Tabagisme passif

Welke risico’s loop ik als ik sigarettenrook inadem?

Passief roken?

De uitdrukking "passief roken" verwijst naar het ongewilde inademen van tabaksrook in de omgevingslucht. De omgevingslucht vult zich geleidelijk met de rook die de roker bij elk trekje uitademt, maar daarnaast ook met de verbrandingslucht van de sigaret zelf.

Passief roken is ook dodelijk

Passief roken veroorzaakt in de Europese Unie jaarlijks naar schatting het overlijden van meerdere tienduizenden volwassen niet-rokers. In ons land is passief roken elk jaar verantwoordelijk voor:

  • overlijdens als gevolg van longkankers
  • overlijdens als gevolg van hart- en vaatziektes
  • ademhalingsmoeilijkheden bij volwassenen en kinderen, en ook wiegendood bij zuigelingen

Parallel met al die ernstige storingen mogen we ook niet de hinder vergeten die wordt veroorzaakt door tabaksrook (irritatie van de ogen, hoofdpijn, misselijkheid, ...).

Kunnen we ons beschermen tegen de omgevingsrook?

Passief roken, dus rook inhaleren zonder dat zelf te willen, betekent inademen van schadelijke stoffen:

  • diverse reeds bekende kankerverwekkers of 'carcinogenen' (benzopyrenen, aromatische amines en nitrosamines)
  • koolstofmonoxide en waterstofcyanide 
  • irriterende stoffen zoals acroleïne

Passief roken, dus ongewild inhaleren van tabaksrook, stelt bloot aan al deze stoffen! Zowel ventilatiesystemen als luchtfilteringsystemen volstaan niet – zelfs niet onderling gecombineerd – om tabaksrook onschadelijk te maken...!

Passief roken en kanker

Passief roken kan kanker veroorzaken, hier lees je er meer over.

 

Kinderen en passief roken

Laatst aangepast op: 8/08/2018

Getuigenissen

“Ik wou na mijn pensioen nog iets doen. Ik wou me nuttig voelen, bezig zijn met andere mensen en hen mijn tijd geven. Aangezien ik al opleidingen had gevolgd in massage- en psychofysieke therapie, was ik onmiddellijk geïnteresseerd in het werk als schoonheidsconsulente. Ik besloot om de lessen te volgen en vrijwilliger te worden voor Stichting tegen Kanker. Je moet natuurlijk graag en regelmatig naar het ziekenhuis gaan en voeling hebben met communiceren via aanrakingen. Ik heb me ook over mijn angsten voor deze ziekte moeten heen zetten.”Lees verder