-Solvay: beroepsziekten te wijten aan een blootstelling aan kwik? Nieuws 19-12-06
-Abortuspil tegen borstkanker? Nieuws 15-12-06
-Een Asbestfonds in 2007 Nieuws 14-12-06
-Overmatig gebruik van suiker en risico op pancreaskanker Nieuws 13-12-06
-CT-scan en risico op kanker Nieuws 06-12-06
-Menopauze: zijn behandelingen op basis van sojaderivaten doeltreffend en zonder gevaar? Nieuws 05-12-06
-Aspirine tegen kanker? Nieuws 04-11-06
-Kanker en hoofdluchtpijptransplantatie Nieuws 28-10-06
-PP2A: een nieuw doel voor de behandeling van bepaalde kankers? Nieuws 22-10-06
-Chemotherapie zou veranderingen veroorzaken in de hersenen Nieuws 14-10-06
-Vaccin tegen baarmoederhalskanker weldra beschikbaar! Nieuws 03-10-06
-Schorpioenengif voor de behandeling van bepaalde hersengezwellen? Nieuws 27-09-06
-Gezonde baby na nieuwe operatietechniek voor baarmoederhalskanker Nieuws 27-09-06
-Identificatie van 200 genen gelinkt aan kanker! Nieuws 20-09-06
-Bestaat er een verband tussen trombose en kanker? Nieuws 20-09-06
-Melanoom: nieuwe hoop door gentherapie Nieuws 08-09-06
-Bestaat er een verband tussen een verhoogd cholesterolgehalte en prostaatkanker? Nieuws 06-09-06
-Een hormonenbehandeling om een gebronsde tint te bewaren? Nieuws 28-07-06
-Haarverf opnieuw onder de loep! Nieuws 26-07-06
-Bepaalde antidepressiva zouden het risico op darmkanker verkleinen Nieuws 15-07-06
-Herceptine: terugbetaling onder bepaalde voorwaarden Nieuws 08-07-06
-Een zwangerschap is niet onverenigbaar met een chemotherapie Nieuws 29-05-06
-Terugbetaling van een nieuwe behandeling voor hersengezwellen Nieuws 20-05-06
-Menselijk genoom: het laatste chromosoom eindelijk ontcijferd Nieuws 20-05-06
-Aspartaam niet kankerverwekkend voor de mens Nieuws 20-05-06
-Chemotherapie minder doeltreffend bij nicotine... Nieuws 08-05-06
-Borstprotheses: geen risico op kanker Nieuws 22-04-06
-Tsjernobil, twintig jaar later: de balans zorgt voor controverse! Nieuws 18-04-06
-Is een virus verantwoordelijk voor prostaatkanker? Nieuws 24-03-06
-Terugbetaling van bepaalde dure geneesmiddelen Nieuws 23-03-06
-Ongelijke behandeling voor borstkanker ? Nieuws 27-02-06
-Balans 2005: welke vooruitgang in het kankeronderzoek? Nieuws 11-02-06
-Ontdekking: kankerdodende cellen Nieuws 04-02-06
-IBt lanceert zich in de bestrijding van borstkanker Nieuws 04-02-06
-Anti-angiogenesis: een doorbraak in de behandeling van dikkedarmkanker Nieuws 28-01-06
-Verhoogd risico op longkanker in de Kempen? Nieuws 23-01-06
-Hebben linkshandigen meer risico op borstkanker? Nieuws 09-01-06
-Angiogenesis: onderzoek in volle ontwikkeling Nieuws 06-01-06
Solvay: beroepsziekten te wijten aan een blootstelling aan kwik?
Nieuws 19-12-06
De cijfers zijn verontrustend: minstens 21 werknemers van Solvay-Jemeppe, die gewerkt hebben in de elektrolysehallen voor kwik, zijn overleden aan de gevolgen van kanker. Anderen, voor het merendeel gepensioneerden, hebben te kampen met uitvallende tanden of zware nierproblemen. Het bedrijf erkent dat sommige arbeiders misschien blootgesteld gestaan hebben aan kwik, maar verzekert dat er een procedure bestond om te waken over hun gezondheid. Zo moesten ze niet aan hun werkplaats staan wanneer het kwikgehalte in hun urinestalen te hoog lag.
Bronnen: L'Echo, 09-12-06 ; Vers l'Avenir, 08-12-06 ; Le Soir, 09-12-06 ; La Libre Belgique, 09-12-06 & 11-12-06 ; La Dernière Heure, 09-12-06 ; La Gazette, 09-12-06 ; le Soir magazine, 13-12-06 ; Télé Moustique, 13-12-06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Volgens cijfers verzameld door ex-arbeiders zelf, en bekendgemaakt door de socialistische vakbond, zijn de voorbije jaren 21 gevallen van kanker (op een zeventigtal werknemers) opgetekend bij oud-arbeiders van Solvay, die heel hun carrière in de elektrolysehallen gewerkt hadden. Het bedrijf betwist deze cijfers echter. Sinds het begin van de jaren zestig hebben 450 mensen in de kwikcellen gewerkt. De eenheden zijn gesloten in 1992 en 2001 en zijn vervangen door een andere technologie.
Wat weten we vandaag over de toxiciteit van kwik? Het is al lang geweten dat kwik een neurotoxische stof is, die het centrale zenuwstelsel aantast. De eerste symptomen manifesteren zich als geheugenproblemen, beven, spraakproblemen, overvloedige aanmaak van speeksel, buikpijn, braakneigingen, uremie (opstapeling van ureum te wijten aan nierinsufficiëntie). Op lange termijn of bij hoge doses kan dat zelfs leiden tot dementie en de dood. De toxiciteit van kwik is dus voldoende bewezen, maar het wordt niet beschouwd als kankerverwekkend.
Hoe dan de ontdekte kankers bij bepaalde oud-arbeiders van Solvay verklaren? Men mag niet te snel besluiten dat er een oorzakelijk verband is. De in de pers verspreide informatie preciseert niets over het soort kanker dat is vastgesteld bij die arbeiders. We mogen niet vergeten dan een Belg op de drie met kanker te maken zal krijgen in zijn leven... Het zou nuttig kunnen zijn om alle medische dossiers opnieuw te openen, proberen te achterhalen aan welke stoffen deze patiënten hebben blootgestaan in functie van hun kanker. Als er uit die analyse een abnormaal hoge incidentie blijkt voor een welbepaald soort kanker, zou bijkomend onderzoek nodig zijn. Alle werknemers die nu in Jemeppe werken en die in de loop van hun carrière blootgesteld hebben gestaan aan kwik, zijn bovendien onderworpen aan bijkomende onderzoeken georganiseerd door de arbeidsgeneesheer. Volgens Solvay is er tot nu toe geen afwijking vastgesteld. Het bedrijf heeft een gratis infonummer geopend voor oud elektrolysearbeiders van Solvay in Jemeppe om snel op hun eventuele vragen te kunnen antwoorden. Bellen kan op 0800 840 31.
Abortuspil tegen borstkanker?
Nieuws 15-12-06
De resultaten van een onderzoek op dieren die vatbaar zijn voor borstkanker tonen aan dat de toediening van RU-486 (mifepriston, ook gekend onder de naam ?abortuspil?) de ontwikkeling van borstkanker zou kunnen verhinderen.
Bronnen : Financial Times, 01-12-06 ; De Morgen, 07-12-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
RU-486 of mifrepriston is een geneesmiddel dat is ontwikkeld aan het begin van de jaren tachtig en gekend staat als ?abortuspil?. De pil wordt gebruikt in het kader van dringende contraceptie-ingrepen (tot 120 uur na een mogelijk vruchtbare betrekking) of om een abortus te veroorzaken na de dood van de fœtus in de baarmoeder.
De werking is gebaseerd op de antiprogesteronwerking die een verslapping van de baarmoederhals veroorzaakt, een verhoging van de samentrekbaarheid van de baarmoederspier en zo de ontsluiting en de uitdrijving van het embryo bevordert.
Sinds enkele jaren bestuderen wetenschappers ook de andere toepassingen van deze molecule, zoals de medische behandeling van buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of de behandeling van bepaalde gezwellen, zoals borstkanker.
Professor Eva Lee (Universiteit van Californië) heeft een onderzoek verricht bij muizen die drager zijn van een gen dat vatbaar maakt voor borstkanker (BRCA1). Na 8 tot 12 maanden hadden de dieren, die geen behandeling hadden gekregen met RU-486, een gezwel ontwikkeld. Dieren die wel het antiprogesteron geneesmiddel hadden gekregen, bleken geen kanker te hebben.
Deze resultaten openen de weg voor nieuw onderzoek rond de rol van progesteron in het kader van de ontwikkeling van bepaalde borstkankers. Toch nog even herinneren aan het feit dat minder dan 5 % van borstkankergevallen te maken heeft met een afwijking van het BRCA1 gen. Er is dus geen sprake van om een behandeling te voorzien van dat type voor de meerderheid van de borstkankers.
Bovendien benadrukt de auteur van het onderzoek het feit dat RU-486 niet geheel zonder neveneffecten op lange termijn is. De resultaten van haar werk zouden we dan ook eerder moeten zien in het kader van de ontwikkeling van meer specifieke antiprogesterone-middelen.
Een Asbestfonds in 2007
Nieuws 14-12-06
Vertegenwoordigers van asbestslachtoffers en hun naasten vragen er al lang om, maar in januari 2007 komt er eindelijk een fonds voor schadeloosstelling. Dit Fonds zal 10 miljoen euro per jaar krijgen van de federale regering gedurende minstens tien jaar.
Bron: Le Soir, 06-12-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Hoewel het Fonds voor Beroepsziekten werknemers, die direct slachtoffer zijn van asbest, gedeeltelijk schadeloos stelt, houdt het nooit rekening met de andere slachtoffers. Daar zijn er steeds meer van, vooral dan onder de omwonenden van bedrijven die asbest geproduceerd hebben. Slachtofferorganisaties, zoals Abeva bijvoorbeeld, eisen al jaren een volledige schadeloosstelling van de schade die asbest veroorzaakt bij beroepsslachtoffers en niet-beroepsslachtoffers.
Er lijkt nu eindelijk schot te komen in de zaak.
Het bedrijf Eternit, een centrale speler in de geschiedenis van asbest in België, heeft sinds 2000 een systeem voor aanvullende schadeloosstelling voor zijn zieke werknemers en hun huisgenoten. Nu breidt Eternit dat systeem uit tot bewoners die vlakbij de fabriek van Kapelle-op-den-Bos wonen.
Het parlement van zijn kant werkt al twee jaar aan dit onderwerp in een commissie. Een wetsontwerp, op initiatief van Ecolo volksvertegenwoordger Muriel Gerkens, is op 6 juli ingediend. Vorige zomer is eerste minister Guy Verhofstadt warm gemaakt voor dit onderwerp en hij heeft van de hele zaak een regeringsprioriteit gemaakt door het principe voor de oprichting van dit Fonds aan het wetsvoorstel en het budget 2007 te koppelen.
Ja maar? de oprichting van dit Fonds irriteert heel wat parlementsleden, want het voorstel waarover de commissie sociale zaken momenteel debatteert, zou minder garanties bieden aan de slachtoffers dan de oorspronkelijke tekst. Sommigen zien in de regeringstekst een poging om de industriëlen te beschermen tegen elke vervolging of rechtszaak in ruil voor een deelname (nog niet bepaald) in de financiering van dit Fonds. Het wetsvoorstel voorziet inderdaad dat de slachtoffers, die een vergoeding krijgen van dit toekomstige asbestfonds, moeten afzien van elke rechtszaak tegen ?asbestbedrijven?. Dit leidt tot een totale immuniteit, niet alleen tegenover de werknemers die slachtoffers zijn asbest, maar ook tegenover mensen die in een door asbest besmet huis hebben gewoond (de zogenaamde ?milieuslachtoffers?).
Bovendien is het risico heel reëel dat de gesloten omslag van 10 miljoen euro dat het Fonds voorziet ruim ontoereikend is voor de asbestslachtoffers. Op 20 jaar tijd is het Fonds voor Beroepsziekten tussengekomen voor ongeveer 2 600 asbestslachtoffers. Tussen nu en 2020 voorspelt men echter niet minder dan 10 000 overlijdens ten gevolge van asbest, aldus Abeva. Abeva erkent dat het wetsontwerp een stap vooruit is voor bepaalde categorieën van asbestslachtoffers, maar wijst tegelijk op serieuze gebreken. De huidige tekst houdt inderdaad geen rekening met mensen getroffen door borstvliesplaques of longkanker, wat nochtans de vaakst voorkomende vorm van kanker is na blootstelling aan asbest.
Wordt vervolgd!
Overmatig gebruik van suiker en risico op pancreaskanker
Nieuws 13-12-06
Volgens een Zweeds onderzoek dat verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift ?American Journal of Clinical Nutrition?, zou een overmatig gebruik van suikerrijk voedsel en drank het risico op pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) verhogen. De auteurs wijzen frisdranken, fruitmoes en suiker in koffie met de vinger.
Bron: Artsenkrant, 01-12-06 ; Am J Clin Nutr 2006 :84(5) : 1171-1176
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De pancreas (alvleesklier) is het orgaan dat onder andere insuline aanmaakt, een hormoon dat zorgt voor de regeling van de suikerspiegel in het bloed. Als de pancreas niet (meer) in staat is die rol te vervullen, stijgt het suikergehalte van het bloed (hyperglycemie). Op lange termijn leidt dat tot diabetes, maar misschien ook tot pancreaskanker.
De oorzaken van pancreaskanker zijn nog niet duidelijk gekend, maar de suikerspiegel van het bloed en het insulinegehalte trekken al vele jaren de aandacht van de onderzoekers.
Om de resultaten van deze hypothese te bevestigen of te ontkrachten, hebben de Zweedse onderzoekers tussen 1997 en 2005 een voedingsenquête gehouden bij ongeveer 80 000 mensen tussen 45 en 83, die in goede gezondheid verkeerden (zonder kanker en diabetes). Volgens het kankerregister hebben 131 onder hen een pancreaskanker gekregen in de loop van de onderzoeksperiode (7,2 jaar).
De onderzoekers zijn erin geslaagd om aan te tonen dat het risico op pancreaskanker te wijten zou zijn aan de hoeveelheid suiker in de voeding. De mensen die elke dag minstens twee frisdranken dronken, hadden een dubbel zo groot risico dan de mensen die geen frisdrank dronken. Ook mensen die suiker toevoegden aan bepaalde voedingsmiddelen of drank (yoghurt en koffie bijvoorbeeld) hebben een verhoogd risico (70 %) op de ziekte in vergelijking met mensen die nooit suiker in hun eten doen.
Hoewel het risico op pancreaskanker relatief klein is, is het wel belangrijk om de risicofactoren ervan te kennen. Zeker omdat het gaat over een ziekte met een ongunstige bij gebrek aan doeltreffende opsporingsmogelijkheden en waarvoor de behandelingen tot op heden weinig doeltreffend waren.
CT-scan en risico op kanker
Nieuws 06-12-06
Een CT-scan kan omwille van de gebruikte ioniserende stralen een beperkt verhoogd risico op kanker inhouden. Volgens een Amerikaanse onderzoeksstudie is slechts 50 % van de radiologen in de Verenigde Staten hiervan op de hoogte en amper 10 % van de spoedartsen. In België is de situatie wel enigszins anders.
Bron : De Huisarts 2006; 804: 30
Commentaar van de Stichting tegen kanker
Bij een CT-scan wordt gebruik gemaakt van een relatief grote dosis ioniserende stralen (10 tot 20 mSv) waardoor inderdaad een verhoogd risico op kanker kan bestaan voor een CT-scan van borst of buik. Dit in tegenstelling tot een NMR (MRI; nucleaire magnetische resonantie) waarbij geen stralen maar magneetvelden worden aangewend.
Naar schatting zou een eenmalige blootstelling aan 10 mSV (een bepaalde hoeveelheid ioniserende straling) bij 1 op 1000 patiënten kanker kunnen doen ontwikkelen. Dit risico van 1 op 1000 lijkt laag als we weten dat iedereen al een kans van ongeveer 1 op 3 heeft om ooit in zijn leven kanker te krijgen. Maar door dergelijke straling van een CT-scan kan het optreden van kanker vervroegen.
In ons land zijn alle radiologen op de hoogte van het verhoogde kankerrisico door CT-scan omdat zij verplicht zijn een cursus stralingshygiëne te volgen.
Zoals met elk onderzoek en behandeling dienen alle voordelen tegenover alle nadelen afgewogen. Indien mogelijk dient een CT-scan vervangen te worden door een NMR, een echografie of een klinisch onderzoek maar dat is niet altijd mogelijk. De behandelend arts zal inderdaad een weloverwogen keuze maken welk van deze onderzoeken het meest aangewezen is bij een bepaalde patiënt. In ieder geval dient erover gewaakt de stralingsdosis zoveel mogelijk te beperken, vooral als er bij herhaling CT-scans zouden worden genomen.
Menopauze: zijn behandelingen op basis van sojaderivaten doeltreffend en zonder gevaar?
Nieuws 05-12-06
Producten op basis van isoflavonen of fyto-oestrogenen van soja worden soms voorgesteld voor de behandeling van menopauzeproblemen bij vrouwen, die geen behandeling met hormoonsubstituten (HST) mogen of willen nemen. Maar zijn deze behandelingen wel onschadelijk en doeltreffend?
Bron : La Libre Belgique, 29-11-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Tot in de jaren negentig vormden hormoonbehandelingen voor heel wat vrouwen de keuzebehandelingen om menopauzeproblemen (opvliegingen, hoofdpijn, slaapstoornissen, humeurigheid enzovoort) op te lossen. Bovendien vertrok men van het idee dat hormoontherapie het risico op osteoporose en hart- en vaatziekten kon verkleinen. Sinds 2002 staat het systematisch gebruik van dit soort behandelingen echter in vraag, na een uitgebreid onderzoek in de Verenigde Staten (WHI of Women's Health Initiative). Uit het onderzoek bleek dat een behandeling met hormoonsubstituten ook ongemakken met zich meebrengt, met name een kleine verhoging van het risico op borstkanker.
Sindsdien zijn heel wat vrouwen geleidelijk aan op zoek gegaan naar meer natuurlijke behandelingen op basis van fyto-oestrogenen. Dat zijn aan oestrogenen verwante stoffen, die isoflavonen bevatten (daidzeïne, genisteïne), coumestanen en lignanen. We vinden deze stoffen terug in verschillende planten, waaronder soja. Soja is trouwens de plant met het meeste van deze stoffen. De twee meest actieve moleculen zijn genisteïne en daidzeïne.
De producten die momenteel echter op de markt zijn, bevatten niet allemaal dezelfde concentratie aan isoflavonen en er ontbreken wetenschappelijke gegevens over de precieze werking van deze fyto-oestrogenen en over hun eventuele neveneffecten op baarmoeder en borsten.
Daarom heeft Arkopharma, een bedrijf dat een van deze producten op de markt brengt, een onderzoek laten uitvoeren onder toezicht van het Instituut Bordet en de universiteit van Bergen. Ze hebben ongeveer 300 vrouwen gevolgd gedurende een jaar. Hoewel de periode vrij klein is, lijkt het ?geneesmiddel? geen enkel gevaar op te leveren voor de baarmoeder. De gegevens voor de borsten zijn nog niet gekend. Voor wat betreft de doeltreffendheid van de behandeling van menopauzesymptomen, lijkt dit te verschillen van vrouw tot vrouw. Voor vrouwen met lichte tot gemiddelde opvliegingen is de verbetering duidelijk merkbaar. Bij hevige en ongemakkelijke opvliegingen blijken fyto-oestrogenen ontoereikend te zijn.
De auteurs besluiten dat de fyto-oestrogenen van Arkopharma een interessant alternatief bieden voor de traditionele behandeling en dat ze geschikt zijn om opvliegingen tijdens de menopauze te behandelen bij weigering of contra-indicatie voor een klassieke hormoonsubstituutbehandeling. De resultaten kunnen we evenwel niet extrapoleren voor alle isoflavonen op de markt omwille van de specifieke samenstelling van elk product.
Bovendien is ook vastgesteld dat bepaalde veranderingen in de levenswijze (zoals bijvoorbeeld regelmatige lichaamsbeweging) ook toelaten om problemen te wijten aan de menopauze te verzachten.
Het is dus essentieel om elke betrokken vrouw te informeren over deze problematiek om haar de mogelijkheid te bieden om met kennis van zaken en in nauw overleg met haar arts te beslissen of ze voor hormoontherapie of voor fytotherapie wil gaan.
Aspirine tegen kanker?
Nieuws 04-11-06
Een team van Britse onderzoekers (Newcastle University Medical School) heeft een toepassing voor aspirines ontdekt. Volgens hun resultaten zouden aspirines in staat zijn om de bloedtoevoer naar gezwellen (fenomeen dat gekend staat onder de naam anti-angiogenesis) af te remmen. Zonder bloedvaten om zich te voeden, kunnen gezwellen zich niet ontwikkelen.
Bron: De Huisarts, 19-10-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Een Duits chemicus ontwikkelde in 1897 de eerste aspirine (of acetylsalicylzuur). Het geneesmiddel wist de harten te winnen van reumatologen - dankzij zijn pijnstillende en ontstekingsremmende werking ? en cardiologen. Bij een opeenstapeling van cardiovasculaire risicofactoren (roken, diabetes, hypercholesterolemie, zittend leven, overgewicht, stress enzovoort) schrijven ze maar al te graag aspirines voor in pediatrische doses (ongeveer 250 mg) om zo voor 30 % minder infarcten en vaatziekten te zorgen.
Sinds enkele jaren mogen aspirines ook rekenen op de aandacht van oncologen. Australische onderzoekers hebben inderdaad aangetoond dat de regelmatige inname van ontstekingsremmers als aspirines op lange termijn het risico op huidkanker zou verminderen en zelfs zou beschermen tegen huidvlekken te wijten aan de zon. Acetylsalicyczuur zou de aanmaak van een enzym (cyclo-oxygenase) verstoren. Dat enzyme speelt een rol in de ontwikkeling van bepaalde kankers. Ander epidemiologisch onderzoek lijkt te suggereren dat aspirines eventueel inzetbaar zouden kunnen zijn voor de preventie van darmkanker, borstkanker en longkanker.
De resultaten van dr. Helen Arthur en haar collega's van de Newcastle University Medical School lijken aan te tonen dat aspirines op verschillende manieren zouden kunnen werken tegen de vorming van gezwellen. Een daarvan is de beperking van de bloedtoever, nodig voor de ontwikkeling van het gezwel. Gezwellen maken immers groeifactoren vrij die de wildgroei van bloedvaten tot in het gezwel stimuleren. Het toedienen van beperkte doses vitamines remt de werking van deze groeifactoren af.
Voorzichtigheid blijft wel geboden bij de publicatie van deze gegevens ! Het gaat om pure laboresultaten. Verder onderzoek is nodig om de eerste tests te bevestigen. Vergeet ook niet dat het chronisch gebruik van aspirines niet alleen goede kanten heeft (irritatie van de slijmvliezen, risico op bloedingen enzovoort). We moeten voor en tegens dus goed tegen elkaar afwegen !
Kanker en hoofdluchtpijptransplantatie
Nieuws 28-10-06
Een team van Franse chirurgen (CHRU van Lille) maakte op 19 oktober bekend dat ze geslaagde hoofdluchtpijptransplantaties hebben uitgevoerd bij kankerpatiënten met bepaalde soorten kanker, die tot voor kort niet te opereren waren. Ze vervingen het zieke orgaan door een stukje aorta dat ze wegnamen bij overleden comapatiënten.
Bronnen : Belga, 10-10-06 ; Het Laatste Nieuws, 21-10-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Patiënten die getroffen waren door een kanker van de hoofdluchtpijp (gelukkig vrij zeldzaam) konden tot voor kort enkel een palliatieve behandeling krijgen. Nu is er echter nieuwe hoop voor hen dankzij een revolutionaire techniek van hoofdluchtpijptransplantatie ontwikkeld door een team van Franse chirurgen.
Sinds maart 2005 hebben ze met succes drie mannen en een vrouw tussen 20 en 46 geopereerd. De ingreep bestaat erin om vrijwel de volledige hoofdluchtpijp te verwijderen en die te vervangen door een stukje aorta dat even lang is van overleden comapatiënten. De chirurgen brengen vervolgens binnenin de aorta een siliconen buisje in om te verhinderen dat de aorta bij elke ademstoot invalt. Ze gebruiken de borstspier van de patiënt om de nieuwe ?hoofdluchtpijp? van de patiënt te omvatten ter bescherming en om irrigatie toe te laten. In de loop van de maanden die volgen op de ingreep, transformeert de aorta zich beetje bij beetje tot hoofdluchtpijp. Twee jaar later kunnen ze de ingeplante siliconen buis wegnemen.
Deze techniek is evenwel enkel geschikt voor een beperkt aantal patiënten en is niet vrij van verwikkeling na de operatie (risico op zware longontsteking, bijvoorbeeld). Dat neemt niet weg dat het hier gaat om een heus chirurgisch hoogstandje dat nieuwe hoop kan geven aan enkele patiënten.
PP2A: een nieuw doel voor de behandeling van bepaalde kankers?
Nieuws 22-10-06
Een onderzoeksteam verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven) heeft de werkingsmechanismen ontcijferd van een familie eiwitten gekend onder de naam PP2A. Deze ontdekking zou de deur kunnen openen voor nieuw farmaceutisch onderzoek om geneesmiddelen te ontwikkelen, die inwerken op dit eiwit en de vermenigvuldiging van kankercellen afremmen.
Bronnen: Belga, 12-10-06 ; DeMorgen, 13-10-06 ; Het Belang vanLimburg, 13-10-06; La libre Belgique, 13-10-06; Het Nieuwsblad, 13-10-06; Het Volk, 13-10-06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het onderzoeksteam onder leiding van professor Jozeph Goris (Departement Celbiologie en Moleculaire Biologie, KU Leuven) heeft een proces ontcijferd dat aan de basis ligt van de ontwikkeling van bepaalde borstkankers, longkankers en darmkankers.
De onderzoekers hebben inderdaad aangetoond dat, wanneer het PP2A eiwit niet meer werd aangemaakt in de borstcellen, de longcellen en de darmcellen, dit leidde tot een cellulaire wildgroei. Dat mondde op zijn beurt uit in een kankerproces. Dit eiwit lijkt een belangrijke rol te spelen in de communicatie tussen cellen. Wanneer het niet meer wordt aangemaakt, wordt de communicatie onderbroken en beginnen de cellen zich zonder controle te vermenigvuldigen.
Doelstelling van de onderzoekers is geneesmiddelen op punt stellen die het mogelijk maken het PP2A te laten blijven werken om de wildgroei van kankercellen af te remmen of zelfs te stoppen. Wordt vervolgd!
Chemotherapie zou veranderingen veroorzaken in de hersenen
Nieuws 14-10-06
Een medisch onderzoek uitgevoerd door de universiteit van Californië toont aan dat chemotherapie een verandering in het metabolisme en de bloedstroom in de hersenen zou veroorzaken gedurende minstens tien jaar. Dat zou bepaalde concentratiestoornissen kunnen verklaren waaraan heel wat mensen lijden als ze chemotherapie tegen kanker krijgen.
Bronnen: Belga, 06-10-06 ; Vers l'Avenir, 07-10-06 ; Métro 09-10-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De onderzoekers van het medische team van de universiteit van Californië (Verenigde Staten) hebben een groep vrouwen een hersenscan (tomografie) laten ondergaan terwijl ze concentratie- en geheugenoefeningen moesten uitvoeren. Vijf tot tien jaar daarvoor hadden de vrouwen een chirurgische ingreep ondergaan om een borstgezwel te laten verwijderen, gevolgd door chemotherapie.
De resultaten wijzen inderdaad op veranderingen in het metabolisme in een welbepaalde zone van de hersenen: de frontale hersenschors. Volgens dr. Daniel Silverman zouden die veranderingen verklaren waarom chemopatiënten vaak moeilijkheden ondervinden om zich te concentreren na het einde van de chemotherapie.
Het onderzoek is evenwel slechts bij een kleine groep patiënten uitgevoerd (21 vrouwen en een gelijkaardige groep ?controles?). De onderzoekers beschikken ook niet over hersenonderzoeken uitgevoerd bij deze patiëntes voor de toediening van de chemotherapie. Onderzoek op ruimere schaal zal deze gegevens dus moeten bevestigen. Als er bevestiging komt van de resultaten, zullen onderzoekers een zicht moeten proberen krijgen op de mechanismen die een rol spelen. Tot op heden dacht men dat het hersenvlies (een fysiologisch membraan dat de hersenen beschermt tegen microben, maar ook tegen bepaalde chemische stoffen in het bloed) de gebruikte geneesmiddelen verhinderde om het hersenweefsel te bereiken.
Als dat klopt, zal men moeten pogen om dit neveneffect te beperken en de chemotherapie toch zo doeltreffend mogelijk te houden.
Vaccin tegen baarmoederhalskanker weldra beschikbaar!
Nieuws 03-10-06
Een vaccin tegen baarmoederhalskanker heeft een Europese goedkeuring verkregen om op de markt te komen. In België zou dat vaccin tegen het eind van dit jaar of uiterlijk begin 2007 beschikbaar zijn.
Bronnen: La Libre Belgique, 23-09-06 ; La Dernière Heure, 23-09-06 ; La Meuse, 26-09-06 ; The Wall Street Journal Europe, 25-09-06 ; Het Laatste Nieuws, 25-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De farmaceutische groep Sanofi-Pasteur-MSD heeft de toelating verkregen om in Europa zijn vaccin Gardasil ® op de markt te brengen. Zijn concurrent Cervarix®, geproduceerd door GSK, zou de komende maanden moeten volgen.
Deze vaccins dringen het risico op baarmoederhalskanker gevoelig terug door te beschermen tegen de voornaamste types van seksueel overdraagbare papillomavirussen. De chronische aanwezigheid van deze virussen in de baarmoederhals is inderdaad verantwoordelijk voor de overgrote meerderheid van de baarmoederhalskankers.
Tijdens de klinische proeven bij 25 000 seksueel actieve vrouwen zorgde het vaccin voor een optimale preventie van de gevallen van baarmoederhalskanker, maar ook van precancereuze letsels van de baarmoederhals, de vulva en de vagina en van genitale wratten te wijten aan verschillende soorten papillomavirussen.
Nu de goedkeuring voor het op de markt brengen in orde is, gaat de farmaceutische groep een vraag voor een vaste prijs indienen bij de Belgische overheid. Die prijs is nog te bepalen, maar als we kijken naar wat gangbaar is in de Verenigde Staten (waar het vaccin al beschikbaar is), zou het vaccin (drie doses) ongeveer € 300 kosten. Er zal dus een vraag voor terugbetaling moeten worden ingediend bij het RIZIV om het vaccin echt toegankelijk te maken.
Idealiter zou het moeten worden toegediend aan jonge pubers voordat ze door seksueel contact in aanraking komen met het virus dat de ziekte veroorzaakt. De eerste vaccinatie zal dus moeten gebeuren bij meisjes tussen 10 en 12. Het virus zal ook worden voorgesteld aan jonge vrouwen met een actief seksueel leven en verschillende partners omdat ze meer risico lopen het HPV (Human Papilloma Virus) op te lopen.
De toediening zal gebeuren in drie keer, met een herhaling op twee en op zes maanden. Het is gedurende minstens 5 jaar 100 % doeltreffend. De nog lopende onderzoeken zouden moeten bepalen of een bijkomene herhaling nodig is na die periode. Er is ook een andere proef aan de gang bij vrouwen tussen 25 en 45 om na te gaan of het vaccin ook doeltreffend zou zijn voor reeds aanwezige precancereuze letsels.
Schorpioenengif voor de behandeling van bepaalde hersengezwellen?
Nieuws 27-09-06
De eerste resultaten van een onderzoek gebaseerd op het gebruik van kleine eiwitten in schorpioenengif wijzen op bemoedigende resultaten voor de behandeling van een bijzonder agressieve hersentumor: het glioom.
Bron: De Huisarts, 07-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Glioom is een agressieve vorm van hersenkanker. Zelfs na chirurgische verwijdering van het gezwel gebeurt het regelmatig dat de kankercellen blijven voortleven en groeien. Herval komt dus vaak voor.
Amerikaanse onderzoekers hebben een eiwitstukje aangemaakt dat zich in schorpioenengif bevindt en hebben het vastgehecht aan radioactief jodium. Het idee is ontstaan uit de vaststelling dat bepaalde eiwitten in schorpioenengif in staat zijn om zich specifiek aan cellen van de hersengezwellen vast te hechten en door de bloed-hersen barrière heen kunnen (anatomisch kenmerk van bloedvaten die de hersenen bevoorraden en bedoeld om het merendeel van de chemische stoffen in het bloed te verhinderen om de hersenen te bereiken).
Onder leiding van de neurochirurg Adam Mamelak hebben de Amerikaanse onderzoekers een eerste klinische test uitgevoerd bij achttien volwassenen patiënten met glioom, die zijn hervallen na een chirurgische ingreep. De patiënten lijken deze behandeling relatief goed te verdragen en in de 22 dagen na het toedienen van de behandeling konden onderzoekers slechts enkele minieme neveneffecten vaststellen. Twee van de achttien patiënten bleven nog heel lang in leven (ongeveer drie jaar na de behandeling) en zes anderen overleefden duidelijk langer dan zieken, die deze behandeling niet kregen.
Het gaat hier uiteraard om heel voorlopige resultaten. Toch lijken ze voldoende bemoedigend om de tweede fase van de proeven aan te vatten door deze experimentele behandeling voor te stellen aan een vijftigtal bijkomende patiënten. Doelstelling van deze tweede onderzoeksetappe is om de optimale dosis te bepalen. De resultaten zouden volgend jaar al gekend zijn. Als ze positief uitvallen, willen sommige onderzoekers deze stof al uittesten op andere kankers in combinatie met verschillende soorten chemotherapie.
Gezonde baby na nieuwe operatietechniek voor baarmoederhalskanker
Nieuws 27-09-06
In het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen (UZA) is een vrouw van 29 jaar bevallen van een gezonde baby nadat in 2005 bij deze vrouw een gedeelte van de baarmoeder operatief verwijderd was omwille van baarmoederhalskanker. Het gaat hier om een primeur in Vlaanderen.
Bronnen : Artsenkrant 19/09/06; Het Nieuwsblad 13/9/06 ; Het Belang van Limburg 13/9/06 ; Het Volk 13/9/06 ; De Morgen 13/9/06 ; Gazet van Antwerpen 13/9/06; Het Laatste Nieuws 13/9/06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De ingreep die bij deze patiënte werd uitgevoerd is een ?radicale trachelectomie? waarbij een gedeelte van de baarmoeder wordt gespaard zodat de vrouw toch zwanger kon worden. Bij deze soort operatie worden enkel de top van de vagina en de baarmoederhals met de omgevende weefsels en de lymfeklieren verwijderd. Daarna word het baarmoederlichaam dan terug op de vagina vastgemaakt.
Zes maanden na de operatie werd deze dame zwanger. Ze beviel van een gezond kind door middel van een keizersnede. Dergelijke zwangerschap heeft echter wel een groter risico van infecties en vroeggeboorte. Nog een plezierig detail: uit dankbaarheid noemde de moeder haar pasgeboren kindje Wiebren naar professor Wiebren Tjalma die de ingreep had uitgevoerd.
In het Leuvense UZ wordt nog een andere techniek gebruikt waarbij voor de operatie chemotherapie wordt toegediend om het kankerletsel te verkleinen. Daarna wordt dan een baarmoederhalssparende chirurgische techniek toegepast zodat niet alleen een spontane zwangerschap mogelijk is maar ook een bevalling langs natuurlijke (vaginale) w eg.
Identificatie van 200 genen gelinkt aan kanker!
Nieuws 20-09-06
Wetenschappers beginnen de genetische kaart op te stellen van de verschillende soorten kanker. Een team van de John Hopkins University (Verenigde Staten) kondigde onlangs het eerste grote succes op dat vlak aan. Door meer dan 13 000 genen te onderzoeken in borst- en darmgezwellen, hebben ze 189 gewijzigde genen ontdekt, die een belangrijke rol lijken te spelen bij deze twee vormen van kanker.
Bronnen: Metro, 11-09-06 ; The Wall Street Journal Europe, 11-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De eerste fase van het project ?menselijk genoom? heeft 13 jaar geduurd, van 1990 tot 2003. Even ter herinnering: dit grote wetenschappelijke project bestond erin om het volledige menselijk genoom in kaart te brengen en in de juiste volgorde te plaatsen. Die 3,1 miljard DNA basissen, biochemische eenheden, vormen ons erfelijk patrimonium. Doelstelling ervan was alle genen te identificeren, die aanwezig zijn in het genoom in de hoop om zo erfelijke ziektes op te sporen en te verzorgen, een beter zicht te krijgen op erfelijke aanleg en op tal van andere biologische fenomenen.
Dit is ongetwijfeld het meest ambitieuze project uit de geschiedenis van de biologie. In 2003 begon de tweede fase van dit grootscheeps onderzoek: de rol van de genen en hun interactie bepalen, de eiwitten vinden die ze aanmaken, hun rol en hun relaties onderling.
Het is een team van de Amerikaanse John Hopkins University dat nu de eerste resultaten gepubliceerd heeft op het vlak van kankeronderzoek. Deze onderzoekers hebben bijna 200 genmutaties ontdekt in de borst- en darmgezwellen. Vele daarvan stonden nooit onder verdenking om een rol te spelen bij de vorming van kanker. Dat aantal heeft de wetenschappers wat verrast. Ze hadden gedacht er veel minder te vinden. Ze moeten nu enkel nog een zicht krijgen op de werking van deze gewijzigde genen en vooral erin slagen om specifiek daarop te mikken.
We weten al dat er een reeks erfelijke stoornissen nodig is om kanker te veroorzaken. In de toekomst, afhankelijk van het soort geïdentificeerde gestoorde genen, zullen de onderzoekers proberen om te bepalen of een gezwel agressief kan worden en of een welbepaalde behandeling doeltreffend kan zijn.
De resultaten van dit soort onderzoek zullen een beter zicht opleveren op de moleculaire mechanismen, die een rol spelen bij de ontwikkeling van bepaalde kankers... en de hoop om nieuwe therapieën te ontwikkelen.
Bestaat er een verband tussen trombose en kanker?
Nieuws 20-09-06
Het antwoord is ja... dat stelden ten minste verschillende onderzoeksteams tijdens het voorbije congres van de ?International Society on Thrombosis and Haemostasis?. Er bestond al jarenlang een vermoeden dat dat zo was en nieuw onderzoek heeft deze hypothese bevestigd. De mechanismen, die daarbij een rol spelen, lijken steeds beter te worden geïdentificeerd.
Bron: Artsenkrant, 01-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Adertrombose is de vorming van een klonter in de bloedvaten. Die klonter kan nefaste gevolgen hebben, want hij kan de bloedtoevoer naar vitale organen blokkeren. Hij kan zich ook gedeeltelijk losmaken en lager een blokkage veroorzaken, langs het bloedvat (embolie), onder anderen in de longen (longembolie).
Het verband tussen kanker en trombose is duidelijk vastgesteld: 10 tot 15 % van de kankerpatiënten lopen het risico om tijdens hun ziekte een trombose te krijgen. Waarom? De onderzoekers verklaren dat door verschillende mechanismen. Chemotherapie, hormoontherapie, radiotherapie en behandelingen met antistollingsmiddelen kunnen, in zekere mate, de stollingsgraad van het bloed beïnvloeden. Bij andere mechanismen zouden stoffen afkomstig van het gezwel zelf een rol spelen. Deze stoffen zouden interfereren met de samenstellende delen van de wand van de bloedvaten (endotheelcellen) en met de bloedplaatjes (bloedelementen die instaan voor het stollingsproces).
De identificatie van deze verschillende mechanismen zou, op middellange termijn, moeten leiden tot het ontwikkelen van behandelingen, die het ontstaan van tromboses bij kankerpatiënten kunnen verhinderen. De doelstelling van deze onderzoeken is om de levenskwaliteit van de kankerpatiënten en hun overlevingskansen te verbeteren.
Melanoom: nieuwe hoop door gentherapie
Nieuws 08-09-06
Amerikaanse onderzoekers van het National Cancer Institute lieten weten twee mannen gered te hebben, die een melanoom (agressieve vorm van huidkanker) in een gevorderd stadium hadden door hun eigen witte bloedlichaampjes genetisch te manipuleren opdat ze het gezwel zouden aanvallen. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift ?Science?. We mogen dat beschouwen als een belangrijke stap voorwaarts in de behandeling van uitgezaaide kankers in een terminale fase.
Bronnen: De Morgen, 02-09-06 ; The Wall Street Journal Europe, 01-09-06 ; Het Nieuwsblad, 02-09-06 ; Het Volk, 02-09-06 ; Het Laatste Nieuws, 04-09-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het onderzoek stond onder leiding van Steven Rosenberg. Die had in 2002 al aangetoond dat bepaalde T-lymfocyten (een bepaalde soort witte bloedcellen) in staat zijn kankergezwellen aan te vallen. Ze zijn echter in zeer kleine hoeveelheden aanwezig. Het zou mogelijk zijn ze weg te nemen, ze te cultiveren en te versterken in het labo en ze vervolgens opnieuw te injecteren bij die patiënten. Het eerste onderzoek toonde aan dat bij de helft van de aldus behandelde patiënten het gezwel op enkele maanden tijd met minstens de helft verkleinde. Bij een enkele patiënt kromp het gezwel zelfs met 95 % in.
Professor Rosenberg kwam dan op het idee om de T- lymfocyten van die patiënt van heel nabij te bestuderen. Hij en zijn team hebben zo een welbepaald bestanddeel van deze witte bloedcellen kunnen isoleren: de receptoren van de T-cellen. Vervolgens hebben ze opnieuw normale T- lymfocyten (die de kankercellen niet herkennen) weggenomen bij 17 patiënten met een melanoom in een terminale fase. Ze hebben die lymfocyten genetisch gemanipuleerd door er de befaamde receptor van de T- cellen in te injecteren, ze hebben die cellen doen groeien in het labo en ze vervolgens geïnjecteerd bij 17 patiënten. Bij 15 daarvan konden ze gedurende enkele maanden een zwakke vermenigvuldiging vaststellen van de genetisch gemanipuleerde cellen. Bij 2 andere patiënten zijn de cellen op een jaar tijd echter in grote hoeveelheden gegroeid, terwijl de gezwellen letterlijk ?wegsmolten?. Bij een van deze twee patiënten konden de artsen een volledige verdwijning van de longuitzaaiingen vaststellen. Bij de andere verminderden de metastasen met 95 %, zodat een chirurgische verwijdering mogelijk was. Vandaag verkeren deze twee mensen in goede gezondheid, ondervinden ze geen neveneffecten van hun behandeling en vertonen ze al anderhalf jaar geen spoor van kanker meer.
Uiteraard bevindt deze nieuwe techniek zich in een zeer experimenteel stadium en is er nog jarenlang aanvullend onderzoek nodig. Dit soort onderzoek moet nu inderdaad gebeuren bij een groter aantal zieken en ook een groep controlepatiënten omvatten. Men weet ook niet hoelang een dergelijke respons aangehouden kan worden, maar het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een grote vooruitgang in gentherapie voor de behandeling van kanker. Het is ook mogelijk om deze nieuwe techniek te combineren met andere behandelingen, die in staat zijn het afweersysteem te stimuleren, om de doeltreffendheid nog te vergroten.
Bestaat er een verband tussen een verhoogd cholesterolgehalte en prostaatkanker?
Nieuws 06-09-06
Italiaanse onderzoekers (Mario Negri Institute for Pharmacological Research in Milaan) hebben het bewijs geleverd voor het verband tussen een verhoogd cholesterolgehalte en het risico op prostaatkanker.Ze zijn tot deze conclusie gekomen na een negen jaar durend onderzoek bij 2 700 mannen: 1 294 daarvan waren jonger dan 75 en hadden prostaatkanker. De andere 1 451 vielen in dezelfde leeftijdscategorie, maar hadden geen gezwel. De resultaten tonen aan dat de helft van de mannen met prostaatkanker een hoger cholesterolgehalte vertoonden dan de controlegroep. Bij patiënten ouder dan 65 lag het cholesterolgehalte zelfs bij 8 op de 10 mannen hoger dan normaal.
Bronnen: The Medical Post, mei 2006 ; Goed Gevoel, 01-08-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Een dergelijk verband was al gesuggereerd door laboratoriumonderzoek. Vorig jaar toonde het team van dr. Michael Freeman (ziekenhuis van Boston) al aan dat een verhoogd cholesterolgehalte de groei van prostaatgezwellen bij muizen versnelt (Journal of Clinical Investigation, 17 maart 2005). Wanneer deze dieren cholesterolverlagende middelen (simvastatine) kregen toegediend, stopten de gezwellen met groeien. Dit onderzoekswerk leidde dan ook tot het idee dat cholesterolverlagende middelen eventueel ook bruikbaar zouden kunnen zijn voor de preventie van prostaatkanker of als hulptherapie.
Uiteraard zijn er nog meer onderzoeken nodig om deze resultaten te bevestigen, maar het is zeker een interessante onderzoekspiste.
Laat ons evenwel niet uit het oog verliezen dat prostaatkanker het vaakst voorkomende gezwel is bij mannen. Er zijn al een aantal risicofactoren bepaald. De eerste daarvan is de leeftijd: hoe ouder, hoe groter de kans op prostaatkanker. Bovendien lopen mannen waarvan de vader, de broer en/of een oom prostaatkanker hebben een verhoogd risico. Bij deze risicofactoren zullen we weldra wellicht een verhoogd cholesterolgehalte kunnen toevoegen. Wordt vervolgd!
Een hormonenbehandeling om een gebronsde tint te bewaren?
Nieuws 28-07-06
Australische onderzoekers werken momenteel aan de afwerking van een hormonenbehandeling die zou moeten toelaten om te bruinen zonder zon. Het zou gaan om inspuitingen met een hormoon dat de aanmaak van melanine bevordert, een pigment dat de huid kleurt. Volgens de eerste resultaten bij 80 vrijwilligers zorgde een kuur van 30 inspuitingen gespreid over 90 dagen tot een verhoging van het melaninegehalte met 41 %.
Bronnen : Belga, 23-07-06 ; Het Laatste Nieuws, 24-07-06, Het Volk, 24-07-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Met dit soort berichten moeten we altijd voorzichtig zijn, zeker als dit soort producten binnenkort op de cosmeticamarkt zou komen.
Enerzijds hebben we de volledige tekst van de publicatie met de bovenvermelde resultaten nog niet gelezen. Het is dan ook moeilijk om de ernst van dit onderzoek objectief te beoordelen. De onderzoekers kondigen alvast aan dat het proces nog niet op punt staat. De inspuitingen zijn inderdaad relatief lastig (30 inspuitingen in de buik op 3 maanden tijd). Bovendien kloegen verschillende vrijwilligers over ziektes.
Sommige mensen denken al dat deze hormoonbehandeling binnenkort de beruchte zonnebanken van de troon zal stoten. Daarvan is inderdaad geweten dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid (huidkanker en vroegtijdige veroudering van de huid). Bestrijden we het ene kwaad echter niet met het andere? Het is inderdaad niet uitgesloten dat de toediening van hormonen, zoals de Australische wetenschappers doen, ook zware of minder zware ongewenste gevolgen kan hebben op middellange of lange termijn.
Er is degelijk wetenschappelijk onderzoek nodig om besluiten te trekken over een eventuele schadelijkheid van deze hormoonbehandeling. Laat ons niet zomaar voor leerling-tovenaar spelen!
Haarverf opnieuw onder de loep!
Nieuws 26-07-06
De Europese Commissie heeft 22 stoffen verboden die in bepaalde haarverven zitten. Ze baseerden zich daarvoor op wetenschappelijke studies die aantoonden dat ze blaaskanker kunnen veroorzaken.
De beslissing kadert binnen een Europese strategie van het begin van deze eeuw om haarkleurmiddelen te verbieden die kanker kunnen veroorzaken.
Bronnen : Belga, 20-07-06 ; Vers l'Avenir, 22-07-06 ; De Morgen, 22-07-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De strategie van de Europese Commissie om de veiligheid van haarkleurproducten te garanderen, voorziet een verbod op alle producten waarvoor de industrie geen veiligheidsdossier heeft ingediend en op de verven waarvoor het wetenschappelijk comité voor consumptieproducten (CSPC) een negatief advies heeft uitgebracht.
Vorig jaar heeft de Commissie de producenten gevraag om veiligheidsdossiers in te dienen voor de stoffen gebruikt bij de samenstelling van haarverven. Deze dossiers, opgemaakt op basis van wetenschappelijke gegevens, dienen aan te tonen dat de producten onschadelijk zijn. Momenteel onderzoekt het Comité de 115 dossiers die ze hebben ontvangen. De eerste resultaten zouden tegen oktober 2006 bekend moeten zijn. De 22 nu al verboden stoffen stemmen overeen met producten waarvoor de industriëlen geen veiligheidsdossier hebben ingediend.
De resultaten van een globale analyse van de bestaande epidemiologische onderzoeken (JAMA, 25 mei 2005) tonen aan dat verven sinds 1980 niet meer kankerverwekkend zouden zijn. Het is inderdaad sinds dan dat de cosmetica-industrie de meest kankerverwekkende ingrediënten heeft geschrapt. Denk maar aan 2,4-diaminotolueen of 2,4-diaminoanisool.
Toch prediken sommige onderzoekers nog voor voorzichtigheid, vooral voor beroepsmensen uit de kapperssector, die dagelijks staan blootgesteld aan grote hoeveelheden haarverf.
Bepaalde antidepressiva zouden het risico op darmkanker verkleinen
Nieuws 15-07-06
Onderzoek op dieren toont aan dat antidepressiva van de klasse van selectieve remmers van de heropname van serotonine (SIRS) in staat zijn om de groei van darmgezwellen te vertragen. Trycyclische antidepressiva daarentegen zouden het risico verhogen.
Een team van Canadese onderzoekers van de Mac Gill University wilde die gegevens bevestigd zien met een retrospectief onderzoek uitgevoerd bij 10 000 patiënten met darmkanker, vastgesteld tussen 1981 en 2000 en die ? voor de diagnose ? een behandeling hadden gekregen met SIRS of met tricyclische antidepressiva.
De verkregen gegevens tonen inderdaad een daling van het risico aan bij patiënten die hoge doses SIRS hebben genomen in de vijf jaren die aan de diagnose voorafgingen. Ze vonden evenwel geen enkel verband met de tricyclische antidepressiva.
Bronnen: Lancet Oncology, 2006, 7 : 301-308 ; e-santé.be : 28-06-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Volgens de bovenvermelde Canadese studie zouden de antidepressiva van de serotoninergische klasse (Prozac®, Floxyfral®, Deroxat®, Zoloft®, bijvoorbeeld) de groei van darmkankers vertragen. Het zou zelfs om een gevoelige vertraging gaan, vermits het risico om darmkanker te krijgen met 30 % zou dalen bij patiënten die een dergelijke behandeling hebben ondergaan. De daling van het risico zou bovendien recht evenredig zijn met de duur van de behandeling en de genomen dosis.
Het gaat dus om een zeer positief neveneffect van deze klasse antidepressiva.
Die geneesmiddelen staan erom gekend dat ze de werking van een neuromediator stimuleren: serotonine. Waar serotonine in de hersenen ons vrolijk maakt, heeft die molecule ook in andere delen van het lichaam receptoren, in het bijzonder in de darm. Bij dieren is bijvoorbeeld aangetoond dat serotinergische antidepressiva de groei van darmkanker zouden vertragen. Het team Canadese onderzoekers heeft nu aangetoond dat dit ook bij mensen het geval is. De biologische mechanismen die daarvoor verantwoordelijk zijn moeten evenwel nog ontcijferd worden.
De onderzoekers gaan niet zover dat ze aanbevelen om deze geneesmiddelen te nemen om darmkanker te voorkomen. Ze wijzen ook op de noodzaak om nieuwe onderzoeken uit te voeren om rekening te houden met andere risicofactoren als erfelijke vatbaarheid, voeding, levenswijze en andere ziektes die eventueel verband houden met darmkanker.
Herceptine: terugbetaling onder bepaalde voorwaarden
Nieuws 08-07-06
In onze News van 23 maart 2006 stonden we stil bij de problematiek van de terugbetaling van bepaalde dure geneesmiddelen. Op 26 juni keurde het verzekeringscomité van het RIZIV het voorstel goed om Herceptine terug te betalen in bepaalde behandelingscentra voor borstkanker.
Bronnen : Belga, 23-06-06 & 29-06-06 ; De Standaard, 27-06-06 ; La Dernière Heure, 27-06-06 ; La Libre, 24-06-06 ; Vers l'Avenir, 24-06-06 ; Le Journal du Médecin, 16-06-06 ; Le Généraliste, 15-06-06 ; Artsenkrant, 16-06-06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Herceptine is een recent ontwikkeld geneesmiddel. Tot voor kort schreven artsen het enkel voor bij bepaalde uitgezaaide vormen van borstkanker. Recente wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat, wanneer het geneesmiddel wordt toegediend in een vroeger stadium van de ziekte, ook het risico op herval zou verkleinen bij vrouwen die lijden aan ?HER-2 positieve? borstkanker. Dat soort kanker komt voor bij ongeveer 14 % van de patiënten met een borstkanker in ons land.
Het geneesmiddel is echter enorm duur: een behandeling van een jaar kost ongeveer € 37 000 per patiënt. Daarom heeft het RIZIV eerst heel aandachtig de voordelen van Herceptine bestudeerd, alvorens de terugbetaling goed te keuren voor deze nieuwe indicatie. Die terugbetaling zal enkel mogelijk zijn als het geneesmiddel in bepaalde behandelingscentra wordt voorgeschreven. Het geneesmiddel zal dus beschikbaar zijn voor patiëntes behandeld in ziekenhuizen, die minstens 100 chirurgische ingrepen per jaar verrichten na diagnose van borstkanker. Deze beslissing, ondersteund door minister voor volksgezondheid Rudy Demotte, is zeker gerechtvaardigd, ook al gezien de wil om in België uitmuntendheidscentra op te richten voor de behandeling van borstkanker, ook gekend onder de benaming ?Borstklinieken?.
Een zwangerschap is niet onverenigbaar met een chemotherapie
Nieuws 29-05-06
Volgens de resultaten van een onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven (onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift ?Journal of Clinical Oncology?), zouden vrouwen, die tijdens hun zwangerschap een chemotherapie volgen, perfect gezonde kinderen baren.
Bronnen: Belga, 22-05-06 ; Het Laatste Nieuws, 23-05-06 ; Het Belang van Limburg, 23-05-06 ; Gazet van Antwerpen, 23-05-06 ; De Standaard, 23-05-06 ; Le Soir, 23-05-06; Het Volk, 23-05-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
De onderzoekers van de KU Leuven hebben dit onderzoek verricht bij een beperkt aantal patiënten: 10 kinderen van gemiddeld 5 jaar oud wiens moeders tijdens hun zwangerschap een chemotherapie hadden ondergaan. Daaruit blijkt dat 9 van de 10 kinderen perfect gezond is.
Ongeveer een zwangere vrouw op de 1 000 of 1 500 krijgt kanker tijdens haar zwangerschap. Meestal gaat het om borstkanker, baarmoederhalskanker, eierstokkanker, leukemie of Hodgkinlymfoom. Deze situatie gaat meestal gepaard met een beslissing om de zwangerschap te onderbreken of om vroegtijdig te bevallen.
De resultaten gepubliceerd door het team van Belgische onderzoekers zijn uiteraard bemoedigend. Toch moeten we ze met de nodige omzichtigheid benaderen. Enerzijds door het beperkte aantal patiënten tot nu toe en anderzijds door de korte periode van opvolging. De KU Leuven wil dit onderzoek voortzetten bij een groter aantal patiënten en de potentiële effecten van chemotherapie op langere termijn analyseren.
Gezien de toxiciteit van het merendeel van de chemotherapiebehandelingen voor de foetus tot op heden zal men in de mate van het mogelijke dit soort van behandeling tijdens de zwangerschap vermijden. De giftigheid van geneesmiddelen gebruikt in de chemotherapie is te wijten aan het feit dat hun doeltreffendheid het grootst is in de cellen die zich delen. Kankercellen dus... maar ook de cellen van de foetus die in volle ontwikkeling is.
Een multidisciplinair team (oncoloog, gynaecoloog enzovoort) zal hoe dan ook dit soort situaties individueel voor elke patiënt evalueren.
Terugbetaling van een nieuwe behandeling voor hersengezwellen
Nieuws 20-05-06
Sinds 1 mei 2006 wordt een geneesmiddel, waarvan bewezen is dat het doeltreffend werkt in de behandeling van bepaalde hersengezwellen, terugbetaald. Het gaat om temozolomide, een molecule dat een rol speelt bij de behandeling van glioblastoom, een van de meest agressieve vormen van hersenkanker.
Bronnen: Het Medisch Weekblad, 04-05-06 ; De Huisarts, 04-05-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Glioblastoom is een courante en agressieve vorm van een kwaadaardig hersengezwel.
Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en de gemiddelde leeftijd bij een diagnose schommelt tussen vijftig en zestig jaar. In Europa komen er jaarlijks ongeveer 10 000 gevallen van glioblastoom aan het licht.
Recentelijk leverden de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door het EORTC (European Organization for Research and Treatment of Cancer) en het National Cancer Institute of Canada bewijzen voor de doeltreffendheid van een nieuw geneesmiddel, temozolomide (resultaten gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift ?The New England Journal of Medicine?).
Bij het onderzoek waren 573 patiënten betrokken, behandeld in 85 centra en 15 landen. Ze hadden een gemiddelde leeftijd van 56 en 84 % van de patiënten had een chirurgische ingreep ondergaan. De zieken waren willekeurig verdeeld in twee groepen. De eeste groep kreeg een behandeling gebaseerd op radiotherapie en de tweede groep kreeg dezelfde behandeling, aangevuld met temozolomide. In de laatste groep was 26 % van de patiënten nog in leven na 2 jaar, tegenover 10 % van de patiënten die enkel radiotherapie hadden ondergaan.
We mogen deze resultaten beschouwen als een belangrijke stap vooruit op het vlak van neuro-oncologie. Ze waren een bepalende factor om de terugbetaling van temozolomide in de behandeling van glioblastoom te versnellen.
Temozolomide doet niet enkel de levensverwachting en de gemiddelde overlevingsduur van de patiënten stijgen, maar het heeft hun levenskwaliteit ook aanzienlijk verbeterd. De enige schaduwzijde is dat patiënten ongelijk zijn voor de behandeling. Er bestaat inderdaad een enzym, MGMT, dat in staat is om de schade te herstellen, die het geneesmiddel aan kankercellen aanricht. En dat enzym is nu net meer aanwezig bij sommige patiënten dan bij andere.
De neuro-oncologen blijven echter optimistisch en benadrukken de positieve effecten van de nieuwe behandeling.
Menselijk genoom: het laatste chromosoom eindelijk ontcijferd
Nieuws 20-05-06
Het chromosoom 1, het langste bij de mens waarvan wijzigingen in de structuur een rol zouden spelen bij meer dan 350 verschillende ziektes, is het laatste dat ontcijferd is in het kader van de analyse van het menselijk genoom.
Bron: Belga, 17-05-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Elk van onze cellen telt 22 paar identieke chromosomen en een 23e paar dat ook identiek is bij vrouwen (XX), maar verschillend is bij mannen (XY). In 1990 lanceerde een internationaal consortium een gigantisch project: de ontcijfering van het volledige menselijke genoom. Officieel liep het project tot 2003, maar de analyse chromosoom per chromosoom moest nog gebeuren. Dat is nu dus achter de rug.
Wat is het nut van een dergelijk werk?
Om op die vraag te antwoorden, nemen we best het voorbeeld van de ontcijfering van het laatste chromosoom. Een team van 150 Britse en Amerikaanse wetenschappers was daar gedurende tien jaar zoet mee. Men moet weten dat dat chromosoom 1 het langste is: het bevat bijna dubbel zoveel genen als het gemiddelde van de andere chromosomen en staat voor maar liefst 8 % van de genetische code bij mensen. Het is samengesteld uit 3 141 genen en 991 pseudogenen, deeltjes die op genen lijken, maar met genetische wijzigingen die verhinderen dat ze als genen werken.
Deze ontcijfering bracht aan het licht dat meer dan 350 ziektes, waaronder bepaalde kankers en de ziekte van Alzheimer of van Parkison, mee te wijten zouden zijn aan wijzigingen in de volgorde van dit chromosoom, d.w.z. de opeenvolging van de basismolecules die dit chromosoom vormen. De onderzoekers hebben ook kunnen aantonen dat bepaalde mutaties, die soms aanwezig zijn op dit chromosoom, een beschermende rol kunnen spelen tegen malaria (een parasitaire aandoening overgebracht door muggen).
Dit soort onderzoek laat dus toe om de genen te identificeren, die een rol spelen bij een bepaald aantal ziektes. Ondanks het enorme werk dat al verricht is, is dit nog maar de eerste stap in een uitdaging van de moderne biologie: de precieze functie van al deze genen identificeren en een zicht krijgen op de moleculaire interactienetwerken die leiden tot het ontstaan van verschillende ziektes of, in tegendeel, tot bepaalde beschermende mechanismen.
Op termijn zou dit immense werk moeten leiden tot het uitwerken van erfelijke tests (opsporing van erfelijke ziektes), opsporingstests (van bepaalde kankers) op basis van ?expressieprofielen? van bepaalde genen (genetische handtekening), maar ook identificatie van gerichte genen voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.
Aspartaam niet kankerverwekkend voor de mens
Nieuws 20-05-06
Aspartaam, de kunstmatige zoetstof die wordt gebruikt in tal van voedingsproducten en dranken, zou niet kankerverwekkend zijn voor de mens. Dat zijn de resultaten van een groot onderzoek dat de EFSA (de Europese autoriteit op het vlak van voedselveiligheid) voorstelde op 5 mei.
Bronnen : Belga, 05-05-06 ; La Dernière Heure, 06-05-06 ; Vers l'Avenir, 06-05-06 ; De Tijd, 06-05-06 ; De Standaard, 06-05-06 ; Gazet van Antwerpen, 06-05-06 ; Het Laatste Nieuws, 06-05-06 ; De Morgen, 08-05-06.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die wordt gebruikt in heel wat light-producten, maar ook in farmaceutische producten (siroop en antibiotica voor kinderen).
Regelmatig komt aspartaam in een slecht daglicht te staan. De stof is het onderwerp van tal van controverses. Vorig jaar presenteerde de Europese Stichting voor oncologie en milieuwetenschappen (opgericht in Bologno, Italië) nieuwe resultaten aan het publiek. Die wezen erop dat aspartaam beschouwd moest worden als kankerverwekkend vermits de stof het ontstaan van leukemie en lymfomen veroorzaakte bij ratten die gedurende hun leven stonden blootgesteld aan hoge doses ervan.
De publicatie zorgde voor heel wat onrust bij het grote publiek. Daarom besliste de Europese overheid voor voedselveiligheid om een panel met experts te verzamelen om deze conclusies van dichterbij te bestuderen.
Na maanden van werk in overleg met andere internationale gezondheidsoverheden heeft het panel elk risico voor de mens uitgesloten. Er zou immers blijken dat de lymfomen en de leukemie (enkel vastgesteld bij vrouwelijke ratten) niet te wijten waren aan de behandeling met aspartaam, maar eerder aan het bestaan van een chronische ontstekingsziekte, die zowel bij alle behandelde en controle dieren aanwezig was. Bovendien was er geen verband tussen dosis en effect in het onderzoek. Ten slotte leek de diagnose van kanker in heel wat gevallen ook heel onduidelijk.
Op basis van deze conclusies meent de EFSA dat er geen reden is om de dagelijks aanbevolen dosis te herzien. Die bedraagt 40 mg aspartaam per kilogram lichaamsgewicht.
Als er in de toekomst echter nieuwe onderzoek komen, zal het EFSA de resultaten zo snel mogelijk onderzoeken.
Chemotherapie minder doeltreffend bij nicotine...
Nieuws 08-05-06
Volgens een Amerikaans onderzoek dat onlangs werd voorgesteld tijdens het congres van de American Cancer Association zouden patiënten met longkanker, die blijven roken of nicotinesubstituten gebruiken tijdens hun ontwenning, op die manier hun chemotherapie minder doeltreffend maken.
Bron: De Huisarts, 27-04-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Nicotine op zich is niet kankerverwekkend, maar volgens een recent onderzoek lijkt het wel de doeltreffendheid af te remmen van bepaalde kankerwerende geneesmiddelen, in het bijzonder bij de behandeling van longkanker waarbij geen kleine cellen in het spel zijn (de vaakst voorkomende vorm van longkanker).
Dat heeft een team onderzoekers van de universiteit van Florida bewezen na een onderzoek op culturen van longkankercellen. Wanneer deze cellen staan blootgesteld aan een chemobehandeling (gemcitabine, cisplatine, taxol) zetten ze hun eigen dood in gang. Als dezelfde kwaadaardige cellen echter staan blootgesteld aan dezelfde geneesmiddelen plus nicotine sterven de cellen niet. Dat lijkt er dus op te wijzen dat nicotine de doeltreffendheid van chemoproducten sterk vermindert.
Uiteraard gaat het hier over experimentele resultaten verkregen bij cellen in cultuur en niet bij mensen. Ze bevestigen toch de klinische onderzoeken, die wijzen op een kortere overlevingsduur bij patiënten die blijven roken in vergelijking met patiënten die stoppen.
De oncologen menen dat ze hun patiënten alvast kunnen waarschuwen voor het feit dat de behandelingen wel eens minder doeltreffend kunnen zijn als ze blijven roken.
Wat er ook van zij, we mogen niet uit het oog verliezen dat het risico op een kleinere overlevingskans voor chemotherapiepatiënten nog altijd minder groot is bij mensen die een nicotinesubstituut nemen dan bij mensen die roken.
Borstprotheses: geen risico op kanker
Nieuws 22-04-06
Tien jaar geleden opperden sommige mensen dat borstprotheses de ontwikkeling van bepaalde ziektes zoals borstkanker in de hand zouden werken. Een nieuw Deens onderzoek, uitgevoerd bij 2 753 vrouwen, die tussen 1973 en 1995 een borstprothese kregen, wees niet op een verhoging van het risico op borstkanker in vergelijking met de ?normale? bevolking.
Bronnen: Belga, 19-04-06 ; De Morgen, 20-04-06 ; Het Laatste Nieuws, 20-04-06 ; De Standaard, 20-04-06 ; Het Belang Van Limburg, 20-04-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Borstprotheses zijn al een dertigtal jaar in gebruik in het kader van esthetische of herstellende ingrepen na een borstkanker. Een groot aantal van deze protheses bevatten siliconengel. Een tiental jaar geleden werden ze ervan beschuldigd verschillende problemen te veroorzaken (auto-immuniteitsziekten zoals reuma en poly-artritis bijvoorbeeld), maar ook om het risico op borstkanker te vergroten.
Sindsdien zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd om dat risico nauwgezet te onderzoeken. Het meest recente daarvan is van de hand van Deense onderzoekers die meer dan 2 700 vrouwen hebben gevolgd, die tussen 1973 en 1995 een borstprothese ingeplant kregen. Gespreid over een periode van 30 jaar heeft dit onderzoek de langste opvolgingsperiode ooit voor dit onderwerp.
De resultaten tonen geen enkel bijkomend risico voor borstkanker aan bij de draagsters van borstprotheses. Bovendien stelden ze geen enkele andere verhoging van het risico op kanker vast, buiten huidkanker (niet melanomen). Die zou te wijten kunnen zijn aan langere blootstelling aan de zon en zou dus geen direct verband houden met de prothese.
Er kunnen zich evenwel wel andere complicaties voordoen na het inplanten van een borstprothese. De belangrijkste daarvan is de zogenaamde ?capsulaire samentrekking?. Dat is een normale reactie van het lichaam. Het vormt dan een soort litteken rond het vreemde lichaam om het van de rest van het lichaam te isoleren. In bepaalde gevallen kan die vezelachtige schelp dunner worden en pijn doen, de prothese vervormen en een nieuwe ingreep noodzakelijk maken.
Een andere, relatief zeldzame complicatie, is de breuk van de prothese na een hevige schok. Als de siliconengel zich verspreid buiten het membraan dat de prothese omvat, kan dat een reactie van het lichaam veroorzaken. Een chirurgische verwijdering van de prothese is dan nodig.
Een borstprothese heeft ook een beperkte levensduur. Vroeg of laat zal ze moeten worden vervangen. Het is niet mogelijk om geval per geval te voorzien wanneer dat zal zijn.
Tsjernobil, twintig jaar later: de balans zorgt voor controverse!
Nieuws 18-04-06
Op 26 april 1986 ontplofte een van de reactoren van de kerncentrale van Tsjernobil, zo'n 130 km ten noorden van Kiev. Tien dagen lang kwamen miljoenen radioactieve splijtstofdeeltjes in de atmosfeer terecht.
Twintig jaar later publiceren de Verenigde Naties (VN) een rapport met de balans van het aantal slachtoffers in Tsjernobil: tot eind juni 2005 waren er volgens de VN minder dan vijftig directe overlijdens; vierduizend mensen kunnen in de toekomst nog sterven ten gevolge van blootstelling aan radioactieve stoffen die bij die ramp zijn vrijgekomen. Verschillende NGO's contesteren het VN-rapport: zij vinden de cijfers zwaar onderschat.
Bron: Belga, 11-04-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
In de maanden na de ramp zijn honderdduizenden werklieden (zo'n 600 000, 'opruimers' genoemd) uit Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland overgekomen om de omgeving te zuiveren. Zij waren nauwelijks of niet beschermd tegen de straling.
Twintig jaar later beweert het VN-rapprt dus dat de ramp amper een vijftigtal directe slachtoffers zou hebben gemaakt: 47 'opruimers' zouden overleden zijn ten gevolge van blootstelling aan de straling en slechts negen kinderen zouden overleden zijn door schildklierkanker.
Andere organisaties, zoals Greenpeace en IPPNW (International Physicians for the Prevention of Nuclear Warfare) komen met andere cijfers aandragen: meer dan tienduizend mensen zouden schildklierkanker hebben en daar zouden in de toekomst nog eens vijftigduizend gevallen bijkomen (de VN spreken van 4000 kankergevallen!). Vandaag zouden honderdduizenden reddingswerkers ziek zijn ten gevolge van de bestraling, aldus de IPPNW, en tienduizenden zouden eraan gestorven zijn.
Hoe is het mogelijk dat de cijfers zo uiteenlopen?
Wij weten het niet. Het is zoals bij betogingen: de politie komt altijd uit op een heel ander aantal deelnemers dan de organisatoren. De waarheid ligt veelal in het midden...
Hoe dan ook, je kon tijdens of na de ramp van april 1986 maar beter niet te dicht in de buurt van Tsjernobil vertoeven.
In ons land was de radioactieve neerslag zeer beperkt. Voor zover ons bekend, is trouwens geen enkele meetbare weerslag op de volksgezondheid vastgesteld.
Is een virus verantwoordelijk voor prostaatkanker?
Nieuws 24-03-06
Onderzoekers van de Universiteit van Californië en de Cleveland Clinic (USA) hebben een specifiek virus ontdekt dat ook vaak terugkwam bij patiënten met prostaatkanker. Betekent dit dat het virus een rol speelt bij de ontwikkeling van prostaatkanker?
Bron: Le Journal du Médecin, 07-03-06 ; Scientific American, 23-02-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Het virus in kwestie, XMRV, is nauw verwant met het leukemievirus bij de muis. Het is teruggevonden bij patiënten met prostaatkanker, maar die erfelijk vatbaar waren voor deze ziekte.
Dit virus is meer bepaald geïdentificeerd in de prostaat van mannen, die drager zijn van twee beschadigde kopieën van een gen dat het afweersysteem helpt om zich te verdedigen tegen virussen. Dat betekent met andere woorden dat het XMRV virus zou kunnen profiteren van dit erfelijk defect om een chronische ontsteking van de prostaat te veroorzaken en, eventueel, het ontstaan van kanker in de hand zou kunnen werken. Niets is echter minder zeker. Verder onderzoek is nodig om een beter zicht te krijgen op het eventueel oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van het virus en de ontwikkeling van de ziekte.
Wat we al weten is dat dit virus geen rol speelt bij het overgrote deel van de prostaatkanker, vermits we het niet terugvinden bij mensen die dat gendefect niet hebben.
Toch is het interessant om de onderzoeken van nabij te volgen om te weten te komen of dit virus bijvoorbeeld seksueel overdraagbaar is en om een zicht te krijgen op waarom het een rol zou kunnen spelen bij de ontwikkeling van bepaalde prostaatgezwellen.
Nog even ter herinnering: er zijn al verschillende virussen gekend die een band hebben met bepaalde soorten kanker, zoals het hepatitis B virus voor leverkanker, bepaalde papillomavirussen voor baarmoederhalskanker of EBV voor bepaalde lymfomen. Het is echter de eerste keer dat een virus wordt teruggevonden bij prostaatkanker.
Terugbetaling van bepaalde dure geneesmiddelen
Nieuws 23-03-06
In de media verschenen er recentelijk berichten over problemen rond de terugbetaling van twee geneesmiddelen tegen kanker: Herceptine en Cetuximab. Waarom betaalt het RIZIV deze behandelingen niet terug, terwijl dat in andere Europese landen wel gebeurt?
Bronnen : Belga, 20-03-06 ; La Libre Belgique, 16-03-06 ; Vers l'Avenir 17-03-06 ; La Meuse, 17-03-06 ; La Dernière Heure, 21-03-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Twee ?zaken? hebben de voorbije weken inderdaad de berichten beheerst. De eerste ging over een aanvraag tot terugbetaling voor een geneesmiddel dat zich nog in de fase van klinische proeven bevindt. Dat geneesmiddel heeft echter dergelijke positieve effecten dat het moeilijk lijkt om te wachten en er een groter aantal zieken van te laten genieten. Het gaat om Herceptine, al gebruikt voor bepaalde vormen van borstkanker in het stadium van uitzaaiingen. Wat nieuw is, is dat dit geneesmiddel ? wanneer mensen het toegediend krijgen bij het begin van de ziekte ? de doeltreffendheid van de behandeling kan verbeteren. Het laat zo toe om het risico op herval met de helft te beperken. Minister Demotte en het RIZIV hebben trouwens net de terugbetaling aanvaard, ondanks de hoge kost (ongeveer € 36 000 voor een jaar). Er volgt nu een uitzonderlijke procedure vanaf juli, want het geneesmiddel is op Europees vlak nog niet geregistreerd voor die specifieke indicatie.
Het tweede geneesmiddel dat over de tongen gaat is Cetuximab, een behandeling die kan worden voorgesteld aan patiënten met bepaalde vormen van darmkanker... als ze de factuur kunnen betalen ten minste. Die bedraagt € 1 000 per week! Na overhandiging van een petitie met 40 000 handtekeningen voor de terugbetaling van dit product heeft de minister van volksgezondheid het positief advies van de Commissie voor Terugbetaling van Geneesmiddelen gevolgd. Nu moet de administratieve procedure worden gevolgd en we kunnen ons verwachten aan een bevestiging van terugbetaling tegen juli.
Waarom sleept die procedure zo lang aan?
Vooraleer een geneesmiddel de toelating voor terugbetaling krijgt, dient de farmaceutische firma, die de registratie ervan bezit, een aanvraag in te dienen. Die gaat dan naar het RIZIV voor wetenschappelijke analyse en vervolgens naar de commissie voor terugbetaling van geneesmiddelen waarin alle spelers uit de gezondheidssector zetelen. De commissie geeft een advies op basis van het klinische voordeel en van een kosten-batenanalyse van de behandeling. De firma kan dan antwoorden op dat advies.
Het gaat dus om een relatief lange procedure, die minstens zes maanden in beslag neemt... Bij zijn eerste doortocht langs deze commissie zag Cetuximab zijn terugbetaling weigeren omwille van de kosten-batenanalyse die 2/3 van de juryleden te hoog vonden. Vandaag ligt er een tweede aanvraag voor ter onderzoek, met een andere analyse van de kosten die de behandeling vergt.
Het is trouwens moeilijk om de situatie in België te vergelijken met die in andere Europese landen omdat hun aanpak van de financiering van gezondheidszorg vaak erg verschilt.
Ten slotte mogen we niet uit het oog verliezen dat alle geneesmiddelen, zelfs de heel doeltreffende, ook neveneffecten kunnen hebben. Een te snelle toegang tot nieuwe behandelingen verhoogt het risico op ongewenste of zelfs nefaste gevolgen voor de patiënt.
Een te snelle procedure zou ten koste gaan van een correcte evaluatie van het risicorapport.
Ongelijke behandeling voor borstkanker ?
Nieuws 27-02-06
Volgens een onderzoek van de Christelijke Mutualiteit (CM) zou de behandeling van borstkanker minder snel aangevat worden bij de meest ernstige vormen en ook minder volgens de regels van de kunst bij oudere vrouwen. Het gaat hier om een studie bij 20 493 vrouwen die tussen 1998 en 2003 behandeld werden voor borstkanker.
Bronnen : De Standaard, 20/02/06 ; Le Soir 20/02/06 ; Het Nieuwsblad 20/02/06 ; De Morgen 20/02/06 ; Het Volk 20/02/06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Volgens de normen van het National Institute for Health and Clinical Excellence dient binnen de maand na de diagnose van borstkanker met de behandeling gestart. In ons land lukt dat in 93 % van gevallen. Maar bij de vrouwen met de meest ernstige vormen van deze kanker (veralgemeende uitzaaiingen) dient volgens het CM-onderzoek een derde langer dan een maand te wachten vooraleer met de behandeling wordt gestart. Van de vrouwen die een hoger risico lopen op uitzaaiingen (reeds aangetaste lymfeklieren of spierweefsel) moet 10 tot 12 % langer dan een maand op het begin van hun behandeling wachten. Dergelijk uitstel kan niet enkel fysieke gevolgen hebben (in casu uitzaaiingen) maar ook psychologische. De meest ernstige vormen van deze kanker komen vooral voor bij oudere vouwen (ouder dan 70) waardoor soms de neiging bestaat om minder intensief te werken aan diagnose en behandeling. Zo blijkt op oudere leeftijd minder frequent chemotherapie te worden ingeschakeld.
Om een optimale diagnostische oppuntstelling en behandeling te waarborgen is het noodzakelijk om ook in ons land borstklinieken te erkennen die beantwoorden aan strenge kwaliteitscriteria. Mede door de inzet van onze Stichting en Europa Donna Belgium werd een wetsvoorstel in die zin ingediend. Er werd ook een brochure uitgegeven ?Borstklinieken: een absolute noodzaak) die kan besteld worden bij de Stichting.
Balans 2005: welke vooruitgang in het kankeronderzoek?
Nieuws 11-02-06
Jammer genoeg kent kanker nog altijd geen terugval in onze landen, maar er is wel al behoorlijk wat vooruitgang geboekt. Opmerkelijke nieuwe ontwikkelingen lijken binnen handbereik te liggen.
Bron: Medi-Sphere 261, 26-01-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Begin 2006 maakte de American Cancer Society een soort balans op van de vooruitgang op het vlak van oncologie.
Terwijl het aantal overlijdens ten gevolge van hart- en vaatziekten de voorbije 50 jaar spectaculair daalde in de Verenigde Staten, kende het sterftecijfer ten gevolge van kanker geen gelijkaardige evolutie.
De Amerikanen wijzen echter wel op de bemoedigende resultaten die zijn verkregen in de behandeling van leukemie en lymfomen dankzij gerichterere behandelingen (Gleevec®, Rituxan®, Velcade®).
Ook in de ontwikkeling van de medische beeldvorming is er vooruitgang geboekt. Krachtiger toestellen kunnen nu al minuscule gezwellen van amper 4 à 5 mm opsporen!
Hoopvolle berichten ook uit de hoek van de vaccins. Sommige ervan zijn preventief, zoals het onlangs succesvol geteste vaccin tegen het HPV virus in de Verenigde Staten. Dat virus speelt een rol bij de ontwikkeling van de meeste baarmoederhalskankers.
Andere vaccins zijn dan weer curatief. In dat geval verzamelen ze kankercellen van de zieke om ze zodanig te manipuleren dat ze vervolgens het afweersysteem stimuleren. Het vaccin verkeert nog in een eerste ontwikkelingsstadium, maar tests op enkele honderden patiënten tonen aan dat het vaccin werkt bij uiteenlopende kankers als prostaatkanker, nierkanker of huidkanker (melanoom).
Kortom, een boel redenen om hoop te blijven koesteren voor de strijd tegen kanker en om het wetenschappelijk kankeronderzoek financieel te blijven ondersteunen.
De Stichting is trouwens van plan om dit voorjaar een ambitieuze campagne te lanceren om projecten voor wetenschappelijk en klinisch kankeronderzoek in te dienen.
Meer infomatie daarover kunt u binnenkort op onze site lezen. We zullen € 11 500 000 ter beschikking stellen van onderzoekers die verbonden zijn aan verschillende universitaire instellingen in ons land!
Ontdekking: kankerdodende cellen
Nieuws 04-02-06
Franse onderzoekers verbonden aan het Institut Gustave-Roussy in Parijs hebben bij muizen een nieuw type afweercel ontdekt: dodende cellen die de kankerweefsels direct aanvallen.
De onderzoekers van het team van professor Laurence Zitvogel schuiven nu de hypothese naar voor dat eenzelfde type van cellen ook bij mensen zou kunnen bestaan en dat ze op die manier nieuwe middelen tegen kanker zouden kunnen ontwikkelen.
Bron: Belga, 31-01-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Een groot aantal verschillende cellen werken samen binnen het afweersysteem. Dat systeem verdedigt het lichaam tegen aanvallen van buitenaf (microben, virussen, ...) en binnenaf (kankercellen). Het nieuwe type afweercellen, dat de Franse onderzoekers ontdekten, behoort tot de groep van de dendrietcellen. Die zijn al sinds een kwarteeuw gekend. Ze kregen de naam dendrietcellen omdat ze heel fijne externe verlengingen hebben. Ze bevinden zich in de milt, de lever, de thymus, de lymfeklieren en het beenmerg en hebben als opdracht de T-lymfocyten (een soort van witte bloedlichaampjes die antilichamen aanmaken) te leren het lichaam te verdedigen tegen virussen, bacteriën en andere parasieten, maar ook tegen tumorcellen.
De recent ontdekte cellen, die tweemaal kleiner zijn dan de meeste andere dendrietcellen, kregen de naam IKDC (staande voor Interferon producing Killer Dendritic Cell). Ze migreren bij voorkeur naar plaatsen met gezwellen en zijn in staat om er het gamma interferon af te scheiden en zo direct de kankercellen te vernietigen. Bovendien verhindert dat gamma interferon de vorming van nieuwe bloedvaten bestemd om het gezwel te voeden. Dat veroorzaakt de regressie en vervolgens de vernietiging ervan. Deze stof activeert ten slotte ook andere cellen van het afweersysteem en helpt sommige daarvan om kankercellen te erkennen en vervolgens te vernietigen.
Nog interessanter is dat wanneer die IKDC-cellen ?doping? krijgen via sommige geneesmiddelen (Glivec of Interleukine 2 bijvoorbeeld), ze een toegenomen tumoractiviteit vertonen.
Die resultaten wekken uiteraard heel wat enthousiasme op binnen de wetenschappelijke gemeenschap. We mogen echter niet vergeten dat deze onderzoeken tot nu toe enkel op muizen gebeurd zijn.
Het spreekt voor zich dat wanneer er dergelijke cellen ook bij mensen zouden bestaan, dat nieuwe hoop voor het kankeronderzoek zou bieden (maar ook op andere medische domeinen). Best dus de kar niet voor het paard spannen.... en de resultaten van de onderzoeken bij mensen afwachten.
IBt lanceert zich in de bestrijding van borstkanker
Nieuws 04-02-06
IBt (International Brachytherapy) was al een tijdje gespecialiseerd in de productie van radioactieve implantaten voor de behandeling van prostaatkanker. Het bedrijf wil ook andere toepassingen ontwikkelen, onder meer voor de behandeling van borstkanker.
IBt werkt nauw samen met het departement radiotherapie-oncologie van het CHU (Centre Hospitalier Universitaire) in Luik. In de lente starten ze een nieuw multicentrisch onderzoek op. Dat zal draaien rond het gebruik van een nieuwe vorm van radioactieve implantaten voor de behandeling van borstkanker.
Bronnen: l'Echo, 02-02-06 ; De Tijd, 02-02-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
IBt (International Brachytherapy) is een Belgisch startersbedrijf dat gespecialiseerd is in de productie en commercialisering van radioactieve implantaten voor brachytherapie. Brachytherapie (ook wel ?curietherapie? genoemd) is een techniek die erin bestaat om implantaten met een radioactieve stof (radio-isotopen) in het gezwel zelf te plaatsen of in direct contact ermee. De straling ervan vernietigt de kankercellen in de buurt. Zo kunnen artsen een hoge stralingsdosis verzekeren binnenin het gezwel zelf zonder de naburige gezonde weefsels te schaden.
Tot voor kort beperkten ze zich tot de behandeling van bepaalde prostaatkankers door gebruik te maken van implantaten op basis van titanium.
Recentelijk hebben ze een nieuwe generatie van implantaten ontwikkeld met een betere biocompatibiliteit en een lagere productiekost dan de implantaten in titanium.
Het CHU in Luik wil die nieuwe toepassing testen in het kader van behandelingen tegen borstkanker, in samenwerking met andere Europese en Canadese medische centra.
Een bepaald aantal patiënten met borstkanker moeten radiotherapie ondergaan na de tumorectomie (chirurgisch verwijderen van het gezwel zonder de volledige borst te verwijderen). Er bestaan verschillende alternatieven om de optimale stralingsdosis af te leveren, maar er doen zich vaak neveneffecten voor. De radioactieve implantaten zouden dan ook veel voordelen kunnen bieden. De behandeling zou kunnen gebeuren door een enkele ingreep in het dagziekenhuis. Dat zou de wekenlang aanslepende dagelijkse sessies voor ?klassieke? radiotherapie vervangen. Anderzijds zal de dosis van de implantaten ook lokaler zijn, wat zou moeten leiden tot een betere bescherming van de gezonde naburige weefsels en een daling van de toxiciteit voor het hart.
Veel mensen kijken vol ongeduld uit naar de resultaten van dit onderzoek, want het zou niet alleen de radiotherapiebehandeling verbeteren, maar ook een betere levenskwaliteit aan de patiënten bieden.
Anti-angiogenesis: een doorbraak in de behandeling van dikkedarmkanker
Nieuws 28-01-06
Op 21 januari jl. zijn op een UCL-seminarie over oncologie de resultaten voorgesteld van een onderzoek dat nagaat hoe de vorming van nieuwe bloedvaten in te dijken is. Volgens die resultaten is de levensverwachting van ongeneeslijke dikkedarmkankerpatiënten aanzienlijk verlengbaar. De vooruitgang is het baanbrekende werk van twee Belgische professoren, Peter Carmeliet en Eric Van Cutsem (KU Leuven). Zij tonen aan hoe een nieuwe generatie geneesmiddelen, meer bepaald remmers van de angiogenesis, de ontwikkeling van dikkedarmkanker kunnen vertragen en het leven van patiënten kunnen verlengen.
Bronnen: persbericht op 21-01-06; Top Santé, februari 2006
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Angiogenesis is de ontwikkeling van nieuwe bloedvaten, die met name nodig zijn voor de groei en de woekering van kankergezwellen. Twintig jaar geleden al hebben onderzoekers ontdekt dat kankercellen bestanddelen afscheiden, die zich vasthechten aan cellen van de bloedvatwand, hun wildgroei bevorderen en zo de vorming van nieuwe bloedvaten in de hand werken. Het is alsof het gezwel de dialoog met het omliggende weefsel aangaat, om er onmisbare voedingsbestanddelen voor zijn groei aan te onttrekken.
Sinds dat proces bekend is, zoeken tal van onderzoeksteams naar producten met een anti-angiogenetische werking. Zo ook de professoren Peter Carmeliet van het interuniversitaire instituut voor biotechnologie en Eric Van Cutsem van het universitaire ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven. Hun werk is toegespitst op het proces van de angiogenesis en de blokkering ervan met een nieuw geneesmiddel: Avastin.
Dat middel werkt in op het groeimechanisme van de bloedvatwand (VEGF), een onmisbare schakel in de angiogenesis. De angiogenesis stoppen verhindert dat het gezwel verder groeit en in andere delen van het organisme binnendringt. Gekoppeld aan chemotherapie kan die behandeling de levensverwachting van patiënten met dikkedarmkanker in een gevorderd stadium in de toekomst aanzienlijk verlengen.
Misschien biedt het werkingmechanisme van Avastin ook mogelijkheden voor de behandeling van andere kwaadaardige gezwellen. Onderzoekers gaan momenteel na of dat meer bepaald zo zou kunnen zijn voor long-, borst- en pancreaskanker (kanker van de alvleesklier), en bepaalde vormen van nierkanker.
Enige schaduwzijde: de prijs van de behandeling! Anders dan in de meeste andere Europese landen is het anti-angiogenetische medicament nog maar sinds kort beschikbaar op de Belgische markt en Avastin is vooralsnog niet terugbetaalbaar in de sociale zekerheid. De prijs van een behandeling bedraagt nochtans € 2 500 per maand. Die hoge prijs is het gevolg van de vele jaren van wetenschappelijk onderzoek die nodig waren om het geneesmiddel te ontwikkelen. Helaas is de behandeling zonder terugbetaling voor de meeste patiënten niet haalbaar!
Verhoogd risico op longkanker in de Kempen?
Nieuws 23-01-06
Volgens een universitair onderzoek, waarvan de resultaten verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift ?The Lancet Oncology? hebben inwoners van Overpelt en Lommel (Limburg) en Balen (Antwerpen) vier keer meer kans op longkanker dan gemiddeld omdat ze in een gebied wonen dat sterk vervuild is door cadmium. De oorzaak daarvan: de activiteiten van de groep Umicore, vroeger ?Union Minière?.
Bronnen: Belga, 16-01-06 ; La Libre Belgique, 16-01-06 ; Vers l'Avenir, 17-01-06 ;La Meuse,17-01-06 ; Het Volk, 17-01-06 ; Het Belang van Limburg, 14-01-06, 16-01-06 & 17-01-06 ; Het Laatste Nieuws, 16-01-06 ; Gazet van Antwerpen, 14-01-06 ; De Tijd, 16-01-06; De Morgen, 16-01-06, etc.
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Dit onderzoek is uitgevoerd door de KULeuven, de UCL en de Universiteit Hasselt. De onderzoekers hebben het cadmiumgehalte gemeten in de urine van mensen die dichtbij de drie gieterijen voor non-ferro metalen wonen en bij mensen die juist heel weinig stonden blootgesteld aan cadmium in de omgevingslucht. De incidentie van kanker bij deze personen is vervolgens gevolgd gedurende 15 tot 20 jaar. In die periode tekenden de onderzoekers 50 dodelijke kankergevallen op (waarvan 18 longkankers) en 20 niet-dodelijke kankers (waarvan een longkanker).
We weten al een halve eeuw dat er een verband bestaat tussen de blootstelling aan cadmium en het risico op kanker. Toch maakte Umicore (het vroeger Union Minière) tot voor kort intensief gebruik van cadmium, een zwaar metaal dat wordt gebruikt in de zinkindustrie.
Pas in 2002 stopte Umicore met de productie ervan in België... en tekent het bedrijf een akkoord met de Vlaamse regering voor een sanering van haar sites. Maar is dat voldoende? Waarschijnlijk niet, want in totaal zijn 250 km² vervuild. En als men weet dat men de vervuilde aarde rond de sites zou moeten uitgraven tot een diepte van 30 tot 50 cm, is het duidelijk dat de sanering nog maandenlang zal aanslepen.
De publicatie van het bovenvermelde onderzoek heeft de Vlaamse overheid er wel toe aangezet om maatregelen te nemen om de saneringsprocedure te versnellen en de nodige fondsen vrij te maken voor de realisatie ervan.
Mensen die in de buurt van de vervuilde sites wonen, krijgen de raad om geen groenten uit eigen tuin meer te eten (of ze minstens te wassen), hun kamers zoveel mogelijk te verluchten en niet meer te reinigen met de stofzuiger, maar wel met water!
Hebben linkshandigen meer risico op borstkanker?
Nieuws 09-01-06
Volgens de resultaten van een onderzoek van het Medisch Centrum Utrecht die verschenen in het British Medical Journal, zouden linkshandigen 40 % meer kans hebben op borstkanker dan rechtshandigen.
Bronnen : Belga, 02-01-06 ; Metro, 03-01-06 ; La Dernière Heure, 03-01-06 ; La Meuse, 03-01-06 ; Het Laatste Nieuws, 03-01-06 ; La Libre Belgique, 03-01-06 ; Vers l'Avenir, 03-01-06 ; Het Volk, 03-01-06
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Vermits verschillende epidemiologen al hadden gemerkt dat linkshandigen sneller borstkanker kregen dan rechtshandigen, hebben onderzoekers aan de universiteit van Utrecht aan een groot aantal borstkankerpatiëntes gevraagd of ze links- of rechtshandig waren. Ze bestudeerden zo meer dan 12 000 vrouwen geboren tussen 1932 en 1941. Uit de resultaten bleek dat borstkanker 2,41 keer meer voorkwam bij linkshandigen dan bij rechtshandigen. Dit resultaat houdt rekening met andere risicofactoren voor die vorm van kanker, zoals gewicht, roken, erfelijke aanleg of beroepsactiviteit bijvoorbeeld.
Heel wat experts reageren sceptisch. Professor Hans Wildiers van de KU Leuven legt bijvoorbeeld uit dat dat niet betekent dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen linkshandigheid en borstkanker. De uitleg ervoor kennen we niet, maar het is niet uitgesloten dat de blootstelling aan bepaalde hormonen (oestrogenen bijvoorbeeld) voor de geboorte een rol kan spelen in het risico op borstkanker, maar ook in linkshandigheid. Er zal bijkomend onderzoek nodig zijn om deze hypothese te testen.
Deze informatie wijzigt hoe dan ook niets aan onze tips inzake opsporing van borstkanker. Alle vrouwen tussen 50 en 69 zouden om de twee jaar een borstscreening (mammotest) moeten ondergaan. Meer informatie hierover vindt u op onze website www.kanker.be onder de rubriek ?Medische informatie? / ?Inzicht in de ziekte en haar behandelingen? / ?Opsporing en vroegtijdige diagnose? of u kunt bellen naar onze gratis telefonische hulplijn Kankerfoon op 0800 15 802.
Angiogenesis: onderzoek in volle ontwikkeling
Nieuws 06-01-06
Het onderzoekswerk van Peter Carmeliet, onderzoeker in de moleculaire biologie aan de KULeuven, zou wel eens kunnen leiden tot een doorbraak op het vlak van het bloedstelsel. Het wetenschappelijk tijdschrift Nature heeft het over ?wetenschappelijk onderzoek dat het aanzicht van de geneesmiddelen zal veranderen?.
Bronnen : Le Soir, 16-12-05 ; De Morgen, 16-12-05
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Onderzoek rond angiogenesis, de vorming van nieuwe bloedvaten, is niet nieuw. Heel wat onderzoekers werken er al aan sinds het eind van de jaren zeventig. Hun onderzoek heeft onder andere geleid tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor kankerbestrijding. Het werkingsprincipe bestaat erin om de ontwikkeling van bloedvaten te verhinderen. Die voeden immers het kankergezwel met zuurstof en voedingsstoffen.
Nu liggen er andere toepassingen in het vooruitzicht, soms zelfs met een tegenovergestelde strategie. In het geval van ischemische cardiopathie (hartinfarct bijvoorbeeld) duiken de problemen op wanneer de weefsels van de getroffen organen zonder zuurstof komen te zitten. Het doel zou dan zijn om de angiogenesis te stimuleren, dus om de vorming van nieuwe bloedvaten rond het beschadigde weefsel (geblokkeerd door een bloedklonter) te veroorzaken.
Een andere toepassingsmogelijkheid zou die van amyotrofische lateraalsclerose zijn, een aftakelingsziekte van zenuwen. De ontdekkingen die voortvloeien uit het werk van dr. Carmeliet tonen aan dat de nieuwe bloedvaten, net zoals zenuwen, hun weg vinden tot in de doelorganen dankzij gelijkaardige signalen.
Laten we echter niet te hard van stapel lopen. Deze ontdekkingen openen zeker nieuwe perspectieven voor de behandeling van tal van ziektes, maar er zijn eerst nog wel nauwgezette klinische onderzoeken op grote schaal nodig. Als die bevredigend zijn, moeten we nog enkele jaren wachten vooraleer er nieuwe geneesmiddelen opduiken op de farmaceutische markt.