Introductie |
|
|
|
Urotheeltumoren komen het frequentst in de urineblaas voor. In België komt per jaar ongeveer 2000 keer blaaskanker aan het licht (2052 in 2005). Blaaskanker komt ongeveer viermaal vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, vooral op hogere leeftijd, bij mensen die ouder zijn dan zestig. Blaastumoren kunnen zowel goedaardig als kwaadaardig (kanker) zijn. De kans dat een tumor in de blaas goedaardig blijkt te zijn, bedraagt ongeveer 5%. Goedaardige blaastumoren heten goedaardige poliepen (benigne papillomen). Bij een kwaadaardig gezwel spreken we van een carcinoom. Urotheelceltumor
In de blaas komen verschillende soorten cellen voor, waaruit een aantal types van blaastumoren ontstaan. Het meest voorkomende type kwaadaardige tumor is de urotheelceltumor of overgangsepitheelcarcinoom. Hij ontstaat vanuit het slijmvliesweefsel (urotheelweefsel) van de urinewegen. Dat type komt in meer dan 90% van de blaaskankergevallen voor. Deze brochure gaat dan ook over dat type van blaaskanker. Blaaskanker geldt wel als een ziekte die het slijmvlies van de totale urinewegen kan aantasten. Er kunnen dus gelijktijdig op verschillende plaatsen in de urinewegen tumoren voorkomen. Bij één op de tien patiënten met blaaskanker is dat het geval. De specialist, in dit geval een uroloog, zal daar bij het onderzoek en de behandeling rekening mee houden. Groeiwijzen
Een blaastumor ontstaat bijna altijd in het slijmvlies van de blaaswand. Afhankelijk van zijn groeiwijze kan de tumor verder doorgroeien in de blaaswand of uitgroeien in de blaasholte.
Een oppervlakkig groeiende tumor bevindt zich alleen in het blaasslijmvlies; een infiltratief groeiende tumor bevindt zich zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier. Beide vormen kunnen doorgroeien in de blaasholte. Een oppervlakkig groeiende tumor die niet tijdig wordt behandeld, zal op termijn vanuit het slijmvlies in de blaasspier doorgroeien. Dan ontstaat alsnog een infiltratief groeiende tumor.
Uitzaaiingen
Als de tumor in de diepere lagen van de blaaswand doorgroeit, stijgt het risico dat er tumorcellen losraken en zich via de lymfe en/of het bloed in het lichaam verspreiden. Rondom de blaas bevindt zich een uitgebreid stelsel van lymfevaten en lymfeklieren. Losgeraakte tumorcellen kunnen via de lymfe in de lymfeklieren rond de blaas en elders in het lichaam terechtkomen. Zo kunnen er uitzaaiingen ontstaan. Bij verspreiding van tumorcellen via het bloed kunnen er uitzaaiingen ontstaan in andere organen (longen, lever) of de botten. Die uitzaaiingen bestaan uit blaaskankercellen en moeten ook als blaaskanker behandeld worden. Carcinoma in situ (CIS))
Blaaskanker kent een zogeheten voorstadium. Artsen spreken dan van een carcinoma in situ (CIS). Hooguit 10% van de blaastumoren is op het moment van de ontdekking een tumor in zo'n voorstadium. Een carcinoma in situ is een oppervlakkig groeiende vorm van blaaskanker die (nog) niet in de blaasholte uitgroeit. Bij het van binnen bekijken van de blaas is de tumor dan ook vaak niet zichtbaar. Het is mogelijk dat er op verschillende plaatsen in de blaas een carcinoma in situ voorkomt. Bovendien kan een dergelijke tumor gelijktijdig met andere vormen van blaaskanker voorkomen. |












