Onthaal > Kankers > Verschillende soorten kanker > Eierstokkanker > Behandeling

Algemeen overzicht van de behandelingen

Afdrukken E-mail

 

De meest toegepaste behandelingen bij eierstokkanker zijn:

  • operatie (chirurgie);
  • behandeling met bepaalde medicijnen (chemotherapie);
  • bestraling (radiotherapie).

Een combinatie van chemo- of radiotherapie met een operatie komt ook vaak voor.

Bij het vaststellen van het behandelplan zijn verschillende specialisten betrokken. Daarbij maakt men gebruik van gezamenlijk vastgestelde richtlijnen. De artsen stellen aan de patiënte een bepaalde behandeling voor op grond van:

  • de uitgebreidheid van de tumor die bij de operatie is vastgesteld;
  • de aanwezigheid van uitzaaiingen;
  • het type eierstokkanker en de mate van kwaadaardigheid;
  • de algemene lichamelijke conditie.

Wanneer een behandeling gericht is op het genezen van de patiënte, wordt dat een curatieve behandeling genoemd.

Soms wordt voor en/of na een behandeling een adjuvante behandeling geadviseerd ter aanvulling.

Bij een behandeling die bedoeld is om de ziekte te remmen en/of de klachten te verminderen, spreekt men van een palliatieve behandeling.





Aanvullende behandelingen

 

Na de operatie kan een adjuvante behandeling aan de patiënte worden geadviseerd in de vorm van chemotherapie of radiotherapie.

Bij eierstokkanker in stadium I van een minder kwaadaardig type kan een operatie volstaan.

Bij eierstokkanker in stadium I die meer kwaadaardig is, en bij alle andere stadia van de ziekte wordt chemotherapie of radiotherapie geadviseerd.





Chemotherapie

 

Chemotherapie is de behandeling van kanker met speciale medicijnen, cytostatica. Die kunnen kankercellen vernietigen. Cytostatica kunnen per injectie of per infuus worden toegediend of als tabletten worden ingenomen. Chemotherapie bij eierstokkanker kan worden toegepast om de kans op genezing te vergroten (curatieve behandeling). Bij een deel van de patiënten wordt echter alleen een palliatief (= remmend) effect bereikt.

Chemotherapie neemt een belangrijke plaats in bij de behandeling van eierstokkanker. Er zijn verschillende combinaties van chemotherapie mogelijk. Afhankelijk van het stadium van de ziekte en de verdere lichamelijke conditie zal de arts met u beslissen welke combinatie in uw geval de meest geschikte behandeling is.

Soms wordt chemotherapie als eerste behandeling gegeven om vervolgens te bekijken of na enkele kuren een operatie mogelijk is.

Cytostaticakuur - De cytostatica worden gegeven in kuren. Meestal worden de medicijnen gedurende een aantal dagen toegediend volgens een bepaald schema. Hierna volgt een "rustperiode" van een aantal weken, waarin geen medicijnen worden gegeven. Een dergelijk schema van toediening en rustperiode wordt een cytostaticakuur genoemd. Een cytostaticakuur wordt enige malen herhaald. Het aantal kuren is afhankelijk van het stadium van de ziekte.

Bijwerkingen - Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Als gevolg daarvan kunnen onaangename bijwerkingen optreden zoals haaruitval, misselijkheid, braken, darmstoornissen en een verhoogd risico op infecties.

Er zijn medicijnen om de bijwerkingen zo goed mogelijk te bestrijden.

Tijdens de kuren wordt het bloed gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen. Na een aantal kuren wordt er onderzoek gedaan naar het effect van de behandeling.


Voor meer informatie over Chemothreapie "in het algemeen" : klik hier





Radiotherapie

 

Door middel van straling kunnen kankercellen ge- heel of gedeeltelijk worden vernietigd. Kankercellen verdragen bestraling slechter dan gezonde cellen. Beschadigde kankercellen herstellen zich niet of nauwelijks, gezonde cellen herstellen zich meestal wel.

Adjuvante radiotherapie - Patiënten met eierstokkanker in stadium I van een meer kwaadaardig type en in stadium II krijgen soms het advies zich na de operatie uitwendig te laten bestralen. Die bestraling is bedoeld om mogelijk achtergebleven kankercellen te vernietigen.

Bij de kuur wordt de hele buik van buitenaf -dus door de huid heen - bestraald. Voorafgaand aan of volgend op de buikbestraling krijgt het bekken nog een extra dosis. Voor iedere patiënte wordt nauwkeurig berekend hoeveel straling precies nodig is.

Vier of vijf weken lang wordt de patiënte elke werkdag gedurende enkele minuten bestraald.

Voor de uitwendige bestraling is geen opname in het ziekenhuis nodig. De bestralingskuur begint meestal enkele weken na de operatie.

• Bijwerkingen - Straling heeft niet alleen invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het bestralingsgebied. Omdat bestraling ook gezonde cellen beschadigd, kunnen er bijwerkingen optreden.

In het algemeen hebben patiënten gedurende de bestralingsperiode last van vermoeidheid.

Doordat bij de behandeling ook andere organen in de buik straling krijgen, kan een patiënte last krijgen van misselijkheid, diarree en soms kunnen er klachten optreden zoals bij een blaasontsteking.

Die klachten verdwijnen in het algemeen enkele weken na afloop van de behandeling. Sommige patiënten merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder vermoeid zijn dan voor hun ziekte.

Op de bestralingsafdeling krijgen patiënten gerichte adviezen om zo min mogelijk hinder te hebben van bijwerkingen.

Palliatieve radiotherapie - Een dergelijke bestralingskuur wordt gegeven bij pijn door uitzaaiingen in de botten of de lymfeklieren. Het doel van de bestraling is om uitzaaiingen in hun groei te remmen en zoveel mogelijk te verkleinen. Bij die bestralingskuur wordt in totaal minder straling gegeven dan bij een adjuvante behandeling. De bijwerkingen zijn dan ook minder, waardoor de behandeling niet belastend is.

Voor meer informatie over Radiotherapie "in het algemeen" : klik hier





Afzien van behandeling

 

Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk bestaat, dat de belasting, de mogelijke bijwerkingen of de gevolgen van een behandeling niet (meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten.

Daarbij zal het doel van de behandeling vaak een rol spelen. Het maakt natuurlijk verschil of de behandeling curatief, dan wel adjuvant of palliatief bedoeld is. Bij een curatieve behandeling zullen de meeste patiënten meer bijwerkingen of gevolgen accepteren. Met betrekking tot een adjuvante behandeling speelt de afweging of de belasting van een behandeling in verhouding staat tot het mogelijke risico van terugkeer van de ziekte. Patiënten die een palliatieve behandeling wordt geadviseerd, zullen de kwaliteit van hun leven erbij willen betrekken.

Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dat dan in alle openheid met uw arts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling.

Uw arts zal zo'n besluit respecteren. Hij zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van de ziekte zoveel mogelijk te bestrijden.

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief