Pancreaskanker |
|
|
Wat is de pancreas?
De pancreas of alvleesklier is een klier die zich diep in de onderbuik bevindt, achter de maag, en in contact staat met de twaalfvingerige darm (het begin van de dunne darm) en de galwegen. Dit orgaan vervult twee belangrijke functies:
- de eerste, exocriene functie, is de aanmaak van sappen die meewerken aan de vertering en die wegvloeien in de twaalfvingerige darm (deel van de darmen dat in directe verbinding staat met de maag). Anatomisch gezien bestaat de pancreas uit drie delen: de staart, het lichaam en de kop van de pancreas. Pancreaskanker
Pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) kan ontstaan in de verschillende soorten cellen die samen dit orgaan vormen. In het merendeel van de gevallen ontstaat het gezwel in de kleine kanalen die de enzymes tot in de twaalfvingerige darm transporteren, maar het kan ook ontstaan in de cellen die de insuline aanmaken (de eilandjes van Langerhans). Frequentie
Pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) treft vaker mannen dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd waarop de ziekte opduikt, situeert zich meestal rond 65 jaar. In België tellen we jaarlijks meer dan 1000 (1034 in 2005) nieuwe gevallen. De risicofactoren
Er is vrij weinig geweten over de risicofactoren. Roken is wellicht de voornaamste daarvan, vermits rokers dubbel zo vaak getroffen worden als niet-rokers. Zwaarlijvigheid zou ook een bevorderende rol kunnen spelen (voedingspatroon dat rijk is aan vetten en dierlijke eiwitten). Aan pancreaskanker gaat soms een chronische ontsteking van de pancreas vooraf (pancreatitis). Tekenen en symptomen van de ziekte
De tekenen en symptomen van een pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) zijn atypisch. Het kan gaan om pijn in het bovenste deel van de onderbuik, die uitstraalt naar de rug. Een verandering van de algemene gezondheidstoestand (vermagering, vermoeidheid enzovoort) doet zich snel voor. Een ander vaak voorkomend fenomeen: samendrukking van de galwegen. De gal die de lever aanmaakt, geraakt niet meer tot in de darmen omdat het gezwel te groot is. Er treedt dan een vergeling op (geelzucht: gelige verkleuring van de huid en het oogwit met donkere urine en verkleurde stoelgang). De geelzucht komt geleidelijk opzetten, zonder koorts of pijn. Hij gaat gepaard met verlies van eetlust, jeuk en vermageren. De ontoereikende afscheiding van de pancreas veroorzaakt een vetdiarree (steatorree). Een aandoening die verband houdt met de endocriene pancreas veroorzaakt suikerziekte (diabetes). De opsporingsonderzoeken
Het zijn vooral de onderzoeken met medische beeldvorming die toelaten om de diagnose te stellen, zoals echografie van de onderbuik en tomodensitometrie (scanner). Er bestaan ook biologische merkers, zoals het CA 19.9 antigen. In het merendeel van de gevallen van pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) stijgt het gehalte ervan. De bloeddosering is vooral nuttig bij de opvolging van de ziekte. De behandelingen
Pancreaskanker (kanker van de alvleesklier) ontwikkelt zich vaak op een discrete manier en kan snel de naburige organen overwoekeren. Vandaar ook de ernst van de ziekte. Als het gezwel opereerbaar is, is chirurgie de aangewezen keuze. Bij de ingreep verwijdert de arts een deel van de maag, de galblaas, een deel van de galwegen, de kop van de pancreas (of de volledige pancreas) en soms ook de hele twaalfvingerige darm. De meeste mensen waar het gezwel zich in een gevorderd stadium bevindt, hebben geelzucht door de samendrukking van de galwegen. Als het gezwel ook de twaalfvingerige darm samendrukt, kan dat het passeren van de voedselbal naar de darmen bemoeilijken. Chirurgie laat toe om deze mensen te verlichten, bijvoorbeeld door een nieuwe doorgang tussen de galwegen of de maag en de dunne darm te maken. Chemotherapie en radiotherapie kunnen in bepaalde gevallen van niet te opereren gezwellen de overleving verbeteren. De medische opvolging
Als bij de chirurgische ingreep het volledige gezwel verwijderd is kunnen worden, zal een regelmatige opvolging nodig zijn om zich ervan te vergewissen of er geen plaatselijk herval optreedt of er zich uitzaaiingen voordoen. Als het gezwel niet te opereren valt, zal de medische opvolging vooral uit een palliatieve behandeling bestaan, meestal met chemotherapie en radiotherapie. |










