Onthaal > Sociale dienstverlening > Hulp aan kinderen > Specifieke tussenkomsten > Verhoogde gezinsuitkeringen

Een aanvullende kinderbijslag voor sommige kinderen...

Afdrukken E-mail

Elke werknemer is verplicht zich aan te sluiten bij een kinderbijslagfonds naar keuze. Dit fonds heeft de taak de prestaties uit te betalen. Elk gehandicapt kind tussen 0 en 21 jaar kan, bovenop de gewone kinderbijslag, ook profiteren van een verhoogde kinderbijslag als het voor minstens 66% in zijn mentale of fysieke autonomie beperkt is.

Kinderen die door kanker getroffen worden kunnen in bepaalde gevallen genieten van bijkomende kinderbijslag.


1. Met het oude systeem

U moest alle mogelijke bewijzen verzamelen waarop uw recht op bijkomende kinderbijslag kon gebaseerd zijn. De handicap werd bepaald op basis van verschillende criteria:

- het onvermogen van het kind
- de verminderde autonomie van het kind (schaal van Katz).

Vroeger was er een hoge drempel voor onvermogen, een medische voorwaarde die de toekenning van de bijslag beperkte tot de allerergste gevallen.

Wanneer het kind voor 66% onvermogend was, werd de bijslag toegekend. Het bedrag schommelde naargelang het aantal punten van autonomie; van 0 tot 3 punten: 326,65 euro/maand, van 4 tot 6 punten: 357,56 euro/maand en van 7 tot 9 punten : 382,23 euro/maand.

In dit systeem werd geen rekening gehouden met de impact van de handicap van het kind op het gezinsleven en met de problemen waarmee de families dagelijks geconfronteerd worden (de woning aanpassen, verplaatsingen naar gespecialiseerde centra, de vrije tijd die anders wordt ingevuld,?).


2. Vernieuwingen in de wetgeving

Door het Koninklijk Besluit van 28 maart 2003 worden de wetswijzigingen betreffende de Verhoogde Kinderbijslag van kracht. Het systeem van bijkomende kinderbijslag voor kinderen die getroffen zijn door ziekte is drastisch gewijzigd. Wij stellen u het nieuwe systeem voor dat in werking is getreden op 1 mei 2003.

Het nieuwe systeem neemt een veel bredere notie van handicap in acht. en er is een medisch-sociale schaal ingevoerd. Deze schaal bevat een specifiek deel over het kind (P1 en P2) en een ander onderdeel over de familie en de entourage (P3).

In het onderdeel P1wordt het "onvermogen" geëvalueerd volgens de BOBI en een lijst met pediatrische aandoeningen, P2 gaat over "de activiteit en de en de deelname van het kind" aan dagelijkse activiteiten, zijn basisvaardigheden, zijn inspanningen, en P3 gaat over "de last voor de familie" op het gebied van toezicht, bijkomde hulp en te zware kosten. De toepassing van de bepalingen is afhankelijk van een medisch onderzoek, het gesprek met de familie en het kind en gegevens die verkregen zijn bij gespecialiseerde artsen, bij paramedisch personeel, bij het schoolpersoneel, sociaal personeel, enz. die tussenkomen omwille van de aandoening of de handicap van het kind.

De totale score is gelijk aan de som van de scores van de onderdelen P1 en P2 plus het dubbele van P3. Het totaal aantal punten dat u op die manier bekomt ligt dus tussen 0 en 36.

3. Voor wie kunnen we deze verhoogde kinderbijslag aanvragen? ?

Kinderen tussen 0 en 21 jaar die getroffen zijn door een aandoening of die een handicap hebben, kunnen genieten van een bijkomende kinderbijslag. U moet wel aan bepaalde administratieve en medische criteria voldoen.

De administratieve criteria zijn de volgende : Het kind moet jonger zijn dan 21 jaar en het mag geen beroep uitoefenen waardoor het onderworpen is aan een stelsel van de sociale zekerheid (behalve een leercontract of in het kader van een beschutte werkplaats).

Wat betreft de medische criteria, moet de arts die belast is met het medisch onderzoek een aanvraag ontvangen van de Afdeling administratie voor een medisch onderzoek. Daarnaast moet hij ook nog een formulier met medische richtlijnen ontvangen dat getekend is door de behandelende arts en de vragenlijst van de ouders.


4. Het nieuwe systeem wordt in fasen ingevoerd

Voor kinderen die geboren zijn vóór 01/01/1996, zijn de medische criteria een onvermogen van minstens 66% en de punten van autonomie, bepaald aan de hand van de BOBI en de autonomiecriteria. De drempel van 66% is de voorwaarde die nodig is voor de toekenning van een bedrag dat afhangt van de punten van autonomie.

Voor kinderen die geboren zijn na 01/01/1996, zijn de medische criteria het aantal punten die behaald worden op de medisch-sociale schaal. Deze schaal bepaalt een getal tussen 0 en 36 punten en een percentage van onvermogen. Een minimum van zes punten of een onvermogen van 66% zijn voldoende voor de toekenning van een bijslag waarvan het bedrag afhangt van het aantal punten.


5. De aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend bij de instelling die de gewone kinderbijslag uitbetaald.

Het aanvraagformulier moet de volgende elementen bevatten : een administratief formulier dat geleverd wordt door de instelling van de kinderbijslag; een formulier met medische inlichtingen (onder gesloten omslag ? medisch geheim) en de bijgevoegde rapporten én een vragenlijst die de familie moet invullen en dat medisch-sociaal formulier wordt genoemd.

U kunt deze formulieren hier afprinten.

U moet deze documenten invullen en onmiddellijk samen terugsturen naar de Afdeling adminsitratie van de uitkeringen aan gehandicapte personen, Zwarte Lievevrouwstraat 3C in 1000 Brussel met de vermelding "Verhoogde Kinderbijslag".

De familie wordt dan opgeroepen door de arts die is aangewezen door de Afdeling administratie voor een gesprek en een medisch onderzoek van het kind. Als het kind zich niet kan verplaatsen, kan het onderzoek ook plaats hebben in de woning van het kind . Een evaluatie kan herzien worden hetzij ambtshalve op een door de arts vastgelegde datum, hetzij op vraag van de ouders of wanneer een nieuw element is opgetreden in de evolutie en de opvolging van het kind.

U kunt beroep aantekenen tegen een beslissing door een verzoekschrift in te dienen bij de Arbeidsrechtbank.

Hoe meer documentatie het dossier bevat, hoe vlugger het onderzoek van start kan gaan en hoe groter de kans is dat er een beslissing genomen wordt die aansluit bij de situatie van het kind!

6. De bedragen

Het bedrag varieert naargelang de leeftijd van het kind en het stelsel waaronder de aanvraag is ingediend. Wanneer een persoon al een verhoogde kinderbijslag krijgt en het nieuwe systeem niet voordeliger blijkt te zijn, dan behoudt die persoon zijn rechten. Die kinderen blijven dus onder het oude systeem vallen tot maximum 3 jaar na de vervaldatum van de lopende beslissing.

7. Betaling

Het resultaat van het onderzoek wordt meegedeeld aan de instelling die de kinderbijslag uitbetaalt. U wordt maandelijks uitbetaald en het bijkomende bedrag wordt bij de gewone kinderbijslag opgeteld.


8. Bijkomende inlichtingen :

Sinds het begin van 2005 beschikt de Directie-generaal voor Personen met een Handicap over een contact center waar alle telefonische oproepen van personen met een handicap gecentraliseerd worden dankzij het centrale nummer 02 507 87 99.

- Federale overheidsdienst sociale zekerheid
  Directie-generaal Personen met een handicap
  Dienst verhoogde kinderbijslag

  Zwarte Lievevrouwstraat 3C
  1000 Brussel
  Tel : 02 507 87 99
  Fax : 02 509 81 85
  Email:  Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
  Website: http://handicap.fgov.be/

- Nationale Dienst voor Kinderbijslag voor Wernemers (NDKW)

  Trierstraat 70
  1040 Brussel
  Tel.: 02 237 21 11
 Website: http://onafts.fgov.be/nl/indexhandicaped.php

- De Nationale Hulpkas is het sociale verzekeringsfonds van het Rijksinstituut voor de Sociale  
  Verzekeringen van de Zelfstandigen, kortweg het RSVZ.

  Jan Jacobsplein 6
  1000 Brussel
  Tel: (02) 546 42 11
  Fax: (02) 511 21 53
  Email: Dit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
  Website: http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/helpagency/index.htm

 

Zoeken

Zich inschrijven voor een nieuwsbrief