Beschrijving en functies |
|
|
|
Onze huid heeft verschillende taken:
Onze huid bestaat uit drie lagen. De bovenste laag heet de opperhuid, de middelste de lederhuid en de onderste het onderhuidse bindweefsel (zie illustratie). De opperhuid bestaat grotendeels uit twee typen cellen:
Verder bevinden zich in de opperhuid onder meer pigmentcellen, de melanocyten. De lederhuid bestaat uit bindweefsel, ook wel steunweefsel genoemd. Daarin bevinden zich onder meer: zweetklieren, haarwortels met talgklieren, bloed- en lymfevaten, zintuigcellen en zenuwuiteinden. Het onderhuidse bindweefsel dient hoofdzakelijk als steunweefsel en bestaat voornamelijk uit vetcellen. De basale cellen in de onderste laag van de opperhuid delen zich nog. Daar ontstaan nieuwe huidcellen. In de loop van ongeveer een maand schuiven de nieuwe cellen naar boven en in die tijd veranderen zij van vorm. In het begin zijn zij rond of ovaal, daarna worden zij hoekiger en ten slotte ook platter (plaveiselcellen). Uiteindelijk verhoornen de plaveiselcellen en sterven zij af. Het lichaam stoot dat dood, verhoornd materiaal (hoornlaag) daarna af in de vorm van schilfertjes. De aanmaak van nieuwe cellen en de afstoting van dood materiaal houden elkaar voortdurend in evenwicht. De pigmentcellen of melanocyten bevinden zich eveneens in de onderste laag van de opperhuid. Onder invloed van ultraviolette straling uit bijvoorbeeld zonlicht of ultravioletlampen vormen melanocyten het bruine huidpigment. Een huid die bruint, geeft dat pigment af aan de andere cellen in de opperhuid. Onze haren en nagels groeien vanuit uitstulpingen van de opperhuid, diep in de lederhuid.
|













