Fase 1: de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen |
|
|
|
- chemische stoffen. Vooral tabak, alcohol, bepaalde chemische stoffen thuis of in de werkomgeving en stoffen aanwezig in voeding zoals dierlijke vetten of verbrandingsproducten (vlees gebakken op de barbecue bijvoorbeeld). Fase 2 : de initiatie
Als de kankerverwekkende stof een mutatie veroorzaakt in het erfelijk materiaal en bepaalde genen treft zonder dat de schade wordt hersteld, is er sprake van initiatie. Vanaf dat moment kan de geïnitieerde cel evolueren naar de tweede fase van het proces.
Fase 3 : de promotie
Om van de geïnitieerde cel een kankercel te maken, moeten verschillende genen tegelijk en definitief worden aangepast. De promotiefase bereid het letsel van deze complementaire genen voor. Elke factor die de wildgroei van de geïnitieerde cel stimuleert zal optreden als promotor door spontane vergissingen (mutaties) of geïnduceerde vergissingen in de DNA-structuur te vergemakkelijken. Als het toeval wil dat deze mutatie andere proto-oncogenen of complementaire anti-oncogenen treft dan deze die aanvankelijk waren veranderd, wordt het kankerproces in gang gezet.
Fase 4 : de progressie
De schade neemt toe en de kankercellen evolueren tot een kwaadaardig gezwel. Naargelang de vorm van kanker zullen de kankercellen vroeger of later naar andere organen migreren (via het bloed of de lymfe) om er nieuwe gezwellen te vormen (uitzaaiingen). |
|
| Laatste update op ( 29-07-2009 ) |














