-Heeft systematische opsporing van prostaatkanker zin? Nieuws 07-12-06
-Het verband tussen vitamine D en darmkanker opnieuw in vraag gesteld Nieuws 22-11-06
-Darmkanker opsporen door een minicamera in te slikken? Nieuws 03-11-06
-Vette vis eten zou het risico op nierkanker verminderen Nieuws 02-11-06
-Opsporing van baarmoederhalskanker Nieuws 21-10-06
-Balans van de borstscreening Nieuws 27-09-06
-Verband soja en prostaatkanker complexer dan gedacht... Nieuws 21-06-06
-Zonnecrème: nutteloos tegen het risico op huidkanker? Nieuws 08-06-06
-Systematische opsporing van prostaatkanker in vraag gesteld? Nieuws 03-06-06
-PSA geen ideale opsporingstest voor prostaatkanker Nieuws 19-05-06
-Minder borstkanker bij allochtone vrouwen? Nieuws 11-03-06
-Kankerbeschermende rol van vetarme voeding onder vuur Nieuws 14-02-06
-Zou koffie borstkankerrisico helpen dalen ? Nieuws 13-01-06
-Vitamine D en kankerpreventie Nieuws 10-01-06
Heeft systematische opsporing van prostaatkanker zin?
Nieuws 07-12-06
Volgens een onderzoek gepubliceerd in mei jongstleden door het Federaal KennisCentrum voor de Gezondheidszorg doet de systematische opsporing van prostaatkanker door PSA-bepaling (Prostate Specific Antigen) in het bloed meer kwaad dan goed. De technische medische raad werkt momenteel dan ook aan strengere normen voor de terugbetaling van bloedonderzoek voor PSA-bepaling.
Bron: De Huisarts ; 02-11-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De systematische opsporing kan bij veel mensen op heel wat bijval rekenen. Het klopt dat het in welbepaalde gevallen (borstkanker of baarmoederhalskanker) sterk aan te raden valt.
De situatie van kwaadaardige gezwellen van de prostaat is echter heel specifiek. Heel wat prostaatkankers evolueren extreem traag. In dat geval kunnen de gevolgen van een behandeling (impotentie, incontinentie) erger zijn dan de natuurlijke evolutie van de ziekte. Bij deze ?sluimerende? kankers, zoals ze vaak voorkomen bij oudere mannen, is de beste oplossing dus vaak om niets te doen. Het is echter moeilijk hen daarvan te overtuigen. Het woord kanker jaagt inderdaad schrik aan en het idee dat een zo snel mogelijke behandeling altijd onmisbaar is, blijft gegrift in de hoofden van de mensen.
Het klopt ook dat bepaalde prostaatkankers agressiever zijn dan gemiddeld en voor dat soort kankers kan een snelle behandeling noodzakelijk blijken.
Het probleem bij systematische opsporing is dat men, voor een klein aantal personen, die er effectief baat bij hebben (patiënten met een agressieve prostaatkanker), het risico loopt om heel wat anderen onnodig ongerust te maken en te behandelen. Voor hen zou het beter zijn om niets te doen.
Bovendien is de bepaling van het PSA-gehalte niet ideaal om prostaatkanker op te sporen. De test is helemaal niet specifiek en de interpretatie van de resultaten is niet eenvoudig. De test bestaat bij gebrek aan beter.
De noodzakelijke voorwaarden om systematische opsporing aan te moedigen, zijn dus niet vervuld voor prostaatkanker.
Vooraleer dus een beroep te doen op de bepaling van het PSA-gehalte is het dus nodig dat de arts de kandidaat voor opsporing uitvoerig inlicht over de voordelen, maar ook over de mogelijke nadelen van deze aanpak.
Het verband tussen vitamine D en darmkanker opnieuw in vraag gesteld
Nieuws 22-11-06
Een recent Amerikaans onderzoek bij meer dan 50 000 mensen tussen 40 en 75, die gedurende een twintigtaal jaar werden gevolgd, stelt het beschermende effect van vitamine D tegen darmkanker opnieuw in vraag.
Bron: Equilibre, november 2006 ; Bodytalk, november 2006-11-22
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Over de effecten van vitamine D op onze gezondheid is er al heel wat inkt gevloeid... en het is nog niet gedaan!
De populariteit van vitamine D dateert uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, toen kinderen met een gebrek aan vitamine D leden aan rachitis, een botziekte (?Engelse ziekte?). Ze verkreeg haar adelbrieven helemaal rond 1980 voor de vrij succesvolle rol die ze speelt bij de preventie van osteoporose (botontkalking) . Sinds kort wordt vitamine D ook voorgesteld als een radicaal middel om darmkanker te voorkomen. Sommige onderzoeken (Mangelsdorf et al) hebben zo aangetoond dat vitamine D de eliminatie van een giftige stof, voortvloeiende uit de stofwisseling van de vetten (lithocholzuur), bevorderde en beschermde tegen het ontstaan van darmkanker. Anderen pleiten dan weer voor korte periodes van blootstelling aan de zon (UV stralen dragen bij tot de aanmaak van vitamine D) en supplementen door middel van voeding die rijk is aan vitamine D.
Het nieuwe Amerikaanse onderzoek doet twijfel rijzen over deze aanbevelingen. In het onderzoek dat ze sinds 1986 voerden bij 51 529 mensen tussen 40 en 75 jaar oud, hebben de onderzoekers vastgesteld dat hoge gehaltes aan vitamine D systematisch gelinkt waren aan een lage BMI (Body Mass Index), intense fysieke activiteit, een beperking van het roken, een laag verbruik van vlees en hoog verbruik van fruit, groenten en vis. Met andere woorden: mensen met een hogere concentratie aan vitamine D in het bloed leiden gewoon een gezonder leven, wat hun risico op kanker vermindert.
Na jaren van onderzoek zit de preventie van darmkanker (en tal van andere vormen van kanker) nog altijd vol onzekerheden. Enkel zwaarlijvigheid en het gebrek aan fysieke activiteit lijken duidelijk gelinkt te zijn aan een verhoogd risico op darmkanker.
Een evenwichtige voeding en regelmatige fysieke activiteit zouden dus de beste garantie bieden op een gezonder leven en op een lager risico op het ontstaan van verschillende soorten kanker zoals darmkanker.
Darmkanker opsporen door een minicamera in te slikken?
Nieuws 03-11-06
De dienst gastro-enterologie van het Erasmus ziekenhuis (Brussel) heeft net de resultaten voorgesteld van een pilootproject rond een niet-invasieve techniek om de dikke darm te verkennen. Daarbij dient de patiënt een capsule in te slikken met aan het uiteinde een microcamera. Daarmee kunnen artsen de darmen onderzoeken, en meer bepaalde de dunne darm. Dat was vroeger grotendeels onmogelijk met een endoscoop. Doel: poliepen of kankerletsels opsporen.
Bron : Le Vif / L'Express, 20-10-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Darmkanker, een van de vaakst voorkomende vormen van kanker in België, kan worden opgespoord door microscopisch onderzoek naar bloedsporen in de stoelgang en/of darmonderzoek door coloscopie (lange, soepele buis ingebracht via de anus) of virtueel CT-scan coloscopie. Die techniek is echter weinig aangenaam en invasief. Sommigen halen er soms hun neus voor op en verwaarlozen zo een aanbevelenswaardige opsporing voor mensen ouder dan 50 of zelfs jonger wanneer een of meerdere familieleden deze vorm van kanker hebben gehad.
Onderzoekers van de afdeling gastro-enterologie van het Erasmus ziekenhuis hebben nu echter een nieuwe niet-invasieve techniek ontwikkeld, in samenwerking met het bedrijf Given Imaging.
Zesendertig patiënten van gemiddeld 56 jaar oud hebben deelgenomen aan een pilootproject tussen januari en juni 2006 en ondergingen een opsporing met coloscopie en via de ingenomen capsule. De video-capsule, waarmee gedurende 10 uur 4 beelden per seconde kunnen worden opgenomen, gaat via de maag en de dunne darm naar de dikke darm. Antennes, die dienen om het signaal van de capsule op te vangen, plakken op de buik van de patiënt. Hij krijgt ook een gordel om de gegevens op te nemen. Tijdens het onderzoek kan de persoon zijn normale dagelijkse bezigheden uitoefenen, voor zover deze niet te uitputtend zijn. De capsule verlaat het lichaam langs de natuurlijke weg.
Tijdens dit onderzoek bleek dat de capsule in staat was om meer dan 80 % van de letsels op te sporen, die normaal via colosopie aan het licht komen. De minicapsule spoorde ook kleine letsels op in de plooien, die kunnen ontsnappen aan een endoscopie.
De resultaten vragen nog om bevestiging via onderzoek bij een groter aantal personen, maar de techniek lijkt al aanvaardbaar en zou op termijn zelfs thuis kunnen worden gebruikt als opsporingsmethode voor darmkanker.
Vette vis eten zou het risico op nierkanker verminderen
Nieuws 02-11-06
Een Zweeds onderzoek, uitgevoerd door Alicja Wolk (Karolinska Institute, Stockholm), toont aan dat het regelmatig eten van vette vis op lange termijn het risico op nierkanker zou verminderen. Het onderzoek liep gedurende vijftien jaar bij meer dan 61 000 vrouwen tussen 40 en 76.
Bronnen: Artsenkrant, 29-09-06 ; JAMA, 2006 ; 296 : 1371-1376
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Dit onderzoek liep dus bij 61 433 vrouwen die bij het begin van het onderzoek geen voorgeschiedenis van kanker hadden. Alle deelneemsters vulden een vragenlijst in over hun voeding. Gedurende gemiddeld 15,3 jaar, tussen 1987 en 2004, observeerden de onderzoekers bij deze groep vrouwen 150 gevallen van nierkanker.
Na correctie om rekening te houden met de invloed van verschillende gekende risicofactoren (leeftijd, roken, zwaarlijvvigheid) voor deze kanker, stelden de onderzoekers een omgekeerde correlatie vast tussen het verbruik van vette vissen (zalm, haring, sardienen en makreel) en het risico op nierkanker. Dat verband bestond niet bij het eten van magere vis (tonijn, kabeljauw en zoetwatervissen) of schaaldieren.
?De vrouwen die een of meerdere porties vette vis per week eten, hebben een risico lager dan 44 % om een niercarcinoom te krijgen (de meeste voorkomende vorm van nierkanker) in vergelijking met vrouwen die helemaal geen vis eten. Vrouwen die gedurende tien jaar vette vis hebben gegeten, hebben een risico lager dan 74 %?, melden de auteurs van het onderzoek.
Deze resultaten versterken de hypothese volgens dewelke het regelmatig eten van vette vis het risico op nierkanker kan doen dalen, misschien omwille van een groter aandeel aan omega-3 (eicosapentaeenzuur EPA en docosahexaeenzuur DHA) en vitamine D.
Dit onderzoek is evenwel enkel uitgevoerd bij een uitsluitend vrouwelijke bevolking. Het uitgangspunt was immers aanvankelijk de impact van borstscreening in Zweden. Onderzoek bij mannen moet deze resultaten dus nog bevestigen.
Het regelmatig eten van vette vis is hoe dan ook aan te raden omwille van de gunstige invloed voor het hart.
Opsporing van baarmoederhalskanker
Nieuws 21-10-06
Het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) is voorstander van een omkaderde organisatie van opsporing door uitstrijkjes voor baarmoederhalskanker. In België zou dat moeten toelaten om 1 400 nieuwe kankergevallen per jaar te vermijden.
Bronnen : La Dernière Heure, 13-10-06 ; Vers l'Avenir, 13-10-06 ; Gazet Van Antwerpen, 17-10-06 ; De Standaard, 13-10-06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Jaarlijks worden 700 vrouwen getroffen door baarmoederhalskanker, die niet tijdig aan het licht kwam door opsporing. Deze kanker is fataal voor meer dan een derde van de patiënten. Hier moeten we nog 700 andere patiëntes bij rekenen met minder gevorderde en dus makkelijk te genezen kankerletsels.
Volgens een verslag gepubliceerd door het KCE, in samenwerking met het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid, gaat slechts 59 % van de vrouwen tussen 25 en 64 regelmatig bij de gynaecoloog of hun huisarts voor een uitstrijkje van de baarmoederhals. Vaak gebeurt dat dan nog tegen een overdreven tempo: in principe zou een uitstrijkje om de drie jaar moeten volstaan (als het vorige normaal was). De meeste vrouwen doen dat echter jaarlijks. De andere 41 % gaat slechts zelden of nooit langs voor een uitstrijkje.
Uitstrijkjes dienen om celwijzigingen in de baarmoederhals op te sporen. De ontdekking van precancereuze letsels of beginnende kankerletsels maakt een bijzonder doeltreffende vroegtijdige behandeling mogelijk. Sinds de introductie van het uitstrijkje, meer dan 25 jaar geleden, is het sterftecijfer ten gevolg van baarmoederhalskanker gevoelig afgenomen. Ondanks deze bemoedigende gegevens stellen we vast dat oudere vrouwen, migrantenvrouwen en sociaal achtergestelde vrouwen een hoger risico lopen op baarmoederhalskanker omdat ze geen of slechts heel onregelmatig van die opsporing hebben genoten.
?Het sterftecijfer te wijten aan deze kanker zal eerst afnemen door een grotere deelname aan opsporingsprogramma's en, in mindere mate, door een kwaliteitsverbetering van de tests?, stellen de experts van het KCE.
In ons land bestaan er in enkele Vlaamse provincies al een aantal geïsoleerde initiatieven rond opsporing. Een methodische aanpak heeft nochtans zijn doeltreffendheid al bewezen, vermits in het buitenland blijkt dat een deelname aan de opsporing van minstens 80 % zorgt voor een bijkomende daling van het sterftecijfer.
Het KCE schat dat een deel van het budget, dat nu al verschillende prestaties rond opsporing van baarmoederhalskanker omvat, doeltreffender zou kunnen worden aangewend in een methodischer opsporing. De buitenlandse voorbeelden tonen hoe het moet.
Balans van de borstscreening
Nieuws 27-09-06
Volgens het laatste nationale verslag van het Intermutualistisch Agentschap (AIM-IMA) zou 56 % van de vrouwen tussen 50 en 69 een borstscreening hebben ondergaan in 2003-2004. Voor de lancering van deze opsporing op grote schaal bedroeg dat 38 %. Er is dus een duidelijke evolutie... maar nog onvoldoende.
Bronnen : La Dernière Heure, 21-09-06 ; Le Soir, 21-09-06 ; Vers l'Avenir, 21-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het nationaal programma voor opsporing van borstkanker heeft zichzelf als doel gesteld om aan vrouwen tussen 50 en 69 de kans te bieden om gratis om de twee jaar een borstscreening te ondergaan (opsporingsmammografie). Zo kunnen eventuele afwijkingen aan het licht komen. De vrouwen krijgen een uitnodiging daarvoor, hetzij van hun arts, hetzij via de post.
Op basis van de gegevens van de verzekeringsorganisaties heeft het IMA een evaluatie opgemaakt over de impact van dit programma op het doelpubliek, te weten vrouwen tussen 50 en 69. De verkregen informatie dekt de periode tussen 1 januari 2001 en 31 december 2004.
In het algemeen blijkt dat 6 vrouwen op de 10 een opsporing hebben ondergaan. Toch wijzen de cijfers op verschillen tussen de verschillende regio's. Zo is de vooruitgang het grootst in Vlaanderen, met een dekking die stijgt van 33 % tot 56 %. Brussel gaat er maar 4 % op vooruit (van 47 % tot 51 %), terwijl Wallonië met 11 % stijgt (45 % tot 56 %). Bovendien geven de Franstaligen, in tegenstelling tot de Nederlandstaligen, nog altijd de voorkeur aan een betalende screening. De borstscreening is bovendien niet alleen gratis, maar biedt ook het voordeel van kwaliteitscontrole door dubbele lezing van de resultaten door een onafhankelijk radioloog.
De borstscreening (opsporingsmammografie) is dus nog niet helemaal doorgedrongen tot de gewoontes, maar de evolutie is zeker positief. Doelstelling is om de komende jaren 75 % van de vrouwen tussen 50 en 69 te bereiken.
Verband soja en prostaatkanker complexer dan gedacht...
Nieuws 21-06-06
Frank Comhaire, professor-emeritus van de universiteit Gent, waarschuwt voor overdreven enthousiasme rond soja en de invloed ervan op hart- en vaatziekten en prostaatkanker. Hij citeert een Japanse studie waarin meer soja-isoflavonen ? waarvan wordt gedacht dat ze bescherming bieden tegen prostaatkanker - werden gevonden bij mannen mét dan zonder prostaatkanker. Deze resultaten deden initieel twijfel rijzen over het in eerdere studies gevonden beschermende effect van soja op prostaatkanker.
Bron: Het Nieuwsblad, 2006-06-04
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
In de studies1,2 waarop professor Comhaire zich baseert, werden de concentraties van genisteïne, dadzeïne en equol, afkomstig van soja, gemeten in het lichaam van prostaatkankerpatiënten en van mannen zonder prostaakanker. De onderzoekers stelden vast dat de concentratie aan isoflavonen (genisteïne en dadzeïne) hoger was bij prostaatkankerpatiënten.
De verklaring ligt mogelijk in het feit dat deze groep minder in staat is deze isoflavonen om te zetten in equol, de stof waarvan het er nu op lijkt dat zij vooral bescherming zou kunnen bieden en niet, zoals eerder gedacht de isoflavonen op zich.
Deze studies tonen dat sojaconsumptie het prostaatkankerrisico kan helpen dalen, maar dat de daling afhangt van de capaciteit van het individu om isoflavonen om te zetten tot equol. Hoe minder het lichaam hiertoe in staat is, hoe kleiner ook de beschermende rol van soja zal zijn. Deze capaciteit blijkt sterk te kunnen verschillen tussen mensen van eenzelfde populatie, maar ook tussen populaties onderling, en bijkomend onderzoek hierrond is nodig.
Maar het bewijst ons alvast weer dat in de relatie voeding en kanker niets zo eenvoudig is als het soms lijkt, en steeds meerdere factoren betrokken zijn bij de beïnvloeding van het kankerrisico.
1 Hideyuki et al., Is daidzein non-metabolizer a high risk for prostate cancer? A case controlled study of serum soybean isoflavone concentration, Japanese Journal of Clinical Oncology 32: 296-300, 2002.
2 Hideyuki et al., Comparisons of percent equol producers between prostate cancer patients and controls: case controlled studies of isoflavones in Japanese, Korean and American residents, Japanese Journal of Clinical Oncology 34: 86-89, 2004.
Zonnecrème: nutteloos tegen het risico op huidkanker?
Nieuws 08-06-06
Met de zomer voor de deur vertellen heel wat artsen de bevolking om op hun hoede te zijn voor een vals gevoel van veiligheid tegen huidkanker, dat het aanbrengen van zonnecrème geeft.
Bron: Le Soir Magazine, 31-05-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het aantal huidkankers stijgt elk jaar sterk. Het kwaadaardige melanoom, de meest agressieve vorm van huidkanker, is op 45 jaar tijd zelfs verdubbeld in noordelijke landen als Zweden en Noorwegen. In België krijgen jaarlijks 1 000 tot 1 200 mensen een kwaadaardig melanoom.
De voornaamste oorzaak van die verhoging is wel gekend: een overmatige blootstelling aan de zon en slechte bescherming.
Maar wat dan met de zonnecrèmes die ons moeten beschermen tegen de schadelijke stralen van de zon? Ze bieden een relatieve bescherming, maar zeker geen absolute! Zonnecrème werkt als een filter die een deel van de UVA en UVB stralen stopt. Die spelen een rol in de vroegtijdige veroudering van de huid en de ontwikkeling van huidkankers. Toch laten de zonneproducten ondanks alles een min of meer groot deel van schadelijke stralen passeren. Om echt doeltreffend te zijn, zouden mensen ze in een dikke laag moeten aanbrengen op hun huid... Maar niemand doet dat. Wanneer mensen een zonnecrème aanbrengen, staan ze meestal ook vrij lang blootgesteld aan de zon en dus stapelen de schadelijke stralen voor de huid zich op.
Bovendien zijn de beschermingsaanduidingen, die terug te vinden zijn op de zonneproducten, vrij onduidelijk. Dat is trouwens de reden waarom de Europese Commissie de etikettering wil uniformiseren op basis van standaardtests. Maar zal dat voor een doeltreffende bescherming zorgen? Het is zeker een positief initiatief dat aanmoediging verdient, maar het zal zeker onvoldoende zijn.
De enige doeltreffende preventie is in feite een gedragsverandering gebaseerd op de volgende eenvoudige principes:
- Beperk de duur van blootstelling aan de zon, zelfs al gebruikt u een zonnecrème.
- Vermijd blootstelling tussen 11 en 16 uur.
- Draag een goede zonnebril, beschermende kleding en een hoofddeksel met brede randen.
Systematische opsporing van prostaatkanker in vraag gesteld?
Nieuws 03-06-06
Het federaal centrum voor gezondheidszorgexpertise (KCE) heeft een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid van de PSA-dosering bij de systematische opsporing van prostaatkanker. De conclusies van dat verslag zijn duidelijk: bij asymptomatische mannen die in goede gezondheid verkeren, is de systematische opsporing van PSA momenteel niet gerechtvaardigd.
Bron: Artsenkrant, 19-05-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Kwaadaardige prostaatkankers zijn de vaakst voorkomende vorm van prostaatkanker bij mannen. Sinds het einde van de jaren tachtig is de PSA-dosering in het bloed veelvuldig in gebruik om dit soort kanker op te sporen.
Jammer genoeg is PSA niet specifiek voor prostaatkanker. Het gehalte in het bloed kan ook stijgen in tal van andere situaties: goedaardige hyperplasie van de prostaat, prostaatontsteking, cystoscopie of recente urethoscopie, biopsie van de prostaat, intense lichaamsbeweging in de 48 uur die de bloedafname voorafgaan enzovoort. Bovendien kunnen de resultaten tussen de 15 en 20 % schommelen naargelang de techniek en de normen die het laboratorium hanteert.
PSA wordt dus gemeten bij gebrek aan beter.
De voorbije jaren hebben verschillende onderzoeken, waaronder dat van KCE, het nut van systematische opsporing van prostaatkanker door PSA-dosering in vraag gesteld. Die opsporing doet twee niet verwaarloosbare problemen rijzen:
- bij een valse positieve test (verhoogd PSA gehalte terwijl er geen prostaatkanker aanwezig is) zullen toch bijkomende onderzoeken nodig zijn om de diagnose te preciseren (echografie transrectaal, puncties).
- Wanneer een kleine prostaatkanker aan het licht komt bij een opsporing bestaat het risico dat de behandeling soms ergere ongemakken veroorzaakt (incontinentie, impotentie) dan bij de natuurlijke evolutie van de ziekte.
Tot op heden leveren wetenschappelijke studies geen duidelijke bewijzen dat de voordelen van een systematische opsporing (verhoging van de levensverwachting en levenskwaliteit) de mogelijke ongemakken overstijgen.
Wat dan voorstellen aan mannen?
Met die onzekerheden in het achterhoofd moeten we eerlijk genoeg zijn om de zwakheden en ongemakken van de opsporing door PSA te erkennen. Met de huidige kennis zou die opsporing zeker niet op een systematische manier mogen gebeuren, maar wel geval per geval beslist moeten worden op basis van volledige informatie aan de kandidaten.
Op middellange termijn zal de oplossing waarschijnlijk liggen in de ontdekking van nieuwe meer specifieke merkers.
PSA geen ideale opsporingstest voor prostaatkanker
Nieuws 19-05-06
De laatste jaren wordt door veel mensen een PSA-bepaling in het bloed beschouwd als een zekere test voor het opsporen van prostaatkanker. Daarom wordt deze test (vaak op vraag van patiënten maar ook zonder goede informatie) veel uitgevoerd. Wetenschappelijk blijkt nu dat de PSA-test eigenlijk niet ideaal is voor routinematige prostaatkankerscreening bij gezonde mannen.
Bronnen : Artsenkrant 5/05/06 De Standaard, 16/05/06 ; De Morgen 15/05/06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het PSA (prostaat specifiek antigeen) is een eiwit dat in het bloed kan verhoogd zijn in geval van prostaatkanker. Omdat prostaatkanker de meest voorkomende kanker is bij mannen, werd gehoopt dat door bepaling van dit eiwit in het bloed deze kankersoort zou kunnen opgespoord worden.
Door het regelmatig uitvoeren van de PSA-bepaling bleek de incidentie van prostaatkanker wel te stijgen maar de sterftestatistieken door deze kanker werden er tot nu toe niet door beïnvloed. De klinische doeltreffendheid van de PSA-test voor screening van prostaatkanker bij gezonde mannen is nog niet bewezen. Een groot probleem met de PSA-test is dat deze leidt tot een stijging van het aantal prostaatbiopsies (afname van weefsel door een punctie in de prostaat) en het behandelen van een aantal prostaatkankers die eigenlijk niet hoeven behandeld te worden. Dat kan zowel psychisch als lichamelijk nadelige gevolgen hebben.
Het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg heeft een Health Technology Assessment uitgevoerd en komt tot de conclusie dat de PSA-test geen valide screeningtest is voor prostaatkanker en dat indien toch een test wordt aangevraagd dit enkel mag gebeuren na degelijke informatie van de patiënt over de nadelen.
Minder borstkanker bij allochtone vrouwen?
Nieuws 11-03-06
De resultaten van een onderzoek in Nederland bij 16 000 vrouwen lijken aan te tonen dat Turkse en Marokkaanse vrouwen (van de eerste generatie migranten) drie tot vijf keer minder risico op borstkanker hebben dan de rest van de bevolking. Bepaalde culturele gewoontes zouden de verklaring vormen voor deze beschermende factor.
Bronnen : 7 Dimanche, 26-02-06 ; Weekkrant, 23-02-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De Nederlandse onderzoekers hebben de gegevens bestudeerd van 16 000 vrouwen in hun land. Ze stelden vast dat bij vrouwen van Turkse en Marokkaanse herkomst minder vaak borstkanker voorkwam dan bij de algemene bevolking. Daar ligt dat risico rond de 10 %. Marokkaanse en Turkse vrouwen in Nederland hebben respectievelijk vijf en drie keer minder kans op borstkanker dan gemiddeld.
Een verklaring daarvoor is dat deze vrouwen meestal meer kinderen hebben dan de westerse vrouwen, dat ze ook vroeger zwanger zijn en dat ze hun kinderen langer borstvoeding geven.
Dit onderzoek bevestigt dus wat we al wisten over de beschermingsfactoren tegen borstkanker (meerdere kinderen, eerste zwangerschap jonger dan 25 en meer dan zes maanden borstvoeding geven).
Toch geldt de hierboven beschreven beschermingsfactor enkel voor migranten van de eerste generatie. De dochters van deze vrouwen nemen immers meestal de westerse levenswijze over en vertonen dan ook snel een risico op kanker dat gelijk is aan dat van de rest van de bevolking.
Systematische opsporing van borstkanker, waarvan het doel niet is om borstkanker te vermijden, laat toe om de genezingskansen bij vrouwen tussen 50 en 69 gevoelig te doen stijgen. In dat opzicht is de communicatie naar het publiek nog voor verbetering vatbaar, zeker als het gaat over migrantengroepen. Alleen zo kunnen we het verwachte voordeel voor de volksgezondheid verkrijgen.
Kankerbeschermende rol van vetarme voeding onder vuur
Nieuws 14-02-06
Het Journal of the American Medical Association berichtte vorige week over een studie van de Rockefeller University in New York, die concludeert dat een vetarm voedingspatroon geen bescherming zou helpen bieden tegen kanker of hart- en vaatziekten. Het onderzoek liep bij 49 000 vrouwen tussen 50 en 79 jaar oud, die acht jaar gevolgd werden. Na verloop van deze termijn bleek dat er niet minder borstkanker, darmkanker, hart- en vaatziekten en beroertes voorkwamen, in de groep die een vetarme voeding volgde.
De onderzoekers concluderen dat, om kanker en hart- en vaatziekten te helpen voorkomen, de algemene richtlijnen voor gezonde voeding gelden, met beperking van de verzadigde (voornamelijk dierlijke) vetten, en een hogere consumptie van fruit en groenten.
Bronnen: Belga, 08-02-06 ;De Morgen, 09-02-06 ; Het Belang van Limburg, 09-02-06 ; Gazet van Antwerpen, 09-02-062006-02-09
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Vanuit de medische wereld kwamen al heel wat reacties, die de de resultaten van dit onderzoek in twijfel trekken. Zo wordt ondermeer gewezen op het feit dat het vetgehalte in de vetarme voeding, die de vrouwen consumeerden, nog niet laag genoeg lag, dat ze onvoldoende groenten en fruit aten en dat de termijn van 8 jaar niet lang genoeg is om het verband tussen voeding en het ontstaan van kanker te bestuderen.
De Stichting deelt deze opmerkingen. Verder kan ook gewezen worden op het feit dat het onderzoek alleen een vrouwenpopulatie betrof, en dus niet voor mannen kan worden overgenomen. Bovendien nam het gehalte van alle vetten in de voeding af, ook van wat in de volksmond ?de goede vetten' worden genoemd, zoals onverzadigde vetten uit plantaardige oliën en vis, wat de resultaten kan hebben vertekend. Tot slot, en ongetwijfeld het allerbelangrijkst, dient ook gezegd dat de rol van vetten in een mogelijke toename van bepaalde kankers, voornamelijk een indirecte rol zou zijn. Een te hoge vetconsumptie verhoogt immers de kans op overgewicht. En van overgewicht is wél duidelijk dat deze het risico op verschillende kankertypes kan doen toenemen.
Vitamine D en kankerpreventie
Nieuws 10-01-06
Een Amerikaans onderzoek, dat verscheen in American Journal of Public Health, toont aan dat een dagelijks supplement aan vitamine D het risico op darmkanker, borstkanker en eierstokkanker zou verkleinen. De onderzoekers wijzen ook op het feit dat bepaalde bevolkingsgroepen ? inwoners van het noordoosten van de Verenigde Staten en met Afro-Amerikaanse wortels ? een hoger risico op een tekort aan vitamine D hebben. Het lichaam maakt op natuurlijke wijze vitamine D aan als het staat blootgesteld aan UVB-stralen van de zon. Een heel gepigmenteerde huid of een weinig zonnig klimaat remmen dan ook de natuurlijke aanmaak van vitamine D af.
Bronnen : La Dernière Heure, 31-12-05 ; Gazet Van Antwerpen, 31-12-05, Het Volk, 30-12-05 ; Het Nieuwsblad, 30-12-05 ; Het Laatste Nieuws, 29-12-05.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Vitamine D heeft een dubbele oorsprong: ze zit in voeding (levertraanolie, zalm, ansjovis, eigeel, ham, champignons enzovoort) en wordt aangemaakt door het lichaam in de huid onder de invloed van UV-stralen. Het is dan ook enkel voor mensen die weinig staan blootgesteld aan de zon (uitzonderlijke situatie in Europa) dat vitamine D een onmisbaar voedingsbestanddeel is. Na aanmaak in de huid of aanvoer via de voeding, wordt vitamine D opgeslagen in de lever, de spieren en het vet om op aanvraag te worden gebruikt tijdens de winter.
De Californische onderzoekers (team van professor Garland) die het onderzoek hebben gevoerd, hebben de resultaten onderzocht van een hondertal werken die het verband tussen vitamine D en kankerpreventie analyseerden. Zo vonden ze een bewijs voor de beschermende invloed van vitamine D tegen het risico op darmkanker, borstkanker en eierstokkanker. De resultaten lopen wel uiteen voor wat betreft prostaatkanker.
Wat moeten we nu doen met deze soms tegenstrijdige resultaten?
We moeten ons zeker niet blindelings starten op de ongecontroleerde inname van vitamine D supplementen. In het verleden had een grote inname van bepaalde vitamines bij risicopersonen soms het omgekeerde effect!
We denken dat een evenwichtige en gevarieerde voeding, en een redelijke blootstelling aan zonnestralen (geen overmatige blootstelling of zonnebanksessies), ons zouden moeten helpen om voldoende vitamine D aan te maken.
We mogen ook niet vergeten dat vitamine D bij hoge doses ook giftig kan zijn. Zo kan het calciumgehalte van het bloed gevoelig stijgen en nierbeschadiging veroorzaken.
Zou koffie borstkankerrisico helpen dalen ?
Nieuws 13-01-06
Een studie van de Canadese universiteit van Montreal bij iets minder dan 1700 vrouwen in 4 landen, heeft aangetoond dat koffie het risico op borstkanker zou kunnen doen dalen bij vrouwen met erfelijke aanleg voor borstkanker. Het gaat om vrouwen die een afwijking vertonen op het BRCA1 of BRCA2 gen.
De studie toonde een risicodaling van 50% bij consumptie vanaf 6 koppen koffie per dag, al dan niet cafeïnevrij, en tot 70% bij alleen cafeïnehoudende koffie.
Het effect zou te wijten zijn aan de invloed van cafeïne op de hormoonhuishouding, maar ook zogenaamde'antikankerstoffen' in de koffie zouden hun bijdrage leveren, waaronder f(?)yto-oestrogenen en diterpenen. Bijkomende onderzoeken naar de precieze werkingsmechanismen staan op stapel.
Bron: Forum, Webnieuwsbrief van de Universiteit van Montreal (Canada), Vol 40 Nr11 November 2005
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Naast deze bescherming werd ook al een beschermend effect gevonden van koffie tegen bepaalde andere kankers zoals eierstok-, lever- en pancreaskanker (kanker van de alvleesklier). Bij deze laatste werd echter een verhoging vastgesteld van het aantal gevallen bij consumptie van cafeïnevrije koffie... Koffie lijkt ook bescherming te kunnen helpen bieden tegen Alzheimer, Parkinson en type 2 diabetes.
Maar, net als de Canadese onderzoekers zelf, staat ook de Stichting tegen Kanker niet achter een massale promotie voor het gebruik van koffie, ook niet bij vrouwen met aanleg voor borstkanker.
Andere studies toonden ons in het verleden immers dat overmatige koffieconsumptie (meer dan vijf koppen per dag) de kans op het ontstaan van blaaskanker zou verhogen. Ook kan koffie de bloeddruk nog verhogen bij mensen die al een hoge bloeddruk hebben.
Veel tegenstrijdige berichten dus, en tot er meer klaarheid is, is het aan te raden om de eeuwige stelregel in acht te nemen: alles kan, maar met mate...
Meer lezen over koffie & kanker? Surf naar de rubriek preventie / risicofactoren en praktische tips / voeding / specifieke onderwerpen...