Zware roker of niet: een kwestie van erfelijkheid! |
|
|
|
Ondervindt u problemen bij het stoppen met roken? Individuele erfelijke variaties lijken een invloed te hebben op het aantal sigaretten dat iemand per dag rookt. En bijgevolg dus ook op de graad van verslaving aan tabak en de nefaste gevolgen voor de gezondheid. Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Onderzoekers hebben kleine erfelijke variaties ontdekt op chromosomen 8 en 19. Die verhogen bij rokers het aantal sigaretten dat ze dagelijks roken. Aan de oorsprong van de afbraak van nicotine in cotinine ligt een enzym dat wordt aangemaakt door een welbepaald gen, het CYP2A6. Bepaalde rokers vertonen echter afwijkingen aan dat gen. Bij deze personen verloopt de afbraak van nicotine sneller, wat dus maakt dat ze meer sigaretten gaan roken. Omgekeerd is de combinatie van twee welbepaalde variaties gelinkt aan een lager dagelijks verbruik. Er zijn ook andere combinaties mogelijk die dan weer andere gebruiksniveaus met zich meebrengen. Een onderzoek toont trouwens aan dat datzelfde CYP2A6 rechtstreeks het te bereiken nicotineniveau beïnvloedt van mensen die een nicotinesubsituut nemen, zoals een patch. Al deze vaststellingen zouden kunnen leiden tot een aanpassing gebaseerd op het erfelijk profiel wanneer men bij het stoppen met roken gebruik maakt van nicotinesubstituten. |










