Lymfesysteem | Stichting tegen Kanker

Lymfoom - Lymfesysteem

De term lymfesysteem verwijst naar alle lymfevaten en -weefsels die

  • een rol spelen in het afweersysteem 
  • de weefsels draineren

Het lymfeweefsel groepeert alle klieren en organen waar de meeste lymfocyten en andere cellen van het afweersysteem zitten.

Lymfeklieren

Werking van het lymfesysteem

Lymfevaten zijn kanalen gevuld met lymfevocht uit de weefsels. Dat lymfevocht is een kleurloze vloeistof, het resultaat van een bloedfiltering, die het door het lichaam aangemaakte afval vervoert. 

In het lymfevocht zitten ook witte bloedlichaampjes. Via steeds breder wordende kanalen komt het lymfevocht uit in de bloedsomloop. Vóór het in het bloed terechtkomt, doorkruist het minstens één lymfeklier.

De lymfeklieren zijn de zuiveringsstations van het lymfesysteem. Ze maken ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen onschadelijk. Bovendien filteren ze het afval in het lymfevocht. De lymfeklieren zitten op diverse plaatsen in ons lichaam:

  • in de hals
  • in de oksels
  • langs de luchtpijp
  • dicht bij de longen
  • dicht bij het darmkanaal en achter aan de buikholte
  • in de bekkenzone
  • in de lies

Met lymfeweefsel bedoelt men alle lymfeklieren en bepaalde weefsels aan

  • de keelholte (farynx)
  • de luchtwegen
  • de milt
  • de darmwand
  • het beenmerg

Het lymfeweefsel bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes, lymfocyten genoemd.

De lymfocyten worden aangemaakt in het beenmerg, de lymfeklieren en de milt. Ze circuleren in het lymfevocht en het bloed. De lymfocyten spelen een belangrijke rol in de strijd tegen microben en de productie van afweerstoffen.

Laatst aangepast op: 9/11/2016

Getuigenissen

“Toen mijn vrouw onlangs te horen kreeg dat ze borstkanker heeft, kwam de ziekte opeens wel heel dichtbij… Nochtans steunen we de Stichting al jaren, omdat we het belangrijk vinden een steentje bij te dragen en omdat de Stichting op een ethisch verantwoorde manier fondsen werft. Ik was dan ook meteen gewonnen voor het concept ‘Vriend van de Stichting’. Als je als Stichting weet waarop je kan rekenen, kun je beter plannen en nog meer vooruitgang helpen boeken. Het gaat maar om een klein bedrag, maar alle beetjes helpen.”Lees verder