Onthaal > Borstkanker: het belang van een kortere radiotherapie

Borstkanker: het belang van een kortere radiotherapie

Afdrukken E-mail

Begin juni werden de resultaten van een klinisch onderzoek,Targit genaamd, voorgesteld op het jaarlijkse congres van ASCO (American Society of Clinical Oncology) in Chicago. Het onderzoek in kwestie draaide rond de analyse van de doeltreffendheid van een radiotherapie tijdens de chirurgische ingreep bij patiënten met borstkanker. Die aanpak zou even doeltreffend zijn als conventionele radiotherapie bij patiëntes na verwijdering van het gezwel, met een gevoelige tijdswinst en een verbetering van hun levenskwaliteit.

Bronnen:The Lancet, Early Online Publications, 05-06-10 ; Communiqué de presse Agence Belgique, 26-05-10

Commentaar van de Stichting tegen Kanker

Dit klinische onderzoek ging van start in 2000 in 28 centra verspreid over 9 landen. Doel was de externe “klassieke” radiotherapie, toegepast op de volledige borst na verwijdering van een kankergezwel, te vergelijken met peroperatieve radiotherapie (radiotherapie tijdens de chirurgische ingreep) in een enkele toepassing gericht op het tumorbed (d.w.z. de plaats zelf waar het gezwel zich bevindt).

Weet wel dat peroperatieve radiotherapie niet bij alle types van borstkanker mogelijk is. Deze aanpak wordt voorgesteld (in het kader van dit klinische onderzoek) na een conservatie borstchirurgie bij patiëntes ouder dan 45 met borstkanker van het type “invasief canalair carcinoom”. Ongeveer 2 232 patiëntes namen deel aan dit onderzoek. Ze werden gedurende 10 jaar gevolgd.

Dit type patiëntes krijgt radiotherapie voorgesteld om het risico op lokale recidieven te verkleinen. De conventionele aanpak bestaat erin deze vrouwen sessies van externe radiotherapie te laten ondergaan gedurende 3 à 6 weken na de chirurgische ingreep. Dit gaat echter niet zonder bijwerkingen (vermoeidheid, brandwonden, letsels aan gevoelige naburige weefsels, enzovoort) en vereist regelmatige verplaatsingen naar het behandelingscentrum.

De Targit proef toont aan dat de doeltreffendheid van een radiotherapie tijdens de chirurgische ingreep even groot is als bij een conventionele aanpak. Na verwijdering van het gezwel dienen de artsen een enkele stralingsdosis toe, gericht op het tumorbed van waaruit zich regelmatig lokale recidieven ontwikkelen. Vervolgens verloopt de operatie normaal met het hechten van de weefsels.

Bovenop het feit dat de peroperatieve radiotherapie slechts een enkele keer dient te gebeuren tijdens de chirurgische ingreep vermijdt men met deze aanpak bijna volledig de bestraling van naburige weefsels zoals het hart, de longen, de slokdarm of de huid. Dat zou moeten toelaten om heel wat bijwerkingen en laattijdige nawerkingen te vermijden.

Als de resultaten bevestigd worden bij een groter aantal patiëntes, zou deze vorm van radiotherapie de nieuwe behandelingsstandaard kunnen worden voor de betrokken vrouwen. Naast het voordeel inzake levenskwaliteit voor deze patiëntes zou peroperatieve radiotherapie ook de werklast van centra voor radiotherapie kunnen beperken, samen met de kost voor de vele “klassieke” radiotherapiesessies.

Laatste update op ( 23-06-2010 )
 

Zoeken