Radiotherapie

Wat is het?

Radiotherapie of bestraling is een vorm van kankerbehandeling die gebruik maakt van hoogenergetische deeltjes of golven bedoeld om kankercellen te vernietigen of beschadigen.

De meeste kankers kunnen met radiotherapie worden behandeld. De optie wordt echter niet overwogen in geval andere behandelingen beter zijn of het type kanker niet gevoelig is aan bestraling.

Hoe werkt het?

De stralen doden de kankercellen via beschadiging van hun genetisch materiaal, waardoor de cellen niet langer kunnen delen en de tumor krimpt. Helaas kan radiotherapie ook de gezonde cellen die rond het behandelde gebied liggen, aantasten. Nieuwe technieken hebben als doel de nauwkeurigheid van de stralenbundel die gebruikt wordt bij radiotherapie te verhogen, zodat minder normale cellen beschadigd worden.

Radiotherapie kan gebruikt worden om de oorspronkelijke (primaire) kanker te behandelen of op plaatsen waar de kanker uitgezaaid (gemetastaseerd) is, bijvoorbeeld in de beenderen.

Radiotherapie kan ook gebruikt worden om kankersymptomen te verlichten. Specifieke problemen die veroorzaakt worden door kanker, zoals pijn of bloedingen, kunnen op die manier behandeld worden. Bestraling kan ook tumoren doen krimpen wanneer ze tegen andere organen, zoals de hersenen of het ruggenmerg, drukken, wat verlies van normale functies kan veroorzaken en bijvoorbeeld tot verlamming leiden.

Radiotherapie biedt mogelijkheden voor iedereen met kanker, in ieder stadium of in combinatie met welk type van behandeling dan ook. Het is zeer belangrijk voor patiënten met een gevorderde ziekte.

Radiotherapie is mogelijk de enige kankerbehandeling, maar kan ook samen met een andere therapie of andere therapieën gegeven worden.

Het radiotherapieteam

Het radiotherapieteam wordt geleid door een radiotherapeut, dat is diegene die de behandeling voorschrijft en coördineert. Samen met verschillende artsen, apothekers, maatschappelijk werkers, voedingsdeskundigen of diëtisten, fysiotherapeuten, psychologen etc. maakt het radiotherapieteam op zijn beurt deel uit van het Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC). Het MOC is een overleg tussen de betrokken zorgverstrekkers met betrekking tot de individuele patiënt. Door het samenleggen van de kennis en expertise van zorgverleners uit verschillende disciplines, wordt een specifiek diagnostisch en therapeutisch plan opgesteld.

Wanneer wordt het gebruikt?

Iedere behandeling is individueel; er bestaan nationale en internationale aanbevelingen, maar individuele aanpassingen zijn mogelijk.

Radiotherapie kan de enige kankerbehandeling zijn die gebruikt wordt, maar meestal wordt ze gecombineerd met één of meerdere andere therapieën.

  • Neo-adjuvante radiotherapie: Radiotherapie die vóór de operatie gegeven wordt om de tumor te doen krimpen zodat hij gemakkelijker chirurgisch verwijderd kan worden.
  • Adjuvante radiotherapie: Ná de operatieve verwijdering van een tumor kan radiotherapie gebruikt worden om eventueel lokaal achtergebleven kankercellen te elimineren.
  • Chemoradiotherapie: Radiotherapie kan gelijktijdig met chemotherapie gegeven worden om het effect ervan te versterken.

Hoe wordt het toegediend?

Radiotherapie bestaat in drie vormen: externe radiotherapie (van buiten uit het lichaam), brachytherapie (binnenin het lichaam) en radio-isotopen therapie (maakt gebruik van radioactieve stoffen). Je kan één enkele vorm van radiotherapie krijgen of een combinatie van verschillende vormen.

Externe radiotherapie (Uitwendige radiotherapie)

Externe radiotherapie maakt gebruik van materiaal vergelijkbaar met een grote röntgenmachine. Het richt de stralen van buiten het lichaam op de kanker en wordt toegediend als een serie van korte, dagelijkse behandelingen. Voor de behandeling wordt een simulatie-sessie gepland, ondersteund door tests en scans. Tijdens deze sessie wordt de te bestralen plaats bepaald. De feitelijke behandeling is kort en normaal gezien voelt u er niets van.

Hoe verloopt deze behandeling?

Fase 1: eerst wordt de behandelingszone heel nauwkeurig afgebakend.

Fase 2: de radiotherapeut, bijgestaan door een fysicus en een dosimetrist, berekent de nodige stralingsdosis en plant de sessies. 

Fase 3: de behandeling wordt toegediend. Deze behandeling wordt over verschillende sessies gespreid. 

Hoe lang duurt de behandeling?

Elke bestralingssessie duurt één tot vijf minuten.

Waar sommige mensen slechts één of enkele behandelingen of sessies nodig hebben, hebben de meeste mensen nood aan radiotherapie gedurende vijf dagen per week over een periode van vijf tot acht weken.

Waar ga ik naartoe om externe radiotherapie te krijgen?

Externe radiotherapie wordt meestal in een ziekenhuis toegediend.

Mogelijke vragen die u aan de radiotherapeut of aan het personeel dat u bijstaat, kan stellen:

  • Wat is het doel van de behandeling?
  • Hoe verwacht u dat mijn kanker zal reageren op de behandeling?
  • Hoeveel sessies zal ik krijgen?
  • Hoe lang zal de volledige behandeling duren?
  • Kan ik nog andere therapieën krijgen na de radiotherapie, zoals chirurgie?
  • Zal ik meer behandelingsopties hebben?
  • Welke zijn de bijwerkingen van de behandeling?
  • Wat kan ik doen om deze te verzachten?
  • Wanneer zullen deze verschijnen?
  • Kan ik permanente schade verwachten van deze therapie?
  • Zijn er symptomen die ik meteen dien te rapporteren?

Zal ik radioactief zijn?

Externe radiotherapie maakt u niet radioactief. Het is veilig om bij andere mensen te zijn tijdens de looptijd van uw behandeling en ook nadien.

Verschillende types uitwendige radiotherapie

De conformationele 3D radiotherapie

De meest gebruikte techniek voor externe radiotherapie is vandaag de conformationele 3D radiotherapie (driedimensionaal). Dankzij deze techniek kan men het bestraalde volume zo goed mogelijk laten overeenkomen met het volume van de tumor.

Er wordt gewerkt op basis van 3D-beelden van de tumor en de aangrenzende organen. Deze beelden worden meestal met een scanner gemaakt. Met software kan men daarna in 3D de vorm van de stralingsbundels en de verdeling van de stralingsdosissen simuleren.

Voordelen van deze techniek

Het is mogelijk doeltreffende dosissen af te leveren en de blootstelling van gezonde weefsels te beperken.

Beeldgestuurde radiotherapie

Deze techniek maakt een controle mogelijk van de precieze behandelingszone per sessie, dankzij radiologisch materiaal dat in de deeltjesversneller zit.

Stereotaxische radiotherapie

Een uiterst nauwkeurige techniek die ook 'radiochirurgie' wordt genoemd. Ze maakt gebruik van microbundels die in één punt samenkomen om heel kleine volumes met een hoge dosis te bestralen.  Ze wordt gebruikt om bijvoorbeeld bepaalde hersentumoren te behandelen.

Tomotherapie

Het toestel draait in een spiraal rond de patiënt terwijl de radiologietafel zich in de lengte verplaatst.

Die techniek is gericht op de behandeling van tumoren die zo moeilijk gelegen zijn dat een 'klassieke' radiotherapie onmogelijk is.

Cyberknife®

Bij deze nieuwe radiochirurgische techniek houdt een robot een kleine lineaire versneller vast en verplaatst zich in alle mogelijke richtingen. Zo kan de bestralingsdosis precies worden gericht en blijft de impact op het omliggende gezonde weefsel beperkt.

Die techniek is gericht op de behandeling van tumoren met een beperkte grootte en tumoren met een ligging die geen 'klassieke' radiotherapie toelaat.

Protontherapie

Terwijl de meeste radiotherapietoestellen foton- of elektronbundels voortbrengen, maakt deze techniek gebruik van een protonbundel. Het gebruik van protonen maakt het mogelijk om

de bestralingsdosis in de gezonde weefsels die door de stralen worden doorkruist te verminderen. Protontherapie is nog volop in ontwikkeling en wordt momenteel nog niet algemeen toegepast.

Intensiteitsgemoduleerde radiotherapie

Deze techniek is een type conformele radiotherapie. Hierbij worden stralenbundels zo gevormd dat ze het gebied van de kanker zeer specifiek bereiken. Het tumorweefsel krijgt hierdoor een zeer hoge dosis stralen, terwijl het nabijgelegen, gezonde weefsel een veel lagere dosis ontvangt en dus zo veel mogelijk gespaard blijft.

Interne radiotherapie  (Brachytherapie, Curie therapie)

Bij dit type radiotherapie wordt het radioactieve materiaal (goed afgezegeld) in het lichaam geplaatst in of nabij de kanker.

Er bestaan verschillende types implantaten, zoals dunne tubes, naalden, zaden, capsules of staafjes. Het type implantaat dat gebruikt wordt, hangt af van het kankertype.

Hoe lang duurt de behandeling?

Sommige implantaten bestralen het lichaam in slechts enkele minuten.

Andere types van implantaten worden gedurende één tot zes dagen op eenzelfde plaats gelaten. U zult waarschijnlijk een tijdje in het ziekenhuis verblijven. De intensiteit van de bestraling kan hoog of laag zijn. Sommige mensen hebben kleine implantaten die permanent op een plaats blijven zitten. Dat is een gebruikelijke behandeling voor prostaatkanker.

Wanneer de bron van de bestraling permanent blijft zitten, is de intensiteit van de bestraling laag. In dat geval lijkt de bestralingsbron op een zaadje dat wordt ingeplant, waardoor het een bestralingsperiode van ongeveer drie maanden kan leveren. Na een bepaalde periode zal het implantaat geen straling meer afgeven.

Waar moet ik naartoe om brachytherapie te krijgen?

Niet elk ziekenhuis maakt gebruik van brachytherapie, het type behandeling bepaalt of u wordt opgenomen of dat het via daghospitalisatie kan.

Mogelijke vragen die u aan de radiotherapeut of aan het personeel dat u bijstaat, kan stellen:

  • Wat is het doel van de behandeling?
  • Hoe verwacht men dat mijn kanker zal reageren op de behandeling?
  • Word ik geacht in het ziekenhuis te blijven? Hoe lang?
  • Hoe lang zal de volledige behandeling duren?
  • Kan ik bezoek krijgen?
  • Welke zijn de bijwerkingen van de behandeling?
  • Wat kan ik doen om deze te verzachten?
  • Wanneer zullen deze verschijnen?
  • Zijn er permanente bijwerkingen te verwachten?
  • Hoe gaat u de bestralingsbronnen opvolgen nadat de behandeling afgelopen is? (In het geval dat ik permanente bestralingsbronnen ingeplant krijgt)
  • Zijn er bijwerkingen die ik meteen dien te rapporteren?

Zal ik radioactief zijn?

Bij brachytherapie kan de straling het oppervlak van het lichaam bereiken.

Eens het implantaat verwijderd is, is de radioactiviteit ook verwijderd en is het veilig om met anderen om te gaan.

Als u een permanent implantaat heeft, kan het mogelijk zijn dat u voor de eerstvolgende dagen in een geïsoleerde ruimte dient te blijven. Het implantaat wordt elke dag minder radioactief. Tegen de tijd dat u thuis bent, zal de bestraling in uw lichaam zwak zijn en zal het veilig zijn om bij anderen te vertoeven, maar contact met kinderen en zwangere vrouwen dient nog steeds beperkt te worden gedurende een bepaalde periode.

Verschillende types brachytherapie

Endocurietherapie of interstitiële curietherapie
De radioactieve bronnen worden aangebracht binnenin de te bestralen weefsels (huid, lip, tong, anus, prostaat enz.).
Endocavitaire of contactcurietherapie of plesiocurietherapie
De bronnen worden aangebracht in een natuurlijke holte, en met direct contact met tumor (vagina, baarmoeder, neus-keelholte enz.).
Endoluminale curietherapie
De bronnen worden aangebracht in een holte met een kleine doormeter (slokdarm, longpijp, galkanaal).
Metabolische curietherapie
De radioactieve substanties in vloeibare vorm worden oraal of intraveneus toegediend en gaan zich vastzetten in het doelweefsel (schildklier).

Radio-isotopen therapie (Immunocurietherapie)

Radio-isotopen therapie is een type radiotherapie dat gebruik maakt van radioactieve stoffen, zoals radioactief jodium (131 l). De radioactieve stof kan gebonden zijn aan  een monoklonaal antilichaam . Radio-isotopen therapie kan via de mond toegediend worden of geïnjecteerd worden in het lichaam. De stoffen verplaatsen zich via het bloed met als doel de tumorcellen te bereiken en te doden door ze lokaal te bestralen.

Radio-isotopen therapie kan met een zekere precisie de straling richten op dat deel van het lichaam waar ze moeten werken. Wanneer de radioactieve stof gebonden is aan een monoklonaal antilichaam, spreekt men van tumorgerichte radio-isotopen therapie. Dit heeft als voordeel dat de radioactieve stof op een nog preciezere manier kan bestralen.

Hoe lang duurt de behandeling?

Radio-isotopen therapie wordt toegediend als een eenmalige interventie, maar u dient mogelijk enkele dagen in een speciale ruimte in het ziekenhuis te blijven nadat de radioactieve bronnen ingeslikt of geïnjecteerd werden. Radio-isotopen therapie kan soms ambulant gegeven worden.

Waar moet ik naartoe om radio-isotopen therapie te krijgen?

U krijgt radio-isotopen therapie in een speciale ruimte in een ziekenhuis dat radio-isotopen therapie aanbiedt. Het radiotherapie team moet u voldoende informeren.

Mogelijke vragen die u aan de uw behandelende dokter of aan het personeel dat u bijstaat, kan stellen:

  • Wat is het doel van de behandeling?
  • Hoe verwacht men dat mijn kanker zal reageren op de behandeling?
  • Hoe lang zal ik deze behandeling krijgen?
  • Kan ik bezoek krijgen?
  • Wat kan ik doen om het blootstellen van mijn vrienden en familie aan bestraling te vermijden?
  • Hoe lang moet ik deze maatregelen treffen?
  • Welke zijn de bijwerkingen van de behandeling?
  • Wat kan ik doen om deze te verzachten?
  • Wanneer zullen deze optreden?
  • Zijn er bijwerkingen die ik meteen dien te rapporteren?
  • Kan ik andere medicatie innemen terwijl ik chemotherapie onderga?

Zal ik radioactief zijn?

Bij radio-isotopen therapie zullen sommige lichamelijke vloeistoffen, zoals speeksel, zweet en urine tijdelijk radioactief zijn. Na enkele dagen is de bestraling grotendeels weg, maar tot het zo ver is, moet u bepaalde veiligheidsmaatregelen of voorzorgen nemen, vooral om bezoekers (kinderen en zwangere vrouwen) te beschermen.

Welke zijn de bijwerkingen?

Radiotherapie doodt kankercellen in het behandelingsgebied. Daarbij kunnen echter ook gezonde cellen worden beschadigd, de hoeveelheid schade aan gezonde cellen hangt af van het lichaamsdeel dat behandeld wordt, van de totale stralingsdosis en van de wijze waarop die gegeven wordt.

Het is de schade aan de gezonde cellen die de bijwerkingen veroorzaakt. De meeste bijwerkingen beginnen een paar weken (de tweede of derde week) na het opstarten van de radiotherapie en verdwijnen enkele weken nadat deze afgelopen is. Sommige bijwerkingen blijven echter maanden of jaren na de behandeling bestaan, zoals huidverandering, verandering van haartextuur, permanent haarverlies, kleine rode vaattekeningen door blijvende bloedvatverwijding (teleangiëctasieën), onvruchtbaarheid na bestraling eierstok-/ teelbalregio, en blokkade van de lymfedrainage met zwelling van de ledematen als gevolg.

De meest algemene bijwerkingen van radiotherapie zijn vermoeidheid en een vermindering van eetlust. Bijwerkingen van radiotherapie variëren erg en hangen af van het gebied van het lichaam dat behandeld wordt. Twee mensen die dezelfde behandeling hebben, kunnen er anders op reageren. Reacties kunnen ook variëren van de ene periode van radiotherapie tot de andere. Het hebben van bijwerkingen betekent niet dat de radiotherapie goed werkt en het omgekeerde is ook niet waar. Om de werkzaamheid van de therapie te bevestigen, moeten dokters speciale onderzoeken doen.

Bijwerkingen die geassocieerd worden met radiotherapie kunnen zijn:

  • Zich moe en lusteloos voelen
  • Verlies van eetlust
  • Huidproblemen
  • Haarverlies
  • Misselijkheid
  • Diarree
  • Problemen i.v.m. seksualiteit en vruchtbaarheid
  • Pijnlijke mond en tandvlees
  • Problemen aan het gezicht, de mond, de nek en de borstkas

Afhankelijk van de bestraalde zone zijn de meest voorkomende bijwerkingen:

  • Voor radiotherapie van hoofd en hals (tong, stembanden, amandelen, speekselklieren, neusholte, keelholte): verlies van eetlust, smaakveranderingen, droge mond of dik speeksel, pijn bij het slikken, vernauwing van het bovenste deel van de slokdarm waardoor problemen kunnen ontstaan bij het ademhalen en het slikken.
  • Voor radiotherapie van de borstkas (longen, slokdarm, borst): slokdarminfectie, slikproblemen, reflux (het terugvloeien van maaginhoud in de slokdarm).
  • Voor radiotherapie van de buik (dikke of dunne darm, prostaat, baarmoederhals, baarmoeder, endeldarm): diarree, misselijkheid, braken, ontsteking van darmen, winderigheid, veranderingen van het plaspatroon, vermoeidheid, minder verdragen van melkproducten, verminderde opname van voedingsstoffen doorheen de darmwand.

Er bestaan manieren om met deze bijwerkingen om te gaan. U dient deze steeds te rapporteren aan het radiotherapieteam en zij zullen u enkele behandelingsopties aanbieden.

Op onze website vindt u meer informatie en manieren om met deze bijwerkingen om te gaan.

Hoe zit het met radiotherapie en voeding?

Bepaalde kankerbehandelingen kunnen bijwerkingen veroorzaken waardoor de patiënt moeite heeft om normaal te eten en te verteren. Veel voorkomende bijwerkingen die in dat kader kunnen optreden zijn de volgende: veranderingen in smaak, droge mond, pijnlijke mond, dik speeksel, braken, misselijkheid, diarree, constipatie, gewichtsverlies, verlies van eetlust, en gewichtstoename.

Voedingstherapie is zeer belangrijk gedurende de behandeling en kan het volgende inhouden:

  • een dieet met gekookte voeding omdat rauwe groenten en fruit schadelijke bacteriën kunnen bevatten;
  • richtlijnen volgen op gebied van voedselveiligheid;
  • een aangepast dieet in functie van het type transplantatie en in functie van de plaats waar het lichaam aangetast is door de kanker;
  • parenterale voeding gedurende de eerste weken van de transplantatie, met als doel voldoende calorieën, vloeistof, proteïnen, mineralen en vitaminen toe te dienen die nodig zijn om te herstellen.

Onthoud deze tips:

  • Probeer tot één uur voor de behandeling iets te eten in plaats van de radiotherapie te starten met een lege maag, tenzij u andere instructies heeft gekregen van uw behandelende arts.
  • Zorg ervoor dat u tijdens het eten regelmatig drinkt, zeker wanneer het eten u niet goed smaakt, pijn doet bij het doorslikken of wanneer u diarree heeft.
  • Probeer kleine frequente maaltijden te eten in plaats van drie grote maaltijden. Als uw eetlust op bepaalde uren van de dag beter is, plan uw grootste maaltijden dan op die momenten.
  • Zorg ervoor dat u veel water en andere vloeistoffen (niet te warm) drinkt.

Patiënten die een hoge dosis radiotherapie krijgen om zich voor te bereiden op een beenmergtransplantatie kunnen veel problemen ondervinden in verband met voeding en zouden een diëtist moeten raadplegen voor voedingsondersteuning. Ze hebben mogelijk voedingstherapie nodig.

Begeleiding van de patiënt

De volledige behandeling eist veel van de patiënten, zowel op fysiek als op emotioneel vlak. Optimale verpleegkundige en medische verzorging evenals een bijzondere aandacht en begeleiding zijn erg belangrijk.

Het is mogelijk om tijdens het verblijf in het ziekenhuis bijstand te krijgen van een psycholoog, van een maatschappelijk werker of van een spiritueel raadsman. De huisarts kan de patiënten adviseren over de bestaande mogelijkheden tot omkadering en begeleiding buiten de ziekenhuizen.

 
Laatst aangepast op: 23/06/2017

uitwendige radiotherapie

Bij uitwendige radiotherapie komen de stralen uit een lineaire deeltjesversneller. De stralen uit dit toestel worden heel precies op het te behandelen lichaamsdeel gericht. Deze stralen dringen door de huid en het gezonde weefsel voor ze de tumor bereiken. Die lokale behandeling wordt uitgevoerd door een radiotherapeut.

Interne radiotherapie

Curietherapie is een techniek binnen de interne radiotherapie die werd verfijnd door het Curie-instituut. De bestralingsbron (het implantaat) wordt direct in de tumor of ernaast ingebracht. De stralingsdosis is sterk in de te behandelen zone en vermindert snel op het niveau van de gezonde weefsels. Dankzij deze doelgerichte werking blijven de bijwerkingen van de bestraling van gezonde weefsels beperkt.

Radiotherapie in combinatie met andere behandelingen

Radiotherapie wordt afzonderlijk of in combinatie met andere behandelingen toegepast. Ze kan

  • voorafgaan aan chirurgie, om het volume van de te opereren tumor te verkleinen (en in sommige omstandigheden een al te verminkende chirurgie te vermijden)
  • volgen op de chirurgie, om eventuele resterende tumorhaarden te vernietigen
  • gecombineerd worden met chemotherapie

Getuigenissen

Erik
We zijn in 2001. Erik Briers viert zijn vijftigste verjaardag en ‘trakteert’ zichzelf op een gezondheidscheck bij de huisarts. Het begin van een rollercoaster die nog steeds niet is uitgebold.Lees verder