Hoe geniet ik en zorg ik optimaal voor mezelf ? |
|
|
|
Wetenschappers zijn het er vandaag wereldwijd over eens dat vermoedelijk 1 op 3 kankers in verband staat met een ongezonde en /of onevenwichtige voeding. In de media wordt dan ook sterk ingespeeld op het aspect preventie: hoe kunnen we door een optimale voeding de incidentie (= het aantal nieuwe gevallen binnen een bepaalde periode) van (bepaalde) kankers doen afnemen? Meer en meer onderzoekers besteden dan ook heel wat tijd aan het zoeken naar relaties tussen voedingsmiddelen of voedingsstoffen en kanker. Deze vooruitgang neemt echter niet weg dat over de hele wereld jaarlijks heel wat mensen de diagnose kanker te horen krijgen. Op dat moment wordt echter met voeding nog te weinig rekening gehouden. Immers, voeding zal vermoedelijk geen therapie kunnen betekenen bij kanker, en levert aldus geen rechtstreekse bijdrage tot genezing. Hierdoor wordt er vaak te weinig aandacht geschonken aan het behoud van een evenwichtige voeding bij kanker. En toch is dit niet helemaal terecht, zo weten we nu. Voeding blijkt immers wel als ondersteunende therapie te kunnen gebruikt worden. Aangezien kanker zelf of de behandeling ervan het vaak moeilijk maken om de principes van een gezonde voeding te blijven toepassen (gebrek aan eetlust, braakneigingen, smaak- en geurveranderingen enzovoort), is hulp van gespecialiseerde personen vaak essentieel.
De bedoeling van dit document is alvast om eenieder die met kanker geconfronteerd wordt de mogelijkheid te geven om zo lang mogelijk een goede voedingstoestand te bewaren door middel van enkele eenvoudige tips. Overleg met de behandelende arts blijft verder wel essentieel. 1. World Cancer Research Fund in association with THE American Institute for Cancer Research; Food, Nutrition and the Prevention of Cancer: a global perspective,1997. Welke invloed kan kanker hebben op de voedingstoestandHoewel niet iedere persoon die geconfronteerd wordt met kanker een verandering in de voedingstoestand ondervindt, kunnen verschillende factoren een verandering in de voeding teweegbrengen. Deze invloed kan zowel afkomstig zijn van het kankerproces zelf als te wijten zijn aan externe factoren. De kennis van de precieze oorzaken van een veranderd voedingsgedrag vergemakkelijkt het nemen van maatregelen om een (bijna) normale voedingstoestand te handhaven en ondervoeding te voorkomen. Vaak kan het ook een geruststelling zijn de oorzaak te kennen van het gewijzigde eetgedrag. Daarom hier enkele voorbeelden. Invloed van het kankerprocesOndervoeding als gevolg van het kankerproces, kan in drie verschillende situaties worden waargenomen:
Invloed van externe factorenEr zijn drie belangrijke, externe factoren die eveneens aan de basis kunnen liggen van een wijziging in de voedingstoestand :
Voeding als therapie ?Voeding kan in principe niet gezien worden als therapie bij kanker, aangezien voeding vermoedelijk geen invloed heeft op :
Voeding kan echter wel een ondersteunende behandeling vormen en kan een invloed hebben op :
Vaak voorkomende klachtenMalaiseklachten zijn de meest voorkomende klachten op bepaalde momenten of gedurende de hele periode van de behandeling. Ze kunnen zich bij alle mogelijke vormen van kanker voordoen en doen meestal de voedselinname dalen, omwille van het ongemak dat ze veroorzaken. Malaiseklachten kunnen verschillende oorzaken hebben. Vermoedelijk is het kankerproces zelf voor een deel verantwoordelijk, maar ook de behandeling -zoals bv. chemotherapie- kan malaiseklachten veroorzaken. Dit verklaart tevens waarom malaiseklachten niet volledig te vermijden zijn. Wel kunnen enkele -vaak eenvoudige- maatregelen in veel gevallen de klachten helpen verminderen en uw welbevinden te verbeteren. De invloed die een goede voedingstoestand zal hebben op de morbiditeit en mortaliteit bij chirurgie en op de immuniteit mag eveneens niet vergeten worden. De belangrijkste malaiseklachten zijn: anorexie (eetlustvermindering), aversies, smaak- en reukveranderingen, misselijkheid en braken en ook vermoeidheid. 1. AnorexieAnorexie is letterlijk een gebrek aan eetlust. Anorexie wordt vaak meer uitgesproken naarmate ook het gezwel zich in een verder gevormd stadium zal bevinden. Mogelijk spelen onzekerheid, spanning, angst, pijn en de behandeling een rol bij het ontstaan van anorexie, naast de eerder vermoeide oorzaken van malaiseklachten. 2. Aversies, smaak- en reukveranderingenEen mogelijke oorzaak van aversies (=afkeer) kunnen smaak- en reukveranderingen zijn, maar ook negatieve associaties van voedsel met bepaalde ervaringen tijdens de ziekte of de therapie. Men spreekt van een negatieve associatie wanneer u bv. na het eten van iets hebt moeten braken en hierdoor de geur en/of smaak van dat bepaalde voedingsmiddel nadien een gevoel van afkeer oproept. Smaakdrempels kunnen verder verhoogd of verlaagd zijn in bepaalde omstandigheden: wat men vroeger niet lekker vond, lust men nu wel, of omgekeerd. Meestal is er ook een vieze smaak in de mond. Reukveranderingen doen vaak aversie ontstaan tegenover sterke geuren van voedsel. Sterk geurende voedingsmiddelen zijn warme en gebakken bereidingen, gefrituurde gerechten, gebraden vlees, vis, bacon, eieren, broccoli, kool, bloemkool, ui, spruitjes, koffie, bouillon, vleesjus, bepaalde kruiden en specerijen. Let ook op met cosmetica, bloemen, tabakslucht en schoonmaakmiddelen. 3. Misselijkheid en brakenVerschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van een misselijkheidsgevoel: smaak- en reukveranderingen, uitdroging, bepaalde vormen van radio- en chemotherapie, medicijnen voor pijnbestrijding. Stress, in deze situaties vaak samengaand met angst, spanning en onzekerheid, kan eveneens misselijkheid veroorzaken, maar ook bestaande misselijkheid verergeren. Niet zelden komt anticipatoir braken voor: men wordt misselijk of gaat braken bij het zien of de gedachte aan bijvoorbeeld het ziekenhuis, de volgende chemotherapie of bepaalde voedingsmiddelen. 4. VermoeidheidStress en gevoelens van angst, spanning en onzekerheid gaan bij kanker vaak samen. Deze psychologische factoren kunnen- naast de ziekte zelf en de invloed van externe factoren- leiden tot moeheid. Een gestoord dag-nachtritme kan hiervan het gevolg zijn, gepaard gaand met een verschuiving van de eetmomenten. Zin en onzin van 'kankerdiëten'Vlees of geen vlees ?Vlees kan in beperkte mate thuishoren in een gezonde voeding, op voorwaarde dat goede keuzes worden gemaakt (bij voorkeur mager vlees zoals kalkoen, kip, steak,...). Ook bij kanker zijn er uit voedingsoogpunt geen redenen om de consumptie van vlees af te raden. Toch kan ook een vleesloze voeding een evenwichtige voeding zijn, op voorwaarde dat het vlees adequaat vervangen wordt. Dit kan door het inschakelen van vleesvervangers (tofu, seitan, tempeh, quorn, enz.) of door complementaire basiscombinaties te maken binnen eenzelfde maaltijd. Dat kan u door twee groepen uit volgende opsomming te combineren: tarwekiemen, peulvruchten, granen-noten-zaden, melkproducten-eieren. Voorbeelden zijn een omelet met stukjes gebakken aardappel, een pasta- of rijstschotel met kaas gegratineerd, een ei met witte bonen in tomatensaus enzovoort. AdditievenOnder de huidige vigerende Europese wetgeving mogen alleen additieven worden toegevoegd die voldoende onderzocht zijn wat betreft hun effect op de gezondheid. Zij krijgen vervolgens een E-nummer toegekend, waardoor ze in de voedingsindustrie mogen worden gebruikt. Geen reden tot ongerustheid dus wanneer dergelijke E-nummers op de ingrediëntenlijst vermeld staan. De enige restrictie kan bestaan wanneer iemand allergisch is bevonden voor één of meer van deze toevoegingen. Dergelijke allergieën komen echter slechts zelden voor. Bio- en natuurproductenOok voor bio- en natuurproducten geldt de regel dat deze vanzelfsprekend kunnen ingeschakeld worden in een gezonde voeding, zonder evenmin onmisbaar te zijn. Hierna worden twee diëten besproken die gevolgd worden door sommige kankerpatiënten. MoermandieetBelangrijkste uitgangspunten :
Advies Op basis van het Moermandieet is het mogelijk om een gezonde voeding samen te stellen. Variatie moet ook hier- zoals steeds- voorop staan. Het is verder eveneens belangrijk de toelating van de behandelende arts tot het volgen van dergelijk dieet te vragen. Ook opvolging via een diëtist(e) is noodzakelijk: bij individuele implementatie is er gevaar voor een te lage eiwit- en/of calorie-inname. Dr. HoutsmullerdieetBelangrijkste uitgangspunten :
Advies Er is op basis van de huidige gegevens geen reden om iemand die dit dieet wil volgen, het af te raden. Toch is het aangewezen om vooraf steeds contact op te nemen met arts en diëtist(e). In uitzonderlijke gevallen zal de arts het opstarten van het dieet ontraden omwille van het feit dat de gegeven behandeling bijzondere eisen aan de voeding stelt. De diëtist(e) zal erop kunnen toezien dat een evenwichtige voeding behouden blijft. Supplementen tijdens de behandeling?Gebaseerd op de documentatie van Dr. Jörg Melzer©Ligue Suisse contre le cancer, Groupe suisse d'étude des méthodes parallèles et complémentaires en cas de cancer (SCAC) (www.swisscancer.ch/scac ) . Vitamines en voeding bij kankerOnze levenswijze bepaalt wat we eten en oefent een directe invloed uit op onze gezondheid. Vitamines "fundamentele elementen in onze voeding" staan in het centrum van talloze discussies. Logischerwijze is de vraag die we ons stellen of er geweten is of de vitaminepreparaten, geconsumeerd als voedingssupplementen, ziektes als kanker kunnen genezen of de behandelingen gunstig kunnen beïnvloeden. De wetenschap is nog niet in staat om een definitief antwoord te geven op deze vraag. Daar zijn twee redenen voor. Om te beginnen beschikken we niet over precieze cijfers over de frequentie waarmee vitaminesupplementen als aanvullende geneesmiddelen wordt gebruikt bij de behandeling van kanker. Ten tweede hebben de verschillende onderzoeken gewijd aan de werking van vitamines op preventie en behandeling van kanker allemaal ten hoogste maar aanwijzingen opgeleverd over de waarschijnlijkheid van dat verband. Er bestaat echter geen tastbaar bewijs. Een heleboel gespecialiseerde magazines hebben zich echter gebogen over de impact van bepaalde voedingswijzen of het gebruik van vitaminesupplementen. Die test vat de resultaten samen van verschillende belangrijke onderzoeken, verricht op internationaal niveau. Het probleem van de dosering: kwantiteit is niet altijd nuttigDe geanalyseerde onderzoeken hebben niet getracht om te weten te komen wat de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van elke vitamine is om zich eventueel tegen kanker te wapenen. Verschillende gespecialiseerde verenigingen hebben echter wel algemene aanbevelingen uitgewerkt voor een gezonde voeding. Enerzijds hebben ze daarbij de hoeveelheden voedingsstoffen (referentiewaarden) vastgelegd die een gezond iemand moet innemen om gezond te blijven. Anderzijds ze ook maximumwaarden vastgelegd. Bij wie daarboven gaat, kunnen er ongewenste neveneffecten optreden. Vitamines en behandeling van kanker: aandachtspuntenPatiënten die zich evenwichtig voeden, verdragen beter de behandelingen tegen kanker dan patiënten wiens lichaam verzwakt is. Daarom is het belangrijk om voedingstips te geven aan zieken, die een belangrijke chirurgische ingreep of een intensieve chemotherapie moeten ondergaan. Heel wat experts zijn het hierover eens: in het algemeen stellen ze bij zieken mensen een gebrek aan vitamines vast. Volgens de huidige kennis van zaken zouden patiënten, die zich willen voorbereiden op hun chirurgische ingreep of een andere behandeling, moeten kiezen voor preparaten met multivitamines, mineralen en oligo-elementen, eerder dan hoge doses van bepaalde vitamines te slikken. De doeltreffendheid van supplementen bovenop de aanbevolen waarde is nog niet aangetoond. Daarom hebben aanbevelingen over de dosering als doel eventuele ongewenste neveneffecten te voorkomen. Patiënten respecteren best de volgende doseringen:
Bij het toedienen van supplementen, moet de veiligheid op een gefundeerde manier worden afgewogen tegenover de theoretische bedenkingen. Zo reageren stoffen uit de chemotherapie, die tot de klasse van alkylante agenten behoren (Busulfan, Chlorambucil en Ifosfamid, bijvoorbeeld), door samengestelde zuurstofhoudende pro-oxidanten te vormen. Hun doeltreffendheid komt in het gedrag door vitaminesupplementen met een antioxidante werking. Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij foliumzuur, dat deel uitmaakt van de vitamines. Onderzoek heeft aangetoond dat hoge doses een negatieve invloed hebben op de behandeling met Methotrexaat. Dat is te wijten aan het feit dat dit geneesmiddel tegen gezwellen optreedt door tussen te komen bij de stofwisseling van het foliumzuur. Het principe van radiotherapie berust op de aanmaak van vrije radicalen, die vooral het tumorweefsel moeten beschadigen. Enerzijds wil men dat de hinderlagen voor vrije radicalen, zoals vitamine C, vitamine E en de carotenoïden, het gezonde weefsel beschermen tegen de schade veroorzaakt door de stralingen. Anderzijds wil men vermijden dat ook het tumorweefsel van die bescherming kan genieten. Daarom is het ook in dit geval aanbevolen om een periode van drie weken in acht te nemen voor het begin en het einde van de radiotherapie. In die tijdsspanne moet de patiënt geen hoge doses antioxidanten gebruiken. Het zijn in het bijzonder de vetoplosbare vitamines (E, D, K en A), opgeslagen in de weefsels, die eventueel ook het tumorweefsel zouden kunnen beschermen tegen de effecten van de behandeling. Win gerust de nodige informatie in bij uw oncoloog, radiotherapeut, apotheker of diëtist(e) over de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid en de evenwichtige bereidingen. Uw oncoloog kan u ook informeren over het soort geneesmiddelen dat hij gebruikt voor uw behandeling om tegenindicaties te vermijden bij gebruik van een supplement. Bibliografie en internetsitesBibliografie
Internetsites :
|
|
| Laatste update op ( 02-09-2009 ) |










