Roken: de belangrijkste vermijdbare oorzaak van kanker

Roken is de belangrijkste vermijdbare oorzaak van kanker. Als niemand meer zou roken, zouden we één op drie kankers vermijden. Ook meeroken (passief roken) kan leiden tot kanker bij niet-rokers.

Schadelijke gevolgen van roken

Er is een duidelijk verband tussen roken en het ontstaan van verschillende soorten kanker, waaronder longkanker, maar ook nog vele andere soorten kanker. 
Roken vergroot tevens het risico op onder meer hart- en vaatziekten, diabetes en longziektes, en leidt tot een verminderde vruchtbaarheid. Gemiddeld leven rokers vijftien jaar korter dan niet-rokers. 

Meeroken (passief roken) kan eveneens leiden tot longkanker en hart- en vaatziekten. Bij zwangere vrouwen veroorzaakt meeroken een verhoogd risico op vroeggeboorte en wiegendood, een te laag geboortegewicht en astma bij het kind. 

Stoppen met roken
 

Sinds 2009 wordt hulp bij het stoppen met roken gedeeltelijk vergoed door de overheid. Wanneer u een rookstoppoging doet met begeleiding, zijn uw kansen op succes groter dan wanneer u he alleen probeert. Toch proberen de meeste rokers op eigen houtje te stoppen, en dat is prima!. Elke stoppoging is goed: blijf vooral proberen. Hervallen is immers een leerproces voor de volgende keer. De huisarts, gynaecoloog (bij zwangerschap) of elke andere dokter specialist kan goede raad geven en rookstopmedicatie voorschrijven. Bij de apotheker zijn nicotinevervangers verkrijgbaar zonder doktersvoorschrift. Deze hulpmiddelen helpen om minder last te hebben van ontwenningsverschijnselen. Roken is immers een verslaving. 

Het is ook belangrijk om gewoontes om te gooien en om anders naar de sigaret te leren kijken. Tabakologen kunnen daar goed bij helpen. Tabakologen zijn professionals die een bijkomende speciale opleiding hebben gevolgd om te helpen bij stoppen met roken.

Ook Stichting tegen Kanker heeft een gratis dienstverlening voor mensen die willen stoppen met roken: de dienst Tabakstop.

Longkanker

Roken veroorzaakt longkanker. Bij bijna negen op de tien patiënten met longkanker is de ziekte terug te voeren op het roken. Er zijn aanwijzingen dat vrouwen longkanker ontwikkelen bij een lagere blootstelling aan de schadelijke stoffen in sigaretten dan mannen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de vrouwelijke hormoonhuishouding.

Longkanker bij mannen komt vooral vanaf de leeftijd van 65 en ouder voor, bij vrouwen treedt longkanker vaak eerder op, vanaf hun 55ste dus. Deze kankersoort treft meer mannen dan vrouwen, maar dat is gewoon omdat 20 a 30 jaar geleden veel meer mannen rookten dan vrouwen. 

Niet-rokers krijgen zelden longkanker. Minder dan één op de honderd niet-rokers zal ooit overlijden aan longkanker. Meeroken kan echter wél leiden tot longkanker. Niet-rokers krijgen daarom de raad om zo min mogelijk de tabaksrook van anderen in te ademen.

Kanker in de mond, keelholte, slokdarm en strottenhoofd

Kankertumoren in de mondholte, de tong, de keel, de slokdarm en het strottenhoofd komen vaker voor bij rokers. Over mondkanker is bekend dat rokers er twee tot vier keer meer risico op lopen dan niet-rokers. Het risico op tumoren is nog groter als het roken samengaat met regelmatig alcoholgebruik (dagelijks drie glazen of meer), een slechte mondhygiëne of langdurige irritatie van gebitselementen.

Deze tumoren komen nu (nog) vaker bij mannen voor dan bij vrouwen, en vaak pas na het vijftigste levensjaar. Onder patiënten met slokdarmkanker en strottenhoofdkanker neemt het aantal vrouwen toe.

Acute myeloide leukemie

Roken veroorzaakt één op de vijf gevallen van acute myeloide leukemie. Kankerverwekkende stoffen in tabaksrook komen ook in het bloed terecht en kunnen daar schade aanrichten. Jaarlijks krijgen in België ongeveer 300 mensen de diagnose acute myeloide leukemie. Deze kankersoort komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, en treft meestal volwassenen.

Maag-, lever- en alvleesklierkanker

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat roken het risico op maag-, lever- en alvleesklierkanker vergroot. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, en meestal na het zestigste levensjaar.

Leverkanker treft jaarlijks ruim 500 mensen, en iets vaker mannen dan vrouwen. De diagnose wordt bij mannen vaak na het zestigste jaar vastgesteld, bij vrouwen tien jaar later. Jaarlijks krijgen in België ongeveer 1.650 mensen de diagnose alvleesklierkanker. Deze kankersoort treft mannen en vrouwen even vaak, en meestal na het zestigste levensjaar.

Nier- en blaaskanker

Rokers lopen anderhalve keer zoveel risico op nierkanker dan niet-rokers. Deze kankersoort komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, op alle leeftijden, maar vooral tussen 55 en 75 jaar.

Roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker. Vier keer meer mannen dan vrouwen krijgen blaaskanker, meestal na het zestigste jaar. Van de tien mannen die sterven aan blaaskanker is ongeveer de helft te wijten aan roken. Van de drie vrouwen die sterven aan blaaskanker is er één te wijten aan roken.

Baarmoederhalskanker

In de praktijk zien we dat baarmoederhalskanker vaker voorkomt bij vrouwen die roken dan bij vrouwen die niet roken. Bij dit soort kanker spelen humaan papillomavirussen (HPV) meestal een rol. Een infectie met HPV kan op de duur leiden tot een voorstadium van baarmoederhalskanker. Gewoonlijk ruimt het lichaam die afwijkende cellen op. Gebeurt dit niet dan kunnen deze cellen zich ontwikkelen tot kankercellen. Roken beïnvloedt het afweersysteem waardoor het lichaam meer moeite kan hebben om een HPV-infectie op te ruimen. Ieder jaar krijgen in België 650 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker, vaak na het vijftigste levensjaar.

 

Laatst aangepast op: 30/03/2018

Getuigenissen

Philip Holvoet
De steun die ik krijg van de vele mensen rondom mij die om mij geven. De liefde die ik krijg van vrienden. En de zorgen van van iedereenLees verder