Elk jaar sterven ongeveer 270 vrouwen ten gevolge van baarmoederhalskanker. Tot vandaag is een uitstrijkje van de baarmoederhals de enige manier om de ziekte op te sporen. Maar een preventief vaccin dat toelaat om baarmoederhalskanker te vermijden, is nu beschikbaar.
1. Baarmoederhalskanker
Klik hier om alle informatie over dat soort kanker te raadplegen.
Om de FAQ-rubriek rond baarmoederhalskanker en HPV-vaccinatie te raadplegen, klik hier.
2. Enkele epidemiologische gegevens
In België wordt jaarlijks bij meer dan 700 vrouwen baarmoederhalskanker geregistreerd. Dit cijfer vertegenwoordigt slechts de top van de ijsberg. Dankzij het uitstrijkje kunnen de artsen precancereuze letsels (dysplasies) of microscopische kankers ontdekken en behandelen, waardoor die gevallen niet in de cijfers voorkomen.
Ondanks de kans die de opsporing biedt, sterven er in ons land jaarlijks nog altijd zowat 270 vrouwen aan de gevolgen van de ziekte. Het is bijzonder zorgwekkend dat deze kanker de patiënten vroeger treft dan dat bij andere soorten kanker het geval is. Onder de 25 jaar is de ziekte heel zeldzaam, maar de frequentie neemt toe bij patiënten vanaf 30 jaar om een hoogtepunt te bereiken op 50 jaar.
Op wereldschaal krijgen 500 000 vrouwen per jaar invasieve baarmoederhalskanker. Vooral in arme landen waar efficiënte opsporing niet bestaat, vallen de meeste slachtoffers.
3. De betreffende virussen
Verschillende virussoorten van de familie van de humane (menselijke) papillomavirussen (HPV) spelen een rol bij baarmoederhalskanker. Op een honderdtal geïdentificeerde HPV virussen zijn er een vijftiental die kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van baarmoederhalskanker. Deze papillomavirussen hebben niet allemaal het zelfde kankerverwekkende vermogen. De schadelijkste is zonder twijfel die van het type 16, die in 50 % van deze gevallen van kanker voorkomt. Op de tweede plaats komt het type 18 dat bij 10 à 15 % van de gevallen van baarmoederhalskanker verschijnt. Daarna komen in dalende lijn HPV 45, HPV 31 en HPV 33.
De HPV 16 en HPV 18 virussen spelen een heel cruciale rol. Het vaccin dat zich tegen deze twee virussen richt, laat toe om in 70 % van de gevallen baarmoederhalskanker te vermijden.
4. Wie vaccineren?
Vaccinatie tegen HPV is goedgekeurd voor meisjes/vrouwen tussen 9 en 26 jaar. Er is nog wetenschappelijk onderzoek aan de gang om na te gaan of deze vaccins ook nut kunnen hebben bij vrouwen buiten deze leeftijdsgroep. Er dient benadrukt dat het vaccin enkel preventieve waarde heeft en geen nut voor de behandeling van reeds bestaande letsels aan de baarmoederhals door HPV.
De ideale leeftijd om te vaccineren is voor de eerste mogelijke blootstelling aan HPV's. Dat betekent dus voor de leeftijd van de eerste seksuele betrekkingen, rond de leeftijd van 12 jaar. In de praktijk wordt de vaccinatie uitgevoerd door injectie van drie aparte doses gespreid over een periode van 6 maanden. Ook bij vrouwen die reeds seksuele contacten hebben gehad en zelfs reeds in contact zijn geweest met bepaalde soorten HPV's kan het vaccin toch nog een bescherming bieden maar deze kan dan wel minder doeltreffend zijn.
De inenting kost meer dan € 300. Het preventieve vaccin tegen baarmoederhalskanker wordt aan meisjes van 12 tot 18 jaar terugbetaald door de ziekteverzekering.
Dankzij de terugbetaling van dit geneesmiddel in categorie B, betalen jonge meisjes in de beoogde leeftijdscategorie (van 12 tot 18 vanaf 1 december) maar €10,80 per doses (of €7,20 als ze onder het RVV of OMNIO statuut vallen). De volledige vaccinatie telt 3 injecties en de totale kost voor hen bedraagt dus €32,40.
Het vaccin Gardasil werd door de Vlaamse Gemeenschap geselecteerd voor het gratis vaccinatieprogramma tegen Humaan Papillomavirus (HPV) bij meisjes in het eerste jaar Vlaams secundair onderwijs. Dat programma gaat van start in het schooljaar 2010-2011.De vaccinatie gebeurt via de centra voor Leerlingenbegeleiding en via de huisartsen. Gardasil bevat 4 HPV types (6, 11, 16 en 18). De volledige vaccinatie bestaat uit drie injecties. De 2 in België beschikbare HPV-vaccins (Cervarix en Gardasil) blijven grotendeels terugbetaald door het RIZIV als ze worden voorgeschreven voor meisjes die op het ogenblik van de eerste toediening tussen 12 en 18 jaar oud zijn.
Meisjes die dus secundair onderwijs volgen dat gesubsidieerd of georganiseerd wordt door de Franstalige Gemeenschap blijven genieten van de gedeeltelijke terugbetaling via het RIZIV. Als zij gewoon verzekerd zijn, dienen zij dan zelf 10,8 per vaccin (dus maal drie) te betalen. Dat geldt ook voor meisjes vanaf het tweede jaar Vlaams secundair onderwijs want er wordt geen gratis inhaalvaccinatie voorzien. In Franstalig België werd prioriteit gegeven in het budget voor ziektepreventie aan het opsporingsprogramma voor darmkanker.
Klik hier om de folder over de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker te raadplegen.
5. De opsporing blijft altijd noodzakelijk
De bescherming tegen baarmoederhalskanker die de huidige vaccins bieden is jammer genoeg geen 100 % maar slechts 70 %. Bovendien zijn er minder frequent voorkomende vormen van HPV die met de huidige vaccinatie nog niet gedekt zijn. Dat heeft tot gevolg dat een vrouw die gevaccineerd is toch nog uitstrijkjes moet laten afnemen.
De artsen moeten de ziekte proberen op te sporen bij vrouwen vanaf het moment dat deze seksueel actief zijn, en in ieder geval vanaf de leeftijd van 20-25 jaar. Na een eerste normale uitstrijkje, moeten ze het onderzoek een jaar later controleren. Als de controle ook normaal is, zullen ze de laatste uitstrijkjes om de drie jaar herhalen tot de patiënt minimum 65 jaar is.
Voor meer info over de opsporing van baarmoederhalskanker, klik hier.