Doelgerichte behandelingen

Wat zijn doelgerichte behandelingen?

Doelgerichte therapie (in het Engels targeted therapy) is een behandeling die mikt op specifieke doelwitten.

Hoe werken doelgerichte behandelingen?

Er bestaan verschillende types doelgerichte therapie en ze werken allemaal anders. Hieronder leggen we die werking uit op twee manieren: eerst delen we in op basis van de grootte van de werkzame stof en daarna leggen we het uit in functie van het effect van het geneesmiddel.

De grootte van de werkzame stof

De werkzame stof is het deel van het geneesmiddel dat het effect gaat veroorzaken doordat het gaat binden aan het doelwit. Vaak gaat het om een doelwit dat ook bij normale cellen aanwezig is, maar dat in veel grotere hoeveelheid bij de kankercel voorkomt. De doelgerichte behandelingen hebben daarom vooral effect op de kankercellen.

Elke cel wordt omgeven door een celmembraan, en grote werkzame stoffen kunnen daar niet door. Grote werkzame stoffen moeten hun doelwit daarom buiten de cel of op de cel hebben, terwijl de kleine geneesmiddelen hun doelwit kunnen hebben in de cel omdat zij wel door de membraan kunnen.

Grote werkzame stoffen

Meestal zijn dit antilichamen die in het laboratorium ontwikkeld zijn:

  • Antilichamen die aan hun doelwit binden op de celmembraan (bv EGFR)

Je kunt deze producten herkennen aan hun stofnaam. De naam van deze middelen eindigt namelijk op “-mab”. Dat staat voor “monoklonaal antibody” (Engels voor antilichamen). Voorbeelden van dit type doelgerichte therapie: trastuzumab, bevacizumab, cetuximab, panitumumab , denosumab, rituximab, nivolumab, ipilimumab.

  • Antilichamen die aan hun doelwit binden in de bloedbaan

Een groeiende tumor heeft veel voeding nodig. Daarom moeten er nieuwe bloedvaten naar de tumor worden aangelegd. De vorming van nieuwe bloedvaten heet angiogenese. De producten die de vorming van die nieuwe bloedvaten afremmen heten de angiogenese-remmers. Ze kunnen dat op twee manieren doen: de groeifactoren gaan wegvangen in de bloedbaan de factoren die de groei stimuleren van nieuwe bloedvaten om de tumor te voeden.

Kleine werkzame stoffen

Een ‘Kleine werkzame stof’ wordt in het Engels ook wel small molecule genoemd. Ze kunnen passeren doorheen de celmembraan en daarom een doelwit binden dat in de cel zit.

Er zijn veel geneesmiddelen die door de celmembraan kunnen gaan en dat zijn niet allemaal doelgerichte behandelingen. Als we het hebben over doelgerichte therapie, gaat het vaak om middelen die een bepaalde functie van de cel blokkeren en waarvan de naam eindigt op '-ib', wat staat voor 'inhibitie'. Ze worden ingedeeld in een aantal groepen, afhankelijk van welk cel proces ze blokkeren. Hieronder een aantal groepen:

  • tyrosine kinase inhibitoren (naam eindigend op tinib, bv imatinib, erlotinib, sunitinib, gefitinib)
  • PARP inhibitoren (naam eindigend op parib, bv olaparib)
  • cycline kinase inhibitoren (naam eindigend op ciclib, bv palbociclib)
  • proteosome inhibitoren (naam eindigend op zomib, bv)

Het effect van de werkzame stof

Nadat het doelgerichte geneesmiddel bindt aan het doelwit kunnen er een aantal effecten optreden:

  • de celgroei remt af
  • de cel sterft af
  • de kankercel wordt zichtbaar voor het immuunsysteem
  • de vorming van nieuwe bloedvaten wordt geblokkeerd

De celgroei remt af

De binding zal de groei van de cellen afremmen, maar niet de cellen doden. Een voorbeeld is trastuzumab.

De cel sterft af

  • Alle cellen in ons lichaam zijn geprogrammeerd om op een bepaald moment een normale dood te sterven. Kankercellen kunnen die programmatie afzetten. Bepaalde doelgerichte geneesmiddelen zullen de geprogrammeerde celdood terug aanzetten.
  • Als men een toxische stof verbindt aan het doelgerichte geneesmiddel, zal de kankercel sterven na de binding met het doelwit. De toxische stof kan bijvoorbeeld radioactief zijn of een chemotherapeuticum. Deze methode wordt soms ook “gelokaliseerde chemotherapie” of “gelokaliseerde radiotherapie” genoemd.

De kankercel wordt zichtbaar voor het immuunsysteem

Door de binding van het doelgerichte geneesmiddel wordt de kankercel beter zichtbaar voor het immuunsysteem. Vervolgens wordt de kankercel op de normale manier door het immuunsysteem vernietigd. Voorbeelden zijn blinatumomab (bij bepaalde types acute lymfatische leukemie) en rituximab (bij bepaalde types van non-Hodgkin B-cell lymphoom en chronisch lymfatische leukemie). Deze groep wordt vaak bij immunotherapie ingedeeld, en soms bij doelgerichte therapie. Meer informatie hierover vind je in onze folder “immunotherapie”.

De vorming van nieuwe bloedvaten wordt geblokkeerd.

Kankercellen hebben veel voeding en zuurstof nodig om te groeien. De tumor moet er daarom voor zorgen dat er nieuwe bloedvaten ontstaan (angiogenese).

Angiogeneseremmers zijn een groep van geneesmiddelen die de vorming van nieuwe bloedvaten tegen gaat, zodat de tumor als het ware verstikt wordt. Voorbeelden van angiogeneseremmers zijn bevacizumab, sunitinib. Deze geneesmiddelen werken dus niet in op de kankercel zelf, maar op het weefsel errond.

 

Hoe worden doelgerichte behandelingen gegeven?

Als doelgerichte therapie gebruikt wordt, is dat meestal als aanvulling op de klassieke behandelingen (chemo, radio, chirurgie) maar monotherapie is ook mogelijk (er worden geen andere behandelingen gegeven).

De antilichamen (grote werkzame stof) worden geïnjecteerd. De middelen die de cel in gaan (kleine werkzame stof) worden meestal als pil genomen.

Voor welke kanker worden doelgerichte behandelingen gegeven?

Het is belangrijk om te begrijpen dat doelgerichte therapie niet voor elke kanker kan worden ingezet.

  • Voor sommige kankers bestaat er al een doelgerichte therapie, maar voor vele kankers is die er nog niet.
  • Als één patiënt met een bepaalde kanker doelgerichte therapie heeft gekregen (bv nierkanker) dan betekent dat niet dat een andere patiënt met die kanker ook doelgerichte therapie kan krijgen. Soms is doelgerichte therapie namelijk alleen geschikt voor bepaalde gevallen van één type kanker.

Doelgerichte therapie is momenteel al een deel van de standaardbehandeling voor sommige vormen van: maagkanker, blaaskanker, hersentumoren, borstkanker, baarmoederhalskanker, darmkanker, hoofd- en halskankers, nierkankers, leukemie, leverkanker, longkanker, lymfomen, multiple myeloom, eierstokkanker, alvleesklierkanker, prostaatkanker, huidkanker, schildklierkanker. Dit evolueert echter heel snel. Je arts kan je meer informatie geven, of je kunt op deze site een kijkje nemen: www.cancer.gov

Bestaat er voor uw type kanker nog geen doelgerichte therapie? Dan kan het zijn dat er wel een studie lopende is waarin een nieuwe doelgerichte therapie wordt onderzocht. De Stichting tegen Kanker heeft een aparte folder over klinische studies, beschikbaar op onze website.

Welke bijwerkingen zijn er?

Algemeen genomen veroorzaken de doelgerichte middelen minder bijwerkingen dan chemotherapie omdat ze op een andere manier hun doelwitcellen “uitkiezen”.

Chemotherapie beschadigt het genetisch materiaal van snel delende cellen waardoor die gedood worden. Omdat kankercellen snel delende cellen zijn, wordt de kankercel aangevallen. Jammer genoeg zijn er ook normale snel delende cellen zoals bijv haarwortels en cellen van het maag-darm kanaal. De chemotherapie zal ook die normale snel delende cellen aanvallen, wat veelvoorkomende bijwerkingen zoals haarverlies veroorzaakt. Gelukkig zijn die normale cellen meestal in staat om zich te herstellen, terwijl dat bij de kankercellen niet zo is.

De doelgerichte therapie werkt alleen op cellen met een specifiek doelwit, en de therapie wordt zo uitgekozen dat men een doelwit treft dat bijna alleen op kankercellen voorkomt. Toch kunnen er ook bij doelgerichte therapie bijwerkingen optreden, maar vaak andere bijwerkingen dan bij chemotherapie, en ook minder frequent.

Het is aangewezen om aan uw arts te vragen welke bijwerkingen kunt verwachten en waar u op moet letten. Hieronder geven we een opsomming van de meest voorkomende bijwerkingen van doelgerichte therapie, de lijst is niet compleet en het is mogelijk dat u weinig of geen bijwerkingen zal krijgen. De lijst staat in alfabetische volgorde, de volgorde zegt niets over de mate waarin ze voorkomen. Merkt u een nieuwe bijwerking? Contacteer uw arts, samen kunnen jullie dan bekijken wat eraan gedaan kan worden.

  • Blauwe plekken (zonder dat u hard bent gevallen of zich hebt gestoten)
  • Bloed in de ontlasting of in de urine
  • Bloedarmoede (vermoeidheid, hartkloppingen, duizeligheid, wazig zien, bleekheid)
  • Diarree
  • Gewrichtspijn
  • Hand-voet syndroom
  • Hoge bloeddruk
  • Hormonale verandering
  • Huiduitslag
  • Kleine rode plekjes op de huid
  • Koorts
  • Moeheid
  • Ontkleuring van het haar
  • Verminderde eetlust
  • Vermoeidheid
  • Wondjes die niet goed helen wanneer u zich verwond
Laatst aangepast op: 15/10/2020

Getuigenissen

Anja
Iemand die je nodig heeft ondanks je beperkingen,dat heeft je kracht om door te gaanLees verder