Oorzaken van borstkanker | Stichting tegen Kanker

Borstkanker - Oorzaken

Oorzaken en risicofactoren van borstkanker

Dé oorzaken die borstkanker doen ontstaan zijn niet gekend. Toch zijn er bepaalde risicofactoren die de kans op de ziekte doen toenemen. Zo hebben vrouwen een 100 keer hoger risico op borstkanker dan mannen, en het risico op borstkanker wordt hoger naarmate men ouder wordt. 

Ook als men leeftijd en geslacht in rekening neemt, hebben sommige vrouwen echter een hoger risico op borstkanker dan anderen. Hieronder bespreken we een aantal risicofactoren (waar je niet altijd grip op hebt) waarvan geweten is dat ze het risico op borstkanker verhogen.

Bepaalde hormonale omstandigheden

Onderstaande omstandigheden verhogen je risico op borstkanker licht:

  • nooit kinderen hebben gekregen
  • je eerste kind na je 30e hebben gekregen
  • je eerste maandstonden hebben gekregen vóór 12 jaar

Persoonlijke borst voorgeschiedenis

Een persoonlijke geschiedenis van borstkanker en verschillende niet-carcinomateuze borstaandoeningen zijn een gekende risicofactor voor de ontwikkeling van borstkanker. Daarbij gaat het vooral om lobulair in situ carcinoom, atypische ductale hyperplasie en atypische lobulaire hyperplasie.

Levenswijze

Er is een verband tussen de mogelijke oorzaken van borstkanker en onze levenswijzen. De preventie schuilt dan in:

  • een verminderd alcoholgebruik (maximum 1 consumptie per dag)
  • het vermijden van overtollige kilo's
  • fysieke activiteit
  • evenwichtigere voeding

Die goede gewoontes zijn hoe dan ook goed voor je gezondheid, maar ook vrouwen die al deze goede gewoonte volgen kunnen borstkanker krijgen.

Het is waarschijnlijk dat actief en passief roken het risico op borstkanker bij vrouwen verhoogt. Die resultaten moeten nog bevestigd worden door verder onderzoek.

We kunnen echter met zekerheid stellen dat rooksters tijdens een kankerbehandeling de bijwerkingen van radiotherapie sterker voelen dan niet-rooksters.

De Pil en Hormonale Substitutie Therapie

Hormonale Substitutie Therapie, vaak als HST afgekort, wordt gegeven aan vrouwen die klachten hebben van de menopauze. Het betekent dat men vrouwelijke geslachtshormonen gaat geven aan vrouwen die dergelijke hormonen zelf niet meer maken omdat ze in de menopauze zitten. 

Het is onmiskenbaar dat de pil en HST grote voordelen kunnen bieden op individueel vlak voor de gebruiker. 

Ze houden beide ook een bepaald risico op borstkanker in, maar dit risico moet worden bekeken samen met de voordelen die de pil en HST bieden. Daarom bespreken we de risico’s van beide hieronder iets meer in detail.

De pil

Er bestaan verschillende types van “de pil”, de meeste daarvan bevatten zowel oestrogenen als progestagenen. 

Voor de voordelen van de pil kunt u zich beter laten informeren door uw huisarts of gynaecoloog.

Bij langdurig gebruik van de pil is er tijdens het gebruik een licht verhoogd risico op borstkanker, ongeveer 5 a 10 jaar na de beëindiging van het gebruik is het risico weer genormaliseerd. 

  • Van 10.000 30-jarige vrouwen die de pil niet nemen, zullen elk jaar 0.6 – 0.7 vrouwen per 1.000 vrouwen borstkanker krijgen. Als die 10.000 vrouwen de pil wel zouden nemen, komen er 1 a 2 extra borstkankers bij.
  • Van 10.000 40-jarige vrouwen die de pil niet nemen, zullen per jaar gemiddeld 20 a 21 vrouwen borstkanker krijgen. Als die 10.000 vrouwen de pil wel zouden nemen, komen er 3 a 4 extra borstkankers bij.

Bovenstaande cijfers zijn gemiddelde schattingen, ook andere risico factoren kunnen het individuele risico op borstkanker beïnvloeden. De verhoging van het risico zal kleiner zijn voor laag gedoseerde oestrogeen preparaten, die in de meerderheid van de gevallen worden gebruikt.

Omdat het risico weer normaliseert binnen 5 a 10 jaar na het stopzetten van het gebruik, heeft het gebruik van de pil bijna geen invloed op het risico op borstkanker na de menopauze. 

Voor vrouwen zonder verhoogd risico op borstkanker lijken de voordelen van de pil meestal op te wegen tegen de lichte verhoging van het risico op borstkanker. Bespreek je eigen situatie met je huisarts of gynaecoloog. Dat is tevens belangrijk omdat het gebruik van de Pil ook andere effecten heeft, zoals een licht verhoogd risico op hart- en vaatlijden.

HST

Er bestaan verschillende types van HST, de meeste daarvan bevatten zowel oestrogenen als progestagenen. Bij vrouwen zonder baarmoeder wordt ook HST gebruikt die alleen oestrogenen bevat.

Voor de voordelen van HST kunt u zich beter laten informeren door uw huisarts of gynaecoloog. Voor vrouwen die ernstige klachten van de menopauze hebben, kan HST de levenskwaliteit grondig verbeteren door de klachten te verlichten of zelfs helemaal weg te nemen.

Bij langdurig gebruik HST is er tijdens het gebruik een licht verhoogd risico op borstkanker, ongeveer 5 a 10 jaar na de beëindiging van het gebruik is het risico weer genormaliseerd. 

  • Van 10.000 50-jarige vrouwen die geen HST nemen, zullen per jaar gemiddeld 36 a 37 vrouwen borstkanker krijgen. Als die 10.000 vrouwen wel HST zouden nemen, komen er maximaal 7 a 8 extra borstkankers bij.
  • Van 10.000 60-jarige vrouwen die geen HST nemen, zullen per jaar gemiddeld 40 a 41 vrouwen borstkanker krijgen. Als die 10.000 vrouwen wel HST zouden nemen, komen er maximaal 9 a 10 extra borstkankers bij.
  • Van 10.000 70-jarige vrouwen die geen HST nemen, zullen per jaar gemiddeld 34 a 35 vrouwen borstkanker krijgen. Als die 10.000 vrouwen wel HST zouden nemen, komen er maximaal 8 a 9 extra borstkankers bij.

Bovenstaande cijfers zijn gemiddelde schattingen, ook andere risico factoren kunnen het individuele risico op borstkanker beïnvloeden. De verhoging van het risico zal kleiner zijn voor HST dat alleen oestrogeen bevat, wat echter niet bij iedereen mogelijk is.

Voor vrouwen zonder verhoogd risico op borstkanker maar met ernstige klachten van de menopauze kunnen de voordelen van HST opwegen tegen de verhoging van het risico op borstkanker. Dit moet worden besproken tussen de vrouw en haar huisarts of gynaecoloog. Dat is tevens belangrijk omdat het gebruik van HST ook andere effecten heeft, zoals een licht verhoogd risico op hart- en vaatlijden.

Familiaal voorkomen van borstkanker

In sommige families komen er meer gevallen van borstkanker voor dan men kan verklaren met het toeval alleen. De borstkankers in dergelijke families noemen we “familiale borstkankers”. Dat betekent dat we ervan uit gaan dat een fout in het DNA (genetisch defect) verantwoordelijk is voor het verhoogde risico, maar het is ook mogelijk dat de familieleden worden blootgesteld aan eenzelfde risicofactor. 

Hieronder bespreken we de mogelijke genetische defecten die tegenwoordig kunnen worden opgespoord. Drager zijn van een mutatie op één van deze genen betekent niet dat men met zekerheid kanker zal krijgen, maar dat het risico om kanker te krijgen is verhoogd t.o.v. de algemene bevolking. 

Bij veel families met familiale borstkankers vindt met deze genetische defecten niet. Men gaat er dan meestal vanuit dat er andere, nog onbekende, genetische defecten in het spel zijn.

Het BRCA gen 

Indien een genetisch defect gevonden wordt, gaat het meestal om de genen BRCA1 (het eerste BRCA gen dat ontdekt werd) of BRCA2 (het tweede BRCA gen dat ontdekt werd). 

Deze twee genen spelen in hun normale toestand een rol in DNA herstel, mutaties van een van deze twee genen wijzigen deze functie en doen daardoor het risico op borst- en eierstokkanker gevoelig stijgen. Van 100 BRCA-mutatie dragers zullen tussen de 40 en 65 ook werkelijk borstkanker krijgen.

Andere genen

In 2014 werd het PALB2-gen ontdekt, waarvan de verandering (modificatie, mutatie of verwijdering) het risico op borstkanker ook gevoelig verhoogt (het risico ligt waarschijnlijk 2 tot 4 keer hoger bij dragers, in vergelijking met de algemene bevolking).

 

Nog andere, veel zeldzamere mutaties, doen ook het risico op borstkanker stijgen maar in mindere mate dan de BRCA mutaties. Ze komen soms voor in het kader van syndromen:

  • TP53: mensen met het syndroom van Li Fraumeni vertonen een mutatie van dit gen. Deze patiënten hebben een verhoogd risico op heel wat kankers (borstkanker, leukemie, hersenkanker en verschillende sarcomen).
  • CHEK2: een mutatie van dit gen verhindert het opstarten van het herstelproces van defecte cellen. Anomalieën die andere genen treffen kunnen op die manier ook ontsnappen aan het herstelproces en zich vermenigvuldigen, wat het kankerproces in de hand kan werken.
  • ATM: mensen met ataxia telangiectasia hebben mutaties van dit gen op de beide chromosomen. Het lijkt erop dat vrouwelijke dragers van een mutatie op één enkel chromosoom een verhoogd risico op borstkanker hebben.
  • PTEN: een mutatie van dit gen zien we bij patiënten met het Cowden-syndroom dat aanleg geeft tot verschillende kankers, waaronder schildklierkanker en verschillende borstkanker.
  • STK11/LKB1: een mutatie van dit gen zien we bij mensen met het syndroom van Peutz-Jeghers, een ziekte die aanleg geeft tot dikkedarmkanker, eierstokkanker, teelbalkanker, maar ook borstkanker.
  • CDH1: een mutatie van dit gen zien we bij mensen met erfelijke maagkanker, dat aanleg geeft tot maagkanker en borstkanker.

Zich laten testen?

Als u wilt weten of u genetische aanleg hebt, praat er dan eerst over met uw huisarts of uw gynaecoloog. Hij zal u vragen stellen over uw familiale voorgeschiedenis en u eventueel doorverwijzen naar een oncogeneticus. Let op: deze genetische aanleg kan zowel door mannen als door vrouwen worden doorgegeven aan zowel jongens als meisjes

Ook bij mannen verhogen mutaties van het BRCA2-gen (en in mindere mate van het BRCA1-gen) het risico op borstkanker (zij het een gematigd risico dat nog altijd lager ligt dan dat van om het even welke vrouw).

Om te worden terugbetaald door de sociale zekerheid moeten de genetische testen worden uitgevoerd in één van de 8 Belgische genetische centra (of in de ziekenhuizen die samenwerken met een van deze centra). De eerste genetische test zal altijd (indien mogelijk) worden uitgevoerd bij een familielid dat kanker heeft ontwikkeld: dat geeft het betrouwbaarste resultaat. Daarna wordt bekeken of een genetische test ook nuttig kan zijn voor de familieleden die geen kanker hebben.

De genetische analyse gebeurt op basis van een bloedstaal. De resultaten, die meerdere weken op zich kunnen laten wachten, zullen persoonlijk worden meegedeeld bij de volgende genetische consultatie.

Meer weten: u vindt meer informatie op de website van de “Belgian Society of Human Genetics”.  

Laatst aangepast op: 18/10/2018

Getuigenissen

Véke De Munck
Ik ben geen haar veranderd, behalve mijn haar. En ik leef te graag om toe te geven aan dat beest!!! Carpe diem!!!Lees verder