Een belangrijke rol, maar binnen bepaalde grenzen |
|
|
|
Het principe Uitsluitend als de patiënt hiertoe persoonlijk niet in staat is, moet de vertegenwoordiger zijn rechten in diens plaats uitoefenen. Het is dus niet zijn taak om een patiënt, die in staat is om zelfstandig zijn keuze uit te drukken, bij te staan of te begeleiden. De vertegenwoordiger mag bovendien niet ingaan tegen de wens die de patiënt vooraf uitdrukkelijk heeft uitgedrukt (bv. een weigering om behandeld te worden). Specifieke situaties De wet regelt ook specifieke situaties waarmee de vertegenwoordiger van de patiënt en de beroepsbeoefenaars van de gezondheidszorg geconfronteerd kunnen worden: De wet omkadert en beperkt de rol van de naaste omgeving in de relatie zorgverlener ? patiënt dus sterk. Een volwassen patiënt oefent zijn rechten persoonlijk en alleen uit, behalve in de uitzonderlijke gevallen waarin de wettekst voorziet. De omgeving kan dus alleen tussenkomen met de toestemming van de patiënt of in erg nauwkeurig omschreven situaties. De naaste omgeving begrijpt dit niet altijd goed. Laten we als voorbeeld enkele specifieke gevallen bekijken, zoals beslissingen over behandelingen of over het levenseinde. Therapeutische keuzes Wat gebeurt er als de omgeving het niet eens is met de beslissingen van de patiënt? Hij moet natuurlijk voldoende geïnformeerd zijn door de arts om zijn keuze te maken en de voorzienbare gevolgen ervan te begrijpen. Dat noemt men in het medisch jargon ?informed consent?. Wanneer de patiënt echter onbekwaam is, spreekt zijn vertegenwoordiger zich uit in zijn naam. Een andere moeilijke situatie: wanneer de naaste omgeving de patiënt onder druk zet om een behandeling te ondergaan (meestal niet wetenschappelijk gefundeerd) waarover ze veel goeds gehoord hebben. Hier gaan ze gewoon hun bekwaamheid te buiten. Door de vooruitgang van het onderzoek evolueert de oncologie snel en wordt ze een uiterst complexe discipline. De behandelingen zijn steeds meer toegespitst op de individuele patiënt. Alleen het gespecialiseerde team dat de patiënt behandelt, kan bepalen wat op medisch vlak echt nuttig kan zijn voor hem. Op het vlak van behandelingen (medische en andere) mogen de patiënt of zijn omgeving geen initiatieven nemen zonder vooraf advies te vragen aan de oncoloog. Het levenseinde Bij het stervensproces worden patiënten, naaste omgeving en zorgverleners geconfronteerd met hun eigen lijden. Ze hebben echter niet noodzakelijk dezelfde prioriteiten. Daarom is het belangrijk de rechten van alle partijen goed af te bakenen. De wetgever wilde deze situaties ook reglementeren. Aangezien het gaat om zijn leven, ligt het recht om te beslissen bij de patiënt, en niet bij zijn naaste omgeving. Maar door de spanningen die hieruit kunnen voortvloeien, zitten de zorgverleners soms in een moeilijk parket. De wet van 14 juni 2002 preciseert het recht van elke patiënt op palliatieve zorg bij de begeleiding van het levenseinde. Indien deze wordt toegediend met de vereiste bekwaamheid, maakt deze palliatieve zorg in een grote meerderheid van de gevallen een waardige stervensbegeleiding zonder ondragelijk lijden mogelijk. Deze laatste levensfase is vaak erg belangrijk om in alle sereniteit afscheid te kunnen nemen. Maar wat als de naaste omgeving vindt dat het te lang duurt? In theorie is het antwoord heel eenvoudig: ouders of vrienden hebben geen inspraak, zoals vermeld in de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie. Net als de beslissingen die doorheen de behandelingen worden genomen, zijn de beslissingen over levensbeëindiging een exclusieve aangelegenheid van het ?tweespan? patiënt en arts. In de praktijk is het echter niet altijd zo eenvoudig. In de eerste plaats kan de patiënt zelf, bewust of onbewust, beïnvloed worden door zijn naasten. Het gebeurt dat een patiënt vraagt om zijn leven te beëindigen, niet omdat hij lijdt of zijn situatie ondragelijk vindt, maar omdat hij vindt dat hij een last vormt voor zijn omgeving? Het spreekt voor zich dat een dergelijke reden onaanvaardbaar is! Het uit het strafrecht halen van euthanasie (op voorwaarde dat ze wordt uitgevoerd binnen het strikte wettelijk bepaalde kader) geeft sommige naasten soms ten onrechte de indruk dat zij in de plaats van de patiënt euthanasie kunnen eisen. Niets is minder waar. En als men nadenkt over de misbruiken waartoe dit zou kunnen leiden, kan men daar alleen maar blij om zijn. Om conflicten te vermijden in een op emotioneel vlak uiterst delicate situatie, kan de patiënt, net als in elke fase van de ziekte, zijn wensen schriftelijk vastleggen of een vertegenwoordiger aanstellen.
|










