Probleemstelling |
|
|
|
De term pesticide, afgeleid van het Engelse woord pest, staat voor die stoffen en preparaten die gebruikt worden voor het voorkomen, het onder controle houden en het elimineren van organismen die als ongewenst beschouwd worden. Dat kan zowel betrekking hebben op planten, dieren, paddestoelen, als op bacteriën. Per definitie gaat het steeds om toxische stoffen. De problemen die samenhangen met pesticiden hebben ofwel betrekking op hun gebruik in grote hoeveelheden, ofwel op hun toxiciteit. De grootschalige toevlucht tot pesticiden heeft geleid tot steeds hogere concentraties in ons leefmilieu en in onze voeding. Door hun toxische werking wordt deze grootschalige verspreiding gevaarlijk voor vele levende wezens, waaronder de mens. Classificatie
De term pesticiden of fytosanitaire producten omvat verscheidene types organische producten die aangewend worden ter bescherming van gewassen tegen plantaardige ziekten, schadelijke onkruiden en levende organismen. Onder deze categorie vallen onder meer de insecticiden, schimmelwerende middelen, onkruidverdelgers, rattenverdelgingsmiddelen. De pesticiden die het meest worden gebruikt zijn de organochloor- en organofosfoorhoudende stoffen en de carbamaten. Diverse nieuwe moleculen behoren tot andere chemische families die we niet in dit document zullen behandelen (triazines, afgeleiden van de chloro-phenoxy azijnzuur, amiden, toluïdines, picolinische derivaten, enz.) Gevolgen voor de gezondheid
1. Algemeenheden De mens kan op verschillende manieren aan pesticiden blootgesteld staan. De arbeiders die werkzaam zijn in de productie van deze stoffen en de landbouwers die regelmatig aan hoge concentraties worden blootgesteld, zijn niet de enige betrokken partijen. Iedere persoon die thuis of in zijn tuin insecticiden, onkruidverdelgers of schimmelwerende middelen gebruikt, staat in kleine of grote mate aan deze toxische stoffen bloot. Deze stoffen kunnen zich ook in tapijten ophopen, waardoor vooral zeer jonge kinderen een risico lopen. Hoewel men nog over weinig gegevens over dit onderwerp beschikt, weet men dat pesticiden tot in de huid en de longen kunnen binnendringen. Dit wil zeggen dat louter de aanwezigheid in openbare plaatsen, zoals parken, speelterreinen, scholen, restaurants een risico van blootstelling kan betekenen. Bovendien weet men meestal niet of bepaalde voorwerpen in huis een kiemdodende chemische behandeling hebben ondergaan (materiaal vervaardigd uit hout, tapijten, enz.). Tenslotte moeten we ook denken aan de blootstelling aan residuen van pesticiden in drinkwater en voeding. Zowel binnenlandse landbouwproducten als geïmporteerde producten bevatten residuen van pesticiden. Soms gaat het om producten die bij ons verboden zijn, of waarvan de concentraties het toegelaten maximum overschrijden. Sommige producten bevatten soms verscheidene soorten residuen. De hoogste concentraties residuen vindt men in producten van dierlijke oorsprong, zoals vlees, vis, melk, eieren, enzovoort. Onder invloed van de bio-accumulatie van moeilijk afbreekbare producten (d.w.z. de stijgende concentratie naargelang een hoger niveau in de voedselketen), stelt men verhoogde concentraties vast van producten die sinds lang in ons land verboden zijn. In tegenstelling met de gevolgen op langere termijn die moeilijker in te schatten zijn, breidt de kennis over de kortetermijneffecten op de menselijke gezondheid zich aanzienlijk uit. Wat betreft de effecten op langere termijn kan men stellen dat er een reëel hiaat aan informatie bestaat als het gaat om een langdurige dagelijkse blootstelling aan lage doses van pesticiden via voeding en water. De uitvoerige beschrijving van de diversiteit aan mogelijke nefaste gevolgen in de vakliteratuur en de gebrekkige kennis van de langetermijngevolgen veroorzaken heel wat twijfel en onzekerheid bij de mensen.
2. Kankers Dat bepaalde pesticiden kanker veroorzaken bij muizen, ratten, hamsters, enzovoort, weet men al lang en talrijke laboratoriumtesten hebben die stelling gestaafd. Omdat er nog enige twijfel bestaat of men die gegevens zonder meer kan extrapoleren en die op de mens kan toepassen, blijven de conclusies eerder voorzichtig en verkiest men te spreken van stoffen die potentieel of waarschijnlijk op kankerverwekkend zijn. Onder de landbouwers Landbouwers vertegenwoordigen een professionele categorie waarbij epidemiologische studies naar de effecten van pesticiden op de gezondheid op lange termijn mogelijk zijn. De epidemiologische studies die tot op vandaag verschenen zijn (zie tijdschrift van Baldi et al, 1997) hebben de link gelegd met bepaalde ziekten; kanker, aantasting van de voortplanting, neurologische aandoeningen, immuniteitsproblemen, ophtalmologische ziektes, cardiovasculaire aandoeningen, aandoeningen van de luchtwegen en longaandoeningen. De eerste onderzoeken met als doel de mogelijke rol van pesticiden bij de ontwikkeling van kanker aan te tonen, baseerden zich op een afwijkend sterftecijfer tussen landbouwers en andere beroepscategorieën die aan bepaalde types van kanker werden toegeschreven. De ervaring heeft geleerd dat land- en tuinbouwers een verhoogde kans hebben op bepaalde vormen van kanker: lymfomen, myelomen, leukemie, enzovoort. De meest eenvoudige verklaring van dit fenomeen is dat deze categorie in direct contact staat met aanzienlijke hoeveelheden pesticiden. Bij arbeiders die in de productie van pesticiden werken, werden gelijkaardige conclusies vastgesteld. In 1981 analyseerden de epidemiologen Doll en Peto de wetenschappelijke gegevens die het verband aantonen tussen de mogelijke milieuoorzaken en de verspreiding van kanker. Hun conclusie was dat de milieuvervuiling, die het gevolg is van menselijke activiteiten, slechts verantwoordelijk is voor 1 tot 5 percent van het sterftecijfer veroorzaakt door kanker. 2. Onder de consumenten Consumenten lopen a priori aanzienlijk minder risico op kanker in vergelijking met de hierboven beschreven beroepsgroepen. De concentratie van residuen van pesticiden die het lichaam opneemt bij de consumptie van fruit en groenten, blijft immers aanzienlijk onder de toxische drempel. Die zienswijze wordt echter sterk betwist. Bepaalde experts menen dat men niet uit het oog mag verliezen dat de bevolking ook blootstaat aan milieuvervuiling, de verontreiniging van de voedselketen en het drinkwater en dat men de additieve, synergetische effecten niet kan uitsluiten. Nu baseert men de evaluatie van risico's door lage doses op een extrapolatie van de gegevens die men bij dieren heeft verzameld. Een belangrijke parameter in deze context is de potentiële oncogene factor, of Q factor. Voor lage doses van kankerverwekkende stoffen geeft deze factor een schatting van het oorzakelijk verband tussen die concentraties en de aanwezigheid van kankergezwellen. Op basis van deze factor kan men stellen dat de kans op kanker via de voeding in België erg laag ligt. 7 percent van alle pesticiden zijn verantwoordelijk voor 95 percent van het globale risico. Het gaat hierbij om de volgende producten: diëldrin, HCH, heptachloor, dithiocarbamaat, HCB, iprodion en DDT. Die pesticiden zijn nu verboden maar ze zijn nog in het milieu aanwezig door jarenlang veelvuldig gebruik en ophoping. Het risico veroorzaakt door de andere pesticiden is bijna tot nul te herleiden. Het is bemoedigend vast te stellen dat de kans op kanker door pesticiden voor tweederde op rekening te schrijven is van producten die nu reeds lang volledig of gedeeltelijk verboden zijn in ons land: diëldrin, HCH, heptachloor, HCB, DDT en HCH. Deze stoffen stelt men enkel nog vast bij producten van dierlijke oorsprong. Dat is het gevolg van de bio-accumulatie. Men kan dus gerust stellen dat de concentraties de komende jaren geleidelijk zullen afnemen. De wetgeving
1. Goedkeuring van pesticiden In België is het verboden om producten te verkopen of te gebruiken die niet vooraf werden goedgekeurd door de Minister van Landbouw. Die officiële goedkeuring wordt verkregen na overleg met het Comité van Goedkeuring en op advies van het Ministerie van Gezondheid. De goedkeuring is niet van toepassing op geëxporteerde pesticiden (wat paradoxaal kan klinken gezien we dus wel voedingsmiddelen mogen importeren die met de betrokken pesticiden werden behandeld). Het Comité van Goedkeuring heeft als taak om de aanvragen ter commercialisering van een fyto-farmaceutisch preparaat te bestuderen. Het comité stelt de voorwaarden vast waaraan het product moet beantwoorden:
2. Toepassing van de wetten en de richtlijnen De talrijke wetten en richtlijnen van de laatste jaren op het vlak van het behoud, de commercialisering en het gebruik van pesticiden voor agrarische doeleinden (KB van 28 februari 1994), de milieuvoorwaarden voor biociden (VLAREM), de richtlijnen voor de geïntegreerde fruitteelt (KB 22/1/96, MB 1/03/96, MB 25/3/96), de controle van de waterwinningsgebieden (MB 27/3/86), de controle van verstuivers (MB 9/6/95, 22/12/95), licenties voor verstuivers en de gedragsregels vervat in ?de deontologische lanbouw', die in de komende jaren van kracht zullen zijn, vormen het levende bewijs dat de overheid deze materie ernstig neemt. De controle van de residuen, zoals bepaald bij wet, zal geleidelijk verstrengen. Uit controles op het gebruik van pesticiden tussen ?94 en ?95 blijkt dat het aantal overtredingen bij de teelt van bepaalde landbouwproducten (vooral bij groene groenten) hoger ligt in vergelijking met andere (bijvoorbeeld fruit). Als besluit kan men stellen dat ondanks de strenge wetgeving er heel wat overtreders en heel wat onbekenden blijven. Zowel in het belang van de consument als van de producent moet men alert blijven. Alternatieven
Voor het intensief gebruik van pesticiden en de gevaren die hiermee gepaard gaan, bestaan er echter alternatieven: gewassenbeheer, onderzoek naar natuurlijke pesticiden, de biotechnolo-gie, enz. 1. Gewassenbeheer In bepaalde landen is er een terugkeer vast te stellen naar beproefde methodes die hun deugdelijkheid doorheen de eeuwen hebben bewezen maar waaraan door de komst van de pesticiden werd verzaakt. Een voorbeeld hiervan is de diversificatie van de culturen, die de invloed van insecten en ziektes terugdringt. Als men bijvoorbeeld maïs en aardnoten op een zelfde perceel plant, dan stelt men een gevoelige daling van het smalbuikje, een maïsparasiet, vast. Een andere beproefde methode is dat men de oogst plant in een periode waarin weinig parasieten voorkomen. Bepaalde landbouwers grijpen terug naar de zogenaamde valstrikculturen. Deze kleine culturen, de voorlopers van de eigenlijke cultuur, hebben als doel om de parasieten aan te trekken .Daarna worden ze vernietigd.. 2. Onderzoek naar natuurlijke pesticiden De doelstelling van een dergelijk onderzoek isomnatuurlijke pesticiden doeltreffend tegen parasieten te vinden, die niet of in mindere mate toxisch of bio-afbreekbaar zijn. Recente onderzoeken op dat gebied hebben geleid tot de ontdekking van een nieuw type alcaloïde met een eenvoudige formule die bijna identiek is als deze van suikers (glucose, mannose, fructose), waarbij een stikstof de zuurstof in de kern vervangt. Deze stoffen, extracten uit verscheidene planten, hebben als gemeenschappelijke eigenschap dat ze door chemische reacties de plaats van de overeenstemmende suiker innemen en de glycosydasen, groep van enzymen die optreden bij het metabolisme van de gluciden, binnendringen. Die stoffen moeten op hun beurt de glycosiden van de insecten aantasten maar niet die van de mens. Dat is de voorwaarde waaraan ze moeten voldoen om als biologisch insecticide gebruikt te kunnen worden. Wel moet men nog onderzoeken of ze geen ongewenste neveneffecten op andere niveaus hebben. 3. De biotechnologie De biotechnologie zal het rendement van de culturen zeker verhogen. Deze aanpak krijgt vandaag veel media-aandacht maar blijft het onderwerp van talrijke controversen. Met biotechnologie bedoelt men de productie van transgenetische planten, d.w.z. planten die met één of meerdere genen van een andere soort worden verrijkt: plant, bacterie, dier. Deze bestaat nu ongeveer twintig jaar en is gebaseerd op het knippen van een DNA-deeltje van het donororganisme dat het begeerde gen draagt. Dankzij een ?vector' kan men dit gen aan het DNA van de gastplant ?kleven'. De getransformeerde cel vormt een organisme dat genetisch gewijzigd is. Als toepassing citeren we de aanmaak van menselijke hormonen als insuline en het groeihormoon met behulp van micro-organismen. Men creëert dus transgenetische planten om het rendement te verbeteren. Dankzij het toevoegen van een bepaald voedend element, een grotere resistentie tegen insecten, onkruidverdelgers of een meer vijandige omgeving kan men hun productie opdrijven. Talrijke tests op toxiciteit gaan de eigenlijke commercialisering van transgenetische planten vooraf. Dan blijft natuurlijk nog de delicate vraag wat men moet denken van de verspreiding van nieuwe genen in de omgeving. Het eventuele debat diepen we in dit document niet verder uit. Besluiten en aanbevelingen
Als rode draad kan men stellen dat het geringe aantal studies en de tegenstellende resultaten van de verschillende onderzoeken geen formele besluiten rechtvaardigen. Bijvoorbeeld de latentie tussen het begin van blootstelling en de uiteindelijke symptomen van kanker kan vijftien à twintig jaar bedragen, waardoor het eigenlijk oorzaak-gevolg verband moeilijk te achterhalen is. Bovendien kan men stellen dat de pesticiden een uiterste heterogene groep stoffen uitmaken door de grote diversiteit van de gebruikte producten. Ook moet men rekening houden dat de individuele gevoeligheid de resultaten sterk kan beïnvloeden. Ook mag men zeker niet uit het oog verliezen dat gegevens over de eventuele gecombineerde werking van verscheidene pesticiden ontbreken. Bepaalde studies laten vermoeden dat het ene pesticide de werking van het andere kan versterken. Men moet er ook rekening mee houden dat de wetenschap niet over voldoende gegevens beschikt om het risico van een blootstelling aan lage doses pesticiden gedurende jaren in te schatten. De cocktail van stoffen waaraan we worden blootgesteld, maakt van deze materie een uiterst complex geheel. Die complexiteit mag geen excuus zijn om inert te blijven. Voorzichtigheid bij het gebruik van bepaalde biociden blijft dus geboden. In deze context dringen meerdere maatregelen zich op:
Bibliografie en nuttige adressen
Nuttige adressen:
|










