Onthaal > Preventie en Opsporing > Preventie > Professionele risico's > Conclusies en aanbevelingen

Inleiding

Afdrukken E-mail

De werkomstandigheden zijn erg geëvolueerd tijdens de laatste drie decennia. Omwille van het lange tijdsverloop dat nodig is voor het klinisch optreden van een beroepsgebonden kanker, gaat de incidentie van de beroepsgebonden kankers nog op een hoog niveau blijven terwijl nieuwe beroepsgebonden risico's kunnen optreden.

Maar ook de toepassing van het systeem van schadeloosstelling dat wordt voorgesteld aan werknemers die lijden aan een beroepsgebonden kanker, gaat op dit ogenblik gepaard met enkele moeilijkheden.

Vooreerst kan dit systeem verbazing wekken omwille van de grote complexiteit. Daardoor moet men pendelen tussen de openbare sector, de privé-sector, het open systeem en het systeem van de lijst, afwezigheid van wettelijk vermoeden enz. In dit laatste geval steekt de moeilijkheid de kop op waarbij de werknemer moet bewijzen dat er een verband bestaat tussen de schadelijke stoffen waarmee hij geconfronteerd werd in zijn beroepssituatie en de rol die deze spelen bij een ziekte die niet voorkomt op de lijst.

Bovendien vertoont in onze gemeenschap de werknemer een steeds toenemende professionele mobiliteit. Daarom is het zeker zo dat de werknemer het steeds moeilijker zal krijgen om de schadelijke stoffen op te sommen waarmee hij in zijn opeenvolgende beroepsmilieus in contact is gekomen. Des te meer omdat bepaalde aandoeningen de kop zullen opsteken wanneer deze persoon het desbetreffende arbeidsmilieu al zal verlaten hebben.  

Tenslotte leidt het feit dat er te weinig aangiften gebeuren tot ernstige schade  aan de preventieve politiek. En dit zowel op niveau van het bedrijf als op nationaal niveau. Omwille van het kleine aantal vergoede gevallen, ziet men de mening bevestigd dat beroepsgebonden kankers slechts een marginaal fenomeen zouden betekenen. Dit leidt tot een verzwakte waakzaamheid voor de gekende risico's en tot het ontbreken van enige stimulatie om onderzoek te doen naar cancerogene factoren in het arbeidsmilieu. En dus treden er vertragingen op in onze wetenschappelijke kennis. De preventie van kanker in het arbeidsmilieu blijft dus onvoldoende.
 
Deze opmerkingen laten ons toe om enkele aanbevelingen te formuleren.





Voor wat betreft de erkenning en de schadeloosstelling

 Het is wenselijk om het vergoedingssysteem te vereenvoudigen namelijk door een vermindering van de bewijslast in het open systeem. Het is inderdaad zo dat de te nemen stappen in het kader van het erkennen van een beroepsgebonden kanker in het «open systeem » te ingewikkeld zijn.

 Het updaten van de informatie waarop het systeem van de lijst gebaseerd is en de opname ervan in de wetteksten dienen behouden te worden.

 Dankzij een betere opleiding van de artsen op gebied van beroepsziekten, met inbegrip van de medische en juridische aspecten, zou men hen moeten kunnen sensibiliseren voor het aangeven van beroepsgebonden kankers.





Voor wat betreft de epidemiologische bewaking en het toxicologisch onderzoek

  • Men dient de epidemiologische bewaking van risicogroepen verder te zetten of op poten te zetten. Zo kan men namelijk elke nieuwe risicosituatie opsporen. Wanneer men vermoedt of erkent dat de blootstelling aan een bepaald product een oorzakelijke rol speelt, kunnen epidemiologische studies ons toelaten om een relatief risico te berekenen. Zelfs zonder dat het werkingsmechanisme gekend is.  Het effectief organiseren van een postprofessionele medische bewaking van de loontrekkende die gewerkt heeft in ondernemingen met een blootstellingrisico aan cancerogenen, kan leiden tot een betere behandeling en onze epidemiologische kennis vergroten.

 

  • Parallel aan de epidemiologische studies lijkt het steeds meer nodig dat  studies naar het voorspellen van klassen van agentia, die een rol zouden kunnen spelen in de cancerogenese, zouden ondersteund worden.




Voor wat betreft de preventie

  •  De cancerogene risico's zouden in grote mate kunnen voorkomen worden door een betere toepassing van de wet met betrekking tot de blootstelling aan cancerogene stoffen op de arbeidsplaatsen.

 

  • Daar waar nodig moeten bijkomende preventieve maatregelen genomen worden in het arbeidsmilieu en dit in samenwerking met de verschillende actoren die een rol spelen op het gebied van de gezondheidszorg (de behandelend geneesheer, de arbeidsgeneesheer, de specialist in beroepsgebonden pathologie, enzovoort.).




Voor wat betreft de informatie

 Men dient de informatie over beroepsgebonden blootstelling aan cancerogene stoffen promoten bij artsen, werkgevers, werknemers (zonder die personen te vergeten die in laboratoria werken), studenten en leraren in het technisch en beroepsonderwijs. Maar ook bij het grote publiek om zo te sensibiliseren voor de problematiek verbonden aan de blootstelling aan toxische stoffen in het arbeidsmilieu.

Bovendien dient men de bevolking te sensibiliseren over de blootstelling aan schadelijke stoffen die men kan oplopen in transportmiddelen of bij bepaalde vrijetijdsbestedingen. Heel wat toxische bestanddelen kan men immers terugvinden in verschillende milieus (voor meer informatie hierover verwijzen we u naar ons zakboekje met als titel « Omgeving en kanker »).

 

De Stichting hoopt dat deze publicatie aan de basis kan liggen van verbeteringen zowel op het domein van de schadeloosstelling van beroepsgebonden kankers als op het domein van de preventie ervan.

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief