Prostaatkanker: wel of niet screenen: het debat gaat voort! |
|
|
|
Urologen van het Universitair Ziekenhuis in Gent hebben berekend dat door opsporing van prostaatkanker de kans op sterfte door deze aandoening met 24% afneemt. Ze maakten een grondige analyse van eerder verschenen wetenschappelijke artikels over het nut van prostaatkankeropsporing. Anderzijds is er een recente Amerikaanse publicatie waarin wordt gesteld dat na 10 jaar jaarlijkse screening voor prostaatkanker door middel van PSA-testen of echografie dat geen verschil uitmaakte voor de overleving bij deze kanker. Bronnen: Belga 05/01/12; J Natl Cancer Inst, 2012.Commentaar van de Stichting tegen KankerIn België wordt prostaatkanker elk jaar bij ongeveer 9 000 mannen vastgesteld. Driekwart daarvan is ouder dan 65 jaar. Het is daarmee in ons land (en ook wereldwijd) de meest voorkomende kanker bij mannen. Systematische opsporing van prostaatkanker is omstreden omdat er geen sluitend wetenschappelijk bewijs was dat het doeltreffend is en de sterfte daadwerkelijk vermindert op populatiebasis. Bovendien zijn er ook nadelige bijwerkingen aan verbonden, zoals onnodige biopsies, overdiagnose en overbehandeling van traaggroeiende kankers. Prostaatkanker kan worden opgespoord via bloedonderzoek (met bepaling van de concentratie prostaat-specifiek antigen of PSA), al dan niet gecombineerd met rectaal onderzoek. Maar zowel de PSA-test als het rectaal onderzoek geven een aanzienlijk aantal vals-positieve (resultaat is afwijkend maar er is toch geen prostaatkanker) en vals-negatieve (resultaat is normaal alhoewel er toch prostaatkanker is) resultaten. Ook de combinatie van beide (PSA + rectaal onderzoek) biedt geen garantie. Bij afwijkingen in het PSA of het rectaal onderzoek wordt vaak beslist tot het uitvoeren van prostaatbiopsie. In de meta-analyse van de Gentse specialisten onder leiding van dr. Lumen werden acht bestaande internationale studies met in totaal bijna 572 000 deelnemers geanalyseerd. In alle studies werd PSA als voornaamste screeningsmiddel gebruikt; in sommige werd bijkomend ook digitaal of ultrasoon rectaal onderzoek uitgevoerd. Hoe de screening ook werd uitgevoerd, ze leidde wel degelijk tot een opmerkelijke toename van prostaatkankerdiagnoses. Als prostaatkanker effectief werd vastgesteld, dan ging het meestal om lokale en minder agressieve gezwellen in een vroeg stadium, die nog konden worden genezen. Bij diepgaandere analyse werd aangetoond dat dankzij screening de kans op sterfte door prostaatkanker met bijna een kwart daalde. Aan de andere kant is er een publicatie in de Journal of the National Cancer Institute waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen mannen die jaarlijks werden gescreend met PSA tests of rectaal onderzoek in vergelijking met andere mannen die geen systematische screening kregen maar wel “normale zorg” (en die naar schatting de helft minder testen voor prostaatkankeropsporing kregen). Daaruit bleek dat er weliswaar in de screeningsgroep na 13 jaar meer diagnosen waren gesteld van prostaatkanker maar dat er geen verschil was op gebied van sterfte door deze kanker. De analyse van de Gentse onderzoekers brengt een nieuw element in het debat over de prostaatkankerscreening maar op dit ogenblik kan er nog geen definitief besluit worden getrokken. Daarvoor is verder onderzoek nodig. Een belangrijk nadeel van de PSA-test en van rectaal onderzoek blijven de vals-negatieve en vals-positieve resultaten. Er dient bovendien rekening te worden gehouden niet enkel met de levenskwantiteit (sterfte) maar ook met de levenskwaliteit (angst, neveneffecten van onderzoeken en behandelingen, zoals impotentie en incontinentie…) en tevens met de kosten-baten-analyse van een grootschalige screening. In ieder geval heeft prostaatkankerscreening geen zin bij mannen met een levensverwachting van minder dan 10 jaar. Mannen ouder dan 75 jaar of met belangrijke andere aandoeningen zullen weinig nut hebben bij prostaatkankerscreening omdat zij zeer waarschijnlijk door andere oorzaken zullen overlijden en dus niet aan prostaatkanker, want dat is meestal een traag groeiende kanker. |
|
| Laatste update op ( 19-01-2012 ) |










