Gember om misselijkheid bij chemotherapie te beperken? |
|
|
|
Gember eten zou misselijkheid veroorzaakt door chemotherapie gevoelig beperken. Dat blijkt toch uit een multicentrische studie van fase II/III gefinancierd door het National Cancer Institute (USA). De resultaten van dit onderzoek zijn voorgesteld op het gerenommeerde internationale ASCO (American Society of Clinical Oncology) congres, dat van 22 mei tot 2 juni plaatsvond in Florida. Bronnen: Agence de Presse Médicale Reuters, 15-05-09 ; Le Généraliste, 11-06-09 Commentaar van de Stichting tegen Kanker Misselijkheid en braakneigingen zijn vaak voorkomende neveneffecten bij patiënten die een chemokuur moeten ondergaan. Hoewel er een aantal geneesmiddelen bestaan om die neveneffecten te verzachten, zijn die zelf ook niet altijd vrij van neveneffecten. Daarom hebben de onderzoekers geprobeerd om andere middelen te vinden om misselijkheid te bestrijden, door complementaire benadering met niet-geneesmiddelen. Zo heeft een team van het National Cancer Institute 644 chemopatiënten verzameld, die al met misselijkheid te maken hadden gekregen tijdens vroegere sessies die ze moesten ondergaan. Om de basisregels voor traditionele klinische proeven goed na te leven, hebben ze deze patiënten op toevallige wijze geselecteerd om een placebo te krijgen of een van de drie doses gembersupplement: 0,5 gram, 1 gram of 1,5 gram drie dagen vor het begin van de nieuwe chemokuur. Ze moesten deze pillen gedurende zes opeenvolgende dagen nemen. Met de klassieke behandeling tegen duizeligheid startten alle deelnemers de ochtend van de toediening van de nieuwe cyclus. De patiënten kregen de vraag om elke ochtend, namiddag, avond en nacht te berichten over de ernst van hun misselijkheid op een schaal van 1 tot 7, met 7 als maximum van ongemak. De resultaten hebben aangetoond dat, ongeacht de gemberdosis, de inname ervan op duidelijke manier de intensiteit van de duizeligheid vermindert op de eerste dag van elke chemocyclus. De doses van 0,5 en 1 gram bleken het doeltreffendst te zijn (40 % minder misselijkheid). Het effect was lineair. De intensiteit van de duizeligheid nam af naarmate de dag vorderde, om ’s avonds het laagste peil te bereiken. Dit is een dus een “natuurlijke”, maar wetenschappelijk bewezen aanpak, die aan patiënten zou moeten toelaten om de neveneffecten van chemotherapie (misselijkheid en braakneigingen) tegen te gaan. |












