Huidkanker (non-melanoom) - onderzoeken

Huidkanker (non-melanomen) - Onderzoeken

Als een patiënt met een huidaandoening bij de arts komt, zal die eerst de ernst van de verandering in de huid beoordelen. Weet hij niet zeker of de afwijking onschuldig is, dan zal hij de patiënt doorverwijzen, meestal naar een huidarts. De specialist kan vaststellen of een bepaalde verandering onschuldig is of aan huidkanker doet denken.

Vermoedt de specialist dat er sprake is van huidkanker, dan zal hij een stukje van het weefsel moeten verwijderen, meestal onder plaatselijke verdoving (biopsie). Heeft de specialist aanwijzingen dat er sprake kan zijn van een melanoom of zijn er duidelijke aanwijzingen dat het om een huidkanker gaat, dan zal hij de tumor meteen in zijn geheel verwijderen. In een laboratorium bekijkt een andere specialist, een patholoog, het verwijderde weefsel onder een microscoop.

Alleen zo ontstaat zekerheid over de aard van de aandoening. Is het kanker, dan kan hij tegelijkertijd vaststellen om welke vorm van huidkanker het gaat.

Getuigenissen

Begin 2012 werd er bij Gustaaf Smans een poliep in de blaas weggenomen. Een routineprocedure eigenlijk, in eerste instantie was er dus niets aan de hand. Tot 4 april. Vlak voor een etentje voor zijn 40ste huwelijksverjaardag moest Gustaaf voor de uitslag nog even langs de uroloog. Het resultaat: kwaadaardige cellen in de blaaswand... en de start van een zware chemobehandeling en een lange revalidatie.Lees verder