Huidkanker (non-melanoom) - onderzoeken

Huidkanker (non-melanomen) - Onderzoeken

Als een patiënt met een huidaandoening bij de arts komt, zal die eerst de ernst van de verandering in de huid beoordelen. Weet hij niet zeker of de afwijking onschuldig is, dan zal hij de patiënt doorverwijzen, meestal naar een huidarts. De specialist kan vaststellen of een bepaalde verandering onschuldig is of aan huidkanker doet denken.

Vermoedt de specialist dat er sprake is van huidkanker, dan zal hij een stukje van het weefsel moeten verwijderen, meestal onder plaatselijke verdoving (biopsie). Heeft de specialist aanwijzingen dat er sprake kan zijn van een melanoom of zijn er duidelijke aanwijzingen dat het om een huidkanker gaat, dan zal hij de tumor meteen in zijn geheel verwijderen. In een laboratorium bekijkt een andere specialist, een patholoog, het verwijderde weefsel onder een microscoop.

Alleen zo ontstaat zekerheid over de aard van de aandoening. Is het kanker, dan kan hij tegelijkertijd vaststellen om welke vorm van huidkanker het gaat.

Getuigenissen

An-Sofie is 27. Delphine nog jonger: 24. Niet meteen het stereotiepe beeld van “patiëntes”. En toch zijn ze dat. Ze kregen alletwee voor hun 25e te horen dat ze een melanoom hadden, de gevaarlijkste huidkanker die er is. Opmerkelijk: als ze toen wisten wat ze nu weten over uv, was het nooit zover gekomen. Vandaag zijn deze levenslustige dames in remissie en ze hebben een boodschap, die op een dag misschien wel jouw leven kan redden: Bescherm jezelf tegen te veel zon!Lees verder