Colorectale of dikkedarmkanker - Oorzaken

Dikkedarmkanker

De meeste types van dikkedarmkanker treffen mensen die ogenschijnlijk geen bijzondere risico’s, behalve de leeftijd, vertonen. Ze vormen het resultaat van talloze interacties tussen nog te onderzoeken oorzaken, kankerverwekkende stoffen en genetische factoren die mensen vatbaar maken.

Een aantal risicofactoren verhogen de kans op dikkedarmkanker.

  • Er zijn drie nutritionele risicofactoren gekend voor dikkedarmkanker: het gebruik van alcohol, overgewicht en het overmatig gebruik van (rood) vlees en vooral bewerkt vlees. Dat laatste zijn ultraverwerkte voedingsmiddelen waarvan de consumptie zeer bepekt moet blijven.
  • Het gebrek aan lichaamsbeweging verhoogt ook het risico, aangezien fysieke activiteit de darmtransit helpt te versnellen en de contacttijd tussen carcinogene moleculen in de ontlasting en de darmwand te verminderen.
  • Tenslotte is ook tabak een bewezen risicofactor en komt dikkedarmkanker vaker voor bij rokers. Een goede reden om te stoppen met roken!

Fruit, groenten, vezelrijke granen, zuivelproducten en regelmatige lichaamsbeweging behoren tot de beschermende factoren van dikkedarmkanker.

Erfelijkheid

Ook erfelijkheid speelt een belangrijke rol in de oorzaken van darmkanker. De kans op deze ziekte ligt twee tot driemaal zo hoog bij eerstegraadsverwanten van de zieke. Men schat dat 30 percent van de personen met dikkedarmkanker drager zijn van een genetische afwijking (mutatie van een of meerdere bepaalde genen), overgeërfd van één van hun ouders. Deze afwijkingen zijn niet allemaal even belangrijk. Twee derden van deze afwijkingen gaan ook gepaard met een lichte tot middelmatig verhoogde kans op dikkedarmkanker. Men kan dus gemakkelijk drager zijn van een genetische afwijking, zonder ooit de ziekte te krijgen.

Een derde van deze afwijkingen (dat gaat om ongeveer 10 procent van de patiënten) stellen de personen die er drager van zijn, bloot aan een verhoogd risico. Men spreekt dan van “niet-polyposische erfelijke darmkanker” (vroeger syndroom van Lynch genoemd), of iets minder vaak van “adenomateuze familiale polyposis”.

Wanneer zich een dikkedarmkanker voordoet op een leeftijd ver onder het gemiddelde, mag men deze vorm van kanker vermoeden. Verschillende genetische mutaties die verantwoordelijk zijn voor deze ziektes heeft men al kunnen identificeren. Ze hebben één kans op twee om zich generatie op generatie verder te zetten. Dat is de voornaamste reden waarom een genetisch onderzoek aan de familieleden van deze patiënten moet worden voorgesteld. Mensen die drager zijn van het gemuteerd gen staan onder nauwgezet toezicht (vanaf de kinderjaren als het om familiale polyposis gaat) en krijgen, indien nodig, preventieve behandelingen.

Andere risicofactoren

  • De aanwezigheid van adenomen (goedaardige poliepen) op het slijmvlies van de darmen. De meeste dikkedarmkankers ontstaan immers op zulke poliepen. Hoe groter het adenoom, hoe groter de kans op ontaarding ervan. De frequentie van poliepen neemt toe met de leeftijd, net zoals dat bij darmkanker het geval is.
  • Chronische ontstekingsziekten van de dikke darm. Men heeft vastgesteld dat darmkankers vaker voorkomen bij patiënten met een lange voorgeschiedenis van colitis ulcerosa of, in mindere mate, de ziekte van Crohn. Deze kankers kunnen op een gemiddeld vroegere leeftijd ontstaan.
  • Een eerste geval van dikkedarmkanker. Een patiënt die genezen is van een eerste dikkedarmkanker, blijft een verhoogde kans hebben om nogmaals een dikkedarmkanker te krijgen, zonder verband met het eerste geval. Dat geldt vooral voor dikkedarmkanker in het rectum.
Laatst aangepast op: 27/02/2020

Getuigenissen

Heleen Van Acker
Heleen Van Acker, PhD - Fundamental Mandates, laureaten 2019Lees verder