Introductie |
|
|
|
De resultaten van de beschreven onderzoeken kunnen een sterke verdenking van eierstokkanker opleveren. In het algemeen is dan meer onderzoek nodig om de uitgebreidheid van de ziekte vast te stellen. Dat is belangrijk om de behandeling te kunnen bepalen. Echografie van de buikorganen
Zoals al eerder vermeld, maakt echografie gebruik van geluidsgolven. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen zichtbaar op een beeldscherm. Op de huid wordt een gel aangebracht, waardoor de signalen beter kunnen worden opgevangen. De arts beweegt een apparaat (vergelijkbaar met een microfoon) over de buik. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto's worden vastgelegd. Bij dat onderzoek worden de buikorganen zoals de lever, de nieren en de lymfeklieren in beeld gebracht. De arts zal met name letten op eventuele uitzaaiingen die in de buik kunnen voorkomen. Echografie is een eenvoudig, relatief weinig belastend onderzoek. CT-scan (computertomografie)
Om een indruk te krijgen van de eventuele uitbreiding van de ziekte in de buik, kan er bij de patiënte een CT-scan van de buik worden gemaakt. Een computertomograaf is een apparaat waarmee men millimeter voor millimeter zeer gedetailleerde foto's van het lichaam kan maken. Hierbij wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstralen en een computer. Het apparaat heeft een opening waar de patiënte, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel telkens een stukje doorschuift, wordt er een serie foto's gemaakt. Voor het maken van goede foto's is het nodig dat de darmen leeg (schoon) zijn en dat er een contrastvloeistof wordt gebruikt. De contrastvloeistof moet op de dag voorafgaand aan het onderzoek én op de dag zelf worden ingenomen. Soms wordt ook nog tijdens het onderzoek contrastvloeistof toegediend. Dat gebeurt via een bloedvat van een arm. Het middel veroorzaakt vaak een weeïg en warm gevoel. MRI (Magnetic Resonance Imaging)
Die onderzoekstechniek maakt gebruik van magneetvelden. Daarmee kan de arts als het ware een "dwarsdoorsnede" van het lichaam van de patiënte maken. Op een computerscherm zijn dan op de plaats van de "doorsnede" alle inwendige weefsels te zien. De patiënte ligt bij het onderzoek in een soort koker. Dat wordt soms als benauwend ervaren. Een MRI-apparaat maakt bovendien nogal wat lawaai. Ascitespunctie
Indien de buik in omvang is toegenomen, kan dat een gevolg zijn van overmatig vocht (ascites) in de buikholte. Ascites is met echografisch onderzoek vast te stellen. Een onderdeel van het onderzoek kan zijn dat het vocht met een punctie wordt afgenomen. Het vocht wordt onder de microscoop onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. De ascitespunctie wordt ook vaak gedaan ter ontlasting van de buik. Bij een punctie wordt eerst de huid van de buik plaatselijk verdoofd. Als de verdoving is ingewerkt, wordt een holle naald in de buikholte gebracht, waardoor het vocht kan afvloeien. De beschreven onderzoeken geven de arts inzicht in de mate waarin de ziekte zich heeft uitgebreid. Om de exacte uitgebreidheid van de ziekte vast te stellen is een operatieve ingreep noodzakelijk. Laparoscopie
Dat onderzoek wordt ook wel een kijkoperatie genoemd. Het is een van de mogelijkheden om te beoordelen of er sprake is van eierstokkanker en soms om te bepalen in welke mate de ziekte zich heeft uitgebreid. Het onderzoek wordt uitgevoerd met een speciaal kijkbuisje, een laparoscoop, waarmee de buikholte kan worden nagekeken. Het onderzoek vindt plaats onder narcose. De laparoscoop wordt naar binnengebracht via een kleine snede in de onderrand van de navel. Ter hoogte van het schaambeen wordt een opening gemaakt voor het inbrengen van het instrumentarium. De arts kan tijdens het onderzoek de baarmoeder, de eierstokken en de eileiders beoordelen. Ook kan een beeld worden verkregen van de blaas, de darmen, de lever en de milt. Via de laparoscoop is het mogelijk buikvocht en kleine stukjes weefsel (biopten) weg te nemen voor onderzoek. Onderzoeken voor de narcose
Voordat iemand een operatie ondergaat, worden het bloed en het hart onderzocht. Soms worden foto's van de longen gemaakt. De conditie van het hart wordt onderzocht met behulp van een hartfilmpje, het ECG (elektrocardiogram). Buikoperatie
Die operatie heeft een drieledig doel, namelijk het vaststellen van de diagnose kanker, de beoordeling van de uitgebreidheid van de ziekte en de behandeling van eierstokkanker. Bij de operatie wordt de buik geopend met een snede die loopt van boven de navel tot het schaambeen. Bij twijfel over de aard van de ziekte kan de gynaecoloog stukjes weefsel (biopten) nemen. Die biopten worden tijdens de operatie onder de microscoop bekeken door een patholoog. Wanneer die arts vaststelt dat er sprake is van eierstokkanker, zal de gynaecoloog meteen zoveel mogelijk tumorweefsel wegnemen. Meestal verwijdert de gynaecoloog de baarmoeder, de beide eierstokken en het grote vetschort (omentum majus). Jonge vrouwen die (nog) kinderen willen, vormen een uitzondering. Wanneer een jonge vrouw eierstokkanker heeft, zal men eerst kijken naar het type en de uitgebreidheid van de ziekte, voordat men verder opereert. Bij een minder kwaadaardig type eierstokkanker in een vroeg stadium is het soms mogelijk de baarmoeder en de andere eierstok te behouden. Als de ziekte zich door de hele buikholte heeft uitgebreid, zal de gynaecoloog zoveel mogelijk tumorweefsel wegnemen. Hoe minder van het weefsel achterblijft, des te meer kans er zal zijn op succes bij een vervolgbehandeling met medicijnen (chemotherapie). Wanneer er sprake is van doorgroei in bijvoorbeeld de blaas of de darm, kan de gynaecoloog van oordeel zijn dat ook een deel van de blaas of de darm moet worden weggenomen. Als met zekerheid eierstokkanker is vastgesteld, kan de specialist vanwege de uitgebreidheid van de ziekte ook tot de conclusie komen dat het niet verantwoord is te opereren. Aan de patiënte zal dan meestal chemotherapie worden geadviseerd. Het doel van die behandeling is de tumor zoveel mogelijk verkleinen. Indien dat wordt bereikt, kan mogelijk alsnog een operatie plaatsvinden. Samengevat: na de operatie zijn de drie volgende situaties mogelijk:
Stadiumindeling
Bij een operatie gaat het er in eerste instantie om zoveel mogelijk tumorweefsel weg te nemen. Daarnaast kan met een operatie het stadium (uitgebreidheid) van de ziekte worden vastgesteld. Uitkomsten van andere onderzoeken worden daarbij betrokken. Er worden vier stadia onderscheiden, die hier in grote lijnen zijn weergegeven. • Stadium I - De tumor is beperkt tot één of beide eierstokken. • Stadium II - De tumor is doorgegroeid in andere organen in het kleine bekken. • Stadium III - Er zijn uitzaaiingen in de buikholte buiten het kleine bekken. • Stadium IV - Er zijn uitzaaiingen van eierstokkanker elders in het lichaam, bijvoorbeeld in de longen. Voordat de arts kan bepalen welke behandeling hij kan voorstellen, moet hij weten uit welke soort kankercellen de tumor is opgebouwd, welke mate van kwaadaardigheid de tumor heeft en wat het stadium van de ziekte is. |












