Onthaal > Kankers > Verschillende soorten kanker > Prostaatkanker > Behandeling

Verschillende opties

Afdrukken E-mail

In functie van het stadium van de ziekte stellen artsen een behandelingsschema op. Ze houden daarbij rekening met de leeftijd en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt.

Idealiter bepaalt een multidisciplinair team geval per geval de best mogelijke keuze.

Daarbij zijn er drie opties mogelij: ofwel doet men niets, ofwel stelt men een curatieve behandeling voor, ofwel een palliatieve behandeling.

De behandelingen die mikken op de definitieve genezing van de patiënt noemen we curateive behandelingen. Palliatieve behandelingen dienen eerder om de evolutie van de ziekte te vertragen en/of de symptomen te verlichten. De curatieve behandelingen staan beschreven op pagina X, de palliatieve behandelingen op pagina Y.

Afwachten en toezicht

Wanneer een klein, asymptomatisch en weinig agressief prostaatgezwel (informatie verkregen door microscopische analyse van de biopsie) wordt vastgesteld bij een zeer oude patiënt of iemand wiens levensverwachtingen erg laag liggen door andere ziektes, is de beste oplossing soms nog geen behandeling te geven. Curatieve of palliatieve behandelingen gaan immers vaak gepaard met niet te onderschatten neveneffecten, terwijl weinig agressieve kankers zich zeer traag ontwikkelen, geen risico vormen voor een vroegtijdig overlijden en hoogstwaarschijnlijk nooit een probleem zullen vormen.

In dat geval stellen artsen zich tevreden met een regelmatige opvolging van de ziekte en stellen ze slechts een behandeling voor wanneer dat echt nodig blijkt te zijn.





Curatieve behandeling

Definitieve genezing van prostaatkanker is mogelijk, op voorwaarde dat het gezwel beperkt blijft tot de prostaat, zonder uitzaaiingen in andere weefsels. Er liggen dan verschillende opties voor:

- klassieke chirurgie
- laparoscopische chirurgie
- behandeling met ultrasone stralen
- externe radiotherapie
- radioactieve inplanting.

Klassieke chirurgie

Vooral relatief jonge mannen die in goede gezondheid verkeren, komen hiervoor in aanmerking. De operatie begint meestal met de verwijdering en microscopische analyse van de lymfeklieren. Als ze niet beschadigd zijn door kankercellen gaat de chirurg over tot volledige verwijdering van de prostaat en zaadblaasjes (radicale prostaatectomie). Deze chirurgische ingreep blijft nog altijd een van de beste methodes, ondanks de mogelijkheid op vrij zware gevolgen (zie neveneffecten).

Laparoscopische chirurgie

Hoewel deze behandeling zich momenteel nog in een experimenteel stadium bevindt, stellen artsen deze soms voor in de plaats van een klassieke operatie. Het is inderdaad mogelijk om de prostaat te verwijderen zonder de onderbuik helemaal open te gooien. Ze brengen de nodige instrumenten in via kleine gaatjes in de buikwand. Deze techniek biedt verschillende voordelen: fijnere dissectie, minder bloedverlies, sneller herstel van de urinecontinentie, korter verblijf in het ziekenhuis, minder vernauwing achteraf van de urinewegen (uretrale stenose), enzovoort.

De behandeling tegen kanker lijkt bijzonder doeltreffend, zelfs al kunnen artsen de resultaten voorlopig nog niet bevestigen in termen van definitieve genezing.

Behandeling met ultrasone stralen

Deze nieuwe methode (High Intensity Focused Ultrasounds) bestaat erin ultrasone stralen te concentreren op een klein gedeelte van de prostaat (ongeveer 25 mm lang op 2 mm breed). In die zone stijgt de temperatuur tot 80 °C. De thermische schok doodt de cellen. Het volledig geïnformatiseerde toestel gaat over tot een afwisseling van opsporing en "schieten" om de volledig te behandelen zone te dekken. Een sonde ingebracht in het rectum zorgt voor verspreiding van de ultrasone stralen. De behandeling duurt 1 tot 3 uur en kan gebeuren onder plaatselijke verdoving.

Aan de behandeling gaat meestal een gedeeltelijke resectie van de prostaat via de urinewegen vooraf (transuretrale prostaatectomie) om elk risico op urineretentie te vermijden.

Het werken met deze methode biedt heel wat voordelen. Indien nodig kunnen ze worden herhaald, worden voorgesteld aan patiënten die een tegenindicatie vertonen op klassieke chirurgie, dienen als aanvulling op een chirurgische ingreep of wanneer een radiotherapie niet slaagt.

Het is een weinig agressieve techniek waarvoor een korte opname in het ziekenhuis vereist is. De neveneffecten zijn eerder beperkt.

Een andere techniek (cryotherapie genaamd) werkt min of meer volgens hetzelfde principe. Hier brengen ze een sonde in de prostaat in om de weefsels door bevriezing te vernietigen. Bij de behandeling van prostaatkanker wordt cryotherapie momenteel zeer weinig gebruikt.

Externe radiotherapie

Deze behandeling bestaat erin de prostaat te bestralen met stralen van zeer hoge energie, uit een bron buiten het lichaam van de patiënt. De gezonde cellen hebben herstelmechanismen die hen meestal toelaten de bestraling te overleven. Deze herstelmechanismen zijn veel minder doeltreffend bij kankercellen. Dat maakt ze ook kwetsbaarder voor de werking van de stralen. Bedoeling bij radiotherapie is dus de kankercellen te vernietigen en zoveel mogelijk de gezonde weefsels te ontzien. Met de nieuwe toestellen voor radiotherapie kunnen artsen zeer precieze en complexe stralingsvelden creëren. Daarbij concentreren ze zoveel mogelijk stralen op de te behandelen zones en sparen ze de naburige weefsels. Verdoving of opname in het ziekenhuis is niet nodig voor deze behandeling. Patiënten moeten wel geregeld naar het ziekenhuis vermits externe radiotherapie gebeurt volgens korte dagelijkse sessies gedurende een aantal opeenvolgende weken.

Radioactieve inplantingen

Ook wel brachytherapie of curietherapie genoemd. Deze techniek bestaat erin radioactieve staafjes direct in de prostaat in te planten. Elk staafje meet 4,5 bij 0,8 mm en is samengesteld uit een radioactieve bron (jodium of palladium) in een titanium omhulsel.

Na bepaling van het te bestralen volume (dat gebeurt door een echografie via het rectum) berekent een computer het aantal en de positie van de in te planten radioactieve staafjes.

Artsen planten ze in onder algemene verdoving met behulp van naalden.

Het plaatsen van de staafjes gebeurt onder permanente controle om hun positie na te gaan. Als een naald afwijkt, meldt de computer dat onmiddellijk en geeft hij de door te voeren wijzigingen aan. De aldus geleverde bestraling gebeurt enkel bij direct contact met de staafjes en levert dus geen gevaar voor mensen in de omgeving. Bovendien zijn de staafjes na 40 dagen niet meer radioactief.

Deze weinig ingrijpende techniek is bruikbaar voor kwetsbare patiënten bij wie een klassieke chirurgische ingreep niet is aangewezen. Een lange opname in het ziekenhuis is niet nodig (eventueel een nacht na het plaatsen van de staafjes).





Palliatieve behandeling

Doel ervan is de evolutie van de ziekte sterk te vertragen of een zieke zoveel mogelijk van zijn pijnlijke symptomen verlossen.

Hormoontherapie :

De voornaamste vorm van palliatieve behandeling bij prostaatkanker is hormoontherapie. Hormoontherapie wordt soms ook tijdelijk gebruikt in een curatieve behandeling, als aanvulling op chirurgie of radiotherapie.

In tegenstelling tot radiotherapie, die erop gericht is om de kankercellen snel te doden, heeft hormoontherapie als doel de ontwikkeling van de kankercellen te blokkeren of sterk te vertragen en op lange termijn hun dood te veroorzaken door een voor hen ongunstige hormoonklimaat te creëren. Vroeger bestond een hormoontherapie uit een chirugische castratie of uit toediening van vrouwelijke hormonen (oestrogenen). Momenteel zijn er behandelingen beschikbaar die even doeltreffend en beter te verdragen zijn. Men spreekt dan van chemische castratie. 70 à 80 % van de patiënten reageert er gunstig op.

Chemische castratie :

Verschillende geneesmiddelen kunnen de afscheiding in de testikels van androgenen (mannelijke hormonen) blokkeren.

De toediening van de behandeling gebeurt via intramusculaire of onderhuidse injectie. Dat kan ofwel gebeuren om de 28 dagen ofwel een keer per kwartaal.

Anti-androgenen :

Deze geneesmiddelen verhinderen de vasthechting van androgenen op hun prostaatreceptoren.

Toediening gebuert langs orale weg in een of meerdere dagelijkse doses. Ze worden gebruikt ter aanvulling op chemische castratie.

Nieuwe toedieningswijzen liggen voor ter evaluatie, in het hoop om de efficiëntieduur van de hormoontherapie te verhogen en de levenskwaliteit van de patiënten te verhogen. Zo ligt de mogelijkheid van een afwisselende behandeling (chemische castratie met of zonder anti-androgenen) momenteel voor ter studie. Als de resultaten meevallen, zou dat de levenskwaliteit in de periodes zonder hormoontherapie gevoelig verbeteren.

Andere palliatieve behandelingen behoren indien nodig ook tot de mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een chirurgische ingreep bij obstructie van de urinewegen, een radiotherapie om de botpijn ten gevolge van uitzaaiingen te verlichten, of eventueel een chemotherapie voor kankers die resistent zijn aan hormoontherapie.

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief