Inleiding |
|
|
|
Wanneer uit het voorgaande onderzoek is gebleken dat er sprake is van zaadbalkanker, is onderzoek nodig om na te gaan of er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn. Hierna kunt u lezen welke onderzoeken dan kunnen plaatsvinden. CT-scan (computer-tomografie)
Een computer-tomograaf is een apparaat waarmee men millimeter voor millimeter zeer gedetailleerde foto's van de organen en/of weefsels kan maken. Hierbij wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer. Het apparaat heeft een opening waar de patiënt, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel telkens een stukje doorschuift, wordt een serie foto's gemaakt. Voorafgaand aan het onderzoek moet de patiënt een contrastvloeistof drinken zodat bepaalde organen op de foto's nog beter zichtbaar worden. Soms wordt ook nog tijdens het onderzoek contrastvloeistof ingespoten. Dit gebeurt via een bloedvat van een arm. Het middel kan een weeïg en warm gevoel veroorzaken. De serie foto's kan aantonen of er sprake is van zwelling van de lymfeklieren en waar deze zich bevindt. Tevens levert dit onderzoek informatie op over de toestand van de milt en van de lever. Als de klachten die een patiënt heeft hiertoe aanleiding geven, zal soms een CT-scan van de hersenen worden gemaakt. Ook hierbij wordt soms gebruikgemaakt van contrastvloeistof die via een ader in een arm wordt ingespoten. Onderzoek van de borstkas
Een thoraxfoto is een röntgenfoto van de borstkas. Hierop worden de longen afgebeeld. Tevens kan men vaststellen of er zich vergrote lymfeklieren in de buurt van de longen bevinden. Soms wordt er een serie röntgenfoto's van de longen gemaakt, een planigrafie. Er kan ook meer uitgebreid onderzoek plaatsvinden zoals een CT-scan van de borstkas. Dit onderzoek verloopt op dezelfde wijze als hiervoor beschreven is, behalve dat er nu geen contrastvloeistof wordt gebruikt. Isotopenscan van de botten
Een isotopenscan is een onderzoek waarmee uitzaaiingen in de botten kunnen worden aangetoond. Voor dit onderzoek krijgt men een radio-actieve vloeistof in een ader van een arm toegediend. Na enkele uren komt deze stof in de botten terecht en worden er foto's gemaakt waarop eventuele afwijkingen in de botten zichtbaar zijn. De hoeveelheid straling die gebruikt wordt is uiterst gering. Contact met anderen is gewoon mogelijk. Gedurende de wachttijd kan de patiënt eventueel naar buiten en/of naar huis. De radio-actieve stof verliest in twee dagen haar activiteit. Na twee dagen is de radio-actieve stof via de urine en de ontlasting uit het lichaam verdwenen. Stadium-indeling
Op grond van de resultaten van de beschreven onderzoeken kunnen de artsen vaststellen in welk stadium de ziekte verkeert. In grote lijnen zijn vier stadia te onderscheiden: • Stadium I - De ziekte is beperkt gebleven tot de zaadbal, er zijn geen uitzaaiingen aangetoond. • Stadium II - De ziekte beperkt zich tot de zaadbal en de lymfekliergebieden onder het middenrif. Het middenrif is een platte spier tussen de buik- en borstholte en bevindt zich ongeveer halverwege de borstkas. • Stadium III - De ziekte heeft zich vanuit de zaadbal uitgebreid in de lymfekliergebieden zowel onder als boven het middenrif. • Stadium IV - De ziekte heeft zich vanuit de zaadbal verspreid naar andere organen zoals de longen en de lever. Spanning en onzekerheid
De periode van onderzoek is een moeilijke periode. Het kan enige tijd duren voordat alle voor u noodzakelijke onderzoeken verricht zijn en er duidelijkheid bestaat omtrent de uitgebreidheid van de ziekte. Vaak zijn er vragen over het verloop van de ziekte die nog door niemand kunnen worden beantwoord. Onder deze omstandigheden kan veel spanning en onzekerheid ontstaan, zowel bij degene die de onderzoeken moet ondergaan als bij zijn naasten. |












