Onthaal > Kankers > Verschillende soorten kanker > Baarmoederkanker > De baarmoeder

Beschrijving en functie

Afdrukken E-mail

De baarmoeder is het vrouwelijk voortplantingsorgaan dat de bevruchte eicel ontvangt en ervoor zorgt dat ze kan groeien.

Deze anatomische structuur is actief vanaf de puberteit tot de menopauze. De baarmoeder is klein: ongeveer 10 cm. Ze bevindt zich in het kleine bekken tussen de blaas en de endeldarm. Het grootste deel ervan heet baarmoederlichaam en mondt uit in twee 'slurfen' waaraan de ligamenten of steunbanden (rond, breed en tussen heiligbeen en baarmoeder) gehecht zijn, die de baarmoeder op haar plaats houden.

De baarmoeder is een hol orgaan met wanden, gevormd uit spiervezels, het myometrium. De baarmoederholte is bekleed met een slijmvlies dat endometrium of baarmoederslijmvlies heet. Het onderste deel van de baarmoeder, de baarmoederhals, mondt uit in de vagina.

Onder de invloed van hormonen, aangemaakt door de eierstokken, ondergaat het slijmvlies periodieke veranderingen. Tijdens de maandstonden komt de oppervlaktelaag los. Het bloed voert de slijmvliescellen dan af.

Er bestaan verschillende medische technieken om de baarmoeder te onderzoeken:

- het vaginale toucher,
- onderzoek van de baarmoederhals met speculum en microscoop (colposcopie),
- hysterometrie (meten van de diepte van de baarmoederholte),
- hysterografie (radiologisch onderzoek),
- hysteroscopie (beeldvorming van de baarmoederholte met een optische buis),
- coelisoscopie (optische buis in de onderbuik),
- echografie.

Baarmoedergezwellen kunnen goedaardig (fibromen, poliepen) of kwaadaardig zijn. Het meest voorkomende symptoom bij baarmoedergezwellen is menorragie (abnormaal hevige bloeding tijdens de menstruatie) en/of metrorragie (bloedingen die zich buiten de regels of na de menopauze voordoen).

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief