Opsporing van baarmoederhalskanker

Voor wie?

Alle vrouwen zouden zich systematisch op deze kanker moeten laten onderzoeken vanaf hun 25e tot hun 65e

Hoe verloopt de opsporing?

Deze opsporing gebeurt met een uitstrijkje van de baarmoederhals. Dat uitstrijkje is een eenvoudige en pijnloze test die kan worden uitgevoerd door de gynaecoloog of huisarts. Met een klein borsteltje of spateltje neemt die wat cellen weg om ze vervolgens op een glazen plaatje te leggen. Een patholoog onderzoekt ze daarna onder de microscoop.

Om de drie jaar om doeltreffend te zijn 

  • Als het eerste uitstrijkje normaal is, wordt het onderzoek een jaar later herhaald. Als ook het tweede uitstrijkje normaal is, worden de volgende pas om de drie jaar gedaan.
  • Als het ritme wordt onderbroken, begint men van voor af aan.
  • Als het uitstrijkje een afwijking vertoont, kan men sneller overgaan tot een controle-uitstrijkje, een onderzoek van de baarmoederhals met een speciaal vergrootglas (colposcopie) of een biopsie.
    Zo kan een precancereuze afwijking (dysplasie) worden ontdekt en behandeld vóór ze kwaadaardig wordt.

Een preventief vaccin

Een vaccin tegen bepaalde HPV-virussen kan het risico op baarmoederhalskanker tegenwoordig fors verminderen. Die bescherming is echter niet absoluut. Daarom blijft een opsporing noodzakelijk, zelfs bij vrouwen die het vaccin hebben gekregen. 

Meer weten?

 Klik hier voor meer informatie over het vaccin tegen baarmoederhalskanker.

Getuigenissen

Vermoeidheid, vermageren ... Na enkele medische onderzoeken, valt de diagnose: myeloom. Eerst kon Thierri zich er niet bij neerleggen. Maar hij is erin geslaagd om zijn dagelijkse leven toch aan te passen. Vooral de steun van vrienden en familie heeft hem daarbij geholpen. De boodschap van Thierri: hoop!Lees verder