Belgisch onderzoek heeft een grote rol gespeeld bij nieuwe ontwikkelingen op het vlak van immuuntherapie. In ons land is, op basis van een huidkanker, het eerste tumoraal antigen MAGE (M staat voor melanoom, AGE voor antigen) geïdentificeerd. Het voorbije decennium hebben onderzoekers nog tal van andere antigenen ontdekt.
Deze antigenen verschijnen op het oppervlak van tal van verschillende kankercellen en niet, tenzij bij uitzondering, in gezonde weefsels. Ze zouden dus een ideaal doel kunnen zijn. Als het mogelijk zou zijn om een immuunreactie te veroorzaken die enkel tegen deze tumorale antigenen is gericht, zouden we over een behandeling beschikken die zich specifiek tegen kanker richt zonder risico voor de gezonde cellen. Vandaar het idee om op basis van deze antigenen een vaccin te ontwikkelen dat niet bestemd is om kanker te vermijden (zoals de vaccins gebruikelijk bij infectieziekten doen), maar wel om een bestaand gezwel te bestrijden. Daarom spreken we van een therapeutisch vaccin.
Er zijn verschillende strategieën mogelijk om de patiënt te immuniseren tegen kanker. Om te beginnen moet een tumormonster uitsluitsel geven of de kankercellen wel degelijk drager zijn van het specifieke antigen dat zal dienen om het vaccin te vormen. Men kan dan het tumoraal antigen kunstmatig aanmaken in het laboratorium om het vervolgens bij de patiënt te injecteren. Het is ook mogelijk om een door genetische manipulatie onschadelijk gemaakt virus te injecteren dat zodanig is aangepast dat het het antigen in kwestie aanmaakt.
Ander interessant alternatief: men neemt bij de patiënt cellen weg waarop het antigen aanwezig is (we hebben gezien dat ze een bepalende rol spelen bij het mobiliseren van de andere immuuncellen tegen een welbepaald antigen) vermits men er in het laboratorium tumoraal antigen aan toevoegt vooraleer ze te injecteren bij de patiënt.
In tegenstelling tot de eerste proeven inzake immuuntherapie gaat het hier om een specifieke en gerichte aanpak. Dat zou de kansen op welslagen gevoelig moeten verhogen.