Onthaal > Kankers > Rechten en plichten van de patiënten > Invloed van de naaste omgeving

Kan de naaste omgeving medische beslissingen beïnvloeden?

Afdrukken E-mail

 

Belangrijke taak voor de naaste omgeving

De wet betreffende de rechten van patiënten vormt een kader voor de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen zorgverleners en patiënten. Maar ondanks deze wet wordt de situatie vaak complexer wanneer familieleden of vrienden zich ermee bemoeien. In hoeverre kunnen ze ingrijpen in de relatie tussen de patiënt en zijn arts?

Er is natuurlijk een cruciale taak weggelegd voor de naaste omgeving om de patiënt te begeleiden en om hem te helpen om de problemen die met de ziekte gepaard gaan te overwinnen. Niemand betwist dit. De zorgverleners weten heel goed hoe belangrijk deze begeleiding is.

Daarom besteden beroepsbeoefenaars uit de gezondheidszorg meestal veel aandacht aan de bezorgdheid en het leed van de omgeving van de patiënt. Ze beantwoorden hun vragen en geven de nodige informatie. Zelfs al staan de wet en een strikte interpretatie van het medisch geheim hen niet toe om vertrouwelijke informatie over de patiënt te onthullen.

In de meeste gevallen zijn de relaties tussen de patiënt, zijn familie en de zorgverleners bevredigend voor alle betrokkenen. Maar het gebeurt ook dat mensen in de omgeving van de patiënt, vaak met de beste bedoelingen, hun boekje te buiten gaan. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer zij proberen om hun standpunt op te dringen, zelfs als dit indruist tegen de keuze van de patiënt.
In ons land verduidelijkt de wet betreffende de rechten van patiënten ook de rol van de naaste omgeving.

Voorrang voor de keuzes van de patiënt

Behalve in uitzonderlijke gevallen is het de patiënt zelf die de rechten uitoefent die hem bij wet worden toegekend. De patiënt heeft het recht op:

-kwaliteitsvolle dienstverlening,
-vrije keuze van de beroepsbeoefenaar,
-informatie,
-toestemming,
-een medisch dossier,
-bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
-beroep doen op een bemiddelaar.

Vertegenwoordiging van de patiënt die juridisch zijn rechten
niet kan uitoefenen

In hoofdstuk IV (artikels 12 tot 16) van de wet van 22/08/2002 wordt ook de vertegenwoordiging van de patiënt behandeld. Wanneer de patiënt juridisch gesproken zijn rechten niet kan uitoefenen (minderjarigen, patiënt die onder voogdij wordt geplaatst), oefent een vertegenwoordiger ze uit in zijn plaats.

In het geval van minderjarigen (art 12) vervullen de ouders of wettige voogden deze rol. De beroepsbeoefenaars van de gezondheidszorg moeten echter beoordelen in welke mate de jonge patiënt zelf kan oordelen over zijn belangen, rekening houdend met zijn leeftijd en zijn maturiteit. Als hij hiertoe in staat is, kan hij zijn rechten zelfstandig uitoefenen. In de andere gevallen wordt hij zoveel mogelijk betrokken bij de informatie en de beslissingen die op hem betrekking hebben.

De rechten van personen die onder het statuut van verlengde minderjarigheid of onbekwaamverklaring geplaatst worden (art. 13), worden uitgeoefend door hun ouders of voogden. Ook in dit geval moet de patiënt geraadpleegd en geïnformeerd worden binnen de grenzen van zijn begripsvermogen.

Vertegenwoordiging van de patiënt die feitelijk niet in staat is
om zijn rechten uit te oefenen

Voor personen die feitelijk niet in staat zijn om hun rechten uit te oefenen (demente patiënten, patiënten in coma, patiënten met bewustzijnsverlies, ?) kan een vertegenwoordiger de belangen van de patiënt behartigen. 

De zieke kon immers, toen hij nog bewust was, een vertegenwoordiger aanduiden om zijn rechten uit te oefenen (art. 14§1). Deze aanwijzing moet gebeuren door een specifiek schriftelijk mandaat, gedagtekend en ondertekend door de patiënt en door de persoon aangesteld om hem te vertegenwoordigen (vertegenwoordiger).
Dit mandaat kan op elk ogenblik herroepen worden, zowel door de patiënt als door zijn vertegenwoordiger, door middel van een nieuw gedagtekend en ondertekend schriftelijk document. De patiënt moet de beroepsbeoefenaar van de gezondheidzorg op de hoogte brengen van het bestaan van dit mandaat door het bijvoorbeeld te laten registreren in zijn medisch dossier.

Indien geen vertegenwoordiger werd aangesteld of indien deze niet optreedt, voorziet de wet in een trapsgewijze reeks van vertegenwoordigers: de samenwonende echtgenoot, de wettelijk samenwonende of feitelijk samenwonende partner (art. 14§2). Indien deze personen niet wensen op te treden of ontbreken, worden de rechten in dalende volgorde toegekend aan een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zus. Indien geen enkele vertegenwoordiger gevonden kan worden (art. 14§2), behartigt de beroepsbeoefenaar van de gezondheidszorg de belangen van de patiënt, indien nodig in het kader van een multidisciplinair overleg.

 

Laatste update op ( 22-04-2009 )
 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief