Onthaal > Preventie en Opsporing > Opsporing > Opsporing van prostaatkanker > Opsporing: een handleiding

Wanneer is een opsporing nuttig?

Afdrukken E-mail

Een opsporing is nuttig als ze toelaat om de kansen op genezing gevoelig te verhogen. Dat veronderstelt dat de opsporing tegelijk gevoelig (om een vroegtijdige ontdekking van de ziekte toe te laten) en specifiek is (om enkel de desbetreffende ziekte op te sporen). De voornaamste test om prostaatkanker op te sporen (PSA-gehalte in het bloed) is gevoelig maar weinig specifiek. Er zijn inderdaad verschillende situaties die kunnen leiden tot een verhoging van het PSA-gehalte (groei van de prostaat, prostaatinfectie, voorafgaand rectaal toucher, kanker...). We kunnen daar slechts uit besluiten dat meting van het PSA-gehalte niet het ideale opsporingsonderzoek is. Er bestaat momenteel trouwens geen ideaal onderzoek.

Bij een abnormaal hoog PSA-gehalte noodzaakt een precieze diagnose de uitvoering van andere onderzoeken (echografie en punctie-biopsie langs het rectum).


 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief