Vertrouwen is van wezenlijk belang |
|
|
|
Om de beste behandelingen te kunnen genieten, moet de zieke zich verlaten op de arts(en). Dat veronderstelt een vertrouwen dat gevestigd is op de professionele bekwaamheid, de menselijke kwaliteiten en het communicatievermogen van de verzorgers. De keuze van arts of van medisch team aan wie de patiënt zichzelf toevertrouwt, is dus van wezenlijk belang. De huisarts kan de patiënt raad geven en hem helpen die specialist uit te kiezen die gekend is om zijn deskundigheid. Ander belangrijk criterium: het feit dat deze specialist samenwerkt met een multidisciplinair team (medisch oncoloog, radiotherapeut, chirurg, enzovoort). Vandaag de dag is dia onontbeerlijk geworden in de juiste behandeling van kanker. Wat de menselijke kwaliteiten betreft, moet het "klikken". Iedere zieke heeft zijn eigen karakter en verwachtingen. Hij moet dan enkel nog een geneesheer vinden die aan deze verwachtingen kan voldoen. Wat de communicatie betreft, is het voor de zieke belangrijk dat hij duidelijke en precieze antwoorden krijgt op zijn vragen om zo deel te kunnen hebben in de beslissingen die hem aanbelangen. Een zware behandeling aanvaarden is niet gemakkelijk. Wanneer de patiënt ondanks alle verstrekte informatie besluiteloos blijft, kan het nuttig zijn de raad in te winnen van een tweede specialist. Maar opgelet: het is niet de bedoeling dat hij daardoor een moeilijke beslissing eindeloos zou uitstellen. Men moet zich met andere woorden beperken tot een bijkomend advies en niet alle Belgische of buitenlandse artsen aflopen? Meer en meer artsen begrijpen dat dilemma. Sommigen nemen zelfs het initiatief om zelf aan de zieke voor te stellen dat ze een tweede opinie zouden inwinnen wanneer ze aanvoelen dat de patiënt maar niet kan beslissen. De kans op genezing beïnvloedt de keuze van de behandeling. De wetenschappelijke gegevens die hierover beschikbaar zijn, zijn statistieken die om een correcte interpretatie vragen. Dat betekent dat op 100 personen die door de ziekte getroffen zijn er 80 zullen genezen en 20 zullen overlijden aan de gevolgen van de ziekte. Wanneer men bij een patiënt de diagnose stelt van de ziekte, dan is het onmogelijk om te weten of de betrokken persoon bij de 80 personen zal zitten die zullen genezen, dan wel bij de 20 personen die niet zullen genezen. De statistieken bepalen nooit met zekerheid wat er van een persoon zal worden. De kans op genezing moet men met enige voorzichtigheid interpreteren en opnieuw evalueren naargelang de wijze waarop de ziekte van iedere patiënt afzonderlijk reageert op de behandelingen. Het is dus onmogelijk om op het ogenblik van de diagnose met zekerheid te zeggen hoe de toekomst van de patiënt er zal uitzien wat betreft de genezing. Wat de nabije toekomst, en meer bepaald de behandelingen betreft, is er reeds heel wat informatie beschikbaar. De geneesheer legt uit waarom hij bepaalde behandelingen voorstelt, in welke volgorde en gedurende hoeveel tijd hij ze zal toedienen en wat de voordelen en ongemakken zijn die de patiënt er redelijkerwijze mag van verwachten. De prognose zal hij pas later bepalen, in functie van de evolutie die hij kan vaststellen in de loop van de behandeling. Een patiënt kan ? voor eigen risico ? altijd het opstarten of de voortzetting van een behandeling weigeren. Wel heeft hij er dan nog steeds recht op om zo goed mogelijk behandeld te worden. Dat is natuurlijk een zware beslissing waarbij alle gevolgen goed moeten worden ingeschat. Dat houdt in dat de geneesheer vooraf zoveel en zo volledig mogelijke informatie moet verstrekken. De zieke kan ook van gedachten veranderen. Het is niet uitzonderlijk dat een patiënt op zijn weigering terugkomt na over zijn beslissing te hebben nagedacht en te hebben ingezien wat hem overkomt en waarom bepaalde behandelingen nodig zijn. |










