Bij antecedenten van prostaatkanker in de familie (1 geval dat aan het licht kwam voor de leeftijd van 55 bij een verwant in de eerste graad of ongeacht de leeftijd bij 3 verwanten in de familie langs vaders- of moederskant) valt een jaarlijkse opsporing vanaf 45 aan de hand van het PSA-gehalte aan te bevelen.
Bij mannen ouder dan 50 zonder voorgeschiedenis in de familie is er momenteel geen sluitend argument om deze jaarlijkse opsporing systematisch aan te raden of af te raden. Omdat er geen zekerheid en geen wetenschappelijke consensus bestaat, gaat het om een persoonlijke keuze. Het is wel goed deze mensen te informeren over de voordelen en de mogelijke risico's die hun keuze inhoudt. Deze informatie moet slaan op het opsporingsonderzoek op zich, op de puncties-biopsies en op de behandeling(en) in geval van een positieve biopsie. Dat is dus een gesprek, geval per geval, tussen de arts en zijn patiënt zodat de patiënt de juiste beslissing kan nemen.