Lymfocyten

De lymfocyten maken deel uit van de familie van de witte bloedlichaampjes (leukocyten) . Deze cellen zitten in:

  • het bloed
  • het beenmerg (waar ze worden aangemaakt)
  • de lymfeweefsels (milt, lymfeklieren)

We onderscheiden twee grote families van lymfocyten

B-lymfocyten staan in voor de aanmaak van antistoffen, of de humorale immuniteit.

T-lymfocyten zijn de bouwmeesters van de celimmuniteit.

Wat doen lymfocyten?

Lymfocyten spelen een hoofdrol in het afweersysteem. Dat verklaart ook waarom hun gehalte in het bloed toeneemt tijdens infecties. De twee types van lymfocyten gebruiken twee verschillende mechanismen om in het geval van kanker een afweerreactie op te wekken.

Wanneer de T-lymfocyten in contact komen met een antigeen (een stof die de identificatie van een indringer of een abnormale cel mogelijk maakt) worden er 'killer' lymfocyten geactiveerd. Met de hulp van andere lymfocyten (de helpers) zullen ze zich eerst vermenigvuldigen. Daarna hechten ze zich aan de ongewenste cellen om dan vernietigende chemische stoffen vrij te geven. Daarom noemt men ze ook 'killer' lymfocyten. 

Ook antigen-presenterende cellen (dendrietcellen, macrofagen, B-lymfocyten) spelen een cruciale rol: ze 'wekken' de lymfocyten (killers en helpers) door ze de antigenen op een bepaalde manier aan te bieden. Ze zorgen er ook voor dat die antigenen duidelijk worden herkend als 'vijanden die uitgeschakeld moeten worden'.