De nieren zijn boonvormige organen, omgeven door een stevig bindweefkapsel. Zij liggen aan weerszijden van de wervelkolom, achter de buikholte. Samen met de urineleiders, de blaas en de plasbuis vormen ze de urinewegen (zie illustratie 1).
Door filtering verwijderen de nieren afvalstoffen uit het bloed. Zij houden tevens de hoeveelheid water, zuren en zouten in het lichaam in evenwicht. Dat voorkomt vergiftiging van het lichaam.

In het nierweefsel zijn twee lagen te onderscheiden: de schors en de merglaag. Daarin bevinden zich ongeveer een miljoen kleine filtertjes (nefronen), waarlangs het bloed passeert. Per uur filteren ze ongeveer zeven en een halve liter bloed. Uit dat bloed neemt het lichaam een groot deel van het water, de zouten, de mineralen en de suikers opnieuw op. Tenslotte blijven alleen de afvalstoffen over, die we als urine uitscheiden. Elke nier bevat een holte, het nierbekken, waarin de gevormde urine samenkomt (zie illustratie 2). Vanuit het nierbekken komt de urine via de urineleiders uiteindelijk in de blaas terecht.