs bepaalde orale contraceptiemiddelen.

Sint-janskruid heeft ook een invloed op de lever. Sint-janskruid activeert een lever enzyme dat een rol speelt in de afbraak van geneesmiddelen, in het bijzonder die gebruikt bij chemotherapie. Het bloedgehalte van deze geneesmiddelen daalt, samen met hun doeltreffendheid.  Dit verlies aan efficiëntie kan 40 % bereiken na amper drie weken behandeling met Sint-janskruid in combinatie met chemotherapie.

Hoewel Sint-janskruid te koop is zonder voorschrift, moeten we het wel degelijk beschouwen als een volwaardig geneesmiddel. Vermijd dus om het in te nemen zonder doktersvoorschrift en, als u chemotherapie volgt, vraagt u best vooraf de mening van uw oncoloog.

 





Zijn rassen genetisch bepaald ?

Nieuws 30-10-04

Onderzoekers van het Amerikaanse National Health Institute (NIH) hebben de resultaten van een onderzoek gepubliceerd dat het bewijs levert dat de notie van ras bij mensen niet genetisch bepaald is. De resultaten van dit onderzoek zijn verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift ?Nature Genetics?.

Bron: De Tijd, 27-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De mens probeert al eeuwenlang de natuur en de levende wezens te ordenen door categorieën, groepen, ordes op te stellen. Toegepast op de homo sapiens gingen deze classificaties lang het denken bepalen. Huidskleur bijvoorbeeld is nog vaak een bron van conflict tussen de verschillende volkeren.

Toch blijkt steeds duidelijker dat huidskleur (en dus het behoren tot een bepaald ras) niet bepaald wordt door een welbepaald gen. Er bestaan met andere woorden geen rassengenen. Het werk van het onderzoeksteam van het NIH bevestigt dat alleen maar. Zwart, wit of geel: iedereen maakt hetzelfde melanine aan (huidpigment), maar in veranderlijke hoeveelheden. Het is dus niet de aan- of afwezigheid van een gen dat het verschil maakt, maar wel zijn manier van uitdrukken!

Hetzelfde geldt voor het verband tussen ras en het risico op een welbepaalde ziekte. Genen hebben weinig invloed op de gezondheid van mensen. Voeding en levenswijze oefenen daarentegen wel een invloed uit. Die kunnen immers verschillen van bevolking tot bevolking. Het verband heeft dus niets te maken met hun erfelijk patrimonium.

Zal deze wetenschappelijk bevestiging eindelijk een einde maken aan de talrijke vooroordelen die bestaan rond etnische afkomst van mensen ?

 





Bloedarmoede en kanker: een vaak onderschatte link

Nieuws 19-10-04

Een recente Europese studie (ECAS: European Cancer Anemiae Survey) bij 15 367 patiënten  over een periode van zes maanden, toont aan dat anemie (bloedarmoede) vaak voorkomt bij kankerpatiënten. Anemie heeft een grote invloed op hun levenskwaliteit en wordt vaak onvoldoende behandeld.

Bron : Artsenkrant, 01-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Anemie is een complicatie die zich vaak voordoet bij kankerpatiënten. Meestal is het een gevolg van de ziekte en de evolutie of specifieke behandelingen ertegen. Dat is vooral het geval bij chemotherapie en/of radiotherapie.

Het ECAS toont aan dat een goedaardige anemmie (hemoglobinegehalte tussen 10 en 11,9 g/dl) al bij ongeveer een patiënt op de vier de levenskwaliteit verandert (de normale waarden schommelen rond de 12 g/dl voor vrouwen en 13 g/dl voor mannen). Anemie veroorzaakt vermoeidheid, verzwakking, afname van de mogelijkheid om inspanningen te doen. Dat heeft zijn invloed op het fysieke welzijn en de levenskwaliteit. Hoe meer het hemoglobineniveau daalt, hoe meer de levenskwaliteit van de patiënten aangetast raakt.

Er bestaan echter doeltreffende behandelingen om deze vorm van anemie te bestrijden. Zo is een bloedtransfusie de traditionele behandeling bij acute leukemie. Recentelijk echter heeft de ontwikkeling van EPO veel bijgedragen tot de vooruitgang in de behandeling van leukemie. Het gaat om een proteïne (makkelijk verkrijgbaar in sportmiddens) dat in staat is om de aanmaak van rode bloedlichaampjes en dus ook ook van het hemoglobinegehalte te stimuleren.

Het ECAS onderzoek toont echter aan dat de toediening van EPO meestal pas begint wanneer het hemoglobinegehalte onder de 9 g/dl duikt. Dat betekent dat men wacht tot de levenskwaliteit van de patiënt fel achteruit gegaan is vooraleer met een behandeling te starten.

 





Bestaat er een verband tussen borstkanker en melanoom?

Nieuws 19-10-04

Een onderzoek verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift ?International Journal of Cancer? lijkt aan te tonen dat er een verband bestaat tussen borstkanker en melanoom. Er zou een gemeenschappelijk genetisch proces bestaan tussen beiden.

Bron: De Huisarts, 06-10-04

Referentie van het onderzoek: Gao W, Tsao H, et coll. Association between female breast cancer and cutaneous melanoma. International Journal of Cancer, 20 septembre 2004, vol 111, p 792-794

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het epidemiologische onderzoek uitgevoerd door het team van dr. Tsao van het Massachusetts General Hospital uit Boston (USA) heeft aangetoond dat vrouwen die drager zijn van de erfelijke mutatie BRCA2 ? dat voorbestemt tot de ontwikkeling van borstkanker ? een verhoogd risico op melanoom hebben. Vrouwen die een afwijking vertonen aan het CDKN2A gen, dat voorbestemt tot melanoom, hebben een verhoogd risico op borstkanker.

De onderzoekers hebben dan ook gesuggereerd dat de sporen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van deze twee vormen van kanker samenlopen en dat vrouwen die de ene vorm van kanker overleven, vatbaar zijn voor de andere vorm. Om deze hypothese te testen, hebben ze patiëntes gevolgd tussen 1973 en 1999 en het aantal geobserveerde gevallen vergeleken met het aantal verwachte.

De resultaten tonen aan dat vrouwen die een melanoom overleefden een risico op borstkanker hebben dat 11 % hoger ligt. Bij vrouwen die borstkanker overleefden, steeg het risico om een melanoom te krijgen met 16 %.

Aanvullende onderzoeken dienen deze onderzoeken uiteraard nog te bevestigen en een eventueel genetisch verband dient nog fijner geanalyseerd te worden. In tussentijd moet de opvolging van de betrokken patiëntes rekening houden met deze epidemiologische gegevens. Laten we ook nog benadrukken dat het gaat om patiënten die erfelijk voorbeschikt zijn voor deze vorm van kanker. Dit geldt dus niet voor de volledige bevolking.
 

 





Nobelprijs Chemie 2004

Nieuws 09-10-04

De Nobelprijs voor chemie is toegekend aan de Israëliërs Aaron Ciechanover en Avram Hershko en de Amerikaan Irwin Rose voor hun onderzoek op relatief onbekend terrein: selectieve vernietiging van intracellulaire eiwitten.

Hun conclusies zouden kunnen bijdragen tot een verbetering van behandelingen tegen ziektes zoals multipel myeloom of mucoviscidose door de manier te helpen bepalen waarop het lichaam zich ontldoet van ongewenste eiwitten die aanwezig zijn bij deze aandoeningen.


Bron: La Libre Belgique, 07-10-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De Nobelprijs Chemie 2004 heeft raakvlakken met geneeskunde, en meer bepaald met de strijd tegen kanker.

Tot nu toe ging de interesse van de onderzoekers uit naar de synthese van eiwitten. In dat gebied zijn er al vijf Nobelprijzen uitgereikt. De drie laureaten van dit jaar hebben immers cruciale informatie aangebracht over een van de grote procescycli in de cel: selectieve vernietiging van eiwitten.

Waarover gaat het?

Parallel met de synthese van eiwitten, die zichzelf voortdurend vernieuwen, doen zich vernietigingsprocessen voor. Het werk van de drie laureaten laat toe om een beter zicht te krijgen op hoe, op moleculair niveau, de cel de vernietiging van bepaalde proteïnen controleert. Dat proces is broodnodig voor het metabolische evenwicht van de cel. Eiwitten die zich bezighouden met vernietigen, lijken een ?etiket? te dragen en naar proteasomen geleid te worden. Dat zijn intracellulaire structuren, die letterlijk dienst doen als vuilnisbak. Alvorens gerecycleerd te worden, worden ze daar in stukken gebroken.

Ciechanover, Hershko en Rose hebben het ?etiket? geïdentificeerd dat het vernietigingssignaal geeft voor de ongewenste eiwitten. Het gaat inderdaad om een ander eiwit, dat ?ubiquitine? heet en dat voorkomt in bijna alle levende wezens (vandaar de naam). Deze ontdekking heeft in Israël al geleid tot een product, Velcade genaamd, dat tijdens de eerste klinische proeven al een zekere doeltreffendheid heeft vertoond bij de behandeling van patiënten met multipel myeloom.

 





Prostaatkanker: de risico's op lange termijn analyseren!

Nieuws 25-09-04

Het alternatief tussen vroegtijdige behandeling en gewoon toezicht blijft heel wat controverses oproepen binnen de medische wereld als het gaat over prostaatkanker. Het voornaamste argument tegen een agressieve behandeling is gebaseerd op de trage evolutie van deze kanker in een groot aantal gevallen. Een recent onderzoek, verschenen in het American Journal of Medical Association, lijkt deze zekerheden echter overhoop te halen, toch voor wat betreft zieken met een lange levensverwachting.

Bron: Het Medisch Weekblad, 09-09-01

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Zweedse onderzoekers (het team van Jan-Erik Johansson) hebben 21 jaar lang 223 patiënten gevolgd in een vroegtijdig stadium van prostaatkanker. Ze stelden vast dat, na een eerste stabiele periode van een vijftiental jaar, de progressie van de kanker agressief verliep op lange termijn met de ontwikkeling van uitzaaiingen. Aan het eind van de opvolgingsperiode had 17 % van de patiënten een veralgemeende kanker, terwijl hun ziekte de eerste tien of vijftien jaar stabiel was gebleven. Het aantal patiënten die verder leefden zonder dat de kanker zich verder ontwikkelde, daalde van 45 % na 15 jaar opvolging, tot 36 % na 20 jaar opvolging. Het sterftecijfer te wijten aan protaatkanker lag driemaal zo hoog tussen de eerste 15 jaar en de 5 tot 6 daarop volgende jaren.

Dit onderzoek toont aan dat het nodig is om zelfs de weinig agressieve kankers te behandelen wanneer de levensverwachting hoger ligt dan 15 jaar op het moment van de diagnose.

De controverse vindt zijn oorsprong in het feit dat de evolutie van prostaatkanker heel variabel is. In bepaalde gevallen gaat het om een weinig agressieve ziekte. In andere gevallen kan de evolutie van prostaatkanker bedreigend zijn. Wat moeten we dan doen? Behandelen of niet?

De oplossing voor dit delicate probleem zou wel eens kunnen schuilen in een betere identificatie van de gezwellen met een agressief evolutieprofiel. Verschillende onderzoeksteams proberen momenteel immers de genetische merkers voor de agressiviteit van gezwellen te identificeren. We hopen dat deze inspanningen ons toelaten om gezwellen met evolutief potentieel beter te herkennen en zo een doeltreffende behandeling te kunnen voorstellen aan patiënten, die aan dit criterium beantwoorden. Dit is erg belangrijk onderzoekswerk als men weet dat prostaatkanker momenteel longkanker onttroond heeft als belangrijkste soort kanker bij mannen.

 





Een stap vooruit in de strijd tegen uitzaaiingen

Nieuws 11-09-04

Nederlandse onderzoekers (Nederlands Kanker Instituut, Amsterdam) hebben een gen ontdekt dat een rol speelt bij de ontwikkeling van uitzaaiingen: het TrkB gen. Door dat gen kunnen kankercellen zich op afstand ontwikkelen en onaantastbaar zijn voor de geprogrammeerde celdood (ook apoptose genaamd). Deze ontdekking zou de poort openzetten naar nieuwe bestrijdingsmiddelen tegen de vorming van uitzaaiingen.

Bronnen: Het Laatste Nieuws, 27-08-04
              Het Volk, 27-08-04
             Het Nieuwsblad 27-08-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Vroegere onderzoeken hadden al aangetoond dat het TrkB gen in abnormale hoeveelheden aanwezig was bij pancreaskanker (kanker van de alvleesklier), prostaatkanker of gezwellen van Wilms (nieren) en dat er mutaties van dat gen te vinden waren bij darmkankers. De echte werking van het TrkB gen was echter nog niet gekend.


De Nederlandse onderzoekers hebben nu bij muizen aangetoond dat cellen waar het gen in abnormaal hoge hoeveelheden aanwezig is, in staat zijn om in de bloedvaten door te dringen en organen vanop afstand te overspoelen. Volgens hen zou dat betekenen dat een specifieke inactivering van dat gen (via geneesmiddelen) de uitzaaiingskracht van bepaalde gezwellen zou kunnen afremmen.

Hoewel deze ontdekkingen zeker hoopgevend zijn, gaat het nog maar om voorlopige resultaten, die enkel bij labomuizen verkregen zijn. Het wil dus daarom nog niet zeggen dat ze de resultaten bij mensen zullen verkrijgen. Bovendien is het vormingsmechanisme van uitzaaiingen heel complex en veroorzaakt het de activering (of inactivering) van heel wat andere genen en dus van verschillende activeringssystemen van de vorming van uitzaaiingen. Als men erin slaagt om een enkel gen te blokkeren, mag men zich misschien verwachten aan kankercellen die aan de behandeling ontsnappen door andere ontsnappingswegen te gebruiken.

Het werk van de Nederlandse onderzoekers biedt dus heel wat nieuwe onderzoeksperspectieven voor de behandeling van uitzaaiingen, maar het is nog te vroeg om uit te kijken naar een behandeling voor de mens. Eerst moeten ze nog andere onderzoekspistes bewandelen.

 





Prostaatkanker blijft toenemen

Nieuws 08-09-04

Sinds kort is prostaatkanker de vaakst gediagnosticeerde vorm van kanker bij mannen. Zo telde het ministerie voor Volksgezondheid in 1998 5 129 nieuwe gevallen van prostaatkanker in België tegenover 2 739 in 1995. Zelfs al is deze kanker vandaag redelijk gekend, toch blijft de behoefte aan informatie een realiteit om de ziekte zo vroeg mogelijk te voorkomen.

Daarom is er recent een nieuwe informatiecampagne opgestart waaraan verschillende partners meewerken (AstraZeneca, Stichting tegen Kanker, Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen). Deze campagne richt zich tot het grote publiek, artsen en apothekers.

Bronnen :  
  La Dernière Heure, 01-09-04
  Het Nieuwsblad, 01-09-04
  La Meuse, 02-09-04
  De Tijd, 01-09-04
  Het Belang van Limburg, 01-09-04
  Het Volk, 01-09-04
  De Standaard, 01-09-04
  Le Soir, 02-09-04
  Gazet van Antwerpen, 02-09-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Prostaatkanker heeft longkanker intussen onttroond als de vaakst geregistreerde vorm van kanker bij mannen : 23,5 %, gevolgd door longkanker (19,6 %), darmkanker (12 %) en blaaskanker (6 %).

Risicofactoren zijn leeftijd (hoewel prostaatkanker zich steeds vaker bij jongere mannen voordoet), erfelijkheid (het risico is dubbel zo groot wanneer ook de vader prostaatkanker had), ras en voeding (te rijk aan dierlijke vetten).

Toch is een diagnose vaak mogelijk zonder dat er symptomen zijn. Een verhoging van het PSA-gehalte kan wijzen op prostaatkanker (normaal gehalte = minder dan 4 ng/ml). Toch kunnen ook andere aandoeningen, zoals een goedaardige hyperplasie van de prostaat, verantwoordelijk zijn voor een verhoogd PSA-gehalte in het bloed. Een rectaal onderzoek bij de arts kan voldoende zijn om na te gaan of de prostaat niet abnormaal groot is. Voor mannen vanaf 50 is een regelmatig onderzoek aangewezen. Hoe vroeger de diagnose valt, hoe groter de kansen op definitieve genezing zijn.

Meer info vindt u op de site www.astrazeneca.be of op de site van de Stichting (www.kanker.be). We stellen gratis een infobrochure ter beschikking. U kunt ze telefonisch aanvragen op 070 22 22 19.





Tankstations en risico op leukemie bij kinderen

Nieuws 04-09-04

Een Frans onderzoek gepubliceerd in het septembernummer van het Amerikaanse tijdschrift Occupational and Environmental Medicine,  lijkt aan te tonen dat in de buurt leven van een garage of een tankstation het risico op leukemie bij kinderen sterk verhoogt.


Bronnen:   La Dernière Heure, 21-08-04
                Het Belang van Limburg, 21-08-04
               De Morgen, 21-08-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek, uitgevoerd in vier Franse steden (Nancy, Lille, Lyon en Parijs) is gebaseerd op 280 gevallen van acute leukemie bij kinderen, voor een derde tussen twee en zes jaar, en een controlegroep van 285 niet getroffen kinderen. Op de 280 leukemiegevallen waren er zeventien kinderen die dichtbij een garage of een tankstation woonden (tegen zeven kinderen in de getuigengroep).

Professionele blootstelling aan benzeen (stof die aanwezig is in brandstof) is een vaststaande factor van leukemie bij volwassenen, maar dan in veel hogere doses dan die bij garages of de huidige tankstations. Daarom is het gebruik van benzeen nu streng gereglementeerd.

In de leefomgeving zijn tankstations en garages potentiële bronnen van benzeenuitstoot. Dit type van blootstelling beschouwde men tot op heden echter als relatief zwak. Daarom vragen de resultaten van het Franse onderzoek om opheldering en vergen ze bevestiging via verder onderzoek.

Jaarlijks doen er zich op 100 000 kinderen in de ontwikkelde landen 4 nieuwe gevallen van leukemie voor. Vermits er weinig risicofactoren gekend zijn voor deze ziekte, is dit zeker een onderzoekspiste waar verder onderzoek nodig is.

 





Gebruik van cannabis bij de behandeling van hersengezwellen

Nieuws 01-09-04

Het team van professor Guzamen (Complutense Universiteit, Madrid) publiceerde onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Cancer Research de resultaten van een onderzoek naar de effecten van hennepbestanddelen (voornaamste bestanddeel van de cannabisplant) op de behandeling van een bijzonder agressief hersengezwel, met name het multiform glioblastoom.
De intratumorale toediening van deze stoffen leidde bij laboratoriummuizen tot een selectieve vernietiging van de kankercellen.

Bronnen:  Le Soir, 26-08-04
               Cancer Research 64, 15-08-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

De voorbije jaren hebben verschillende onderzoeken aangetoond dat hennepbestanddelen de groei van verschillende soorten gezwellen vertraagt. Het team van professor Guzman heeft recentelijk aangetoond dat deze stoffen in staat zijn om de angiogenesis bij muizen te remmen. Angiogenesis is een proces waarbij nieuwe bloedvaatjes gevormd worden die in staat zijn een gezwel te bevoorraden. De bloedvoorziening van een gezwel afremmen leidt dan ook tot een verstikking van het gezwel dat spectaculair verkleint.

Hoewel het om voorlopige resultaten gaat, zouden deze ontdekkingen de basis kunnen vormen voor nieuwe hoop in de behandeling van zware kankers.





Reconstructie strottenhoofd na kanker

Nieuws 02-08-04

Aan de KULeuven werd door het team van professor P. Delaere een techniek op punt gesteld om sommige mensen met kanker van het strottenhoofd na de operatie normaal te laten spreken, slikken en ademen.

Bronnen : De Standaard 17/7/04 p. 18
               La Dernière Heure 17/7/04 p. 4
              Het Nieuwsblad 17/7/04 p. 2
 

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Vroeger werd bij mensen met kanker van de stembanden in veel gevallen het hele strottenhoofd operatief verwijderd. Dat had tot gevolg dat die patiënten niet meer konden ademen door mond en neus. Er werd dan ook operatief een opening gemaakt in de hals waaraan de luchtpijp werd bevestigd. Om te spreken diende gebruik gemaakt van een apparaatje in de hals of met slokdarmspraak.

Professor Delaere is er in geslaagd de luchtpijp vijf centimeter naar boven te brengen tot op de plaats waar een deel van het strottenhoofd is weggenomen. Om de bloedvoorziening te waarborgen plaatst hij een stukje weefsel uit de onderarm rond de luchtpijp en verbindt dat met de bloedvaten in de hals. Daardoor kunnen de patiënten door de mond en neus blijven ademen en ruiken. Praten kan nog als één van beide stembanden kan gespaard blijven met de operatie, ook al is de stem wel wat zachter en heser.

Deze techniek kan niet bij alle mensen met kanker van het strottenhoofd toegepast worden: enkel ongeveer bij 1 op 5 van de patiënten bij wie het strottenhoofd niet volledig weggenomen hoeft te worden.

We benadrukken nog maar eens dat preventie ook bij deze vorm van kanker primordiaal is: met name vooral door niet te roken. Meer dan negentig percent van de strottenhoofdkankers komen immers voor bij rokers. Het risico verhoogt nog als men rookt en daarbij nog teveel alcohol drinkt.

 





Asbest: breek de stilte

Nieuws 17-07-04

Onder de 250 voormalige arbeiders van Coverit in Harmignies tellen we vandaag al 102 doden en 44 zieken. De reden voor deze ware slachting lijkt bij asbest te liggen. Het bedrijf uit Harmegnies bestond immers sinds de jaren '20 van vorige eeuw en fabriceerde golfplaten uit asbestcement en ook leien en buizen op basis van asbest. Vandaag trekken twee voormalige collega's van de site aan de alarmbel om de stilte rond deze problematiek te breken.

Bron: La Meuse, 13-07-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

We verwachten ons in de komende jaren aan een ware explosie van het aantal asbestslachtoffers. In de jaren zeventig was asbest erg in trek als isolatiemateriaal. Heel wat Belgen die nu al op pensioen zijn of binnenkort op pensioen gaan kwamen er beroepsmatig mee in contact. In België zullen er jaarlijks honderden nieuwe slachtoffers opduiken. Volgens epidemiologische schattingen zal de plaag zijn hoogtepunt bereiken tussen 2010 en 2020.

Al sinds 1900 is men zich bewust van de gevaren van asbest. We weten immers dat asbestvezels door inademing in het lichaam doordringen en dat ze zich permanent vestigen in de longblaasjes. Ze zijn onmogelijk te verwijderen en veroorzaken asbestose, longkanker en borstvlieskanker (mesothelioom) of strottenhoofdkanker. In 1946 zag het ?Reglement voor arbeidsbescherming? het levenslicht. Daarin werd asbest geklasseerd bij de meest kankerverwekkende producten. Vanaf dat moment kon geen enkel bedrijf in België het gevaar van het materiaal ontkennen. Diegenen die gebruik maakten van asbest dienden de staat op de hoogte te stellen. De staat zorgde dan weer voor controle. Dat gebeurde in de praktijk echter nooit en pas aan het eind van de jaren negentig werd asbest in ons land verboden.
 
Onder de asbestslachtoffers van vandaag kunnen enkel werknemers die werken of gewerkt hebben bij een bedrijf dat bijdraagt aan het Fonds voor Beroepsziekten, genieten van een schadeloosstelling na erkenning van hun geval door het Fonds voor Beroepsziekten. Niets is echter voorzien voor de zelfstandigen of voor ?omgevingsslachtoffers? (besmet buiten beroepsactiviteiten). Er zijn al twee wetsvoorstellen ingediend om een fonds voor schadevergoeding van asbestslachtoffers op te richten ... echter nog zonder succes.

Sinds december 2000 ijvert een vereniging ABEVA (Belgische Vereniging voor Asbestslachtoffers), die onderdak vond bij de Stichting, voor een erkenning van alle categorieën asbestslachtoffers en hun naasten die recht hebben op een schadevergoeding. U kunt contact opnemen met de vereniging via e-mail ( Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ), telefoon (0479 92 72 37) of via fax (02 256 43 69). Elke dinsdagvoormiddag is er bovendien permanentie voorzien.

 





Multipel myeloom: nieuwe behandelingen in onderzoek

Nieuws 03-07-04

Tot op heden begon de gebruikelijke behandeling bij een multipel myeloom met chemotherapie met vincristine, doxorubicine en dexamethasone. Nog later krijgen de patiënten een beenmergtransplantatie. Met deze twee behandelingen boeken artsen meestal goede resultaten, maar toch zijn er nog regelmatig mensen die hervallen. Vandaar de belangstelling voor twee nieuwe behandelingen die momenteel voorliggen ter onderzoek: CC 5013 (een stof die wat gelijkt op thalidomide, maar die minder neveneffecten veroorzaakt) en bortezomib. Na een jaar lijken de resultaten hoopvol, zowel voor wat betreft de levenskwaliteit als het percentage van volledige genezing.

Bron: La Libre Match, 30-06-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Deze kanker, ook wel gekend onder de naam ziekte van Kahler, kenmerkt zich door de kwaadaardige wildgroei van plasmocyten (cellen gespecialiseerd in de afscheiding van antilichamen) in het beenmerg. Deze kwaadaardige cellen scheiden stoffen af die de vernietiging van botweefsel bevorderen. Als resultaat treedt er op verschillende plaatsen in het skelet ontkalking op, wat leidt tot punten in de botten. Er kunnen zich daar makkelijker kleine breuken voordoen. Ook de nieren worden aangetast en er doet zich ernstige bloedarmoede voor. De zieken zijn dan extreem vermoeid, hebben rugpijn en hebben geen doeltreffende bescherming meer tegen infecties.

De twee hierboven vermelde nieuwe behandelingen, die zich momenteel in een testfase bevinden in de States (Dana-Farger Cancer Institute in Boston) lijken te zorgen voor een duidelijke remissie bij een derde van de zieken die hervallen zijn met een resistent myeloom. Dankzij deze behandelingen kunnen patiënten genieten van een betere levenskwaliteit en hebben ze minder pijn. Hoewel het gaat om voorlopige klinische onderzoeken, lijken de eerste resultaten zeker veelbelovend.

De Stichting verleent trouwens financiële steun aan een groep Belgische onderzoekers die trachten de celmechanismen te ontcijferen die een rol spelen bij de ontwikkeling van deze ziekte. Het gaat om het team van dr. Karine Vanderkerken (Vrije Universiteit Brussel) dat tracht om de ondergroepen van cellen te identificeren die migreren naar het beenmerg en de ziekte veroorzaken. Zodra ze deze cellen duidelijk geïdentificeerd hebben, zullen de onderzoekers verschillende technieken op punt kunnen stellen die toelaten om de wildgroei van deze cellen in het beenmerg tegen te gaan.

 





Nieuws voor de behandeling van bepaalde vormen van prostaatkanker

Nieuws 03-07-04

De resultaten van twee klinische onderzoeken rond de behandeling van gevorderde prostaatkanker werden voorgesteld tijdens het Amerikaanse oncologiecongres (ASCO) in New Orleans. Beide onderzoeken tonen aan dat het mogelijk is om de overlevingskansen en de levenskwaliteit te verbeteren van patiënten die lijden aan een prostaatkanker die resistent is voor hormoonbehandelingen. Hoopgevende resultaten voor duizenden mannen dus.

Bronnen:  La Libre Belgique, 30-06-04
               Artsenkrant, 29-06-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Prostaatkanker is de derde meest voorkomende vorm van kanker en de zesde meest dodelijke vorm bij mannen. In 2000 telden we in België 5 128 nieuwe gevallen van prostaatkanker. 1881 patiënten overleden aan de gevolgen ervan.

De toename van het aantal gevallen (incidentie) in alle geïndustrialiseerde landen is deels te wijten aan de vergrijzing van de bevolking en aan een steeds actievere opsporing.

Als deze kanker zich uitbreidt buiten de prostaat (herval na een curatieve behandeling of een laattijdige diagnose), kunnen de patiënten hormoontherapie ondergaan. Wanneer het gezwel niet meer reageert op de hormoonbehandeling, blijft enkel nog chemotherapie over. De resultaten voorgesteld tijdens ASCO tonen aan dat chemotherapie met Taxoteris, een molecule gebrukt voor de behandeling van bepaalde borst- of longkankers, kan helpen.

De patiënten in de klinische onderzoeken werden verdeeld in twee groepen. Sommigen kregen Taxoteris, andere mitoxantrone (referentiechemo), altijd in combinatie met lage doses corticoïden. Patiënten die de eerste molecule kregen toegediend, zagen hun levenskwaliteit verbeteren en hadden minder pijn. De resultaten zijn bijzonder positief bij pijn te wijten aan botuitzaaiingen. Bovendien is hun levensverwachting gemiddeld met drie maanden gestegen. ?3 maanden verder leven met dat type van aandoening is opmerkelijk?, onderlijnde professor Daniel Petrylak (New York). Zo kunnen ze nog bepaalde doelstellingen in hun leven bereiken waar ze anders niet mochten op hopen.

Sinds 19 mei 2004 heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration Taxoteris aanvaard voor de behandeling van prostaatkanker. Het Europese Agentschap voor Geneesmiddelen zou binnenkort hetzelfde doen.

 





Behandeling met hormoonsubstituten moeilijk te evalueren

Nieuws 30-06-04

Dr. Alain Tamborini is verantwoordelijk voor het toezichtscentrum voor menopauze binnen het Europese ziekenhuis Georges Pompidou in Parijs. Hij meent dat de resultaten van recente Amerikaanse onderzoeken over de behandeling met hormoonsubstituten (HST) bij menopauze niet zomaar overdraagbaar zijn naar Frankrijk.

Bron : La Recherche, juli-augustus 2004, n°377

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Een recent Amerikaans onderzoek, Women's Health Initiative (WHI), toonde al aan dat er een verhoogd risico bestaat op borstkanker en hart- en vaatziekten bij mensen die HST krijgen voorgeschreven in de Verenigde Staten. Vrouwen in de menopauze kregen deze behandeling voorgeschreven om osteoporose en opvliegingen tegen te gaan. De bekendmaking van deze resultaten zette de medische wereld in rep en roer en heel wat vrouwen stopten onmiddellijk met hun behandeling.

Nu stelt dr. Tamborini zich vragen over de geldigheid van deze resultaten. De oestrogenen die in de Verenigde Staten worden gebruikt, worden vrijwel niet voorgeschreven in Frankrijk. Bovendien waren de Amerikaanse vrouwen bij het begin van het onderzoek gemiddeld 63 jaar oud en een derde leed aan zwaarlijvigheid en liep groter risico op hart- en vaatziekten dan de Franse vrouwen, die minder sterke HST gebruiken en een stuk jonger (tussen 50 en 65) zijn. Ten slotte kregen de Amerikaanse vrouwen sterke doses hormonen gedurende meer dan 5 jaar, terwijl bij de Franse vrouwen de behandeling meestal minder lang loopt en met lagere doses.

Wellicht valt de Franse situatie te vergelijken met België. Onze experts vragen zich nu af of het wel opportuun was om geen HST meer voor te schrijven als eerste behandeling voor preventie van osteoporose. HST mag misschien niet meer systematisch worden voorgeschreven en de dosis en duur van de behandeling dienen beperkt te worden, maar we moeten ook rekening houden met het feit dat dit de eenvoudigste, doeltreffendste en goedkoopste behandeling is in de jaren volgend op de menopauze.

Het debat hierover is dus verre van gesloten. Nieuwe onderzoeken over de voordelen en risico's verbonden aan het gebruik van HST zijn zeker nodig.

 

 





Verhoging van het aantal gevallen van borstkanker bij mannen

Nieuws 25-06-04

Volgens een studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ?American Cancer Society? is het aantal gevallen van borstkanker bij mannen op 25 jaar tijd met 26 % gestegen.

Zelfs al blijft het risico klein, toch lijkt deze verhoging zorgwekkend omdat ze te maken zou kunnen hebben met obesitas.

Bron: Artsenkrant/ Le Journal du Médecin, 08-06-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Volgens de bovenvermelde studie schat de American Cancer Society het aantal mannen met borstkanker in de Verenigde Staten in 1998 op 1 400. Dat is 0,76 % van het totale aantal gevallen van borstkanker voor dat jaar en 0,2 % van alle kankers bij mannen.

Het gaat dus om een relatief zeldzame vorm van kanker. Toch is de verhoging van de incidentie vastgesteld tusen 1973 en 1998 betekenisvol. Experts proberen de oorzaak ervan te achterhalen.

Tot op heden ging de medische wereld uit van de hypothese dat erfelijkheid, blootstelling aan ioniserende stralen (X stralen enzovoort) of een voorgeschiedenis van goedaardige ziekte aan de borst de meest plausibele risicofactoren vormden. Recentelijk brachten ze ook erfelijke voorbeschikking (verbonden aan de mutatie van het BRCA2 gen) in verband met een verhoogd risico op borstkanker bij mannen.

Bepaalde onderzoekers denken nu dat obesitas ook een belangrijke rol zou kunnen spelen in de verhoging van het aantal gevallen van borstkanker bij mannen. Het vetweefsel is inderdaad in staat om kleine hoeveelheden oestrogeen aan te maken. Die kunnen een nefaste invloed hebben op de groei van kankercellen in het borstweefsel (voor zover het uiteraard gaat om een hormoonafhankelijke kanker).

Vermits het gaat om een zeldzame kanker is een systematische opsporing niet gerechtvaardigd. Als een man evenwel een afwijking vaststelt in zijn borst (grootte, vochtverlies, bloeding enzovoort) moet hij onmiddellijk zijn arts raadplegen. In tegenstelling tot tal van vrouwen lijken mannen immers te wachten om een arts te raadplegen bij een afwijking. Dat verklaart wellicht waarom borstkanker bij mannen vaak pas in een gevorderd stadium van de ziekte aan het licht komt. Dat leidt dan tot een minder gunstige prognose.

 

 





Cocktail van pre- en probiotica voor tumorbeheersing ?

Nieuws 25-06-04

Een vijftal jaar geleden ging het SYNCAN (Synbiotics and Cancer Prevention in Humans) ?project van start. Vorsers uit zeven Europese landen gingen het effect na van een cocktail van pre- en probiotica* op tumorbeheersing. Uit de eerste analyseresultaten blijkt dat de cocktail de ontwikkeling van tumoren, niet alleen bij dieren maar ook bij mensen, kan afremmen.

Bronnen:  Het Medisch Weekblad, 2004-06-10
               La Semaine Médicale, 2004-06-10


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

We onderstrepen dat het gaat om een voorlopige conclusie, gezien de analyse van de resultaten nog volop bezig is, maar het lijkt er inderdaad sterk op dat er een remmend effect is. De cocktail van pre- en probiotica werd getest bij mensen met dikkedarm- en endeldarmkanker, nadat eerder studies bij dieren de hypothese hadden bevestigd.

De resultaten kunnen een belangrijke rol toebedelen aan (bepaalde of bepaalde combinaties van) pre- en probiotica, zowel in preventie als bij kankerpatiënten. Maar zoals gezegd is het wachten op de eindresultaten én het ontrafelen van de verklaring van het mechanisme dat achter deze tumorbeheersing schuilt. De verwachtingen zijn in ieder geval hoopvol!
 

*  probiotica:  levende micro-organismen, zoals bepaalde bacteriën, die de maag en dunne darm overleven, en die gunstig inwerken op de darmflora en/of de darmfunctie.

*  prebiotica: stoffen (geen micro-organismen) in de voeding die niet worden verteerd en die de groei en/of de activiteit van micro-organismen in de dikke darm beïnvloeden.


 


.

 





Doeltreffender chemotherapie voor longkanker

Nieuws 11-06-04


Op 5 juni presenteerden oncologen tijdens het congres van de ASCO (American Society of Clinical Oncology) in New Orleans de resultaten van een klinisch onderzoek naar de behandeling van de vaakst voorkomende vorm van longkanker.

Een nieuw geneesmiddel, erlotinib (Tarveca) genaamd, verbeterde de overlevingskansen van de patiënten in een vergevorderd stadium van dat type kanker met 40 %. De andere behandelingen hadden geen effect.

Bronnen : Vers l'Avenir, 08-06-04
               Het Belang van Limburg , 07-06-04
              Het Laatste Nieuws, 07-06-04
             Belga, 05-06-04


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek liep bij 731 patiënten bij wie de ziekte bleef aanslepen, ondanks een behandeling met traditionele chemotherapie. 488 onder hen kregen het nieuwe geneesmiddel. Ze zagen hun overlevingskansen en hun levenskwaliteit gevoelig verbeteren. De vooruitgang van de ziekte vertraagde en symptomen als hoest, ademhalingsmoeilijkheden of pijn namen af. De neveneffecten van deze nieuwe behandeling bleven beperkt tot bepaalde huidreacties en diarree.

Het geneesmiddel heeft de receptor van de epidermische groeifactor (EGF) als doel. Deze receptor is overvloedig aanwezig in tal van gezwellen, waaronder 40 tot 80 % van de gevallen van dit type longkanker. Door zich vast te hechten aan deze receptor blokeert erlotinib de overdracht van het groeisignaal van de kankercellen.

Het gaat dus om een zeer gerichte behandeling die, in tegenstelling tot traditionele chemotherapie, de gezonde cellen niet treft. De behandeling kan echter slechts doeltreffend zijn bij patiënten met een overvloed aan EGF receptoren aan de oppervlakte van kankercellen.

Als de eerste veelbelovende resultaten van dit klinisch onderzoek (momenteel in fase III) bevestiging krijgen, zou een bepaald aantal patiënten met de meest frequente vorm van longkanker hun overlevingskansen en hun levenskwaliteit gevoelig zien stijgen.

 





Kankerverwekkende stoffen in voorbehoedsmiddelen ?

Nieuws 09-06-04

De chemische inspectiedienst van de Duitse stad Stuttgart heeft een onderzoek gepubliceerd, waaruit blijkt dat de meeste voorbehoedsmiddelen die in Duitsland te koop zijn, nogal wat nitrosamine (een bekende kankerverwekker) zouden bevatten.

Bronnen:  La Dernière Heure, 29-05-04
               Grenz Echo, 29-05-04
               De Standaard, 29-05-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek had betrekking op 32 condoommerken, waarvan er 29 ongewoon veel nitrosamine bevatten. De stof bevordert de elasticiteit van de voorbehoedsmiddelen, maar kan via het slijmvlies het lichaam binnendringen. Uit het genoemde onderzoek blijkt bovendien dat de concentratie van die kankerverwekkende stof in bepaalde gevallen oploopt tot 0,6 mg per kilo, zesmaal meer dan de toegelaten bovengrens voor fopspenen.

Vanzelfsprekend zullen de bevoegde gezondheidsinstanties maatregelen moeten treffen, indien mocht blijken dat die gegevens kloppen.

Geen paniek evenwel! Het risico dat de nitrosamine op die manier in voldoende grote hoeveelheden in het lichaam binnendringt, is klein. Laten we trouwens niet vergeten dat nitrosamine ook voorkomt in een aantal voedingsmiddelen en in sigaretten, zij het tienduizend keer meer dan in voorbehoedsmiddelen.

Intussen kan die informatie wel een klap betekenen voor aids-preventiecampagnes. Onze houding is dan ook duidelijk: voorbehoedsmiddelen zijn de beste manier om seksueel overdraagbare aandoeningen te voorkomen. Er kan dan ook geen sprake van zijn het gebruik ervan te ontraden.

 





Het patent op het BRCA1-gen is geweigerd

Nieuws 04-06-04

Het Europese patentenbureau (European Patent Office of EPO) heeft beslist het patent van de Amerikaanse firma Myriad Genetics op het borstkankergen BRCA1 te weigeren.

Voor tests die in België beschikbaar zijn om na te gaan of vrouwen draagster zijn van dat gen, moeten de betrokkenen betalen, maar de prijs is redelijk.

Bronnen:  

  • Belga, 18-05-04
  • Gazet van Antwerpen, 19-05-04
  • De Morgen, 19-05-04
  • De Tijd, 19-05-04
  • De Standaard, 19-05-04
  • Het Laatste Nieuws, 19-05-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Door het patent dat de EPO in 2001 aan Myriad Genetics uitreikte, had het jonge Amerikaanse bedrijf het absolute monopolie op het onderzoek naar dat gen. Dientengevolge moesten alle tests op dat borstkankergen sinds 10 oktober 2001 voor analyse naar de Verenigde Staten worden opgestuurd. Daardoor vertienvoudigden de kosten (ongeveer € 3 000 in plaats van € 292).

Uit protest tegen dat voldongen feit zijn de acht Belgische centra die in menselijke erfelijkheid gespecialiseerd zijn, gewoon blijven doorgaan met het uitvoeren van (onwettige!) tests. Op 22 februari 2002 hebben de Belgische ministers voor Volksgezondheid, Sociale Zaken en Economie, evenals de Stichting tegen Kanker trouwens, beslist tegen de licentie in beroep te gaan. Op die vraag heeft de EPO nu dus gunstig gereageerd.

Even in herinnering brengen dat die genetische tests het mogelijk maken bij risicopatiënten na te gaan of ze draagster zijn van het BRCA1-gen, dat verantwoordelijk is voor genetische vormen van borstkanker (en in mindere mate ook van eierstokkanker).

In feite is de Europese regelgeving inzake patenten op genetische ontdekkingen in het geding, aangezien de vraag rijst naar het 'bezit' van onze genen. Er is een groot verschil tussen een ontdekking (iets opmerken dat al bestaat), die tot het publieke domein behoort, en een uitvinding (iets nieuws creëren), die het voorwerp kan zijn van bescherming door een patent. Het gaat hier niet om een futiliteit: het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek dat leidt tot de ontdekking van onze genen, verdient namelijk het nodige respect; het ligt immers aan de basis van ander onderzoek, dat op zijn beurt therapeutische toepassingen oplevert. Zonder bewegingsvrijheid zijn de openbare onderzoekslaboratoria sterk benadeeld ten opzichte van die van de grootindustrie, die wel over de middelen zouden beschikken om tests en geneesmiddelen te ontwikkelen.

De kwestie raakt aan de essentie van de gezondheidszorg van de toekomst, waarin voorspellende geneeskunde dankzij de genetische ontdekkingen realiteit kan worden.

 





Een nieuwe genetische afwijking die het risico op borstkanker kan verdubbelen

Nieuws 29-05-04

In ?De Tijd? van 18 mei lezen we over de ontdekking van een nieuwe genetische afwijking die vatbaar maakt voor borstkanker.
Een team van onderzoekers onder leiding van de universiteit van Cambridge heeft het gen ?CHEK2? bestudeerd bij meer dan 20 000 vrouwen in Engeland, Nederland, Duitsland, Finland en Australië.
De onderzoekers stelden vast dat vrouwen, die drager waren van een abnormaal CHK2 gen, twee keer meer kans hadden op borstkanker, onafhankelijk van een eventuele voorgeschiedenis in de familie.

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Met meer dan 7 000 nieuwe gevallen van borstkanker per jaar in België, zal ongeveer 1 vrouw op de 12 er tijdens haar leven geconfronteerd mee worden.
Drie op de vier kankers doen zich voor bij vrouwen ouder dan 50. Leeftijd blijft de voornaamste risicofactor.

In 5 tot 10 % van de gevallen speelt een erfelijke vatbaarheid een rol in de ontwikkeling van deze kankers. Afwijkingen op BRCA1 en BRCA2 genen zijn trouwens al tientallen jaren gekend.

Genetische opsporing is mogelijk wanneer men de aanwezigheid van een abnormaal BRCA gen vaststelt. Het gen vormt momenteel trouwens het middelpunt van een handelsoorlog tussen Europa en de Verenigde Staten over de vraag of deze genen al dan niet patenteerbaar zijn. Als dat het geval was, zou het patenthoudende bedrijf astronomische bedragen kunnen aanrekenen voor elk onderzoek rond dat gen, met inbegrip van het gebruik van opsporingstests! De Stichting sluit zich aan bij een brede protestbeweging van Europese wetenschappers die vrije toegang tot dat soort van genetische opsporing eisen voor alle betrokken vrouwen.

De ontdekking van een nieuw gen dat vatbaar maakt voor borstkanker, maakt die strijd nog actueler. Een genetische afwijking kan in bepaalde gevallen van generatie op generatie overgaan of, integendeel, geïsoleerd optreden bij een individu. Om het verschil te maken, om het profiel van het individuele risico te bepalen en om te beslissen over een welbepaalde opvolging, is genetische opsporing een kostbaar hulpmiddel. Het voortzetten van genetische onderzoek is dus van kapitaal belang, voor zover het onderzoek gebeurt in het voordeel van de patiënten en niet enkel om winst te maken.

 

 





Strijd nog niet gestreden!

Nieuws 17-05-04

In een Amerikaanse tijdschrift werd een pessimistisch beeld opgehangen over het effect van de nieuwe ontwikkelingen op gebied van kankerbehandelingen in de loop van de laatste jaren. ?We verliezen de strijd tegen kanker?, zo werd gesteld.

Bron : De Tijd  13-05-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker 

De reactie van de Amerikaanse journalist is ongetwijfeld te pessimistisch. Wel is het zo dat er in een bepaalde pers regelmatig ongenuanceerde berichten de wereld worden ingestuurd over ?nieuwe mirakelmiddelen? tegen kanker. Zo werkt het jammer genoeg niet?Er bestaan tientallen verschillende soorten kanker zodat het vinden van een enkel middel tegen al die diverse vormen niet erg realistisch is. De strijd tegen kanker wordt geleverd met tal van kleine veldslagen en dat vraagt veel tijd, energie en geld. Er is de laatste jaren een hele weg afgelegd in de behandeling van kanker maar de oorlog is nog niet gewonnen. Daarvoor zijn nog heel wat inspanningen nodig op diverse gebieden. Daar is ook onze Stichting zich terdege van bewust. Wij kunnen dankzij de steun van onze donateurs elk jaar een belangrijke som spenderen aan steun aan wetenschappelijk kankeronderzoek. Voor de periode 2003-2006 werd door onze Stichting 10 250 000 euro (hetzij meer dan 400 miljoen BEF) toegekend aan 49 onderzoeksteams in ons land. Daarbij gaat het zowel om basisonderzoek in het laboratorium als om klinisch onderzoek bij patiënten.

Dankzij de aanhoudende inspanningen van de wetenschappelijke wereld is de behandeling van kanker de laatste jaren aanzienlijk verbeterd en veel meer gericht en individueel aangepast geworden. Dat houdt in dat zowel de levenskwaliteit als de overleving bij een groot aantal patiënten zijn verbeterd, maar nog niet bij allemaal. Het statistisch verschil is misschien niet zo spectaculair van jaar tot jaar maar als we bedenken dat in 1960 amper 35 % van de patiënten met kanker 5 jaar na de diagnose nog in leven was en dat dit nu meer dan 64 % (en voor sommige kankersoorten zelfs meer dan 90 %) bedraagt, dan is dat toch reden tot gematigd optimisme.

Naast onze inspanningen voor een betere behandeling van kanker mogen we zeker ook niet de noodzaak van optimalere preventie en opsporing vergeten.



 





Een analogie tussen littekenvorming en kanker ?

Nieuws 29-04-04

De mechanismen die een rol spelen bij de normale littekenvorming zouden betrokken kunnen zijn bij bepaalde kankers. Onderzoekers aan de universiteit van Stanford (USA) hebben verschillende genen geïdentificeerd die zowel bij littekenvorming als bij bepaalde kwaadaardige gezwellen opduiken.

Bron: Artsenkrant, 16-04-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Kankercellen delen bepaalde kenmerken met normale cellen die aanwezig zijn in een wonde waar zich littekenweefsel vormt. Zo doen er zich talrijke celdelingen voor, een invasie van het naburige gezonde weefsel en de capaciteit om de vorming van nieuwe bloedvaten in gang te zetten (angiogenesis).

Amerikaanse onderzoekers hebben een aantal genen kunnen identificeren die aanwezig zijn bij littekenvorming, maar ook bij bepaalde kankerprocessen. Deze genen vonden ze terug in kankercellen in de lever of de prostaat. In andere gezwellen, zoals bij borstkanker of maagkanker, kwamen deze genen zelden voor. Wanneer ze echter wel aanwezig zijn, is de prognose een stuk zwaarder.

Op basis van deze ontdekkingen zijn nieuwe aanpakken inzake diagnose of prognose mogeilijk. Onderzoeken die toelaten om de werkingsmechanismen te ontcijferen achter de expressie van deze genen zouden ons bovendien kunnen doen hopen op nieuwe behandelingsstrategieën. Door de werking van deze genen te beperken wanneer er een kanker is, zou men de progressie van gezwellen misschien kunnen vertragen of blokkeren.

 





Een belangrijke ontdekking in de strijd tegen leukemie

Nieuws 28-04-04

Een groep Amerikaanse onderzoekers is erin geslaagd het "genetisch profiel" te bepalen van patiënten die aan een zware vorm van leukemie lijden: chronische myeloïde leukemie. Zo zijn ze erin geslaagd patiënten te identificeren die een zeer agressieve behandeling nodig hebben om deze ziekte doeltreffender te bestrijden.

Bron: Belga, 14-04-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het team van professor Pollack (Stanford University, Verenigde Staten) heeft kankercellen onderzocht van 116 volwassenen die getroffen zijn door een chronische myeloïde leukemie. Tijdens hun onderzoek hebben ze de activiteit van 26 260 genen geanalyseerd en zijn ze erin geslaagd om 133 actieve genen aan te duiden die nauw gelinkt zijn met de levensduur van de patiënten.

Dat noemen we het opstellen van het "genetisch profiel van de gezwellen". Door deze nieuwe aanpak wordt het mogelijk om verschillende klassen binnen eenzelfde type kanker te bepalen, waarbij de verschillende subgroepen diverse prognoses laten zien. Deze techniek kent momenteel een ware boom. Artsen zullen in staat zijn om patiënten te identificeren die een zwaardere behandeling nodig hebben.

Sinds ongeveer tien jaar heeft de explosie in het menselijk genetisch onderzoek (in kaart brengen van de genen, analyse van de merkers enzovoort) de weg geopend voor nieuwe behandelingen. Nu het menselijk genoom vrijwel volledig ontcijferd is, treden we binnen in het tijdperk "op maat", aangepast aan de genetische bijzonderheden van elk gezwel. Dat maakt het onderzoek rationeler en doeltreffender.





Eternit viert zijn honderdjarig bestaan!

Nieuws 09-02-05

Ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag publiceert Eternit een overzicht van de grote momenten in zijn geschiedenis. Zo leren we dat het bedrijf, tot voor kort voornaamste aanmaak- en commercialiseringsbedrijf van asbest in ons land, ongeveer 100 miljoen euro besteed heeft aan onderzoek naar vervangingsmateriaal voor asbest. Een schijnbaar gelukte economische reconversie, maar...

Bronnen: De Standaard, 07-02-05
              La Libre Belgique, 07-02-05

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Eternit bouwde zijn eerste fabriek in 1905 langs het kanaal Brussel-Willebroek in Haren (Brussel). Na de eerste wereldoorlog drong de nood aan diversificatie zich op. Ze verhuisden achtereenvolgens naar Kapelle-op-den-Bos en naar Tisselt.

Het bedrijf boert intussen goed. Het stelt 700 mensen tewerk in België. Binnen de groep Etex, die 12 000 mensen wereldwijd werk verschaft en 70 filialen in 34 landen telt, behield Eternit zijn Belgische nationaliteit.

Achter dat idyllisch economische beeld gaat een andere realiteit schuil. Eternet produceerde immers jarenlang asbestcement. Sinds 1900 was al bekend dat asbest gevaarlijk was. Bij het opstellen van het ?Reglement voor bescherming op de werkvloer? in 1946 werd asbest ondergebracht bij de meest kankerverwekkende producten. Van dan af kon geen enkel bedrijf meer twijfelen aan het gevaar van dat materiaal.

Toch zorgde dat tot het eind van de jaren negentig niet voor een stop in productie, import en/of verspreiding van asbestproducten!

De vooruitzichten in Europa voor asbestgebonden kankers zijn op zijn minst onrustwekkend te noemen. Vooral mesotheliomen (kankers van het borstvlies en/of het middenrif) en longkankers zijn er al dan niet rechtstreeks mee in verband te brengen.

De Engelse epidemioloog Julian Peto baseert zich op de gegevens van zes West-Europese landen en schuift voor mesothelioom het cijfer van 250 000 overlijdens tussen nu en 2030 naar voor (Lancet, 30 januari 1999). De piek zal liggen rond 2020. In België zouden er tussen 2010 en 2020 jaarlijks 1 200 à 1 500 overlijdens ten gevolge van longkanker te betreuren vallen, die te wijten zijn aan asbest.

Zou het voor Eternit niet gepaster zijn om voor zijn honderdste verjaardag financiële middelen uit te trekken voor de oprichting van een hulpfonds voor asbestslachtoffers?

Stof tot nadenken!

 





Wereldpremière in Brussel: 11 maanden na transplantatie van eierstokweefsel, is een jonge ex-kankerpatiënte zwanger!

Nieuws 27-04-04

Het team van professor Jacques Donnez (Universitair Ziekenhuis Saint-Luc, Brussel) is erin geslaagd eierstokweefsel in te planten bij een jonge vrouw die genezen is van lymfekanker. De vrouw is nu 3 maanden zwanger en alles verloopt prima.


Bronnen : La Dernière Heure, 21-04-04 ; La Libre Belgique, 21-04-04 ; La Meuse, 21-04-04 ; De Morgen, 21-04-04 ; De Standaard, 21-04-04 ; Het Laatste Nieuws, 21-04-04 ; Gazet van Antwerpen, 21-04-04 ; Het Nieuwsblad, 21-04-04 ; Het Volk, 21-04-04 ; Het Belang van Limburg.

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Behandeling tegen kanker leidt steeds vaker tot genezing. Toch zijn de gevolgen van chemotherapie of radiotherapie niet te verwaarlozen. Ze kunnen bijvoorbeeld leiden tot onvruchtbaarheid bij geslachtsrijpe vrouwen. Dat is te wijten aan de vernietiging van een aanzienlijk deel van de eierstokfollikels tijdens de chemo- en radiotherapie.

Het medische exploot van het team van Saint-Luc zal nieuwe hoop geven aan tal van patiëntes. Doel is om eierstokweefsel weg te nemen vooraleer met de behandeling tegen kanker te beginnen.

Dat is in 1997 gebeurd bij een jonge vrouw met een Hodgkinlymfoom. De toen vijfentwintigjarige vrouw kreeg het voorstel om eierstokweefsel te laten wegnemen en invriezen voor het begin van de chemo- en radiotherapie.

Iets meer dan een jaar geleden bleek de vrouw genezen te zijn. Ze wilde graag een gezin stichten en de transplantatie van het eierstokweefsel gebeurde in februari 2003. Vier maanden later functioneerde de eierstok opnieuw normaal en in januari 2004, 11 maanden na de transplantatie, bleek de zwangerschapstest positief uit te vallen.

Er bestaan echter ook andere oplossingen om het toekomstig moederschap te verzekeren: invriezen van embryo's voor de behandeling of eierstokstimulatie. Deze tweede oplossing vergt wat tijd en vertraagt het starten van de behandeling tegen kanker, met alle risico's die dat met zich meebrengt (wildgroei van kankercellen bijvoorbeeld).

Professor Donnez, initiator van het programma, schat dat in 2010 een vrouw op de 250 (van geslachtsrijpe leeftijd) een kanker overleefd zal hebben. Het succes van de transplantatie van ingevroren eierstokweefsel zal dus nieuwe hoop geven aan toekomstige moeders.

 





Borstprothesen en risico op kanker

Nieuws 16-04-04

Patiëntes die overwegen een borstprothese te laten plaatsen om hun borstomtrek te vergroten of de vorm ervan te veranderen, stellen zich dikwijls de vraag of deze operatie het risico op borstkanker vergroot. Een groot Amerikaans onderzoek bij een miljoen vrouwen, die gedurende zeven jaar werden gevolgd, komt eindelijk met een antwoord op deze vraag.


Bron: Het Medische Weekblad, 18-03-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Tot op heden was het antwoord op deze vraag nogal controversieel. Dat leidde het team van professor Miglioretti ertoe om een groot onderzoek uit te voeren bij patëntes die tussen januari 1995 en oktober 2002 een mammografie ondergingen.

De resultaten tonen aan dat borstkanker niet vaker voorkomt bij vrouwen met borstinplantingen uit esthetische overwegingen dan bij vrouwen die deze ingreep niet hadden ondergaan. Bij vrouwen met borstprothesen is de mammografie echter iets minder gevoelig omdat de stralen niet door de inplantingen kunnen dringen. Dat ongemak wordt vandaag omzeild door een bijzondere methode die erin bestaat het borstweefsel naar voor te duwen zodat de inplanting zich tijdens de mammografie achteraan bevindt.

De auteurs van het onderzoek komen tot het besluit dat borstinplantingen het risico op borstkanker niet vergroten, maar dat waakzaamheid en dus opsporing ook voor deze vrouwen geboden blijven.
 

 





Meer overlijdens door longkanker dan door borstkanker bij Amerikaanse vrouwen !

Nieuws 16-04-04

In de Verenigde Staten heeft longkanker borstkanker voorbijgestoken als voornaamste doodsoorzaak door kanker bij vrouwen. Dat blijkt uit een bericht dat verscheen in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift JAMA (Journal of the American Medical Association). De auteurs van het onderzoek schatten zelfs dat longkanker wereldwijd dé epidemische ziekte van de 21e eeuw wordt bij vrouwen.

Bronnen:  La Meuse, 14-04-04
               Belga, 13-04-04
               Le Soir, 14-04-04

Commentaren van de Stichting tegen Kanker

De auteurs van het in JAMA verschenen onderzoek hebben aangetoond dat het aantal nieuwe gevallen van longkanker bij Amerikaanse vrouwen tussen 1990 en 2003 met 60 % verhoogd is, terwijl de incidentie relatief stabiel blijft bij mannen.

Deze alarmerende vaststelling is zeker te wijten aan het feit dat steeds meer vrouwen de voorbije decennia zijn beginnen roken.

Toch lijkt ook een ander element een rol te spelen. Vrouwen zouden vatbaarder zijn voor de effecten van longkanker dan mannen. Dat valt deels te verklaren door de rol van de oestrogenen, een soort vrouwelijk hormoon. Longkankercellen zouden meer oestrogeenreceptoren hebben dan normale longcellen. Vrouwen zouden ook een stuk vatbaarder zijn om bepaalde vormen van longkanker te krijgen (adenocarcinomen genoemd).

De onderzoekers lanceren een ware alarmkreet naar rooksters en toekomstige rooksters. Antirookcampagnes blijven nodig om het fenomeen een halt toe te roepen. Ook in Europa zijn de eerste effecten al merkbaar.

 





Kanker: wanneer vervuiling dodelijk wordt

Nieuws 03-04-04

Volgens de Franse oncoloog Dominique Belpomme is de teloorgang van het milieu verantwoordelijk voor 75 tot 80 % van de kankergevallen. Zo zouden jaarlijks 28.000 Belgen kanker krijgen door milieuvervuiling. Bovendien zouden hierdoor ieder jaar16.900 Belgen sterven. 

Bron: Tendances, 25.03.04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Hoewel niet naast het impact van milieuvervuiling kan worden gekeken, lijken deze cijfers sterk overdreven. We mogen ons zelfs afvragen op welke gegevens deze oncoloog zulke overdonderende beweringen baseert.

Laten we teruggrijpen naar betrouwbare cijfers. In België stellen we jaarlijks 41 000 nieuwe kankergevallen vast. Deze ziekte doodt 28 000 personen, waarvan 6 800 ten gevolge van longkanker, voornamelijk ten gevolge van tabaksverbruik.

Volgens de internationale wetenschappelijke gemeenschap (waartoe de epidemiologen Doll en Peto behoren) zou +/- 10 % van de kankergevallen te wijten zijn aan schadelijke omgevingen, onder meer op het werk. Het grootste aantal kankergevallen zou daarentegen gepaard gaan met schadelijke gedragingen, waarvan 30 % met tabaksverbruik en 30 tot 35 % met slechte voedingsgewoontes en overmatig alcoholverbruik.

We komen dus niet eens in de buurt van de cijfers die professor Belpomme vrijgaf. Maar hoe controversieel ook, deze cijfers vestigen toch de aandacht op een probleem dat de maatschappij niet kan negeren: de teloorgang van het milieu en de mogelijke impact hiervan op onze gezondheid.

Deze vaststelling mag evenwel onze doelen op het gebied van kankerpreventie niet veranderen. Tabak is en blijft vijand nummer 1. Dan komen de bescherming tegen ultraviolette stralen, het matige verbruik van alcohol, de promotie van een gezonde en evenwichtige voeding, het regelmatig beoefenen van sport en de verbetering van bepaalde werkomstandigheden om de blootstelling aan kankerverwekkende substanties zo veel mogelijk te beperken.

Een laatste bedenking: het is makkelijker het milieu te beschuldigen dan onze slechte gedragingen te veranderen. Is dit de (slechte) reden waarom de beweringen van professor Belpomme op die manier worden onthaald?

 





Steeds meer kinderen krijgen kanker

Nieuws 03-04-04

Kanker bij kinderen jonger dan 15 jaar vertegenwoordigt 1% van alle kankergevallen. De laatste jaren stelden we een stijging vast van de kankergevallen bij deze jonge bevolkingsgroep. Dit is onder meer zo voor leukemie: de laatste 30 jaar komt die kanker blijkbaar 15 tot 20 % meer voor. Sommige experts sluiten de effecten van vervuiling niet uit.

Bron: Artsenkrant, 16.03.04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Hoewel deze cijfers zorgwekkend lijken, moeten we onderstrepen dat we in België niet over een precieze evaluatie hierover beschikken. In tegenstelling tot Duitsland, Frankrijk, de VS, Canada en de Scandinavische landen, heeft België geen specifiek register van kinderkankergevallen.

De stijging van kinderkankergevallen is zeker gedeeltelijk toe te schrijven aan een betere detectie van gezwellen. Zo wordt kanker van het centrale zenuwstelsel beter opgespoord dankzij de medische beeldvorming (zoals magnetische resonantie) die vanaf begin jaren 80 werd ontwikkeld.

Voor leukemie ligt het moeilijker want er bestaat geen duidelijk geïdentificeerde externe factor. De onderzoeken over het effect van elektromagnetische velden en pesticiden geven nog geen eenduidige resultaten. We kunnen evenwel de mogelijke link met milieuvervuiling niet uitsluiten. Het interessantste spoor is de stijging van het aantal benzinewagens in de laatste 50 jaar. Benzeen is immers duidelijk een kankerverwekkende samenstelling.

We moeten dus waakzaam blijven, en de nodige instrumenten inschakelen om de oorzaken te achterhalen van de stijging van het aantal kinderkankergevallen (en kanker bij volwassenen).

 





Borstprothesen: risico op kanker ?

Nieuws 31-03-04

Verhogen borstprothesen het risico op kanker?

Deze vraag wordt vaak gesteld door patiënten die een borstprothese willen om de omvang van de borsten te vergroten of hun vorm te veranderen. Tot nu toe was het moeilijk daarop te antwoorden. Maar een uitgebreid Amerikaans onderzoek schept nu meer klaarheid.

Bron: Le Quotidien, 20.03.04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

In de VS lieten vanaf 1962 tussen 1,5 en 2 miljoen vrouwen borstprothesen implanteren. In 80% van de gevallen ging het om een esthetische ingreep.

Maar tot heden bleef de vraag of er een risico bestond op borstkanker controversieel.

Een recent onderzoek bij 1 miljoen vrouwelijke patiënten heeft er een antwoord op gegeven. Het onderzoek (gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association in januari 2004) werd uitgevoerd door het team van dr. Diana Miglioretti (Seattle) bij patiënten die een mammografie hadden ondergaan tussen 1 januari 1995 en 15 oktober 2002.

Daaruit bleek dat de gevoeligheid van de mammografie lichtjes daalt door de borstimplantaten. Deze verhogen evenwel niet het risico op kanker. Het onderzoek toonde immers geen noemenswaardig verschil aan tussen de tumorkarakteristieken (frequentie, stadium, grootte, staat van de oestrogenenreceptoren, staat van de lymfeklieren) van vrouwen met en zonder borstimplantaten.

Toch dient men waakzaam te blijven. Vrouwen met borstimplantaten moeten regelmatig een mammografie ondergaan.





Groene thee zou kankerproces vertragen

Nieuws 26-03-04

Japanse wetenschappers hebben ontdekt dat groene thee het kankerproces zou kunnen vertragen. Het onderzoeksteam van de universiteit van Kyushu in Fukuoka behandelde tumorcellen van longkankerpatiënten in het laboratorium met de stof EGCG, een bestanddeel van groene thee. Ze ontdekten dat een significante vertraging optrad in de groei van de kankercellen. EGCG zou zich namelijk vasthechten aan een bepaald eiwit aanwezig in kankercellen en op die manier de groei van deze kankercellen, en dus ook tumorgroei, afremmen. De hoeveelheid EGCG gebruikt in het laboratorium stemt overeen met een dagelijkse consumptie van 2 à 3 kopjes groene thee?

Bronnen:  Het Belang van Limburg, 16/03/2004
               Belga, 15/03/2004
               Metro, 16/03/2004

  

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Reeds enkele jaren zijn er aanwijzingen dat thee, zowel groene als zwarte,  mogelijk preventief bescherming biedt tegen kanker. Dit zou vooral het geval zijn voor de consumptie van groene thee, vooral gedronken in China, en het ontstaan van maagkanker. Bijkomende studies dienen nog meer duidelijkheid te geven rond deze weldoende effecten van een geregelde theeconsumptie.
Helemaal nieuw is het effect dat thee, meer bepaald groene thee, zou hebben op het kankerproces zelf. Het feit dat het om een eerste ?ontdekking' gaat, wil meteen zeggen dat meerdere onderzoeken nodig zijn om deze eerste gegevens te bevestigen. Echter, de consumptie van 2 à 3 koppen groene thee is voor de meeste mensen volledig onschadelijk. Voor wie dus preventief wil werken, of als kankerpatiënt hiermee wil starten, is er in principe geen probleem. Het blijft evenwel raadzaam om er als patiënt even uw arts over te raadplegen.

 

 

 

 





Avastin: een nieuwe, beloftevolle behandeling

Nieuws 05-03-04

In de Verenigde Staten heeft de Food and Drug Administration, de autoriteit op het vlak van geneesmiddelen, zopas de commercialisering goedgekeurd van een nieuw geneesmiddel tegen kanker: Avastin. Het team van dr. Judah Folkman (Harvard Medical School, Boston) heeft er zo'n dertig jaar onderzoek rond verricht in het domein van de anti-angiogenese. Die heeft tot doel kanker af te remmen door de vorming van nieuwe bloedvaten in de rand van een gezwel tegen te gaan, zodat ze het gezwel niet meer kunnen bevloeien om de groei ervan te bevorderen.

Het bedrijf dat de molecule (Genentech) heeft uitgewerkt, hoopt nu ook van de Europese autoriteiten snel een akkoord te krijgen, zodat alle patiënten er hun voordeel bij kunnen doen.

Bronnen: La Meuse, 01-03-04
              Het Belang Van Limburg, 28-02-04
             Het Laatste Nieuws, 01-03-04


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Er is een ware revolutie bezig op het vlak van kankerbehandelingen. Dankzij de vooruitgang in de genetica en de moleculaire biologie beschikt de geneeskunde tegenwoordig over samenstellingen die tien jaar geleden ondenkbaar waren.

De belangrijkste behandelingen in de kankerbestrijding blijven weliswaar chemotherapie, chirurgie en radiotherapie, maar er duiken nieuwe moleculen op, die een veel doelgerichtere werking hebben. Na Tamoxifen, Iressa en Glivec is er nu dus Avastin. De molecule vernietigt de bloedvaten die het gezwel voeden, waardoor het gezwel afsterft.

Avastin is inmiddels uitgetest in combinatie met chemotherapie bij patiënten met uitgezaaide darm- of endeldarmkanker. Er lopen verschillende studies om uit te zoeken of het middel ook doeltreffend is bij andere kankers (borst, long, alvleesklier).

Op die manier hoopt dr. Judah Folkman kankervorming inderdaad af te remmen en van kanker een 'gewone' chronische ziekte te maken, die op een minder agressieve manier ambulant te behandelen zou zijn.

Schaduwzijde: de kost van een dergelijke behandeling... dreigt de pan uit te swingen!

 





Bestaat er een verband tussen antibiotica en borstkanker ?

Nieuws 21-02-04

Een onderzoek aan de universiteit van Washington waarvan de resultaten verschenen in de Journal of the American Medical Association maakt melding van een verband tussen de chronische inname van antibiotica en een verhoogd risico op borstkanker.

Bron: La Dernière Heure, 18-02-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Het onderzoek liep bij 10 000 vrouwen (2 000 patiënten met borstkanker en 8 000 vrouwen in goede gezondheid) wiens dossier de onderzoekers gedurende 17 jaar volgden.

De onderzoekers hebben aangetoond dat er een band bestaat tussen de inname van antibiotica gedurende lange periodes en de onwikkeling van borstkanker. Zo blijkt dat meer dan 500 dagen antibiotica innemen het risico op borstkanker met een factor 1.5 zou verhogen.

Ze wijzen er echter wel op dat het hier gaat om een verband en niet om een bewijs van oorzaak. Ook andere factoren zouden de band kunnen verklaren. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de toegediende hoge doses antibiotica het afweersysteem verstoren. De chronische inname van dergelijke geneesmiddelen kan inderdaad de darmflora aantasten door de beschermende bacteriën in de darmen te vernietigen. Dat verlies aan bescherming en de toxische stoffen zouden de weg kunnen openleggen voor de ontwikkeling van een kanker.

Dat betekent echter niet dat we antibiotica zomaar moeten verwerpen. We moeten ze wel beter gebruiken. Heel wat virale infecties als verkoudheden of griep behandelen we bijvoorbeeld nog altijd met antibiotica. Daarvoor zijn ze volkomen ondoeltreffend vermits de oorzaak ligt bij een virus en niet bij een bacterie.

Het is duidelijk dat het vermelde onderzoek nog om aanvullend onderzoek vraagt. Dat zegt ook het team zelf. We volgen dan ook met grote aandacht de publicatie van nieuwe resultaten op dat vlak.





Het type van hersendood laat sporen na

Nieuws 12-02-04

In De Standaard van 6 februari verscheen een artikel dat ogenschijnlijk niets met kanker te maken heeft. Op hun zoektocht naar genen die abnormaal actief zijn bij psychische ziektes deden Richard Myers en zijn collega's van Stanford University in Californië een onverwachte ontdekking: bij plotse dood, of integendeel bij een trage dood, activeren de hersencellen zeer verschillende genen.

Commentaar van de Stichting tegen Kanker


Hersendood heeft niets te maken met kanker en toch houdt deze ontdekking verband met een belangrijk onderzoeksdomein in de kankerwetenschap. Er worden heel wat inspanningen geleverd om de ?genetische identiteitskaart? van gezwellen te leren kennen. Het komt er met andere woorden op aan te bepalen welke genen in kankercellen actief zijn en ze vergelijken met de genen actief in normale cellen. Zo zullen artsen veel preciezer een welbepaalde vorm van kanker kunnen bepalen. Dat is van kapitaal belang om een perfect doelgerichte behandeling voor te stellen.

De ontdekking van de Amerikaanse onderzoekers bevestigt indirect het nut om de genen te bestuderen die in de cellen actief zijn om een beter zicht te krijgen op hun geschiedenis. Ze leggen echter ook de vinger op een ander probleem: het type van celdood (plots of geleidelijk) lijkt wel degelijk de genactiviteit te beïnvloeden.

Dat zou gevolgen kunnen hebben voor alle erfelijkheidsonderzoeken op basis van weefselafname. We kunnen ons inderdaad afvragen in welke mate de manier van weefselafname, de snelheid waarmee men ze vasthecht, zonder nog maar te spreken van weefselstoornissen voor de afname, in staat zijn de resultaten te beïnvloeden?

Hier ligt een nieuwe uitdaging voor de onderzoekers!

 

 





Onrust rond zalm

Nieuws 19-01-04

Uit de resultaten van een studie uitgevoerd aan de universiteit van Albany, New York, in de Verenigde Staten, blijkt dat gekweekte zalm beduidend meer dioxines en kankerverwekkende stoffen bevat dan de wilde soortgenoten. De vorsers gaan zelfs zo ver dat ze aanraden niet vaker dan twee keer per maand de gekweekte zalm te consumeren.

In Europa en in Amerika, lokte dit nieuws tal van reacties uit. Zowel de Amerikaanse Food and Drug Administration, die voedingsproducten controleert, als diverse Europese autoriteiten in dit domein, verklaren dat er geen reden is tot ongerustheid en noemen de resultaten misleidend.

Bronnen :  Belga, 9 januari 2004
                De Standaard, 10 januari 2004
               Het Laatste Nieuws, 10 januari 2004


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Dioxines en andere kankerverwekkende stoffen, zoals pcb's, toxafeen en diëldrine, zijn vooral aanwezig in de vetfractie van vis, zodat vette vis zoals zalm sowieso hogere gehalten bevat dan magere vis. Daar komt bij dat vissen in kweekvijvers relatief vethoudend voer krijgen en dit voer bovendien zelf ook al een zeker gehalte aan dioxines en andere stoffen bevat.

Dit betekent daarom nog niet dat ook effectief normen overschreden worden. Zo werd hiervan recent nog een analyse gemaakt in België, waaruit bleek dat de normen werden gerespecteerd.
Anderzijds zijn er de vele voordelen van vette vissen, rijk aan omega-3-vetzuren, waaraan heel wat positieve gezondheidseigenschappen worden toegeschreven.

Voorlopig kunnen we dus stellen dat vette vis beslist één keer per week op het menu kan blijven staan. Bent u een echte viseter, wissel dan beter magere en vette vissoorten af, en u hoeft niets te vrezen.

 





Spelen deodorants een rol bij bepaalde borstkankers ?

Nieuws 16-01-04

Een team van de universiteit van Reading in Groot-Brittannië heeft onlangs de resultaten gepubliceerd van een studie die een verband aantoont tussen het gebruik van deodorants en borstkanker. Dat bericht heeft ook in heel wat Belgische kranten gestaan, wat bij de lezers voor enige paniek gezorgd heeft.

Bronnen:
- La Nouvelle Gazette, 13-01-04
- La Capitale, 13-01-04
- Het Belang van Limburg, 12-01-04
- De Morgen, 13-01-04
- Gazet Van Antwerpen, 12-01-04
- Het Laatste Nieuws, 12-01-04
- Het Nieuwsblad, 12-01-04

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Maanden geleden al waarschuwde een zogenaamd wetenschappelijk bericht tegen het gebruik van anti-sudorifera (zweetwerende middelen), omdat ze borstkanker zouden veroorzaken. Sluitende wetenschappelijke bewijzen ontbraken en de argumentatie die de informatieverspreiders aanvoerden, was weinig overtuigend. Kortom, het bericht was niet wetenschappelijk onderbouwd.

Geen rook zonder vuur, dacht een team van Britse onderzoekers en ze bogen zich over het onderwerp. Ze hebben twintig menselijke borstgezwellen onderzocht en bij achttien vonden ze sporen van parabens, een product dat in deodorants voorkomt.

Wat moeten we nu van die gepubliceerde resultaten denken? Een studie die op een zo klein aantal gevallen gebaseerd is, lijkt ons alleszins niet echt significant. Zo mogelijk nog verbazingwekkender is het feit dat in de studie geen parallelanalyse is uitgevoerd op een controlegroep van mensen met gezond weefsel.

Tevens is parabens een veelgebruikt bewaarmiddel dat schimmel- en bacterievorming tegengaat. Het zit in veel verzorgingsproducten (ontharings- en zonnecrème, aftershave, lippenstift, haarkleuring, neus, oog- en oordruppels) en zelfs in bepaalde voedingsmiddelen (hesp, fruitsap, siroop, gehakt enzovoort). Tot op heden zijn er met parabens nooit gezondheidsproblemen geweest.

Kortom, dat er sporen van parabens in borstgezwellen terug te vinden zijn, betekent nog niet dat er een oorzakelijk verband is. Studies van grotere aantallen in vergelijking met controlegroepen van mensen met gezond weefsel moeten duidelijkheid verschaffen. In afwachting zien wij niet meteen reden tot bezorgdheid.

Beeld : PhotoAlto - David Laurens





Het verkoudheidvirus in de behandeling van huidkanker ?

Nieuws 14-01-04

Onderzoekers van de universiteit van Newcastle in Australië hebben ontdekt dat het virus dat gewone verkoudheden veroorzaakt (het coxsackievirus), de kankercellen van melanomen, een uitermate agressieve vorm van huidkanker, kan vernietigen.

De ontdekking verscheen begin januari in Clinical Cancer Research, tijdschrift van de Amerikaanse vereniging voor kankerbestrijding. De resultaten zien er veelbelovend uit in dierproeven en in proeven met menselijke cellen in een laboratoriumomgeving.

Bronnen: -   La Libre Belgique, 08-01-04
              -   La Dernière Heure, 08-01-04
              -   Le Soir, 08-01-04.


Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Professor Shafren (Universiteit van Newcastle, Australië) lijkt te hebben aangetoond dat melanoomcellen afsterven, als je ze inspuit met het verkoudheidvirus. Tijdens zijn ontwikkeling vernietigt dat virus blijkbaar de kankercellen en het melanoom wordt op enkele weken kleiner, om op verloop van tijd helemaal te verdwijnen. De onderzoekers hopen dat het virus daarna in het lichaam zal gaan rondreizen om ook kankercellen die uit het oorspronkelijke gezwel zijn uitgezaaid (metastases), te vernietigen.

Voorlopig hebben de resultaten enkel betrekking op dierproeven en proeven met menselijke cellen in een laboratoriumomgeving. Als er bevestiging komt, zullen klinische tests bij mensen snel volgen.

Het nieuws wekt alleszins nieuwe hoop voor de behandeling van het melanoom, dat in Australië en de westerse wereld in aantal nieuwe gevallen per jaar (incidentie) onrustbarend toeneemt. Toch moeten we de resultaten van de klinische tests afwachten!

Een andere onderzoekspiste in de behandeling van het melanoom is de therapeutische vaccinatie. Belgische onderzoekers hebben op dat vlak al bij herhaling internationale faam verworven (meer bepaald de teams van de professoren Thierry Boon (UCL), Kris Thielemans (VUB) en Thierry Velu (ULB)) en in verschillende universitaire ziekenhuizen lopen al klinische tests.

 





EMSY: de missing link tussen erfelijke en niet-erfelijke vormen van borstkanker?

Nieuws 08-01-04

Onderzoekers van de Cambridge University (Verenigd Koninkrijk) hebben een nieuw gen ontdekt, dat een rol zou spelen bij bepaalde niet-erfelijke vormen van borstkanker (en van eierstokkanker).

Als hun onderzoeksresultaten bevestigd worden, ontstaat de mogelijkheid om de diagnose van borstkanker te verfijnen (erfelijk of niet-erfelijk, agressief of minder agressief) en meer patiënten op korte termijn aangepaste behandelingen aan te bieden.

Bron: Artsenkrant, 19-12-03

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Mutaties van de genen BRCA1 en 2 veroorzaken borstkanker (en eierstokkanker). Dat is al bijna acht jaar bekend. Wetenschappers hebben ook ontdekt dat die genen normaal bijdragen tot het herstel van beschadigd DNA, zodat de betrokken cellen geen kankercellen worden. Vrouwen die draagster zijn van een gemuteerde vorm van die genen, hebben die mogelijkheid tot herstel niet en lopen dus meer risico op het ontwikkelen van borstkanker (of eierstokkanker).

Nochtans is slechts 5 % van de kankergevallen aan die genetische mutaties toe te schrijven. De overige 95 % van de kankergevallen zijn dus niet erfelijk; ze komen voor bij vrouwen die geen specifieke familiale voorgeschiedenis hebben.

De onderzoekers in Cambridge probeerden te begrijpen waarom die BRCA-genen geen rol spelen bij niet-erfelijke borstkankergevallen. Zo ontdekten ze dat nieuwe gen, dat ze EMSY genoemd hebben. Het zou verantwoordelijk zijn voor 13 % van de gevallen van niet-erfelijke borstkanker (en 17 % van de gevallen van eierstokkanker). Om een nog onbekende reden maakt het lichaam er teveel van aan en ook teveel eiwitten. Die eiwitten zouden zich verbinden met de eiwitten die de BRCA2-genen produceren, waardoor die laatste hun herstelkracht verliezen.

Die ontdekking kan meteen van nut zijn voor de diagnosestelling, aangezien vrouwen met een verhoogde aanwezigheid van EMSY blijkbaar agressievere vormen van borstkanker zouden krijgen.





'Business Incubator' en 'Photon Pump' :

Opgelet voor oplichterij !

Toen hij op het Internet surfte, stootte een van onze lezers op een verdachte site. Op de site is sprake van een apparaat waarmee men een bepaalde hoeveelheid bloed kan afnemen, die kan blootstellen aan de werking van ultraviolette stralen en ze vervolgens bij de zieke opnieuw kan injecteren. Deze techniek pretendeert een oplossing te bieden voor hart- en ademhalingsziektes, besmettelijke ziektes (met inbegrip van AIDS) en bepaalde kankers!

Commentaar van de Stichting:

Het is niet altijd makkelijk om de informatie op het Internet op zijn waarde te beoordelen. Hier is er echter geen twijfel mogelijk: pure oplichterij. Een mooie gelegenheid om nog eens te herinneren aan bepaalde criteria om de geloofwaardigheid van zogenaamde medische of wetenschappelijke informatie te testen.

Onderscheiden van wat ernstig is en wat niet is vooral een zaak van gezond verstand. De wetenschappelijke geneeskunde weet dat ze niet alwetend is. Ze pretendeert niet alles te verklaren of te genezen.

Let wel op voor al te simplistische beweringen stijl "alle ziektes hebben dezelfde oorsprong" of "die behandeling is radicaal bij alle ziektes".

Een boel verschillende aandoeningen in dezelfde zak stoppen als de aandoeningen uit de reclame voor de "Photon Pump" heeft geen enkele zin.

Voorzichtig ook met gekke beloftes van mmensen die u willen redden tegen vanalles en nog wat, zonder enige andere ongemakken dan kosten (vaak exorbitant) van de "mirakelbehandeling".

Even nadenken volstaat meestal om de dingen helder te zien.

Jammer genoeg doet de angst voor de ziekte vaak de meest elementaire zin voor gezond verstand verloren gaan, net op het moment waarop men dat het meeste nodig heeft.

Vandaar ook het belang om een solide vertrouwensrelatie op te bouwen met uw arts. U moet hem om het even welke vraag durven stellen en vrijuit al uw angsten kunnen voorleggen. Zijn rol bestaat er ook in u aan te raden en te gidsen, en niet enkel u te verzorgen...

Laatste update op ( 26-01-2009 )
 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief