Verschillende toedieningsmodes |
|
|
|
Chemotherapie gebeurt voornamelijk door injecties in een ader. Er bestaan ook andere manieren van toediening: via de mond, door intramusculaire of onderhuidse injectie. Het onderhuids plaatsen van een kleine injectiekamer (Port A Cath) verbonden met een grote ader vergemakkelijkt de herhaalde intraveneuze injecties voor chemotherapie. Deze injectiekamer brengt men aan onder plaatselijke verdoving. Aan het eind van de behandeling verwijdert men ze op dezelfde manier. Frequentie en duur van de behandeling hangen af van het type van kanker, de gebruikte geneesmiddelen en de manier waarop de patiënten de chemotherapie ondergaan. Meestal kiest men voor een toediening met tussenpozen. Tijdens de rustperiodes kan het lichaam dan opnieuw op krachten komen. |












