Eierstokkanker - onderzoeken | Stichting tegen Kanker

Eierstokkanker - Onderzoeken

Vroege opsporing van eierstokkanker

Er bestaat op dit moment geen systematische opsporing van eierstokkanker. Vrouwen met een familiaal risico kunnen wel een specifieke opvolging krijgen. Dit wordt geval per geval besproken met de gynaecoloog.

Diagnoseonderzoeken bij eierstokkanker 

Klinisch onderzoek

De gynaecoloog zal gewoonlijk beginnen door zijn handen op je buik te leggen en lichtjes te drukken en zachte klopjes te geven. Zo weet hij of er vloeistof in de buikholte zit en of de eierstok groter is dan normaal. Hij gaat vervolgens over tot een inwendig onderzoek van de vagina (vaginaal toucher) en de endeldarm (rectaal toucher). Die onderzoeken zijn wat vervelend, maar meestal niet echt pijnlijk.

Vaginaal toucher

De dokter brengt één of twee vingers in de vagina in. De andere hand ligt op de buik van de patiënte. Zo kan hij zich een beeld vormen van de ligging en omvang van de baarmoeder en de eierstokken. De gynaecoloog brengt een speculum in om de wand van de vagina en de ingang van de baarmoeder beter te kunnen zien.

Rectaal toucher

De dokter brengt een vinger in het rectum (endeldarm) in. Zo probeert hij het onderste deel van de buikholte en de organen die er liggen te voelen.

Transvaginale echografie

De dokter brengt een staafvormig toestelletje in de vagina, waarmee een echografie wordt gemaakt . Zo krijgt hij een duidelijk beeld van de baarmoeder en de eierstokken en kan hij mogelijke afwijkingen zien. Dankzij de echografie kan hij ook zien of er vloeistof in de buikholte zit en kan hij de hoeveelheid ervan inschatten.

Bloedanalyse

De dokter zal eerst een algemeen bloedonderzoek aanvragen. Hierbij wordt ook gekeken naar de CA125-concentratie in het bloed. Die stof kan worden gesynthetiseerd door de kankercellen van de eierstokken, die ze afscheiden in het bloed.

Die CA125 wordt een 'tumormerker' genoemd. Ze zit in overdreven hoeveelheden in het bloed bij ongeveer 80 % van de patiënten met eierstokkanker.

Als de tumor door de behandeling verkleint of verdwijnt, zal ook de CA125-concentratie in het bloed afnemen en misschien terug normaal worden. De CA125-concentratie wordt dus gemeten om te bepalen of de behandeling vruchten afwerpt, maar ook tijdens controles na afloop van die behandeling. 

Laatst aangepast op: 17/07/2017

Getuigenissen

Vermoeidheid, vermageren ... Na enkele medische onderzoeken, valt de diagnose: myeloom. Eerst kon Thierri zich er niet bij neerleggen. Maar hij is erin geslaagd om zijn dagelijkse leven toch aan te passen. Vooral de steun van vrienden en familie heeft hem daarbij geholpen. De boodschap van Thierri: hoop!Lees verder