Onthaal > Publicaties > Nieuws voor u gelezen > 2010 Archief Preventienieuws > Opsporingsprogramma voor borstkanker: top of flop?

Opsporingsprogramma voor borstkanker: top of flop?

Afdrukken E-mail

Het recente evaluatierapport van het opsporingsprogramma voor borstkanker, uitgevoerd door het intermutualistisch agentschap (IMA) toont aan dat het aantal vrouwen die een mammografie ondergaan hebben, stijgt. Dit verslag maakt de balans op van 6 jaar georganiseerd opsporingsprogramma.

Bronnen: Belga, 04-10-10 ; Le Soir, 05-10-10 ; La Dernière Heure, 05-10-10 & 06-10-10 ; Het Laatste Nieuws, 05-10-10 ; L’Avenir, 05-10-10 ; Le Généraliste, 07-10-10

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Voor de lancering van het programma in 1999-2000, had 38 % van de vrouwen tussen 50 en 69 een mammografie ondergaan. Dat gebeurde in het kader van een opsporing of ter gelegenheid van een diagnose. In 2006-2007 was dat cijfer – door borstkankerscreening (georganiseerde opsporing) of door diagnosemammografie – gestegen tot 61 %. Daarvan gebeurde 30 % in het kader van het georganiseerd opsporingsprogramma.

Is de georganiseerde opsporing nu een succes of heeft ze gefaald?

Globaal gezien wijzen de resultaten van het AIM erop dat het aantal vrouwen, die zich regelmatig laten onderzoeken, gelijk ligt in de drie gewesten. Toch is de georganiseerde opsporing (borstkankerscreening) vooral verspreid in Vlaanderen (44 %), terwijl de “opportunistische” opsporing (opsporingsmammografie buiten het georganiseerde programma of diagnosemammografieën na vaststelling van een afwijking door de vrouw of door haar arts) vaker voorkomt in Wallonië (47 %) en Brussel (44 %). Amper 9 à 10 % van de doelgroep (vrouwen tussen 50 en 69) deden een beroep op georganiseerde opsporing in Wallonië en Brussel.

Hoe dat verschil verklaren?

Het opsporingsprogramma voor borstkanker is in ons land gestart in 2001. Eerst in Vlaanderen en een jaar later ook in Brussel en Wallonië. Vlaanderen heeft gekozen voor een verankering in de universiteiten, die optreden als een gecoördineerd netwerk. Wallonië heeft geopteerd voor een uniek referentiecentrum, dat de actie van de provincies coördineert. Brussel heeft een operationele entiteit opgezet, de vzw Brumammo. Die organiseert het programma en coördineert een dertigtal opsporingseenheden verspreid over de hele stad.

Het grotere of kleinere aantal vrouwen die deelnemen aan de georganiseerde opsporing is waarschijnlijk de weerspiegeling van het grote of minder grote enthousiasme bij hun huisartsen en gynaecologen.

Ten slotte dienen we nog aan te stippen dat het georganiseerde opsporingsprogramma gezorgd heeft voor de sensibilisatie van heel wat vrouwen. Zonder dat programma zouden ze wellicht geen opsporing hebben ondergaan. Dat geldt zeker voor oudere vrouwen en vrouwen uit minder begunstigde middens. Toch blijven er ook op dit vlak nog heel wat inspanningen nodig. Ondanks de gratis opsporing zien we dat de deelname van minder begoede vrouwen 23 % lager ligt dan bij de rest van de bevolking.

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief