Introductie |
|
|
|
De meest toegepaste behandelingen bij niercelcarcinoom zijn: Een behandeling die gericht is op het genezen van de patiënt, heet een curatieve behandeling. Een behandeling die bedoeld is om de ziekte af te remmen en/of de klachten te verminderen, heet een palliatieve behandeling. Operatie
Bij niercelcarcinoom is een operatie tot op heden de enige vorm van behandeling die kans op genezing biedt. Bij de operatie verwijdert de chirurg behalve de nier meestal ook de bijnier en het vetweefsel rondom de nier, en soms ook de omringende lymfeklieren. In bepaalde gevallen kan een deel van de nier gespaard blijven; dat is alleen mogelijk als de niertumor heel klein is. Als bij het vooronderzoek één enkele uitzaaiing is gevonden, bijvoorbeeld in een long, wordt ook die soms operatief verwijderd. Zijn er tevens uitzaaiingen in andere organen ontstaan, dan is een curatieve behandeling niet meer mogelijk. Men kiest dan vaak voor een behandeling ter verlichting van de klachten en streeft niet meer naar genezing. De tumor kan plaatselijk klachten veroorzaken, zoals doorgroei naar de omliggende organen of vaak en veel bloed plassen. De artsen kunnen de patiënt dan alsnog adviseren een operatie te ondergaan. In die situatie zal men de nier enkel verwijderen als dat de klachten kan verminderen. Herstel - Na de operatie duurt het vaak enige tijd voordat de patiënt weer in staat is om te eten en te drinken. Dat komt omdat de darmen de eerste dagen na de operatie nog niet goed functioneren. Gedurende die tijd krijgt de patiënt vocht toegediend via een infuus. Als de darmen weer werken en de patiënt weer voldoende drinkt en eet, vermindert de vochttoediening via het infuus, tot ze achterwege kan blijven. Immuuntherapie
Immunotherapie is een nieuwe ontwikkeling in de behandeling van niercelcarcinoom. Ze maakt gebruik van het eigen afweersysteem van de patiënt, dat het lichaam beschermt tegen schadelijke bacteriën, virussen en vreemde cellen. De immunotherapie probeert het afweersysteem te activeren. Een injectie brengt bepaalde stoffen in het lichaam, die bepaalde cellen van het afweersysteem beter in staat moeten stellen om tumorcellen als vreemde indringers te herkennen en te doden. De stoffen waarmee immunotherapie werkt, komen van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam voor. Voor een behandeling is dat echter te weinig. Moderne technieken maken het mogelijk de stoffen in het laboratorium op grote schaal te produceren. Immunotherapie wordt meestal toegepast, nadat de niertumor operatief is verwijderd. Het is een complementaire behandeling, met als streefdoel uitzaaiingen terug te dringen. Het is niet altijd een standaardbehandeling. Bij een aantal patiënten vindt de behandeling plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Bijwerkingen - Tijdens immunotherapie kunnen ernstige bijwerkingen optreden:
Vanwege de belasting van de bijwerkingen moeten patiënten die immunotherapie ondergaan, van tevoren een goede algehele conditie hebben. Dat is zelfs een onmisbare voorwaarde voor deelname aan de behandeling, mede omdat niet te voorspellen is welke bijwerkingen zullen optreden. Afzien van behandeling
Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk ontstaat, dat de belasting of de mogelijke bijwerkingen van een behandeling niet (meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten. Twijfelt u aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dat dan in alle openheid met uw arts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling. Uw arts zal zo'n besluit respecteren. Hij zal u de nodige medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van de ziekte zo veel mogelijk te beperken. |












