Behandelingen van larynx- of strottenhoofdkanker

Larynx- of strottenhoofdkanker - Behandelingen

De behandeling van invasieve kanker vereist een nauwgezette coördinatie tussen verschillende medische en paramedische disciplines. Afhankelijk van de noden komen er verschillende medische en niet-medische zorgen bij kijken. De therapeutische strategie wordt daarom nooit door één arts beslist. Iedere kankerpatiënt moet worden besproken in een Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC). Daarbij zijn artsen uit verschillende disciplines betrokken samen met experten uit andere vakgebieden (zoals verpleegkundigen, psychologe, diëtisten, enz).

Zo wordt de behandeling dus telkens zoveel mogelijk afgestemd op het individu. De dokters zullen je een behandeling op maat van jouw specifieke situatie voorstellen, waarbij o.a. de volgende elementen meewegen: 

  • het type kanker 
  • het stadium (de omvang) van de kanker; 
  • de algemene gezondheidstoestand van de patiënt.

Types van kankerbehandeling

Er bestaan diverse behandelingen van kanker die afzonderlijk of in combinatie worden toegepast. Afhankelijk van wat de MOC beslist (en dus o.a. van het type kanker), zullen bepaalde van deze behandelingen gekozen worden, maar zelden allemaal:

  • Chirurgie (heelkunde)
  • Chemotherapie
  • Radiotherapie
  • Immunotherapie
  • Hormoonbehandeling
  • Doelgerichte behandelingen

De behandeling van strottenhoofdkanker

Ook voor deze kanker geldt dat de MOC het beste traject zal uitstippelen, toch geven we hieronder een overzicht van de meest gebruikte opties.

De meeste patiënten met strottenhoofdkanker krijgen bestraling en/of een operatie. Die behandelingen zijn gericht op de volledige genezing van de patiënt en worden curatief genoemd. Een adjuvante behandeling heeft als doel een beter eindresultaat te geven als onderdeel van een curatieve behandeling.
Is een behandeling bedoeld om de ziekte te remmen en/of de klachten te verminderen, dan heet ze een palliatieve behandeling.

1. Radiotherapie

Een patiënt kan radiotherapie als enige behandeling krijgen, in combinatie met chemotherapie of als aanvulling op een operatieve verwijdering van het strottenhoofd.

De totale stralingsdosis in één keer geven kan niet. Daarom worden deze behandelingen van strottenhoofdkanker over een langere periode ‘uitgesmeerd’, meestal 4 à 5 keer per week een deel van de dosis. De duur van de radiotherapie kan variëren van 4 tot 7 weken, afhankelijk van de grootte van de tumor.

Tegenwoordig onderzoekt men ook het effect van versnelde bestraling: dezelfde dosis in minder weken, in combinatie met andere stoffen. Men onderzoekt of het effect van de bestraling op de tumorcellen dan beter is en of de stem meer gespaard blijft. Versnelde bestraling vindt momenteel alleen plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Bijwerkingen van de radiotherapie

In de loop van de bestralingskuur zullen een aantal bijwerkingen optreden. Welke en in welke mate hangt vooral af van de grootte van het bestralingsgebied en de hoeveelheid straling. Een aantal bijwerkingen is van tijdelijke aard. Sommige bijwerkingen kunnen echter blijvend last veroorzaken.

  1. Als alleen bestraling plaatsvindt, dus zonder operatie, behoudt de patiënt zijn stem. Die zal ten gevolge van de bestraling voortaan mogelijk minder helder klinken.
  2. Vrijwel alle patiënten met een strottenhoofdkanker krijgen in de loop van de behandelingen last van vermoeidheid, minder eetlust en soms lichte misselijkheid. Na het einde van de bestralingskuur zullen die klachten verdwijnen. De lichamelijke conditie zal langzaam verbeteren.
  3. Een andere tijdelijke bijwerking is irritatie van de huid. Na een aantal bestralingen wordt de huid rood en droger, en ze kan ook stuk gaan. Die klachten zijn het hevigst vlak na het einde van de kuur. Na enkele weken zullen ze afnemen. Soms kan een donkere verkleuring van de huid blijven bestaan. Op de bestralingsafdeling vertelt men de patiënt hoe hij de huid het beste kan verzorgen.
  4. Tijdens de bestralingskuur zal een patiënt last krijgen van een droge mond en keel, vooral als de speekselklieren mee worden bestraald. Dat bemoeilijkt vooral het eten; veel drinken tijdens het eten helpt. Soms kan het nodig zijn om tijdelijk alleen zacht of vloeibaar voedsel te gebruiken. Na de bestralingskuur zullen de klachten wel verminderen, maar soms niet helemaal weggaan.
  5. Als een deel van de slokdarm in het bestraalde gebied ligt, dan kan een patiënt last krijgen van een branderig gevoel tijdens het slikken. Is een dergelijke bijwerking van de bestraling te verwachten, dan krijgt de patiënt het advies om voorlopig geen pittige dranken en etenswaren te gebruiken. Pijn in de keel is te verminderen met medicijnen. Meestal is die bijwerking twee à drie weken na het einde van de radiotherapie verdwenen.

Een bestralingsarts controleert de patiënt tijdens de kuur regelmatig, omdat de bijwerkingen veel van een patiënt kunnen vergen. Vanwege de veel voorkomende problemen met eten is een persoonlijk advies van een diëtist zinvol.
Lees hier meer over radiotherapie in het algemeen.

2. Chirurgie

Een operatie bij strottenhoofdkanker kan bestaan uit een gedeeltelijke of een gehele verwijdering van het strottenhoofd. 

Is de tumor nog klein, dan kan soms een gedeeltelijke verwijdering van het strottenhoofd volstaan. Net als bij behandelingen met radiotherapie kan de patiënt zijn stem dan vaak behouden.

Wanneer een operatie nodig is, zullen de meeste patiënten echter het advies krijgen het gehele strottenhoofd te laten verwijderen: laryngectomie. Soms is vooraf een korte bestralingskuur nodig, maar vaak zal bestraling na de operatie plaatsvinden. Of een bestralingskuur nodig is, hangt af van het weefselonderzoek na de operatie. Bij een laryngectomie worden het strottenhoofd en dus ook de stembanden verwijderd. De patiënt heeft dus geen stem meer.
Lees hier meer over chirurgie in het algemeen.

Tracheostoma

Door de operatie zou een rechtstreekse verbinding ontstaan tussen de keelholte en de luchtpijp, en dat is niet wenselijk. Voedsel zou immers in de longen terecht kunnen komen. Daarom wordt er onder in de hals een opening gemaakt in de huid, een zogeheten tracheostoma. Vervolgens wordt het bovenste uiteinde van de luchtpijp aan de huidranden van die opening gehecht.

Een tracheostoma heeft vooral in het begin de neiging te vernauwen. Om de luchtdoorgang te garanderen plaatst men tijdens dezelfde operatie een buisje (canule) in de stoma om hem open te houden. Na de operatie zal een verpleegkundige de patiënt leren hoe hij de tracheostoma en de canule moet verzorgen. Door de operatie is er geen verbinding meer tussen de mond- en keelholte enerzijds en de luchtpijp anderzijds. In- en uitademen en hoesten kan niet meer via de neus en de mond.

Bijwerkingen van de chirurgie

Een ingrijpende operatie als een laryngectomie brengt veel emoties teweeg. Iedere patiënt zal zich angstig afvragen of hij na de ingreep weer in staat zal zijn met anderen te praten. Daarom krijgt een patiënt al vóór de operatie bezoek van een logopedist.

Voor de operatie beoordeelt de logopedist de wijze van spreken en het stemgeluid van de patiënt. Hij kijkt na hoe de patiënt bij het spreken de tong en het gebit gebruikt. Bij een patiënt met een gebitprothese gaat hij na of die goed past. Een slecht passende prothese kan een belemmering vormen om na de operatie opnieuw te leren spreken.

In veel ziekenhuizen is het gebruikelijk dat een patiënt voor de operatie de mogelijkheid krijgt om een gesprek te hebben met iemand die een laryngectomie heeft gehad. Een gesprek met iemand die uit ervaring weet wat de ingreep betekent, kan een belangrijke steun zijn. Een lotgenoot kan zich goed voorstellen welke vragen er bij een patiënt leven. Bovendien kan een patiënt een indruk krijgen van de mogelijkheden van spreken na de operatie.

De eerste dagen na de operatie zijn voor veel patiënten het moeilijkst. Niet kunnen spreken en alles moeten opschrijven accepteer je niet zonder moeite. Meestal start de spraakrevalidatie nog tijdens het verblijf in het ziekenhuis. Er bestaan verenigingen van laryngectomiepatiënten die u zeer waardevolle informatie kunnen bezorgen en waar u terecht kunt voor steun.

3. Chemotherapie

Artsen combineren steeds vaker behandelingen met radio- en chemotherapie bij patiënten met uitgezaaide strottenhoofdkanker. Chemotherapie wordt soms vóór (neoadjuvante behandeling) of na de chirurgische ingreep (adjuvante behandeling) gebruikt.

Chemotherapie bij strottenhoofdkanker kan ook een palliatieve behandeling zijn voor patiënten bij wie de ziekte in een gevorderd stadium ontdekt wordt of bij wie nieuwe tumorcellen in het eerder behandelde gebied zijn vastgesteld, terwijl andere behandelmethoden niet meer mogelijk zijn.

Bijwerkingen van de chemotherapie

Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Als gevolg daarvan kunnen onaangename bijwerkingen optreden, zoals braken, darmstoornissen, zweertjes in de mond, haaruitval, vermoeidheid, misselijkheid en verhoogd risico op infecties. 

Lees hier meer over chemotherapie in het algemeen

4. Doelgerichte behandelingen

Deze behandelingen zijn het resultaat van onderzoeken en blokkeren een specifiek 'doelwit' in de kankercellen of in andere cellen. Deze 'doelwitten' bevinden zich echter niet in alle cellen. Men moet dus allereerst de aanwezigheid van het doelwit controleren vooraleer deze behandeling van strottenhoofdkanker overwogen kan worden.

Cetuximab is een monoklonaal antilichaam dat zich richt op de epidermale groeifactorreceptor (EGFR) en deze blokkeert. Deze receptor wordt overgeproduceerd aan het oppervlak van sommige tumorcellen. Het wordt gebruikt in combinatie met radio- of chemotherapie voor de behandeling van hoofd- en halskankers, waaronder sommige gevallen van strottenhoofdkanker.

Lees hier meer over doelgerichte therapie in het algemeen.

5. Laserbehandeling

Het is mogelijk tumorweefsel plaatselijk te vernietigen met een bepaald soort lichtstralen, laser genoemd. Laserbehandeling wordt bij strottenhoofdkanker slechts zelden toegepast, namelijk:

  • als de tumor in een zeer vroeg stadium wordt ontdekt;
  • als de tumor bij terugkeer van de ziekte zeer klein is;
  • als een strottenhoofdtumor de luchtweg door zijn afmeting dreigt af te sluiten, al zal dan wel eerst een operatie plaatsvinden.
Laatst aangepast op: 17/11/2017

Getuigenissen

Hoe reageer je als een dokter je vertelt dat je ongeneeslijk ziek bent? Johan was eerst kapot van het nieuws. Maar hij besloot om door te zetten, te blijven vooruitgaan, om contact te houden met alle mensen om hem. Deze positieve benadering helpt hem om te blijven volhouden.Lees verder